- Opzet van het examen: CE en SE
- Het eindexamen maatschappijwetenschappen bestaat uit een centraal examen (CE) en een schoolexamen (SE). Het eindcijfer is het (afgeronde) gemiddelde van het CE-cijfer en het SE-cijfer, elk met gelijk gewicht. De normering van het CE (de N-term) wordt jaarlijks per vak vastgesteld.
- Het centraal examen (CE)
- Het CE is een schriftelijk examen (één zitting, circa drie uur). Het toetst de concept-contextbenadering: bij een aangeboden context (een bron, een casus, een actualiteit) moet je met de juiste concepten en kernconcepten een verschijnsel analyseren en verklaren. Het CE richt zich op enkele van de vier hoofdconcepten en de sociologische en politicologische benaderingswijzen; de precieze afbakening per jaar staat op Examenblad.nl.
- Het schoolexamen (SE)
- Het SE toetst de domeinen en hoofdconcepten die niet (of niet volledig) in het CE zitten, plus de vaardigheden (Domein A) en de analyse van een zelfgekozen sociale en politieke actualiteit. Vorm en weging staan in het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) van de school.
- Vraagtypen en beoordeling
- De examens gebruiken vraagwerkwoorden zoals leg uit, verklaar, beschrijf, beredeneer en toon aan. Beredeneervragen worden gescoord met een puntenschema (de correctievoorschriften): je krijgt punten voor een juist gekozen concept én voor de correcte koppeling van concept aan de context. Alleen het noemen van een begrip zonder toepassing levert zelden alle punten op.