In het Athene van de vijfde en vierde eeuw voor Christus ontstond de westerse filosofie in haar klassieke vorm. Socrates maakte van het kritische gesprek een manier om de waarheid te zoeken; zijn leerling Plato goot dat gesprek in dialogen en bouwde er een omvattende filosofie op, met de ideeenleer, de gelijkenis van de grot en een leer over de ziel en de ideale staat. Dit onderwerp behandelt de sofisten en Socrates, Plato's filosofie, zijn ethiek en politiek, en de Apologie en de doorwerking. De teksten zijn examenstof wanneer het pensum filosofie betreft; het genre hoort altijd tot de literatuurgeschiedenis.
4 Onderdelen~19 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
De genrekennis van de filosofische dialoog is altijd relevant; de teksten zelf zijn examenstof wanneer het pensum Plato betreft.
verhoogd niveau
Wie de socratische methode en de kernbegrippen van Plato beheerst, doorziet de gedachtegang van een dialoog en kan haar analyseren én beoordelen.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Afb. 1 — Sofisten en Socrates
Afb. 2 — De socratische methode
Leg uit wat socratische ironie is aan de hand van een gesprek waarin Socrates een zelfverzekerde expert om uitleg vraagt.
Socrates doet alsof hij zelf niets van het onderwerp weet en de ander de deskundige is; hij vraagt bescheiden om uitleg (‘jij zult het wel weten’).
Door dooreen te vragen brengt hij de zogenaamde deskundige tot tegenspraken, zodat diens schijnkennis aan het licht komt — terwijl Socrates zelf ‘onwetend’ blijft.
De ironie is geen spot om te kwetsen, maar een middel om schijnkennis te ontmaskeren en de ander tot het besef van eigen niet-weten te brengen.
Resultaat: Socratische ironie is de geveinsde onwetendheid waarmee Socrates een zelfverzekerde gesprekspartner uitnodigt zijn ‘kennis’ te tonen, om die vervolgens via vragen als schijnkennis te ontmaskeren. Ze dient het doel van de methode: het besef van niet-weten dat het echte zoeken opent.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg het verschil tussen de sofisten en Socrates uit op de punten doel, onderwijs en kennisopvatting (gebruik Afb. 1). Beschrijf daarna de stappen van de socratische methode en verklaar wat Socrates bedoelt met de uitspraak dat hij wijzer is omdat hij weet dat hij niets weet.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Griekse taal en cultuur VWO — literatuur (Socrates) (CvTE / Examenblad)
Afb. 3 — De gelijkenis van de grot
Verklaar wat de schaduwen en de zon in de gelijkenis van de grot voorstellen.
De schaduwen op de wand zijn alles wat de geketende gevangenen kennen; ze staan voor de zintuiglijke schijnwereld, die de mensen ten onrechte voor de werkelijkheid houden.
De bevrijding en de moeizame opgang uit de grot beelden het denkproces uit waarmee de filosoof zich van de schijn losmaakt en tot ware kennis komt.
De zon buiten de grot staat voor het hoogste Idee, het Goede, dat aan alle andere Ideeën hun bestaan en kenbaarheid geeft — het eindpunt van de weg naar kennis.
Resultaat: De schaduwen staan voor de zintuiglijke schijnwereld, de opgang voor de weg naar kennis, en de zon voor het Idee van het Goede. De gelijkenis vertaalt zo de ideeenleer in een beeld: van de schijn van de zintuigen naar de ware werkelijkheid van de Vormen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg de ideeenleer uit met het onderscheid tussen kennis (episteme) en mening (doxa). Verklaar vervolgens wat in de gelijkenis van de grot de schaduwen, de opgang uit de grot en de zon voorstellen, en welk lot van de teruggekeerde filosoof aan Socrates herinnert.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Griekse taal en cultuur VWO — literatuur (Plato: ideeenleer) (CvTE / Examenblad)
Afb. 4 — De ziel en de ideale staat
Leg uit welke deugd hoort bij het redelijke deel van de ziel en bij de daarmee corresponderende stand in de staat.
Het redelijke deel (τὸ λογιστικόν) is het deel dat weet en overweegt; de deugd die daarbij hoort, is de wijsheid.
In de parallel met de staat komt de rede overeen met de stand die hoort te heersen: de filosofen (de filosoof-koningen), die de Ideeën en het Goede kennen.
Zoals de rede in de ziel de leiding hoort te hebben, zo horen in de staat de wijzen te regeren; hun deugd, de wijsheid, kwalificeert hen daarvoor.
Resultaat: Bij het redelijke deel van de ziel hoort de deugd wijsheid, en dat deel correspondeert met de stand van de filosoof-heersers. De parallel — rede/wijsheid/heersers — verklaart waarom volgens Plato de wijzen moeten regeren.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg de parallel tussen de drie delen van de ziel en de drie standen van de ideale staat uit, met de bijbehorende deugden. Verklaar waarom volgens Plato de filosofen moeten regeren, en formuleer één argument vóór en één tegen zijn ideale staat.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Griekse taal en cultuur VWO — literatuur (Plato: ethiek en politiek) (CvTE / Examenblad)
Afb. 5 — Het proces van Socrates in het werk van Plato
Leg uit waarom Socrates in de Apologie weigert zijn filosofische activiteit te staken, zelfs op straffe van de dood.
Socrates ziet zijn kritische ondervragen als een opdracht die hem door de god (via het orakel) is gegeven; die gehoorzaamt hij liever dan de rechters.
Voor Socrates is onrecht doen erger dan onrecht lijden, en is het kwaad niet de dood maar het opgeven van een goed, onderzocht leven. ‘Een onderzocht leven is pas de moeite waard.’
Daarom weigert hij zijn manier van leven af te zweren, ook al betekent dat zijn dood; hij blijft trouw aan zijn overtuiging dat deugd en kennis boven het lijfsbehoud gaan.
Resultaat: Socrates weigert zijn filosoferen te staken omdat hij het als een goddelijke opdracht ziet en omdat voor hem onrecht doen en een onbezonnen leven erger zijn dan de dood. Zijn houding maakt de Apologie tot een getuigenis van zijn overtuiging dat deugd kennis is en het goede leven boven het naakte leven gaat.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Vat de kern van Socrates' verdediging in de Apologie samen en leg uit hoe zijn houding samenhangt met zijn overtuiging dat deugd kennis is en dat onrecht doen erger is dan onrecht lijden. Noem daarna twee manieren waarop Plato's filosofie in de latere cultuur heeft doorgewerkt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Griekse taal en cultuur VWO — literatuur (Apologie en doorwerking) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad