Loading
Loading
Dit onderdeel hoort bij het schoolexamen (SE) praktijk, niet bij het centraal examen. Je maakt ruimtelijk (3D) werk en leert hoe de eigenschappen van klei, gips, hout en metaal bepalen welke techniek past: boetseren, gieten, beeldhouwen of construeren. Je leert additieve technieken (opbouwen) onderscheiden van subtractieve (wegnemen) en je beargumenteert bij een ontwerp een passende materiaal- en techniekkeuze.
4Onderdelenca. 18min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Voor het CE kunst beschouwen herken je materialen en technieken en kun je uitleggen hoe een materiaal de vorm en betekenis van een beeld beinvloedt.
verhoogd niveau
In de SE-praktijk kies en bewerk je zelf materiaal voor je eigen ruimtelijke werk en verantwoord je die keuze in je werkproces en documentatie.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Materiaal, eigenschap en techniek
Je krijgt vier eigenschappen: 'plastisch en kneedbaar', 'vezelig met nerfrichting', 'hard en sterk' en 'giet- en snijdbaar na uitharden'. Koppel elk aan het juiste materiaal en de passende techniek.
Bepaal per eigenschap of het materiaal vervormbaar (additief op te bouwen) of juist massief en weg-te-nemen (subtractief) is.
Kneedbaar materiaal bouw je op: boetseren (additief), daarna bakken tot keramiek.
Hout snijd en beitel je (subtractief); metaal/brons construeer en las je, of je giet het.
Gips giet je in een mal of snijd je weg nadat het is uitgehard.
Resultaat: De vier eigenschappen horen respectievelijk bij klei (boetseren), hout (beeldhouwen), metaal (construeren of gieten) en gips (gieten of wegsnijden); zo bepaalt de eigenschap steeds de techniek.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit waarom klei een additief materiaal is en hout een subtractief materiaal, en noem bij elk de bijbehorende techniek.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (handvaardigheid) havo — materialen en eigenschappen (CvTE / Examenblad)
Het boetseerproces
Je boetseert een portretkop van klei die daarna gebakken moet worden. Beschrijf de stappen en verantwoord waarom je de kop hol maakt.
Kneed de klei door tot alle luchtbellen eruit zijn, anders knapt de kop in de oven.
Bouw de vorm op met rollen of lappen en modelleer de gezichtsvormen additief bij.
Hol de massieve kop uit tot een gelijkmatige wand en prik een luchtgaatje, zodat stoom kan ontsnappen.
Laat langzaam drogen tot lederhard en daarna kurkdroog, bak dan de biscuit; glazuur eventueel en bak nogmaals.
Resultaat: Door hol te werken en lucht te laten ontsnappen krimpt en droogt de kop gelijkmatig, zodat hij tijdens het bakken niet barst.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beschrijf stap voor stap hoe je van een klomp klei tot een geglazuurd keramisch beeldje komt, en leg uit waarom je het werk hol maakt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (handvaardigheid) havo — boetseren en keramiek (CvTE / Examenblad)
Hout versus steen
Je krijgt een blok kalksteen en wilt er een eenvoudige gestalte uithakken. Beschrijf hoe je te werk gaat en welk risico je vermijdt.
Bekijk de korrel en breuklijnen; teken de omtrek af en bepaal welke delen weg moeten (je kunt niet terug).
Sla met beitel en hamer eerst de grote overtollige delen weg om de hoofdvorm te bepalen.
Werk van grof naar fijn; laat uitstekende, dunne delen dikker staan zodat ze niet afbreken.
Breng pas op het laatst de details aan en schuur het oppervlak; laat de steensoort meespreken ('truth to material').
Resultaat: Door van grof naar fijn te werken en kwetsbare delen te sparen, komt de gestalte veilig uit het blok tevoorschijn zonder dat een uitstekend deel afbreekt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Vergelijk het beeldhouwen in hout en in steen op bewerking, eigenschappen en risico, en leg uit wat 'truth to material' met beide te maken heeft.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (handvaardigheid) havo — beeldhouwen in hout en steen (CvTE / Examenblad)
Verloren-was-methode
Je ontwerp is een luchtige, abstracte vorm met veel open ruimte en dunne, uitstekende delen, bedoeld om buiten te staan. Kies een materiaal en techniek en beargumenteer je keuze.
Het werk moet open en luchtig zijn, dunne uitstekende delen hebben en weersbestendig buiten kunnen staan.
Klei en steen vallen af: massief, zwaar en breekbaar bij dunne delen; metaal is sterk en weerbestendig.
Kies construeren/lassen: door staven en platen samen te voegen ontstaat een open, sterke assemblage met veel leegte.
Gelast staal of brons draagt dunne, uitstekende delen en blijft buiten staan; open ruimte hoort bij construeren, niet bij een massief gegoten of gehakt blok.
Resultaat: Voor een open, luchtige buitensculptuur met dunne delen kies je metaal en de constructie-/lastechniek, omdat alleen die de sterkte en de open ruimtelijke vorm combineert.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg de verloren-was-methode uit in stappen, en beargumenteer wanneer je voor een ontwerp beter kunt construeren (lassen) dan gieten.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (handvaardigheid) havo — metaal construeren en brons gieten (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen