Loading
Loading
Dit onderwerp behandelt hoe technische automatisering werkt: een systeem meet met een sensor, beslist met een verwerker en handelt met een actuator, volgens het schema invoer → verwerking → uitvoer. Je leert het verschil tussen sturen (open keten, zonder terugkoppeling) en regelen (gesloten keten, met terugkoppeling), hoe een sensor via een spanningsdeler een meetsignaal levert, hoe een comparator en de logische poorten EN, OF en NIET dat signaal verwerken, en hoe negatieve terugkoppeling een grootheid rond een setpoint houdt. Let op: technische automatisering is op de HAVO schoolexamen-/keuzestof en valt buiten het centraal examen.
4Onderdelenca. 25min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 3
basisniveau
Herken de bouwstenen sensor–verwerker–actuator en het verschil tussen sturen en regelen, en reken een eenvoudige spanningsdeler foutloos door.
verhoogd niveau
Analyseer een complete regelkring met negatieve terugkoppeling en combineer logische poorten tot precies de gewenste schakelvoorwaarde.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
De gesloten regelkring
Bepaal voor elk systeem of het stuurt of regelt en benoem de bouwstenen: (1) een lichtsensor die bij duisternis een lamp aanzet zonder de lamp zelf te controleren; (2) een cruisecontrol die de snelheid van de auto meet en het gaspedaal bijstelt.
De lichtsensor (bijvoorbeeld een LDR) is de sensor, de schakeling die op duisternis reageert is de verwerker, en de lamp is de actuator.
De sensor meet het omgevingslicht, niet het licht van de lamp zelf. De uitvoer (de lamp) wordt niet teruggemeten, dus de keten is open: dit is sturen.
De snelheidsmeter is de sensor, de regelaar die de gemeten snelheid met de ingestelde snelheid vergelijkt is de verwerker, en de motor (via het gaspedaal) is de actuator.
De gemeten snelheid — de uitvoer — wordt met het setpoint vergeleken en gecorrigeerd; rijdt de auto te langzaam bergop, dan geeft het systeem meer gas. De uitvoer wordt teruggemeten, dus de keten is gesloten: dit is regelen.
Resultaat: Systeem 1 stuurt (open keten): de lampuitvoer wordt niet gemeten. Systeem 2 regelt (gesloten keten): de snelheid wordt gemeten, met het setpoint vergeleken en via negatieve terugkoppeling bijgestuurd.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een automatische schuifdeur gaat open zodra een bewegingssensor iemand detecteert. Benoem de sensor, de verwerker en de actuator, en beredeneer of dit een voorbeeld is van sturen of van regelen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Sensor in een spanningsdeler
spanningsdelerregel — spanning over de sensor
De voedingsspanning verdeelt zich over de twee serieweerstanden; over de sensor staat het deel dat hoort bij haar aandeel in de totale weerstand.
spanning over de vaste weerstand
Analoog staat over de vaste weerstand R het deel dat bij R hoort; samen zijn beide deelspanningen gelijk aan U.
In een spanningsdeler op V staat een LDR van 2,0 kΩ in serie met een vaste weerstand kΩ. Bereken de spanning over de vaste weerstand .
De spanning over de vaste weerstand volgt uit de spanningsdelerregel met R in de teller.
De voedingsspanning is 5,0 V, de LDR 2,0 kΩ en de vaste weerstand 10 kΩ; de eenheden kΩ vallen tegen elkaar weg in de verhouding.
Deel eerst en vermenigvuldig dan; rond af op twee significante cijfers.
Resultaat: Resultaat: over de vaste weerstand staat V. Over de LDR staat dan de rest, V, wat klopt met de controle V.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
In een spanningsdeler op V staat een NTC in serie met een vaste weerstand van 4,7 kΩ. Bij kamertemperatuur is de NTC-weerstand ook 4,7 kΩ. Bereken de spanning over de vaste weerstand en leg uit wat er met die spanning gebeurt als de NTC warmer wordt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Waarheidstabel van de EN- en OF-poort
EN-poort (AND)
De uitgang Y is alleen 1 als zowel A als B gelijk zijn aan 1; te vergelijken met twee schakelaars in serie.
OF-poort (OR)
De uitgang Y is 1 zodra minstens één van de ingangen 1 is; te vergelijken met twee schakelaars parallel.
NIET-poort (NOT)
De inverter keert de ingang om: uit 0 volgt 1 en uit 1 volgt 0.
Een alarm moet aan (uitgang 1) zodra het donker is (ingang ) én een raam open staat (ingang ). Geef met de waarheidstabel van de EN-poort de uitgang voor alle vier combinaties en bepaal wanneer het alarm afgaat.
Het alarm moet alleen afgaan als beide voorwaarden tegelijk gelden (donker én raam open). „Beide tegelijk” hoort bij de EN-poort.
Vul A en B in en neem het product; bij logische signalen geeft alleen 1 en 1 samen een 1, alle andere combinaties geven 0.
Alleen de laatste combinatie geeft een 1; in de andere drie blijft de uitgang 0.
Resultaat: Resultaat: de EN-poort geeft alleen bij én een 1. Het alarm gaat dus uitsluitend af als het tegelijk donker is én het raam openstaat; bij elke andere combinatie blijft het stil.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een pomp in een kelder moet aanslaan als het waterpeil te hoog is (ingang ) OF als een testknop wordt ingedrukt (ingang ). Stel de waarheidstabel van de benodigde poort op en bepaal bij welke combinaties de pomp draait.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Regelkring van een thermostaat
regelafwijking (verschil met het setpoint)
De vergelijker berekent het verschil tussen de gewenste waarde (setpoint) en de gemeten waarde; het teken van e bepaalt of en hoe de actuator ingrijpt.
Beschrijf stap voor stap hoe een thermostaat de kamertemperatuur op 20 °C houdt. Gebruik de begrippen sensor, verwerker/vergelijker, actuator en negatieve terugkoppeling.
De temperatuursensor (bijvoorbeeld een NTC) meet voortdurend de kamertemperatuur en zet die om in een elektrische spanning.
De vergelijker houdt de gemeten temperatuur naast het setpoint van 20 °C en berekent de regelafwijking: het verschil tussen de gewenste 20 °C en de gemeten temperatuur.
Is het kouder dan 20 °C (e > 0), dan schakelt de vergelijker de verwarming in en warmt de kamer op. Is de 20 °C bereikt (e ≤ 0), dan gaat de verwarming uit.
De sensor meet de nieuwe, hogere temperatuur; die terugmeting sluit de kring en werkt de oorspronkelijke afwijking tegen. Koelt de kamer later af, dan begint de cyclus opnieuw.
Resultaat: Resultaat: door meten, vergelijken met het setpoint, ingrijpen en terugkoppelen blijft de temperatuur vanzelf rond 20 °C. De negatieve terugkoppeling maakt de regeling zelfcorrigerend: elke afwijking van 20 °C wordt automatisch tegengewerkt, ongeacht de oorzaak.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een broedmachine moet de temperatuur van de eieren op 37,5 °C houden met een verwarmingselement. Beschrijf de complete regelkring met de begrippen sensor, vergelijker/setpoint, actuator en negatieve terugkoppeling, en leg uit wat er gebeurt als het deksel even opengaat en de temperatuur daalt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad