Loading
Loading
Dit onderwerp bundelt de reken- en onderzoeksvaardigheden die je bij vrijwel élke natuurkunde-opgave nodig hebt: werken met grootheden, eenheden en het SI-stelsel, correct afronden met significante cijfers, verbanden en formules herleiden, grafieken lezen via hellingen en oppervlakten, en ten slotte modelleren en onderzoek doen. Deze vaardigheden vormen kernstof voor het centraal examen — het is geen keuzeonderwerp — en keren terug in alle andere hoofdstukken van de natuurkunde.
5Onderdelenca. 29min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 4
basisniveau
Reken foutloos om tussen eenheden, rond correct af met significante cijfers en lees hellingen en oppervlakten uit grafieken af.
verhoogd niveau
Herleid formules zelfstandig, redeneer met evenredigheden en machtsverbanden, en zet een numeriek model en een onderzoeksopzet met variabelen op.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Voorvoegsels en hun macht van tien
km/h omrekenen naar m/s
Vermenigvuldigen met 1000 (km → m) en delen door 3600 (h → s) komt samen neer op delen door 3,6.
dichtheid: g/cm³ naar kg/m³
1 g = 10⁻³ kg en 1 cm³ = 10⁻⁶ m³, dus de factor tussen g/cm³ en kg/m³ is altijd 10³ = 1000.
Reken om naar , en reken een dichtheid van (aluminium) om naar .
Vermenigvuldig de afstand met 1000 (km → m) en deel de tijd door 3600 (h → s); samen is dat delen door 3,6.
1 g = 10⁻³ kg en 1 cm³ = 10⁻⁶ m³, dus 1 g/cm³ is 10⁻³ gedeeld door 10⁻⁶ = 10³ kg/m³.
Vermenigvuldig de gegeven dichtheid met 1000.
Resultaat: Resultaat: en . Onthoud dat de factor tussen en altijd is en dat je km/h door deelt om m/s te krijgen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een auto rijdt . Reken deze snelheid om naar . Reken vervolgens de dichtheid van ijs, , om naar .
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde (HAVO) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Significante cijfers tellen
dichtheid
De dichtheid is massa gedeeld door volume; het aantal significante cijfers van het antwoord volgt uit het minst nauwkeurige gegeven.
Een voorwerp heeft massa en volume . Bereken de dichtheid en geef het antwoord met het juiste aantal significante cijfers.
48,6 g heeft er drie; 18 cm³ heeft er twee. Bij delen telt het mínste aantal, dus het antwoord krijgt twee significante cijfers.
Deel de massa door het volume.
De uitkomst 2,7 heeft precies twee significante cijfers, gelijk aan het minst nauwkeurige gegeven (18 cm³). Je mag hier géén 2,70 schrijven — dat zou drie cijfers claimen.
Resultaat: Resultaat: de dichtheid is — twee significante cijfers, opgelegd door het volume . Let op: zou ten onrechte een nauwkeuriger meting suggereren. (De waarde past bij aluminium.)
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bepaal het aantal significante cijfers van , van en van . Bereken vervolgens en geef het antwoord met het juiste aantal significante cijfers.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde (HAVO) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Recht en omgekeerd evenredig
recht en omgekeerd evenredig
Bij recht evenredig is de verhouding y/x constant (rechte lijn door O); bij omgekeerd evenredig is het product x·y constant (hyperbool).
een formule herleiden
Isoleer de gezochte grootheid met omgekeerde bewerkingen aan beide kanten; hier volgt t uit v = s/t door met t te vermenigvuldigen en door v te delen.
Gegeven is . Herleid hieruit en bereken als en .
De snelheid is de afgelegde weg gedeeld door de tijd; t staat in de noemer.
Vermenigvuldig eerst beide kanten met t (weg uit de noemer) en deel dan beide kanten door v.
Vul s = 150 m en v = 25 m/s in; de eenheden geven m gedeeld door m/s = s.
Resultaat: Resultaat: uit volgt , en met en is . Doordat je eerst symbolisch herleidt en pas daarna invult, zie je meteen dat de eenheden kloppen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Gegeven is de veerwet . Herleid hieruit de veerconstante . Bereken als een kracht een uitrekking veroorzaakt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde (HAVO) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Helling en oppervlak van een v,t-diagram
versnelling = helling van het (v,t)-diagram
De helling van een snelheid-tijddiagram is de verandering van de snelheid gedeeld door de tijd; de eenheid m/s² laat zien dat het om een versnelling gaat.
afgelegde weg = oppervlak onder het (v,t)-diagram
De afgelegde weg is het oppervlak onder de v,t-grafiek; voor een rechte lijn vanuit de oorsprong is dat de driehoek ½ · basis · hoogte.
Bepaal uit het getekende -diagram de versnelling (uit de helling) en de afgelegde weg tot (uit het oppervlak).
Lees af dat de lijn van (0; 0) naar (5; 10) loopt: Δv = 10 m/s over Δt = 5,0 s.
Het oppervlak onder de lijn tot t = 5 s is een driehoek met basis 5,0 s en hoogte 10 m/s.
De helling levert (m/s)/s = m/s² (een versnelling); het oppervlak levert s · m/s = m (een afstand).
Resultaat: Resultaat: de helling geeft de versnelling en het oppervlak onder de grafiek geeft de afgelegde weg . Zowel de helling als het oppervlak is dus een eigen grootheid, herkenbaar aan de eenheid die eruit komt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een -diagram is een rechte lijn door de oorsprong die bij een snelheid bereikt. Bepaal de versnelling uit de helling en de afgelegde weg tot uit het oppervlak.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde (HAVO) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
De onderzoekscyclus
snelheid bijwerken (per stap Δt)
De nieuwe snelheid is de oude snelheid plus de versnelling maal de stapgrootte; dit is de eerste regel van elke stap in het model.
plaats bijwerken (per stap Δt)
De nieuwe plaats is de oude plaats plus de (zojuist bijgewerkte) snelheid maal de stapgrootte; daarna verhoog je de tijd met Δt en herhaal je.
Een numeriek valmodel begint met , , versnelling en stapgrootte . Bepaal de snelheid en de afgelegde afstand na de eerste stap.
Nieuwe snelheid = oude snelheid + a · Δt.
Nieuwe plaats = oude plaats + de zojuist berekende snelheid · Δt.
De exacte valafstand na 0,1 s volgt uit ½·a·t². Het model rekent binnen de stap met één vaste snelheid, dus het wijkt af.
Resultaat: Resultaat: na de eerste stap geeft het model en een afgelegde afstand van . Dat is nog grof: de exacte waarde is , want binnen de stap loopt de snelheid in werkelijkheid van naar op in plaats van constant te zijn. Met veel kleinere stapjes kruipt het model naar de exacte waarde toe — daarom is een kleinere stapgrootte nauwkeuriger.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een numeriek valmodel start met , en . Bereken de snelheid en de afgelegde afstand na de eerste stap. Leg uit waarom het model met een kleinere dichter bij de exacte waarde komt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde (HAVO) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Referenties en bronnen
College voor Toetsen en Examens (CvTE)