Loading
Loading
Deze SE-praktijkmodule behandelt de basistechnieken van de textiele vormgeving: weven (schering, inslag en de bindingen), borduren en applicatie, vilten (natvilten en naaldvilten) en verven met natuurlijke en synthetische kleurstoffen en reserveertechnieken. Je leert hoe je van vezel via garen tot stof komt en hoe de vezelsoort de techniek en de vorm bepaalt. De praktijk hoort bij het schoolexamen: de school legt de opdrachten en de weging vast in het PTA, terwijl het centraal examen alleen 'kunst beschouwen' toetst.
5Onderdelenca. 25min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 3 · Verdieping 1
basisniveau
Voor het CE 'kunst beschouwen' helpt deze module je textiele technieken en materialen (weven, borduren, vilten, verven, vezels) in bestaand werk te herkennen en de structuur, textuur en kleur te beschrijven.
verhoogd niveau
Voor de SE-praktijk pas je deze technieken zelf toe: je kiest beargumenteerd binding, steek, viltmethode, verf- of reserveertechniek en materiaal, en verantwoordt hoe die keuze je textielwerk bepaalt.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
De drie hoofdbindingen
Je moet stof weven voor een boodschappentas die veel gewicht moet dragen. Kies beargumenteerd een binding en verantwoord waarom de andere twee minder geschikt zijn.
De tas moet sterk en slijtvast zijn en niet snel haken of rekken; ik zoek dus een dichte, stevige stof met veel bindpunten.
Platbinding heeft de meeste bindpunten (1-over-1) en is aan beide kanten even stevig; dat maakt de stof dicht en sterk, een sterke kandidaat.
Keperbinding is soepel en slijtvast (denim) en dus bruikbaar, maar iets minder dicht; satijnbinding valt af omdat de lange zwevende draden makkelijk haken en slijten.
Ik kies platbinding om de maximale stevigheid, met keper als tweede keus voor meer soepelheid; satijn is voor een dragende tas ongeschikt.
Resultaat: Voor een dragende tas is platbinding de beste keuze: de vele bindpunten geven een dichte, sterke stof, terwijl satijn door zijn zwevende draden juist het minst geschikt is.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Weef drie proeflapjes in respectievelijk platbinding, keperbinding en satijnbinding met dezelfde draad. Onderzoek en beschrijf per lapje hoe de binding de stevigheid, de val en de glans beïnvloedt, en kies welke binding het best past bij een stevige tas.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - weven: schering, inslag en bindingen (CvTE / Examenblad)
Belangrijke borduursteken
Je borduurt een bloem met een steel, dichtgevulde blaadjes, een afgewerkte rand en een accent in het hart. Kies per onderdeel een passende steek en verantwoord je keuze.
Voor de gebogen steel kies ik de steelsteek: de overlappende schuine steken geven een gedraaide, iets dikke lijn die vloeiende krommingen goed volgt.
De blaadjes vul ik met de platsteek (satijnsteek): evenwijdige steken dicht opeen maken een glad, licht glanzend vlak dat de vorm strak opvult.
Rond de bloem gebruik ik de festonsteek, die met staande lusjes de rand netjes afwerkt en tegelijk decoratief is.
In het hart zet ik enkele Franse knoopjes: kleine bolletjes in reliëf die als meeldraden opvallen tegen het gladde blad.
Resultaat: Elk onderdeel krijgt de steek die bij zijn functie past: steelsteek voor de lijn, platsteek voor het vlak, festonsteek voor de rand en Franse knoopjes voor het reliëfaccent, samen een leesbaar, gelaagd bloemmotief.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Ontwerp een klein borduurwerk waarin je minstens vier verschillende steken en een applicatie combineert. Verantwoord per onderdeel welke steek je kiest voor lijn, vlak, rand en accent, en leg uit hoe de grondstof je keuze beïnvloedt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - borduren en applicatie (CvTE / Examenblad)
Het natviltproces
Je wilt een naadloze wollen muts maken die goed isoleert. Leg uit welke viltmethode je kiest en werk de stappen uit tot een gevilte vorm.
Een holle, naadloze vorm die moet isoleren maak ik met natvilten; naaldvilten is meer voor detail en levert geen sterke holle vorm op.
Ik leg dunne laagjes wolvlies kruislings om een platte sjabloon (resist) in de vorm van de muts, zodat de vezels alle kanten op wijzen.
Ik maak het geheel nat met warm water en zeep en wrijf en rol geduldig; de schubjes gaan open, haken in elkaar en de wol krimpt tot vilt.
Ik knip de rand open, haal de resist eruit en vilt de muts verder in vorm; omdat vilt niet rafelt, hoeft de rand niet te worden omgezoomd.
Resultaat: Door natvilten om een resist ontstaat een naadloze, isolerende wollen muts; de kruislings gelegde vezels en het geduldige wrijven zorgen dat de schubjes stevig verfilten tot een dichte vorm.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Maak twee viltproeven: vilt met de natviltmethode een klein lapje en breng daarop met naaldvilten een gekleurd motief aan. Onderzoek en beschrijf hoe warmte, zeep en wrijving het verfilten sturen, en verantwoord welke techniek je voor welk onderdeel koos.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - vilten (CvTE / Examenblad)
Reserveertechnieken en zeefdruk
Je wilt een wit katoenen doek voorzien van witte, stervormige patronen op een blauwe ondergrond. Leg uit welke techniek en kleurstof je kiest en werk de stappen uit.
Voor witte figuren op een gekleurde grond kies ik een reserveertechniek: tie-dye. Als kleur neem ik indigo of blauw, dat diep en lichtecht verft.
Ik knoop en bind delen van het doek strak af met touw; op die afgebonden plekken kan de verf straks niet komen, zodat daar het wit bewaard blijft.
Ik dompel het afgebonden doek in het blauwe verfbad; de onbedekte stof neemt de kleur op, de afgebonden kernen niet.
Na het spoelen haal ik de banden eruit: rond elke knoop verschijnt een witte ster met stralen. De reserve, niet het aanbrengen, maakte het patroon.
Resultaat: Door het doek af te binden en daarna in indigo te verven ontstaan witte sterpatronen op blauw; het beeld komt voort uit het afdekken (reserveren) van de kleur, niet uit het opbrengen ervan.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Verf een stuk katoen met een reserveertechniek naar keuze (batik, shibori of tie-dye). Onderzoek vooraf hoe de reserve het patroon bepaalt, en verantwoord je keuze van techniek, kleur en, waar nodig, beits.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - verven en reserveertechnieken (CvTE / Examenblad)
Van vezel tot toepassing
Je ontwerpt een warme, zachte wintersjaal. Kies beargumenteerd een vezelsoort en verantwoord waarom de andere opties minder passen.
De sjaal moet vooral warm en zacht zijn en goed isoleren; comfort tegen de huid en warmtevasthouding wegen zwaarder dan sterkte of prijs.
Wol is warm en veerkrachtig en zit vol isolerende lucht; als dierlijke vezel houdt hij de warmte goed vast, een sterke kandidaat voor een sjaal.
Katoen is zacht maar isoleert slecht en voelt koel; polyester is sterk en goedkoop maar minder warm en ademend. Beide passen minder goed bij 'warm'.
Ik kies wol om de warmte en zachtheid, eventueel met wat acryl bijgemengd voor prijs en wasgemak; katoen en puur polyester vallen af op isolatie.
Resultaat: Voor een warme wintersjaal past wol het best: als dierlijke, luchtige vezel isoleert hij sterk, terwijl katoen te koel en polyester minder warm is. De eigenschappen van de vezel bepalen de keuze.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Onderzoek drie stofmonsters van verschillende vezelsoorten (bijvoorbeeld katoen, wol en polyester). Beschrijf per monster de herkomst en de eigenschappen, en verantwoord welk monster je zou kiezen voor een warme wintersjaal.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - vezels en materialen (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen