Hoe komen we via ervaring aan kennis, en wat betekent het eigenlijk dat een uitspraak waar is? Dit onderwerp (domein D) behandelt de ervaring als kennisbron, de drie klassieke waarheidstheorieën (correspondentie, coherentie, pragmatisch), de betrouwbaarheid van de waarneming en het onderscheid tussen schijn en werkelijkheid.
4 Onderdelen~16 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Ken de drie waarheidstheorieën en het feit dat waarnemen ook interpreteren is.
verhoogd niveau
Kun je de waarheidstheorieën met hun kritiek afwegen en het onderscheid primaire/secundaire kwaliteiten (Locke) toepassen.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Bepaal voor elk van deze eigenschappen of het volgens Locke een primaire of een secundaire kwaliteit is en licht toe: (a) de ronde vorm van een appel; (b) de zoete smaak van een appel.
De ronde vorm is een primaire kwaliteit: ze is een eigenschap van de appel zelf en bestaat onafhankelijk van een waarnemer.
De zoete smaak is een secundaire kwaliteit: ze is geen eigenschap in de appel zelf, maar een gewaarwording die de appel (door zijn primaire kwaliteiten, zoals suikermoleculen) in de proever oproept.
Zonder waarnemer is de appel nog steeds rond, maar niet meer „zoet”; de smaak bestaat pas in de ontmoeting tussen object en zintuig.
Resultaat: De ronde vorm is primair (in het object zelf), de zoete smaak secundair (een gewaarwording in de waarnemer): een deel van hoe de wereld verschijnt, dragen wij zelf bij.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit hoe Berkeley van Lockes onderscheid tussen primaire en secundaire kwaliteiten naar zijn idealisme („zijn is waargenomen worden”) komt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein D (ervaring als kennisbron) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Drie waarheidstheorieën
Beoordeel de uitspraak „de gemiddelde temperatuur op aarde stijgt” volgens de drie waarheidstheorieën.
De uitspraak is waar als ze overeenstemt met de feiten: als de gemiddelde temperatuur werkelijk stijgt. Waarheid ligt in de verhouding tot de werkelijkheid.
De uitspraak is waar voor zover ze coherent past in het geheel van metingen, modellen en overige aanvaarde kennis; ze wordt getoetst aan wat we al weten.
De uitspraak is waar voor zover ze zich in onderzoek en voorspelling bewijst — betrouwbare verwachtingen oplevert en de toets van de praktijk doorstaat.
De correspondentietheorie zegt wát de bewering waar máákt (de feiten); coherentie en werkzaamheid geven vooral aan hoe we die waarheid herkennen en toetsen.
Resultaat: Elke theorie belicht een andere kant: overeenstemming met de feiten (correspondentie), samenhang met onze kennis (coherentie) en bewijs in de praktijk (pragmatisch); vaak vullen ze elkaar aan.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg met een eigen voorbeeld uit waarom coherentie alleen geen waarheid garandeert (een samenhangend verhaal kan toch onwaar zijn).
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein D (waarheidstheorieën) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Waarnemen is interpreteren
Reconstrueer het sceptische argument uit de illusie en geef aan waar het te weerstaan valt.
De zintuigen bedriegen ons soms zonder dat we het op dat moment merken (illusies, dromen).
Als we in sommige gevallen bedrogen worden zonder het te merken, kunnen we in geen enkel geval zeker zijn dat we niet bedrogen worden.
Dus kunnen we op geen enkele waarneming zekere kennis bouwen.
Premisse 2 is te sterk: dat sommige waarnemingen fout zijn, betekent niet dat we geen enkele kunnen vertrouwen. We ontdekken en corrigeren fouten juist door verdere waarneming en toetsing — de waarneming controleert zichzelf.
Resultaat: Het argument gaat van „soms bedrogen” naar „nooit zeker”; de zwakke schakel is die sprong: waarnemingen zijn feilbaar maar corrigeerbaar, dus niet zonder meer onbetrouwbaar.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg met een voorbeeld uit wat het betekent dat de waarneming „theoriegeladen” is, en welk gevolg dat heeft voor het idee van neutrale feiten.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein D (betrouwbaarheid van waarneming) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Leg uit waar in Plato's grotallegorie de schaduwen, de buitenwereld en de zon voor staan, en welke boodschap over schijn en werkelijkheid eruit spreekt.
De schaduwen op de wand staan voor de zintuiglijke verschijningen: de wereld zoals wij haar via de zintuigen waarnemen en ten onrechte voor de hele werkelijkheid houden.
De echte dingen buiten de grot staan voor de ware werkelijkheid, de wereld van de Ideeën, die alleen door het denken (de rede) toegankelijk is.
De zon staat voor het hoogste beginsel, de Idee van het Goede, die alle kennis mogelijk maakt zoals de zon het zien mogelijk maakt.
Onze gewone waarneming levert slechts schaduwen; ware kennis vereist een moeizame bevrijding en opklimming van de zintuiglijke schijn naar het redelijke inzicht in de werkelijkheid.
Resultaat: De schaduwen zijn de zintuiglijke schijn, de buitenwereld de ware (ideële) werkelijkheid en de zon het hoogste beginsel; de allegorie leert dat filosofie de opgang van schijn naar ware kennis is.
Veelgemaakte fouten
VWO-verdieping
Verdieping: vergelijk Plato's grot met het moderne gedachte-experiment van het „brein in een vat” (of de simulatiehypothese). Beide stellen dat de vertrouwde wereld schijn kan zijn; onderzoek of de moderne versie een sterker of juist zwakker scepticisme oplevert dan Plato's allegorie, en hoe Descartes' cogito of Kants wending erop zouden reageren.
Actieve herhaling
Leg uit hoe de wetenschap (bijv. dat een tafel „eigenlijk” grotendeels lege ruimte is) het onderscheid tussen schijn en werkelijkheid illustreert, en welk kennisprobleem dat oproept.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein D (schijn en werkelijkheid) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Referenties en bronnen
College voor Toetsen en Examens (CvTE)