Loading
Loading
Deze SE-praktijkmodule behandelt de standaard driedimensionale technieken van handvaardigheid: additief opbouwen (boetseren, construeren), subtractief wegnemen (beeldhouwen in hout en steen) en afvormen of gieten (gips, brons). Je leert construeren en assembleren tot open vormen, plastische vormgeving met massa, holte en silhouet, en het ontwerpproces van schets via maquette en materiaalkeuze naar uitvoering. De nadruk ligt op het zelf kiezen en bewerken van materiaal en techniek passend bij een eigen ruimtelijk ontwerp.
4Onderdelenca. 22min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Voor het CE 'kunst beschouwen' helpt deze module je 3D-technieken, reliefsoorten en plastische begrippen (massa, holte, silhouet) in bestaand beeldhouwwerk te herkennen en te beschrijven.
verhoogd niveau
Voor de SE-praktijk koppel je deze technieken en het ontwerpproces direct aan je eigen ruimtelijke werk: je kiest beargumenteerd materiaal en techniek en werkt van maquette naar uitvoering.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Indeling van 3D-technieken
Bepaal voor Michelangelo's 'David' (marmer), Rodin's 'De Denker' en Donatello's 'David' (brons) welke basismethode is gebruikt, en beredeneer per werk je keuze.
Marmer is een harde steen die je niet kunt kneden of toevoegen; de vorm is uit een blok gehakt. Conclusie: subtractief, beeldhouwen in steen.
Rodin modelleerde het beeld eerst in klei en gips; die zachte, opgebouwde vorm werd later in brons gegoten. De oorsprong is additief (boetseren), gevolgd door afvormen.
Brons is een gietmetaal; het beeld ontstond met de verloren-was-methode uit een mal. Conclusie: afvormen of gieten, met een geboetseerd model als basis.
Let telkens op het materiaal: kneedbaar en opgebouwd wijst op additief, een massief hard blok op subtractief, en een gietmetaal op afvormen.
Resultaat: David (marmer) is subtractief; De Denker is additief geboetseerd en daarna gegoten; David (brons) is afvormen of gieten. De techniek volgt telkens uit de materiaaleigenschappen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies drie bestaande ruimtelijke kunstwerken en bepaal per werk of het additief, subtractief of via afvormen/gieten tot stand kwam. Beredeneer je keuze aan de hand van zichtbare materiaalsporen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (handvaardigheid) havo — driedimensionale technieken (CvTE / Examenblad)
Construeren tot een open vorm
Bepaal of Picasso's 'Gitaar' (1914) en Picasso's 'Stierenkop' (1942) voorbeelden van construeren of van assemblage zijn, en verklaar het onderscheid.
Picasso knipte en boog neutrale delen van plaatmetaal en draad en verbond die tot een open gitaarvorm. De onderdelen zijn geen bestaande voorwerpen. Dit is construeren.
Hier zijn twee HERKENBARE bestaande voorwerpen gebruikt, een fietszadel en een stuur, samengevoegd tot een stierenkop. Dit is assemblage.
De scheidslijn is de herkomst van de delen: neutrale, bewerkte materialen wijzen op construeren; herkenbare gebruiksvoorwerpen met eigen betekenis op assemblage.
Beide zijn open, ruimtelijke werken waarin de lege ruimte meedoet; het onderscheid zit niet in de openheid maar in het uitgangsmateriaal.
Resultaat: Gitaar (1914) is construeren uit neutrale materialen; Stierenkop (1942) is assemblage uit bestaande voorwerpen. Het verschil zit in de herkomst van de onderdelen, niet in de open vorm.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Ontwerp een open ruimtelijke constructie van losse materialen naar keuze. Leg uit welke verbindingstechnieken je gebruikt en hoe je de balans en de negatieve ruimte bewust inzet.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (handvaardigheid) havo — construeren en assemblage (CvTE / Examenblad)
Van reliëf tot doorbroken vorm
Orden de volgende vier werken van 'bijna plat' naar 'volledig ruimtelijk' en benoem per werk het kenmerk: een muntportret (laagreliëf), Ghiberti's Paradijspoort, Michelangelo's David en Henry Moore's doorboorde liggende figuur.
De kop steekt maar minimaal uit het vlak en blijft bijna tweedimensionaal: laagreliëf (bas-reliëf), werkend door lijn en lichte schaduw.
Delen komen ver uit het vlak, soms bijna los, met sterke schaduwwerking en gesuggereerde diepte: hoogreliëf.
Het beeld staat volledig los en is rondom te bekijken; het silhouet klopt uit elke hoek: vrijstaand beeld.
Het beeld is vrijstaand en bovendien doorboord, zodat de negatieve ruimte er dwars doorheen loopt: doorbroken vorm.
Resultaat: De reeks loopt van laagreliëf (munt) via hoogreliëf (Paradijspoort) naar vrijstaand (David) en ten slotte de doorbroken vorm (Moore): steeds meer ruimte doet mee, van bijna plat tot volledig ruimtelijk.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Analyseer een vrijstaand beeld naar keuze vanuit minstens drie standpunten. Beschrijf per standpunt het silhouet en leg uit hoe massa en negatieve ruimte samen de vorm bepalen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (handvaardigheid) havo — plastische vormgeving, massa en ruimte (CvTE / Examenblad)
Ontwerpproces voor ruimtelijk werk
Je krijgt de opdracht een klein gedenkteken te ontwerpen dat 'veerkracht' uitdrukt. Werk het uit langs de vier fasen en kies beargumenteerd een materiaal en techniek.
Ik verken 'veerkracht' met schetsen vanuit meerdere standpunten en kies een opwaarts buigende, slanke vorm die lijkt door te veren; ik noteer formaat en plek.
Ik buig het idee in ijzerdraad en karton tot een maquette, draai eromheen en test of het silhouet uit elke hoek veert en of de vorm in balans blijft.
Ik kies gelast staal: het is sterk genoeg voor een slanke, open vorm en de dunne lijnen versterken het idee van spanning en veerkracht. Klei of steen zou te massief en bros zijn.
Ik las het staal op ware grootte, controleer balans en silhouet rondom, en stel bij door terug te grijpen op de maquette waar een lijn niet doorveert.
Resultaat: Het gedenkteken ontstaat door de vier fasen bewust te doorlopen; de keuze voor gelast staal maakt de slanke, doorverende open vorm mogelijk, terwijl een ander materiaal het idee van veerkracht zou verzwakken.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Werk een eigen ruimtelijk ontwerp uit van schets tot uitvoering. Doorloop de vier fasen, kies beargumenteerd een materiaal en techniek, en leg uit hoe die keuze de uiteindelijke vorm beinvloedt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (handvaardigheid) havo — van ontwerp naar ruimtelijk werk (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen