Het achtste tijdvak (1800–1900) is de negentiende eeuw en het begin van de moderne tijd. De kenmerkende aspecten zijn de industriële revolutie die een industriële samenleving deed ontstaan, de sociale kwestie, de opkomst van emancipatiebewegingen en de voortschrijdende democratisering, de opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen (liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme), en het moderne imperialisme dat met de industrialisatie samenhing. Het is de eeuw waarin de moderne industriële, politieke wereld vorm kreeg.
4 Onderdelen~13 min leestijd4 VaardighedenNiveau Standaard 3 · Verdieping 1
basisniveau
Voor iedereen: de industriële revolutie, de sociale kwestie en democratisering, de politieke stromingen en het modern imperialisme zijn de kenmerkende aspecten van tijdvak 8.
verhoogd niveau
Verdieping: de industriële revolutie als drijvende kracht achter de sociale kwestie, de politieke stromingen én het imperialisme begrijpen — één ontwikkeling met vele gevolgen.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Mijlpalen van de negentiende eeuw
Gevolgen van de industriële revolutie
Leg met een oorzaak-gevolgredenering uit waarom de industriële revolutie tot snelle verstedelijking en een nieuwe klassenmaatschappij leidde.
Machines op stoomkracht stonden in grote fabrieken, die op één plek veel arbeiders nodig hadden.
Mensen verlieten het platteland om in de fabrieken te werken, waardoor de industriesteden explosief groeiden (verstedelijking).
In de fabrieken ontstond een klasse van arbeiders tegenover een klasse van fabriekseigenaren; de oude standenmaatschappij maakte plaats voor een klassenmaatschappij.
Resultaat: Fabrieken concentreerden werk op één plek, wat mensen naar de steden trok (verstedelijking) en een nieuwe klassenmaatschappij van arbeiders en fabriekseigenaren deed ontstaan.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit waarom de industriële revolutie een breuk vormt met de agrarische samenleving van de voorgaande tijdvakken, op de punten energie, productie en sociale verhoudingen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis vwo — tijdvak 8 (CvTE / Examenblad)
De vijf politieke stromingen
Een negentiende-eeuwse spreker eist dat de staat zich niet met de economie bemoeit en dat individuele vrijheid en vrije handel voorop staan. Aan welke stroming koppel je dit, en hoe verschilt die van het socialisme?
Nadruk op individuele vrijheid, een beperkte staat en vrije handel wijst op het liberalisme.
De eis dat de staat zich afzijdig houdt en de markt vrijlaat, is de kern van het liberale gedachtegoed van de burgerij.
Het socialisme legt juist de nadruk op gelijkheid en bekritiseert de vrije markt; het wil dat de staat of de gemeenschap ingrijpt om de arbeiders te beschermen en te herverdelen.
Resultaat: Het standpunt is liberaal (vrijheid, beperkte staat, vrije markt); het verschilt van het socialisme, dat gelijkheid vooropstelt en juist ingrijpen en herverdeling ten gunste van de arbeiders wil.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies twee stromingen en leg uit op welk punt ze het scherpst met elkaar botsen, met een voorbeeld van een kwestie waarover ze verschillend zouden oordelen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis vwo — tijdvak 8 (CvTE / Examenblad)
Industrialisatie en imperialisme
Leg uit waarom het imperialisme van de negentiende eeuw „modern” wordt genoemd en hoe het met de industriële revolutie samenhing.
Anders dan de oudere handelskoloniën ging het nu om directe politieke overheersing van uitgestrekte gebieden, in een wedloop tussen industriële mogendheden.
De industrie had grondstoffen en afzetmarkten nodig; koloniën leverden beide. Daarbij kwamen prestige en een gevoel van superioriteit.
Stoomschepen, spoorwegen, moderne wapens en medicijnen gaven Europa het overwicht om die overheersing waar te maken.
Resultaat: Het heet modern omdat het directe overheersing en een wedloop tussen industriële staten betrof; het hing met de industrialisatie samen via de motieven (grondstoffen, markten, prestige) én de middelen (schepen, wapens, medicijnen).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit hoe zowel de motieven als de middelen van het moderne imperialisme uit de industriële revolutie voortkwamen, met een voorbeeld van elk.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis vwo — tijdvak 8 (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad
De sociale kwestie, emancipatie en democratisering#
●●○StandaardLPexamenblad-geschiedenis-tijdvak-8Kernpunten
De sociale kwestie en de reacties
Van afzijdige naar ingrijpende overheid
Leg uit waarom de houding van de overheid tegenover de arbeidsomstandigheden in de loop van de negentiende eeuw veranderde.
Aanvankelijk vond men dat de overheid zich niet met de economie en de arbeidsverhoudingen hoorde te bemoeien; werkgevers en arbeiders moesten dat zelf regelen.
De misstanden (kinderarbeid, hongerlonen) en de groeiende macht van vakbonden en arbeidersbewegingen maakten de sociale kwestie onhoudbaar.
Onder die druk, en overtuigd door hervormers, ging de overheid sociale wetten maken (tegen kinderarbeid, voor kortere werktijden), wat het begin was van staatsbescherming van de zwakkeren.
Resultaat: De overheid verschoof van afzijdigheid naar ingrijpen omdat de misstanden en de druk van vakbonden de sociale kwestie onhoudbaar maakten; sociale wetgeving was het begin van staatsbescherming.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit hoe de sociale kwestie, de emancipatiebewegingen en de democratisering met elkaar samenhingen in de negentiende eeuw.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis vwo — tijdvak 8 (CvTE / Examenblad)