Loading
Loading
Dit onderwerp behandelt de kern van de mechanica. Eerst leer je beweging beschrijven met (x,t)- en (v,t)-diagrammen — de snelheid als helling, de afgelegde weg als oppervlak — en de versnelling met de bewegingsformules, inclusief de vrije val. Daarna komen de krachten die beweging veroorzaken: benoemen, tekenen, samenstellen en ontbinden in componenten (op de HAVO grafisch en rekenkundig, zonder vectoren), de drie wetten van Newton voor evenwicht en versnelling, en tot slot wrijving, eindsnelheid en het momentenevenwicht (de hefboomwet).
5Onderdelenca. 27min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 4
basisniveau
Beschrijf beweging met (x,t)- en (v,t)-diagrammen en reken foutloos met de zwaartekracht (F_z = m·g) en de nettokracht langs één richting.
verhoogd niveau
Pas de bewegingsformules en de tweede wet van Newton toe, ontbind krachten op een helling en bepaal onbekende krachten met het momentenevenwicht.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
(x,t)-diagram van een eenparige beweging
gemiddelde snelheid
De verplaatsing gedeeld door de tijdsduur; meetkundig is dit de helling van de (x,t)-grafiek. Eenheid: m/s.
afgelegde weg bij eenparige beweging
Bij constante snelheid is de weg het oppervlak onder de horizontale (v,t)-grafiek: snelheid maal tijdsduur.
Een -grafiek is een rechte lijn door de oorsprong met . Bepaal de constante snelheid en de afgelegde weg na s.
De grafiek is een rechte lijn; kies twee overzichtelijke roosterpunten.
De helling is de verplaatsing gedeeld door de tijdsduur tussen de twee punten.
De snelheid is constant, dus de weg is snelheid maal tijd (het oppervlak onder de (v,t)-grafiek).
Resultaat: De beweging is eenparig met een snelheid van m/s. In s wordt m afgelegd — precies het oppervlak onder de horizontale (v,t)-grafiek ( m/s maal s) én de eindwaarde van de (x,t)-lijn.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een fietser legt volgens een -grafiek een rechte lijn af van naar . Bereken de snelheid, teken het bijbehorende -diagram en bepaal de afgelegde weg via het oppervlak eronder.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
(v,t)-diagram van een eenparig versnelde beweging
versnelling
De verandering van de snelheid per tijdseenheid; meetkundig de helling van de (v,t)-grafiek. Eenheid: m/s².
snelheid bij eenparige versnelling
De snelheid neemt lineair toe vanaf de beginsnelheid v0 met de constante versnelling a.
afgelegde weg
Het oppervlak onder de (v,t)-grafiek: de rechthoek v0·t plus de driehoek ½·a·t². Bij start uit stilstand (v0 = 0) blijft s = ½·a·t² over.
Een steen valt uit stilstand (). Neem . Bereken de snelheid en de valafstand na s.
Vrije val uit stilstand: gebruik v = v0 + g·t met v0 = 0.
Met v0 = 0 vervalt de eerste term; werk de kwadratering van t uit.
Neem eerst het kwadraat, vermenigvuldig daarna.
Resultaat: Na s valt de steen met een snelheid van ongeveer m/s en heeft dan ongeveer m afgelegd. Dat de snelheid en de weg hier hetzelfde getal opleveren, is toeval bij precies s; bij een andere tijd verschillen ze.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een auto versnelt vanuit stilstand eenparig met . Bereken de snelheid na s en de in die tijd afgelegde weg, en teken het -diagram met het oppervlak dat de weg voorstelt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Krachten op een rijdende auto
zwaartekracht
De massa maal de valversnelling g = 9,81 m/s² (of 9,81 N/kg). De eenheid van kracht is de newton (N).
veerkracht (wet van Hooke)
De veerkracht is recht evenredig met de uitrekking u; C is de veerconstante in N/m.
nettokracht langs één richting
De resultante langs één as: krachten mee tellen positief, krachten tegen tellen negatief.
Op een auto werkt een motorkracht vooruit en een totale wrijvingskracht naar achteren. Bereken de nettokracht.
Neem de rijrichting (vooruit) positief. De motorkracht is dan positief, de wrijvingskracht negatief.
De nettokracht is de som van beide krachten met hun teken.
Resultaat: De nettokracht is N in de rijrichting. Omdat deze niet nul is, versnelt de auto vooruit — hoe hard, volgt uit de tweede wet van Newton in de volgende paragraaf.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een blok van kg hangt stil aan een veer met veerconstante . Bereken de zwaartekracht op het blok en de uitrekking van de veer, gebruikmakend van het evenwicht .
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Kracht op een helling — ontbinding
tweede wet van Newton
De nettokracht is massa maal versnelling; de versnelling wijst in de richting van de nettokracht. Omgeschreven: a = F_res / m.
evenwicht (eerste wet)
Is de som van alle krachten nul, dan verandert de snelheid niet: het voorwerp staat stil of beweegt eenparig.
derde wet van Newton
Actie en reactie zijn even groot en tegengesteld gericht, maar werken op twee verschillende voorwerpen.
Op een kar met massa werkt een nettokracht van . Bereken de versnelling.
Er is een nettokracht, dus de kar versnelt: gebruik de tweede wet en schrijf hem om naar a.
Deel de nettokracht door de massa.
Resultaat: De versnelling is , in dezelfde richting als de nettokracht. Zolang die nettokracht gelijk blijft, is de beweging eenparig versneld en gelden de bewegingsformules uit de tweede paragraaf.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een kar van kg ondervindt een voorwaartse trekkracht van en een wrijvingskracht van . Bereken de nettokracht en vervolgens de versnelling met de tweede wet van Newton.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Naar de eindsnelheid
moment van een kracht
Kracht maal arm, waarbij de arm de loodrechte afstand van het draaipunt tot de werklijn van de kracht is. Eenheid: N·m.
hefboomwet (momentenevenwicht)
Een voorwerp draait niet als de som van de linksom draaiende momenten gelijk is aan de som van de rechtsom draaiende.
voorwaarde voor de eindsnelheid
Wordt de luchtwrijving even groot als de zwaartekracht, dan is de nettokracht nul en blijft de snelheid constant (de eindsnelheid).
Bij een hefboom werkt een last van op een arm van van het draaipunt. Aan de andere kant werkt een spierkracht op een arm van . Bereken de spierkracht die nodig is voor evenwicht.
Om het draaipunt is het moment van de last (linksom) even groot als het moment van de spierkracht (rechtsom).
Vermenigvuldig de last met haar arm.
Deel het moment door de korte arm van de spier.
Resultaat: De spierkracht is N. De korte arm ( m) tegenover de veel langere arm van de last vraagt een grote kracht — daarom moeten spieren dicht bij een gewricht flink trekken om een kleinere last op een langere arm in evenwicht te houden.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een parachutist valt met constante snelheid (de eindsnelheid). Leg met een krachtenschema uit waarom de versnelling nul is. Bereken daarna bij een hefboom de kracht die op een arm van nodig is om een moment van te leveren.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad