Loading
Loading
Functionele materialen kies je niet om hun sterkte, maar om een specifieke functie: ze reageren op een prikkel — licht, warmte, mechanische spanning of een elektrisch veld — met een meetbare respons. Dit onderwerp behandelt geleiders, isolatoren en halfgeleiders (LDR, NTC), optische en slimme materialen (LED, zonnecel, piëzo, LCD) en supergeleiding, telkens opgevat als een omzetter van de ene grootheid naar de andere.
4Onderdelenca. 24min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 3
basisniveau
Herken de prikkel en de respons van elk functioneel materiaal en pas U = I·R correct toe op LDR- en NTC-schakelingen.
verhoogd niveau
Beredeneer kwantitatief hoe stroom en spanning veranderen, bereken het rendement en verklaar supergeleiding met P = I²·R = 0.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Prikkel → functioneel materiaal → respons
wet van Ohm — de respons uitlezen
De spanning is gelijk aan stroom maal weerstand. Bij een vaste spanning verandert de stroom als de weerstand van het functionele materiaal (LDR, NTC) verandert; zo wordt de respons meetbaar.
Benoem voor een LDR, een NTC en een piëzo-materiaal telkens de prikkel en de respons, en leg uit waarom het functionele materialen zijn.
Prikkel: licht. Respons: de elektrische weerstand daalt als er meer licht op valt. Dat lees je uit als een verandering van stroom of spanning in een kring.
Prikkel: temperatuur (warmte). Respons: de weerstand daalt als de temperatuur stijgt. Ook deze respons maak je meetbaar met de wet van Ohm.
Prikkel: mechanische spanning (druk). Respons: er ontstaat een elektrische spanning over het materiaal. Zo wordt een duw omgezet in een meetbaar elektrisch signaal.
Bij alle drie kies je het materiaal niet om te dragen of vorm te geven, maar om een prikkel om te zetten in een meetbare, bruikbare respons. Dat maakt ze functioneel, niet constructief.
Resultaat: Resultaat: LDR (licht → lagere weerstand), NTC (warmte → lagere weerstand) en piëzo (druk → spanning) zijn functionele materialen omdat ze elk een prikkel omzetten in een meetbare respons — hun functie, niet hun constructie, is de reden om ze te gebruiken.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit waarom een LDR een functioneel materiaal is en een stalen balk niet. Benoem voor de LDR de prikkel en de respons, en beschrijf hoe die respons in een schakeling meetbaar wordt gemaakt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Weerstand van een LDR tegen de lichtsterkte
weerstand van een component
De weerstand is de spanning gedeeld door de stroom. Bij een vaste spanning betekent een kleinere weerstand een grotere stroom — de sleutel om LDR- en NTC-schakelingen te doorzien.
Een LDR heeft in het donker (lichtsterkte 0) een weerstand van 1,0·10³ Ω. Lees uit de kromme in de figuur de weerstand af bij lichtsterkte 5 en leg uit wat er met de stroom gebeurt bij meer licht in een kring met een vaste spanning van 5,0 V.
De kromme begint bij 1,0·10³ Ω in het donker en daalt snel. Bij lichtsterkte 5 lees je ongeveer 135 Ω af. Reken je het exact na, dan geeft de kromme:
In het donker is R = 1,0·10³ Ω. Pas de wet van Ohm toe met U = 5,0 V:
Nu is R ≈ 135 Ω, dus bij dezelfde spanning is de stroom veel groter:
Meer licht → lagere weerstand → grotere stroom. De stroom groeit hier van 5,0 mA naar ongeveer 37 mA, dus zo'n factor 7 groter.
Resultaat: Resultaat: bij lichtsterkte 5 is de weerstand ongeveer 135 Ω (afgerond 1,4·10² Ω). Omdat de spanning vast is, groeit de stroom van 5,0 mA in het donker naar ongeveer 37 mA — meer licht op de LDR geeft dus een kleinere weerstand en een grotere stroom.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een LDR heeft in het donker een weerstand van 1,0·10³ Ω en staat in serie in een kring met een vaste spanning. Leg uit wat er met de weerstand én met de stroom gebeurt als er meer licht op de LDR valt, en gebruik de wet van Ohm in je uitleg.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Optische en slimme materialen als omzetters
rendement
Het rendement is het nuttige (geleverde) vermogen gedeeld door het opvallende (toegevoerde) vermogen; vermenigvuldig met 100 % voor een percentage. Het is altijd kleiner dan 1.
opvallend vermogen op een oppervlak
Het opvallende vermogen is de lichtintensiteit (in W/m²) maal de bestraalde oppervlakte A (in m²).
Een zonnepaneel van 1,6 m² ontvangt licht met een intensiteit van 600 W/m² en levert 190 W elektrisch vermogen. Bereken het opvallende vermogen en het rendement.
Vermenigvuldig de intensiteit met de oppervlakte.
Deel het nuttige vermogen door het opvallende vermogen.
Vermenigvuldig het rendement met 100 %.
Resultaat: Resultaat: het opvallende vermogen is 9,6·10² W (960 W) en het rendement is ongeveer 0,20, oftewel 20 %. Van elke 100 W zonlicht komt dus zo'n 20 W als elektrisch vermogen naar buiten; de rest gaat verloren als warmte en weerkaatsing, en daarom is het rendement kleiner dan 100 %.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een zonnepaneel met een oppervlakte van 1,6 m² ontvangt zonlicht met een intensiteit van 600 W/m² en levert een elektrisch vermogen van 190 W. Bereken het opvallende vermogen en het rendement van het paneel, en leg uit waarom het rendement kleiner is dan 100 %.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Supergeleiding: R = 0 onder T_c
warmteontwikkeling in een weerstand
Het vermogen dat een stroom in een weerstand omzet in warmte. Voor een supergeleider is R = 0, dus P = 0: verliesvrije geleiding, ongeacht de grootte van de stroom.
Leg met de formule P = I²·R uit waarom een supergeleidende spoel onder de kritische temperatuur een sterk en stabiel magneetveld kan geven zonder warmteverlies.
De spoel is afgekoeld tot onder de kritische temperatuur, dus zijn elektrische weerstand is exact nul.
Vul R = 0 in de vermogensformule in; het maakt niet uit hoe groot de stroom is.
Omdat er geen warmte ontstaat, kun je een zeer grote stroom door de spoel sturen zonder dat de draad opwarmt. En omdat niets de stroom afremt, blijft die stroom vanzelf doorlopen (persisterende stroom).
Een grote, constante stroom door de spoel geeft een sterk magneetveld. Doordat de stroom niet uitdempt en er geen energie bijgeleverd hoeft te worden, blijft dat veld ook stabiel in de tijd.
Resultaat: Resultaat: onder de kritische temperatuur is , dus . Er gaat geen energie verloren als warmte, waardoor een zeer grote, constante stroom mogelijk is die een sterk en stabiel magneetveld opwekt — precies wat een MRI-magneet nodig heeft.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit waarom een supergeleidende spoel een sterk én stabiel magneetveld kan opwekken zonder dat de spoel warm wordt. Gebruik in je uitleg dat de weerstand onder de kritische temperatuur nul is en pas toe.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad