Loading
Loading
Dit onderwerp behandelt de kunst en vormgeving na de Tweede Wereldoorlog tot vandaag. Je leert de pop art (de beeldtaal van de massacultuur), de conceptuele kunst (het idee boven het object), het minimalisme, de land art en installatiekunst, en de nieuwe media (video en digitaal). Ook leer je de moderne vormgeving: het functionalisme, het Bauhaus en het hedendaagse design. Zo begrijp je hoe het kunstbegrip zich verruimt tot vrijwel alles kunst kan zijn.
4Onderdelenca. 18min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
De hedendaagse kunst en vormgeving horen tot de kunsthistorische stof van het centraal examen; je moet stromingen herkennen en het verruimde kunstbegrip begrijpen.
verhoogd niveau
In eigen werk kun je hedendaagse benaderingen inzetten: het concept vooropstellen, de ruimte gebruiken (installatie) of nieuwe media inzetten.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Tijdlijn van de hedendaagse kunst
Leg uit wat 'het verruimde kunstbegrip' inhoudt en noem drie vormen die kunst na 1945 kan aannemen.
Sinds de avant-garde (Duchamp) hoeft kunst de werkelijkheid niet af te beelden en volstaat de keuze en het idee van de kunstenaar.
Na 1945 is kunst niet langer gebonden aan schilderij of beeld; het idee, de ruimte, de handeling en de media worden zelf kunst.
Bijvoorbeeld: een conceptueel werk (het idee als kunst), een installatie (een ruimte die je binnenstapt) en videokunst (bewegend beeld als medium).
Het verruimde kunstbegrip betekent dat vrijwel alles kunst kan zijn, mits het door een idee, context of ervaring als kunst wordt gepresenteerd.
Resultaat: Het verruimde kunstbegrip houdt in dat kunst niet meer aan object of nabootsing gebonden is; naast schilderij en beeld kan zij idee (conceptueel), ruimte (installatie) en medium (video) zijn.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit wat met 'het verruimde kunstbegrip' wordt bedoeld en noem drie vormen die kunst na 1945 kan aannemen naast het traditionele schilderij of beeld.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (tekenen) havo — hedendaagse kunst (CvTE / Examenblad)
Kenmerken van de pop art
Benoem in Warhols Marilyn Diptych (1962) twee pop-artkenmerken en leg uit welke betekenis de herhaling kan dragen.
Het onderwerp is een filmster (Marilyn Monroe), een beeld uit de massamedia en de sterrencultuur: een typisch pop-artonderwerp.
Het portret is met zeefdruk in serie herhaald, in felle vlakke kleuren en met kleine variaties; de persoonlijke toets ontbreekt bewust.
De eindeloze herhaling toont hoe een mens in de mediawereld een reproduceerbaar, verhandelbaar beeld wordt; links kleurrijk, rechts vervagend, wat ook aan vergankelijkheid raakt.
De herhaling viert de beroemdheid én bevraagt de vervlakking en massaproductie van beeld en mens in de consumptiemaatschappij.
Resultaat: Onderwerp (filmster) en techniek (seriematige zeefdruk, vlakke kleur) maken het werk tot pop art; de herhaling draagt de kritische betekenis dat mens en beeld in de mediawereld reproduceerbare koopwaar worden.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Je krijgt Warhols Marilyn Diptych (1962). Benoem twee pop-artkenmerken (onderwerp en techniek) en leg uit welke kritische betekenis de herhaling van het beeld kan hebben.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (tekenen) havo — pop art (CvTE / Examenblad)
Verbreding van het kunstbegrip
Leg uit waarom Kosuths One and Three Chairs (1965) conceptuele kunst is en waarin het verschilt van een geschilderd stilleven van een stoel.
Kosuth toont een echte stoel, een foto ervan en de woordenboekdefinitie van 'stoel' naast elkaar.
Het werk gaat over de vraag wat 'een stoel' eigenlijk is: het object, het beeld ervan of het begrip. Het idee — de relatie tussen ding, beeld en woord — is de kern.
Niet de esthetische kwaliteit of het vakmanschap telt, maar de gedachte die het werk oproept: dit maakt het conceptuele kunst.
Een geschilderd stilleven wil een stoel mooi en overtuigend afbeelden (het object); Kosuths werk denkt na over het begrip stoel (het idee).
Resultaat: One and Three Chairs is conceptueel omdat het idee — de verhouding tussen ding, beeld en woord — het eigenlijke kunstwerk is; het verschilt van een stilleven doordat het niet een stoel afbeeldt maar het begrip 'stoel' onderzoekt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Je krijgt Kosuths One and Three Chairs (1965). Leg uit waarom dit een conceptueel kunstwerk is en waarin het verschilt van een traditioneel geschilderd stilleven van een stoel.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (tekenen) havo — conceptuele kunst, land art en nieuwe media (CvTE / Examenblad)
Moderne vormgeving en design
Analyseer een strakke, onversierde Bauhaus-stoel (bijvoorbeeld van buisstaal) met de driehoek functie, techniek en vorm.
De stoel moet comfortabel en stevig zijn om op te zitten; de vorm (zitting, rugleuning, hoogte) volgt uit dat gebruiksdoel.
Gebogen buisstaal is licht, sterk en geschikt voor machinale massaproductie, zodat de stoel betaalbaar en in serie te maken is.
De vorm is strak, geometrisch en onversierd; er is geen overbodige decoratie — de vorm toont juist de functie en de constructie.
Doordat de vorm rechtstreeks voortkomt uit functie en techniek, en versiering ontbreekt, is 'vorm volgt functie' zichtbaar gerealiseerd.
Resultaat: In de Bauhaus-stoel volgt de strakke, onversierde vorm uit de functie (zitten) en de techniek (buisstaal, massaproductie); het ontwerp maakt het functionalistische beginsel 'vorm volgt functie' zichtbaar.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Analyseer een strakke, onversierde Bauhaus-stoel met de driehoek functie–techniek–vorm. Leg uit hoe het beginsel 'vorm volgt functie' in het ontwerp zichtbaar is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (tekenen) havo — vormgeving en design (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad