Loading
Loading
Domein D verbindt bewegen met gezondheid: je leert wat fitheid is, hoe je met trainingsleer je conditie verbetert, en hoe je met een goede verhouding tussen belasting en belastbaarheid blessures voorkomt. Je gebruikt principes als FITT, supercompensatie, trainingsprincipes en hartslagzones om verantwoord te trainen. Dit domein wordt met een schoolexamen afgesloten; er is geen centraal examen. Alle trainingsleer berust op echte inspanningsfysiologie.
5Onderdelenca. 21min leestijd3VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 3 · Verdieping 1
basisniveau
Trainingsleer en blessurepreventie horen tot de kern van het schoolexamen LO; je past de principes toe op je eigen training en op oefensituaties.
verhoogd niveau
Wie zich verdiept, kan de energiesystemen (ATP-CP, anaeroob, aeroob) en de trainingsprincipes koppelen aan de inspanningsfysiologie om trainingsopbouw te verklaren.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
De onderdelen van fitheid
Bepaal voor het turnen welke onderdelen van fitheid het belangrijkst zijn en licht je keuze toe.
Turnen vraagt het beheersen van het eigen lichaamsgewicht in moeilijke standen en bewegingen (handstand, sprong, radslag).
Om het lichaam te dragen en te tillen is veel kracht nodig, vooral in armen, romp en benen.
Grote bewegingsuitslagen (spagaat, brug) vragen veel lenigheid.
Evenwicht en trefzekere timing (coördinatie) zijn nodig om de bewegingen beheerst uit te voeren.
Resultaat: Voor turnen zijn kracht en lenigheid het belangrijkst, met coördinatie als onmisbare aanvulling; uithoudingsvermogen en topsnelheid spelen een kleinere rol dan bij bijvoorbeeld duur- of sprintsporten.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Noem de vijf onderdelen van fitheid. Kies twee verschillende sporten en geef per sport aan welke twee onderdelen daar het belangrijkst zijn, met een korte uitleg waarom.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — bewegen en gezondheid, fitheid (CvTE / Examenblad)
De drie energiesystemen
Een leerling loopt een 400-metersprint in ongeveer 65 seconden en is daarna volledig verzuurd. Welk energiesysteem overheerste en waarom?
De inspanning duurt ruim een minuut en is zeer intensief (bijna maximaal tempo).
Het ATP-CP-systeem levert maar tot ongeveer tien seconden energie; dat is veel te kort voor 400 meter.
Voor een zeer intensieve inspanning van 10 s tot 2 min levert het anaerobe (melkzuur)systeem de meeste energie.
Bij dit systeem ontstaat melkzuur zonder zuurstof; dat hoopt op en verzuurt de spieren — precies wat de leerling voelt.
Resultaat: Het anaerobe (melkzuur)systeem overheerste: de inspanning duurt ~65 s en is zeer intensief, te lang voor ATP-CP en te intensief om puur aeroob te leveren. Het ontstane melkzuur verklaart de verzuring.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Geef voor een 100-metersprint, een 400-metersprint en een uur hardlopen aan welk energiesysteem er telkens overheerst, en verklaar per geval je keuze met de duur en de intensiteit van de inspanning.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — inspanning en energie (CvTE / Examenblad)
Het FITT-principe
De supercompensatiecurve
Een loper traint maandag zwaar. Zijn coach twijfelt of hij woensdag of pas vrijdag weer zwaar moet trainen. Leg met supercompensatie uit wat het beste moment is.
Direct na de zware training maandag is de belastbaarheid gedaald; de loper is moe.
In de dagen erna herstelt het lichaam en bouwt het een reserve op: de belastbaarheid stijgt tot boven het uitgangsniveau (supercompensatie).
De volgende zware prikkel moet vallen op de top van de supercompensatie — niet te vroeg (nog moe, opstapeling) en niet te laat (reserve weg).
Traint hij te vroeg (bijv. dinsdag) dan stapelt vermoeidheid op; enkele dagen herstel, richting woensdag/donderdag, valt beter samen met de top.
Resultaat: De beste nieuwe zware prikkel valt op de top van de supercompensatie, na voldoende herstel (hier richting het midden van de week). Te vroeg trainen stapelt vermoeidheid op; te laat laat de opgebouwde reserve verloren gaan.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Stel voor een leerling die haar uithoudingsvermogen wil verbeteren een trainingsopbouw op met het FITT-principe (vul F, I, T en T concreet in). Leg daarna met supercompensatie en het principe van geleidelijkheid uit hoe zij in enkele weken vooruitgang boekt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — trainingsleer (CvTE / Examenblad)
Trainingszones naar hartslag
Geschatte maximale hartslag
Vuistregel om de maximale hartslag (slagen per minuut) te schatten uit de leeftijd; het is een benadering, geen exacte waarde.
Streefhartslag in een zone
De streefhartslag van een trainingszone is het gekozen percentage van de geschatte maximale hartslag.
Bereken voor een leerling van 16 jaar de streefhartslagzone voor de intensieve duurzone (70–80% van HRmax).
HRmax ≈ 220 − 16 = 204 slagen per minuut.
70% van 204: 0,70 × 204 ≈ 143 slagen per minuut.
80% van 204: 0,80 × 204 ≈ 163 slagen per minuut.
De streefhartslag ligt tussen ongeveer 143 en 163 slagen per minuut.
Resultaat: De geschatte HRmax is 204 slagen per minuut; de intensieve duurzone (70–80%) loopt van ongeveer 143 tot 163 slagen per minuut. Daarbinnen houdt de leerling haar hartslag tijdens de training.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een leerling van 15 jaar wil in de extensieve duurzone (60–70% van HRmax) trainen. Bereken haar geschatte HRmax en de onder- en bovengrens van haar streefhartslag, en leg uit hoe zij die tijdens het hardlopen gebruikt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — inspanning, hartslag en intensiteit (CvTE / Examenblad)
De RICE-regel
Belasting, belastbaarheid en blessure
Een leerling verzwikt bij een landing haar enkel; de enkel zwelt op en doet pijn. Beschrijf de eerste zorg met de RICE-regel.
Laat de leerling stoppen met sporten en de enkel niet verder belasten, om extra schade te voorkomen.
Koel de enkel met ijs (in een doek), zodat de zwelling en de pijn afnemen.
Leg een drukverband aan om de zwelling tegen te gaan, niet te strak.
Leg de enkel omhoog (hoger dan het hart) zodat er minder bloed naartoe stroomt en de zwelling afneemt.
Resultaat: Met de RICE-regel — Rust, IJs, Compressie, Elevatie — beperk je in de eerste uren de zwelling en de schade aan de verzwikte enkel, wat het herstel bespoedigt. Bij ernstige klachten volgt een bezoek aan een arts.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een leerling verzwikt tijdens het basketballen haar enkel. Leg uit hoe deze blessure ontstond in termen van belasting en belastbaarheid, en beschrijf stap voor stap hoe je met de RICE-regel eerste zorg verleent.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — belasting, belastbaarheid en blessurepreventie (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen