Loading
Loading
Dit onderwerp behandelt de kern van de elektriciteitsleer voor het centraal examen: elektrische stroom als ladingstransport, spanning als energie per lading, weerstand en de wet van Ohm, en het gedrag van serie- en parallelschakelingen. Daarna koppel je vermogen en energie aan de praktijk — van de kilowattuur op de energierekening tot de reden waarom elektriciteit over grote afstand bij zeer hoge spanning wordt getransporteerd.
4Onderdelenca. 23min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 3
basisniveau
Reken foutloos met I = Q/t, U = E/Q, R = U/I, P = U·I en E = P·t, steeds met de juiste SI-eenheden.
verhoogd niveau
Analyseer samengestelde schakelingen volledig en beredeneer kwantitatief waarom hoogspanningstransport het lijnverlies I²R minimaliseert.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Eenvoudige stroomkring
stroomsterkte
De stroomsterkte is de lading die per seconde door een dwarsdoorsnede gaat; eenheid ampère (1 A = 1 C/s).
spanning
De spanning is de omgezette energie per eenheid lading; eenheid volt (1 V = 1 J/C).
Door een lampje loopt gedurende minuten een stroom van bij een spanning van . Bereken de lading en de omgezette energie.
De formule I = Q/t vereist de tijd in seconden.
Herschrijf I = Q/t naar Q = I·t en vul de gegevens in.
Gebruik U = E/Q, dus E = U·Q.
Resultaat: Resultaat: er gaat lading door het lampje en er wordt energie omgezet in licht en warmte.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Door een lampje loopt gedurende minuten een stroom van bij een spanning van . Bereken de lading die door het lampje is gegaan en de elektrische energie die daarbij is omgezet.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
(I,U)-diagram van een ohmse weerstand
weerstand (definitie)
De weerstand is de verhouding van spanning tot stroom; eenheid ohm (1 Ω = 1 V/A).
soortelijke weerstand
De weerstand van een draad neemt toe met de lengte L en af met de doorsnede A; ρ is de materiaalconstante (in Ω·m) uit BINAS.
Een ohmse weerstand trekt bij een stroom van . Bereken de weerstand. Bereken daarna de weerstand van een koperdraad met en ().
Vul de gemeten spanning en stroom in R = U/I.
Een oppervlakte in mm² moet naar m²: 1 mm² = 1·10⁻⁶ m².
Vul lengte, doorsnede en soortelijke weerstand in R = ρL/A.
Resultaat: Resultaat: de gemeten weerstand is , en de koperdraad heeft een weerstand van slechts — verwaarloosbaar klein, wat verklaart waarom koperdraad nauwelijks energie verspilt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een ohmse weerstand trekt bij een spanning van een stroom van . Bereken de weerstand. Bereken vervolgens de weerstand van een koperdraad met lengte en doorsnede , met .
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Serieschakeling van twee weerstanden
vervangingsweerstand — serie
In serie tellen de weerstanden op; de vervangingsweerstand is groter dan elke afzonderlijke weerstand.
vervangingsweerstand — parallel
Bij parallel tel je de omgekeerden op en keer je daarna om; de vervangingsweerstand is kleiner dan de kleinste tak.
en staan in serie op . Bereken , de stroom en de deelspanningen en . Bereken daarna als dezelfde weerstanden parallel staan.
In serie tel je de weerstanden op.
Pas de wet van Ohm toe op de hele kring.
Door beide weerstanden loopt dezelfde stroom; U = I·R per weerstand. Samen weer 12 V.
Tel de omgekeerden op en keer het resultaat om.
Resultaat: Resultaat: in serie is , loopt er en verdeelt de zich als en . Parallel geschakeld zakt de vervangingsweerstand naar — kleiner dan de kleinste tak van .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Twee weerstanden en zijn in serie aangesloten op een bron van . Bereken de vervangingsweerstand, de stroom en de deelspanning over elke weerstand. Bereken daarna de vervangingsweerstand als dezelfde weerstanden parallel worden geschakeld.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Energietransport van centrale naar woning
elektrisch vermogen
Het vermogen is de omgezette energie per seconde; via de wet van Ohm zijn de drie vormen gelijkwaardig. Eenheid watt (1 W = 1 J/s).
elektrische energie
Energie is vermogen maal tijd; in joule (watt maal seconde) of in kWh (kilowatt maal uur), met 1 kWh = 3,6·10⁶ J.
lijnverlies bij transport
Het warmteverlies in een transportlijn hangt kwadratisch af van de stroom; daarom transporteert men bij hoge spanning en lage stroom.
Een apparaat van staat uur aan (tarief € 0,30 per kWh). Bereken de energie in kWh en de kosten. Vergelijk daarna het lijnverlies bij het transport van door een lijn met bij en bij .
Reken met vermogen in kW en tijd in uren: 1500 W = 1,5 kW.
Vermenigvuldig de energie met de prijs per kWh.
Uit P = U·I volgt I = P/U. Reken met P = 100 kW = 1,0·10⁵ W.
Vul elke stroom in P_verlies = I²·R met R = 2,0 Ω.
Resultaat: Resultaat: het apparaat verbruikt , wat € 0,90 kost. Bij gaat er in de lijn verloren, bij nog maar : honderd keer meer spanning geeft tienduizend keer minder verlies.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een apparaat van staat uur aan bij een tarief van € 0,30 per kWh. Bereken de verbruikte energie in kWh en de kosten. Beredeneer daarna voor een transportlijn met die een vermogen van transporteert, hoe groot het lijnverlies is bij en bij .
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad