Loading
Loading
Dit onderwerp behandelt de avant-garde: de opeenvolgende vernieuwingsbewegingen van de twintigste eeuw die radicaal breken met de traditie van de nabootsing. Je leert de belangrijkste stromingen — fauvisme, kubisme, expressionisme, De Stijl, dada, surrealisme en abstract expressionisme — met hun kernideeën en makers als Picasso, Matisse, Kandinsky, Mondriaan, Duchamp, Dalí en Pollock. Zo begrijp je hoe kunst zich losmaakt van de zichtbare werkelijkheid.
4Onderdelenca. 18min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 1 · Verdieping 2
basisniveau
De moderne stromingen horen tot de kunsthistorische stof van het centraal examen; je moet ze op stijl kunnen herkennen en aan hun kernidee koppelen.
verhoogd niveau
In eigen werk kun je met een avant-garde-benadering experimenteren: abstraheren, vervormen, of het toeval en de verbeelding inzetten.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Tijdlijn van de avant-garde
Orden kubisme, expressionisme en surrealisme in de driedeling vorm, gevoel en verbeelding en licht je keuze toe.
Het kubisme fragmenteert de werkelijkheid tot vlakken en toont meerdere gezichtspunten tegelijk: het hoort bij de richting vorm en abstractie.
Het expressionisme vervormt de vorm en gebruikt felle kleur om innerlijke emotie over te brengen: het hoort bij de richting gevoel en expressie.
Het surrealisme beeldt droomachtige, onlogische scènes uit het onbewuste af: het hoort bij de richting verbeelding en droom.
De driedeling ordent de stromingen naar wat ze zoeken: de zuivere vorm, de rauwe emotie of de verbeelding.
Resultaat: Kubisme = vorm/abstractie, expressionisme = gevoel/expressie, surrealisme = verbeelding/droom; de driedeling plaatst elke stroming naar haar kernstreven.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Orden de stromingen kubisme, expressionisme en surrealisme in de driedeling vorm/gevoel/verbeelding en licht per stroming je keuze toe met het kernidee.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (tekenen) havo — de moderne kunst en avant-garde (CvTE / Examenblad)
Indeling van de moderne stromingen
Leg uit hoe een analytisch-kubistisch portret het perspectief doorbreekt en de weg naar de abstractie opent.
Het gezicht is opgebroken in kleine, hoekige facetten en vlakken in gedempte kleuren; de eenduidige vorm is uiteengelegd.
Delen die je normaal niet tegelijk ziet — profiel én vooraanzicht — zijn samengebracht op één plat vlak: meerdere gezichtspunten tegelijk.
Doordat het ene, vaste gezichtspunt is losgelaten, breekt het kubisme met het lineaire perspectief dat sinds de renaissance gold.
Door de werkelijkheid zo te ontleden en het perspectief op te geven, komt de afbeelding steeds losser van de zichtbare wereld — de weg naar de volledige abstractie.
Resultaat: De fragmentatie in facetten en de meerdere gezichtspunten breken met het vaste perspectief; door de werkelijkheid zo te ontleden zet het kubisme de stap naar een kunst die zich losmaakt van de afbeelding — richting de abstractie.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Je krijgt een analytisch-kubistisch portret. Leg uit hoe de meerdere gezichtspunten en de fragmentatie het perspectief doorbreken, en beschrijf hoe deze aanpak de weg naar de abstractie opent.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (tekenen) havo — kubisme en abstractie (CvTE / Examenblad)
Stromingen van gevoel en verbeelding
Benoem van Duchamps Fontein (1917) en Dalí's De volharding der herinnering (1931) de stroming en het kernidee en leg het verschil in houding uit.
Een gewoon urinoir wordt gesigneerd en als kunst ingezonden: geen vakmanschap maar een keuze en een idee. Dit is dada.
Dada is anti-kunst en provocatie: het stelt de vraag wat kunst tot kunst maakt en bespot de burgerlijke cultuur.
Precies geschilderde maar onmogelijke, droomachtige beelden (smeltende klokken in een leeg landschap): dit is surrealisme.
Het surrealisme verkent de droom en het onbewuste; het schildert een innerlijke, onlogische werkelijkheid.
Resultaat: Duchamps Fontein is dada (anti-kunst, kunst als idee en provocatie); Dalí's smeltende klokken zijn surrealisme (de droom en het onbewuste). Dada bevraagt de kunst zelf, het surrealisme verbeeldt de innerlijke werkelijkheid.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Je krijgt Duchamps Fontein (1917) en Dalí's De volharding der herinnering (1931). Benoem per werk de stroming en het kernidee, en leg uit waarin hun houding tegenover kunst en werkelijkheid verschilt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (tekenen) havo — expressionisme, dada en surrealisme (CvTE / Examenblad)
Invloedketen naar de abstractie
Vertel de invloedketen van Cézanne via het kubisme naar de abstractie van Mondriaan na en verklaar elke schakel.
Cézanne zoekt de vaste, geometrische structuur onder de zichtbare dingen en ziet ze als samengestelde vormen.
Doordat Cézanne de dingen als geometrische vormen zag, konden Picasso en Braque die vormen fragmenteren en vanuit meerdere gezichtspunten tegelijk tonen (kubisme).
Doordat het kubisme het perspectief en de herkenbare vorm losliet, kon Mondriaan de laatste stap zetten naar een kunst die niets meer afbeeldt (abstractie).
Elke schakel maakt de volgende mogelijk: van structuur zoeken, via fragmenteren, naar volledig loslaten van de afbeelding.
Resultaat: Cézanne (structuur) → kubisme (fragmentatie, meerdere gezichtspunten) → Mondriaan (volledige abstractie): elke vernieuwing maakt de volgende mogelijk, en samen breken ze met de nabootsing.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Vertel de invloedketen van Cézanne via het kubisme naar de abstractie van Mondriaan na, en verklaar per schakel hoe de ene vernieuwing de volgende mogelijk maakte.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (tekenen) havo — avant-garde, invloed en samenhang (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen