Zijn wij werkelijk vrij, of is alles wat we doen door voorafgaande oorzaken bepaald? En als we niet vrij zijn, kunnen we dan nog verantwoordelijk zijn? Dit onderwerp behandelt het vrije-wilprobleem, de drie klassieke posities (hard determinisme, libertarisme, compatibilisme), de voorwaarden voor morele verantwoordelijkheid en het onderscheid tussen negatieve en positieve vrijheid (Berlin).
4 Onderdelen~16 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Ken het determinisme en de drie posities, en het verband tussen vrijheid en verantwoordelijkheid.
verhoogd niveau
Kun je het consequentie-argument reconstrueren, het compatibilisme (Frankfurt) verdedigen en Berlins twee vrijheidsbegrippen toepassen.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Leg met het voorbeeld van Laplace uit waarom het determinisme een bedreiging voor de vrije wil vormt.
Elke gebeurtenis is de noodzakelijke uitkomst van voorafgaande oorzaken en de natuurwetten.
Ook een beslissing is een gebeurtenis (in de hersenen); dus is ook zij de noodzakelijke uitkomst van eerdere oorzaken.
Laplace' demon zou je keuze van morgen nu al kunnen berekenen; dan lag die keuze al vast en had je, gegeven dezelfde omstandigheden, niet anders kunnen kiezen — precies wat vrije wil lijkt te vereisen.
Resultaat: Omdat het determinisme ook keuzes als noodzakelijke uitkomsten van eerdere oorzaken opvat, lijkt het uit te sluiten dat je werkelijk anders had kunnen kiezen — de kern van de vrije wil.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg het verschil uit tussen determinisme en fatalisme, en waarom alleen het eerste een echte uitdaging voor de vrije wil vormt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein C (vrije wil) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Drie posities in het vrije-wildebat
„Natuurlijk zijn je verlangens door je hersenen bepaald — maar zolang je doet wat je zélf wilt en niemand je dwingt, ben je vrij en verantwoordelijk.” Welke positie is dit, en geef een sterk en een zwak punt.
Determinisme wordt aanvaard (verlangens bepaald) én vrijheid behouden (doen wat je wilt, zonder dwang): dit is compatibilisme.
Het verzoent de wetenschappelijke bepaaldheid met onze praktijk van verantwoordelijkheid en met het duidelijke verschil tussen vrij handelen en handelen onder dwang.
Het laat de diepere vraag open: als ook je verlangens volledig bepaald zijn en je die wil niet zelf koos, ben je dan „echt” vrij, of alleen vrij in een afgezwakte zin?
Resultaat: Het is compatibilisme; sterk is de verzoening van determinisme en verantwoordelijkheid, zwak is dat het de bron van je verlangens onbepaald-vrij laat.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit waarom zowel de hard determinist als de libertariër incompatibilist is, en waarin ze precies verschillen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein C (posities vrije wil) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Het consequentie-argument
Een automobilist rijdt door rood en veroorzaakt een ongeluk. Beoordeel zijn verantwoordelijkheid in twee gevallen: (a) hij was afgeleid door zijn telefoon; (b) hij kreeg plotseling een onvoorspelbare hartstilstand.
In (a) had hij controle: hij koos ervoor zich te laten afleiden. In (b) had hij geen controle: de hartstilstand was overmacht, geen vrije handeling.
In (a) wist of kon hij weten dat telefoongebruik gevaarlijk is. In (b) kon hij de hartstilstand niet voorzien.
In (a) is aan beide voorwaarden voldaan: hij is verantwoordelijk. In (b) ontbreekt de controle (en de voorzienbaarheid): hij is niet moreel verantwoordelijk, hoezeer het ongeluk ook betreurenswaardig is.
Resultaat: Verantwoordelijkheid vereist controle én kennis; in geval (a) zijn beide aanwezig (wel verantwoordelijk), in geval (b) ontbreken ze (niet verantwoordelijk).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Reconstrueer het consequentie-argument in premissen en conclusie en geef aan welke premisse een compatibilist het beste kan aanvallen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein C (verantwoordelijkheid) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Beoordeel voor elk geval om welk vrijheidsbegrip het gaat: (a) de staat verbiedt een demonstratie; (b) iemand is zo verslaafd dat hij niet meer kan stoppen hoewel niets hem tegenhoudt.
Er is een uitwendige belemmering (een verbod van de staat). Dit beperkt de negatieve vrijheid: de vrijheid ván inmenging.
Er is geen uitwendige belemmering — niemand houdt hem tegen — maar hij is geen meester over zichzelf. Dit is een gebrek aan positieve vrijheid: het vermogen tot zelfbeschikking ontbreekt.
Iemand kan negatief vrij én positief onvrij zijn (de verslaafde), en omgekeerd; de twee begrippen meten verschillende dingen.
Resultaat: Geval (a) is een beperking van de negatieve vrijheid (uitwendige dwang); geval (b) een gebrek aan positieve vrijheid (geen zelfbeschikking) — ze meten verschillende soorten onvrijheid.
Veelgemaakte fouten
VWO-verdieping
Verdieping: verbind de twee vrijheidsbegrippen met het vrije-wildebat. Betoog of positieve vrijheid (zelfbeschikking, meester zijn over je verlangens) verwant is aan het compatibilistische vrijheidsbegrip van Frankfurt (instemmen met je eigen wil), en wat dit betekent voor de vraag of vrijheid vooral iets is dat je hébt of iets dat je moet vérwerven.
Actieve herhaling
Leg uit hoe het idee dat men iemand „dwingt om vrij te zijn” uit het begrip positieve vrijheid kan voortkomen, en waarom Berlin daarvoor waarschuwt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein C (negatieve en positieve vrijheid) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Referenties en bronnen
College voor Toetsen en Examens (CvTE)