Deze historische context volgt de Verlichting van haar wortels in de wetenschappelijke revolutie tot haar doorwerking in de negentiende eeuw. De kern is het vertrouwen in de menselijke rede, toegepast op godsdienst, staat en samenleving. Denkers als Locke, Montesquieu, Rousseau en Voltaire ontwikkelden ideeën over natuurrecht, scheiding der machten, volkssoevereiniteit en tolerantie die de democratische revoluties voedden en de moderne rechtsstaat mede vormgaven. De context verbindt de tijdvakken 6 tot en met 8. Het CvTE stelt per examenjaar vast welke historische contexten in het centraal examen worden getoetst.
4 Onderdelen~13 min leestijd4 VaardighedenNiveau Standaard 2 · Verdieping 2
basisniveau
Voor iedereen: de kern van het verlicht denken en de verlichte ideeën over staat en samenleving vormen de kern van deze context wanneer die door het CvTE wordt getoetst.
verhoogd niveau
Verdieping: de verlichte ideeën volgen van de denkers, via de revoluties, naar de moderne rechtsstaat en de negentiende-eeuwse stromingen, met oog voor hun grenzen.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
De Verlichting (1650-1900)
Leg uit hoe de wetenschappelijke revolutie de basis legde voor de Verlichting.
De wetenschappelijke revolutie liet zien dat de mens met rede, waarneming en experiment de natuur kan begrijpen en dat de wereld volgens kenbare wetten werkt.
Verlichte denkers redeneerden: als de rede de natuur kan doorgronden, kan zij ook godsdienst, staat en samenleving begrijpen en verbeteren.
Daarmee werd de rede de maatstaf voor álle terreinen, en niet langer gezag, traditie of openbaring — de kern van de Verlichting.
Resultaat: De wetenschappelijke revolutie bewees dat de rede de natuur kon begrijpen; de Verlichting breidde dat vertrouwen uit naar godsdienst, staat en samenleving, met de rede als maatstaf.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit waarom de aansporing „durf zelf te denken” de kern van de Verlichting samenvat, en tegen welke houding zij zich keerde.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis vwo — historische contexten (CvTE / Examenblad)
Verlichte denkers en hun ideeën
Een tekst pleit ervoor dat de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht in verschillende handen komen om machtsmisbruik te voorkomen. Aan welke verlichte denker en welk idee koppel je dit, en hoe verschilt dat van Rousseaus kernidee?
Het scheiden van de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht is de trias politica, de scheiding der machten.
Dit idee is van Montesquieu; het moet voorkomen dat één persoon of orgaan alle macht in handen krijgt.
Rousseaus kernidee is de volkssoevereiniteit (de macht komt van het volk, dat via een sociaal contract regeert); Montesquieu gaat juist over hoe je de macht binnen de staat verdeelt om misbruik te voorkomen.
Resultaat: Dit is Montesquieu's scheiding der machten (trias politica); het verschilt van Rousseaus volkssoevereiniteit, die over de brón van de macht (het volk) gaat in plaats van over de verdeling ervan.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg voor twee verlichte denkers uit welk idee ze bijdroegen en hoe dat idee zich richtte tegen het absolutisme of de standensamenleving.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis vwo — historische contexten (CvTE / Examenblad)
Van verlichte ideeën naar grondrechten
Leg uit hoe de ideeën van Locke doorklonken in de Amerikaanse Revolutie.
Locke stelde dat mensen onvervreemdbare rechten hebben en dat de overheid haar gezag ontleent aan de instemming van de burgers, met een recht op verzet bij schending.
De Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring beriep zich op onvervreemdbare rechten en op gezag dat berust op de instemming van de geregeerden — precies Locke's redenering.
De koloniën rechtvaardigden hun afscheiding met het recht op verzet tegen een vorst die hun rechten schond, en bouwden een staat op verlichte beginselen.
Resultaat: De Amerikaanse Revolutie beriep zich op Locke's natuurrecht en instemming van de geregeerden; het recht op verzet rechtvaardigde de afscheiding en de nieuwe staat werd op verlichte beginselen gebouwd.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit welk verlicht idee je terugziet in de Franse Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger, en van welke denker dat idee afkomstig is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis vwo — historische contexten (CvTE / Examenblad)
Doorwerking van de Verlichting
Leg uit waarom historici zeggen dat de Verlichting zowel enorm invloedrijk was als duidelijke grenzen kende, met een voorbeeld van elk.
Verlichte idealen leidden tot grondrechten, democratie en rechtsstaat en voedden de strijd tegen slavernij en ongelijkheid — bijvoorbeeld het abolitionisme dat op gelijkheid steunde.
Tegelijk golden de idealen lang niet voor iedereen: vrouwen bleven uitgesloten van rechten, en universele mensenrechten stonden naast voortdurende slavernij en imperialisme.
Beide zijn waar: de Verlichting was een krachtige, bevrijdende belofte, maar die belofte werd pas geleidelijk en gedeeltelijk ingelost.
Resultaat: De Verlichting bracht grondrechten, democratie en de strijd tegen slavernij (invloed), maar sloot vrouwen uit en bestond naast slavernij en imperialisme (grenzen); een afgewogen oordeel erkent beide.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beoordeel de stelling: „De Verlichting heeft de moderne wereld bevrijd.” Noem één argument vóór en één argument dat de stelling nuanceert.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis vwo — historische contexten (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad