Loading
Loading
Dit onderwerp behandelt de eerste groep beeldaspecten voor textiel: vorm (organisch en geometrisch, positief en negatief, silhouet en contour) en de ordening van het beeldvlak (compositie). De nadruk ligt op wat textiel bijzonder maakt: patroon, motief en rapport, en de herhalings- en symmetrieprincipes (translatie, spiegeling, rotatie) waarmee een dessin zich over de stof herhaalt. Zo leer je hoe weven en drukken ritme en ordening in een stof afdwingen.
4Onderdelenca. 21min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Vorm, compositie en vooral patroon en rapport horen tot de beeldaspecten van het centraal examen; je moet ze in een textiel werk kunnen benoemen en hun effect verklaren.
verhoogd niveau
In je eigen textiele praktijk ontwerp je bewust een rapport en kies je een herhalings- en symmetrieprincipe om ritme en ordening in je stof te brengen.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Vormsoorten in textiel
Vergelijk de vormkeuze in het wandtapijt La Dame a la licorne (omstreeks 1500) en in een geometrisch ruitdessin, en leg uit welke sfeer elk oproept.
Het wandtapijt is opgebouwd uit organische vormen: vloeiende bloemen, bladeren en dieren (millefleurs). Het ruitdessin bestaat uit geometrische vormen: regelmatige, elkaar kruisende banen en ruiten.
In het tapijt vullen de vele bloemen (positieve vorm) bijna de hele grond, wat een bont, vol beeld geeft. In de ruitstof zijn motief en grond even regelmatig verdeeld, wat rust en orde geeft.
De organische vormen hebben zachte, grillige contouren; de ruiten hebben harde, rechte contouren die het strakke karakter versterken.
De organische, dicht opeen geplaatste vormen maken het tapijt levendig, rijk en natuurlijk; de geometrische, regelmatige ruit maakt de stof ordelijk, strak en rustig.
Resultaat: De organische millefleurs-vormen geven het wandtapijt een levendige, rijke sfeer, terwijl de geometrische ruit een ordelijke, rustige indruk maakt; de vormsoort en de verhouding motief-grond bepalen zo rechtstreeks de sfeer van elke stof.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bekijk het wandtapijt La Dame a la licorne (omstreeks 1500) met zijn millefleurs-achtergrond en een strak geometrisch ruitdessin (tartan). Benoem in beide de vormsoort (organisch of geometrisch) en de rol van de positieve en negatieve vorm, en leg uit welke sfeer de vormkeuze oproept.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - beeldaspect vorm (CvTE / Examenblad)
Compositiemiddelen in textiel
Vergelijk de compositie van een symmetrisch, centraal middeleeuws wandtapijt met die van een asymmetrisch bedrukt modepaneel, en leg uit hoe elke opbouw de sfeer bepaalt.
Het wandtapijt heeft een staand, gesloten kader; het modepaneel is een doorlopende baan die aan de randen verder kan lopen.
Het tapijt is symmetrisch: de centrale figuur staat op de middenas, geflankeerd door spiegelende elementen. Het paneel is asymmetrisch: een groot rustig vlak wordt in balans gehouden door een klein, druk accent.
In het tapijt licht de figuur sterk op tegen de donkere grond (sterk figuur-grondcontrast); in het paneel versmelt het motief deels met de grond, wat het geheel luchtiger maakt.
De symmetrie en het sterke contrast maken het tapijt statig, plechtig en tijdloos; de asymmetrie en het zachte contrast maken het paneel levendig, licht en modern.
Resultaat: De symmetrische, centrale opbouw met sterk figuur-grondcontrast geeft het wandtapijt een statige, plechtige sfeer; de asymmetrische opbouw met zacht contrast maakt het modepaneel levendig en modern. De compositie bepaalt zo rechtstreeks de sfeer van beide werken.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Je krijgt een symmetrisch, centraal opgebouwd middeleeuws wandtapijt en een asymmetrisch bedrukt modepaneel. Benoem in beide de compositie (symmetrisch of asymmetrisch, het kader, de figuur-grondverhouding) en leg uit hoe die de sfeer bepaalt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - compositie en ordening (CvTE / Examenblad)
Van motief tot all-over dessin
Analyseer Morris' 'Strawberry Thief' (1883): wijs het motief en het rapport aan, benoem het herhalingsprincipe en leg uit hoe de herhaling ritme geeft.
Het motief bestaat uit lijsters die aardbeien pikken, omgeven door bladeren en ranken - een organisch, aan de natuur ontleend beeldelement.
De groep gespiegelde vogels met het omringende gebladerte vormt de herhaaleenheid; die eenheid keert telkens terug en is het rapport van het dessin.
De vogels zijn om een verticale as gespiegeld (spiegeling), en het gespiegelde rapport herhaalt zich vervolgens rij na rij over de baan (translatie), zodat het dessin evenwichtig maar niet star oogt.
Doordat het rapport regelmatig terugkeert met gelijke tussenruimten ontstaat een rustig maar levendig ritme; de spiegeling geeft evenwicht en de herhaling houdt het oog in beweging over de hele stof.
Resultaat: Het natuurmotief van lijsters en aardbeien vormt een om een as gespiegeld rapport dat zich rij na rij over de baan herhaalt; die regelmatige herhaling met spiegeling geeft de stof een rustig en tegelijk levendig ritme, waarmee Morris een geordend all-over dessin uit een organisch motief bouwt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bekijk Morris' 'Strawberry Thief' (1883). Wijs het motief en het rapport aan, benoem het herhalingsprincipe (translatie, spiegeling of rotatie) en leg uit hoe de herhaling ritme in de stof brengt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - patroon, motief en rapport (CvTE / Examenblad)
Ordeningsprincipes in geweven en bedrukt textiel
Vergelijk hoe een geweven ruitstof en een zeefbedrukte bloemstof hun rapport afdwingen, en leg het verschil in ordening uit.
In de ruitstof ontstaan de ruiten door gekleurde kettingdraden (schering) en inslagdraden die elkaar loodrecht kruisen; het patroon zit in de constructie zelf, op het weefraster.
De gekleurde banen herhalen zich met translatie (steeds even ver opgeschoven) en spiegelen vaak om het midden van de ruit, wat een strak, geometrisch en symmetrisch dessin geeft.
Bij de bloemstof is de grond eerst geweven; daarna drukt een zeef het bloemrapport telkens opnieuw af langs de baan. Het rapport is vloeiender van vorm maar moet naadloos aansluiten.
In de geweven stof zijn motief en raster onlosmakelijk, wat een strak geometrisch beeld geeft; in de bedrukte stof ligt de kleur bovenop de grond, wat een vrijer, fijner en vloeiender dessin toelaat.
Resultaat: De geweven ruit ontstaat in de constructie op het weefraster, met translatie en spiegeling als symmetrie, en oogt strak en geometrisch; de zeefbedrukte bloem ligt als een aansluitend drukrapport bovenop de grond en oogt vloeiender. Zo dwingt elke techniek haar eigen ordening af.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Vergelijk hoe een geweven ruitstof en een zeefbedrukte bloemstof hun rapport afdwingen. Benoem in beide het raster of drukrapport en het symmetrieprincipe, en leg uit welk effect dat op de ordening heeft.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (textiele vormgeving) havo - symmetrie en ordening in textiel (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen