De kennisleer of epistemologie (domein D) onderzoekt wat kennis is en hoe zij mogelijk is. Dit onderwerp behandelt de klassieke definitie van kennis als ware, gerechtvaardigde overtuiging, het Gettierprobleem, de grote tegenstelling tussen rationalisme en empirisme, en het scepticisme met Descartes' antwoord daarop (de methodische twijfel en het cogito).
4 Onderdelen~16 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Ken de drie voorwaarden voor kennis en het onderscheid rationalisme/empirisme.
verhoogd niveau
Kun je het Gettierprobleem uitleggen als bewijs dat JTB niet voldoende is, en Descartes' twijfel en cogito reconstrueren.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Kennis als ware, gerechtvaardigde overtuiging
Marit gelooft zonder enige reden dat haar lot uit de loterij zal winnen; het wint. Wist zij dat ze zou winnen? Analyseer met de drie voorwaarden.
Ja: Marit gelooft dat haar lot zal winnen.
Ja: haar lot wint inderdaad, dus de overtuiging is waar.
Nee: ze heeft geen enkele goede grond; het was een blinde gok. Aan de rechtvaardigingsvoorwaarde is niet voldaan.
Omdat de rechtvaardiging ontbreekt, had Marit slechts een ware overtuiging, geen kennis — het was geluk, geen weten.
Resultaat: Marit wist het niet: haar ware overtuiging miste rechtvaardiging en was dus een gelukkige gok, geen kennis.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg met de drie voorwaarden uit waarom iemand die op een stilstaande klok kijkt en toevallig de juiste tijd afleest, de tijd niet echt „weet”.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein D (definitie van kennis) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Tim ziet in de wei wat eruitziet als een schaap en gelooft „er is een schaap in de wei”. Het is echter een als schaap vermomde hond — maar achter een heuvel, buiten zicht, staat wél een echt schaap. Is dit kennis? Analyseer met de JTB-voorwaarden.
Ja: Tim gelooft dat er een schaap in de wei is.
Ja: er ís een schaap in de wei (achter de heuvel), dus de overtuiging is waar.
Ja: Tim baseert zich op wat er precies uitziet als een schaap; dat is een normaal goede grond.
De grond (het schaapachtige ding) is niet het schaap dat de overtuiging waar maakt; waarheid en rechtvaardiging vallen toevallig samen. Dit is een Gettiergeval: JTB is vervuld, maar het is geen kennis.
Resultaat: Tim heeft een ware, gerechtvaardigde overtuiging, maar door toeval (hij kijkt naar een vermomde hond, terwijl elders een echt schaap staat); het is een Gettiergeval en dus geen kennis.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Construeer zelf een Gettiergeval en leg uit waarom het aantoont dat ware, gerechtvaardigde overtuiging niet voldoende is voor kennis.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein D (Gettierprobleem) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Rationalisme versus empirisme
„In de geest zit niets wat er niet eerst via de zintuigen is binnengekomen.” Bij welke stroming hoort deze uitspraak, en hoe zou een rationalist reageren?
De uitspraak (een klassieke empiristische formule) maakt de zintuiglijke ervaring tot enige bron van de inhoud van de geest: dit is empirisme (tabula rasa).
Een rationalist werpt tegen dat sommige kennis — wiskunde, logica, het idee van oorzaak — niet uit losse waarnemingen kan komen, omdat ze noodzakelijk en algemeen is; die moet (deels) uit de rede stammen.
Het geschil betreft de oorsprong van noodzakelijke, algemene kennis: kan ervaring die leveren (empirisme) of vereist ze de rede en a priori beginselen (rationalisme)?
Resultaat: De uitspraak is empiristisch (tabula rasa); een rationalist wijst op noodzakelijke, algemene kennis (wiskunde, causaliteit) die de zintuigen niet kunnen leveren.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit waarom de wiskunde vaak als kroongetuige voor het rationalisme geldt en de natuurwetenschap voor het empirisme.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein D (rationalisme en empirisme) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Descartes' methodische twijfel en het cogito
Descartes
„Ik denk, dus ik ben.” Zelfs de radicaalste twijfel veronderstelt een twijfelaar die bestaat — het eerste onbetwijfelbare punt.
Leg uit waarom Descartes meent dat zelfs een almachtige boze genius het „ik denk, dus ik ben” niet kan ondergraven.
Neem aan dat een boze genius mij over alles misleidt — de wereld, mijn lichaam, zelfs de wiskunde.
Om misleid te worden, moet er iemand zijn die misleid wordt: het bedrog veronderstelt een denkend subject.
Dus telkens wanneer ik denk of twijfel — ook als álles wat ik denk onwaar is — sta het vast dat ik, als denkend wezen, besta. Het cogito bewijst zichzelf in het denken ervan.
Resultaat: Elke misleiding vooronderstelt een denkende die misleid wordt; daarom overleeft „ik denk, dus ik ben” zelfs de boze genius — het is de onbetwijfelbare basis.
Veelgemaakte fouten
VWO-verdieping
Verdieping: vergelijk Descartes' cartesiaanse cirkel met het probleem van het funderingsdenken in het algemeen. Bespreek of kennis wel een absoluut zeker fundament nodig heeft (funderingsdenken) of dat zij ook kan berusten op een samenhangend geheel van overtuigingen (coherentisme) — en verbind dit met de coherentietheorie van waarheid uit het volgende onderwerp.
Actieve herhaling
Reconstrueer het droomargument als redenering en leg uit welke conclusie de scepticus eruit trekt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein D (scepticisme en cogito) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Referenties en bronnen
College voor Toetsen en Examens (CvTE)