Loading
Loading
Dit onderwerp hoort bij de SE-praktijk van handvaardigheid: het beeldende, driedimensionale werkproces, de reflectie daarop en het werkdossier. Je leert het beeldend werkproces als cyclus doorlopen (orienteren, onderzoeken, uitvoeren, evalueren), hoe beeldend onderzoek en materiaalexperiment je ruimtelijke werk aandrijven, en hoe je op proces en product reflecteert. Ten slotte bundel je onderzoek, schetsen, materiaalproeven, eindwerk en reflectie in een werkdossier (procesboek) dat samen met het eindwerk de basis vormt voor de schoolexamenbeoordeling.
4Onderdelenca. 21min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
De vaktaal waarmee je je eigen ruimtelijke proces verantwoordt, is dezelfde waarmee je op het centraal examen kunst beschouwt: wie zelf boetseert en construeert, leest de keuzes van beeldhouwers scherper.
verhoogd niveau
Wie zich verdiept, stuurt het eigen ruimtelijke werkproces bewuster bij en verantwoordt materiaal- en vormkeuzes uitgebreider in het werkdossier.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Het beeldend werkproces als cyclus
Beschrijf het werkproces van een geboetseerd figuur (bijvoorbeeld een figuur in beweging) in de vier fasen, en geef een moment aan waarop je terugkeerde naar een eerdere fase.
Je verkent het thema beweging: welke houding, welk moment, welke sfeer wil je vangen? Je verzamelt eerste ideeen en referentiebeelden van bewegende figuren.
Je maakt ruimtelijke schetsen van verschillende houdingen en enkele kleiproefjes, en test hoe ver een uitgestrekte arm of been in klei kan uitsteken zonder te zakken.
Je kiest de sterkste, meest dynamische houding, buigt een armatuur van staaldraad als geraamte en boetseert daaromheen planmatig van globale opzet naar detail.
Tijdens het boetseren zakt de uitgestrekte arm door; je keert terug naar het onderzoek, verstevigt de armatuur, werkt het beeld dan af en evalueert proces en resultaat.
Resultaat: Het figuur ontstaat via orienteren, onderzoeken, uitvoeren en evalueren, met een bewuste terugkeer naar het onderzoek toen de armatuur de houding niet droeg; zo is het cyclische, bijsturende proces zichtbaar en verantwoord.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beschrijf voor een eigen ruimtelijke opdracht je werkproces in de vier fasen (orienteren, onderzoeken, uitvoeren, evalueren). Geef per fase aan wat je deed en benoem een moment waarop je terugkeerde naar een eerdere fase omdat het materiaal of de constructie daarom vroeg.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (handvaardigheid) havo - praktijk: het beeldend werkproces (CvTE / Examenblad)
Onderzoeksvormen en hun opbrengst
Onderzoek voor een ruimtelijk werkstuk over het thema 'beweging' welke vorm en welk materiaal je kiest. Zet de onderzoeksvormen in en beredeneer je keuze.
Je bekijkt beelden die beweging vangen, zoals Umberto Boccioni's futuristische loopfiguur (1913) en de bewegende mobiles van Alexander Calder, en noteert wat beweging suggereert: diagonalen, uitgestrekte vormen, balans.
In je schetsboek verken je snel varianten van dynamische, diagonale houdingen en open, uitstekende vormen die de ruimte in bewegen.
Je test of massieve klei zo'n uitgestrekte vorm draagt (te zwaar, zakt door) en probeert daarna ijzerdraad en gaas als lichte constructie; je giet ook een kleine gipsproef.
Je experimenteert met een ophanging die het werk laat bewegen; op grond van je proeven kies je ijzerdraad met gaas, omdat dat de lichte, bewegende vorm draagt die massieve klei niet aankan.
Resultaat: Het onderzoek loopt van bronnen via schetsen naar materiaalproeven en experiment; de proeven tonen dat ijzerdraad en gaas de uitgestrekte, bewegende vorm dragen, en dat beredeneerde inzicht stuurt de materiaalkeuze voor het eindwerk.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Zet voor een eigen ruimtelijke opdracht drie onderzoeksvormen in: verzamel bronnen, maak schetsen en doe minstens twee materiaalproeven. Noteer bij elke proef wat je ontdekte over wat het materiaal kan, en beredeneer welke vondst je keuze voor het eindwerk stuurt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (handvaardigheid) havo - praktijk: beeldend onderzoek en experiment (CvTE / Examenblad)
Waarop en wanneer je reflecteert
Reflecteer op een geboetseerd relief dat vlakker uitpakte dan je wilde. Doorloop de vier stappen met ruimtelijke vaktaal.
Je beschrijft feitelijk: je maakte een relief dat diepte moest suggereren, maar het geheel oogt vlak en leest bijna als een tekening.
Met vaktaal: je hield de hoogteverschillen tussen hoog- en laagrelief te klein, waardoor het invallende licht nauwelijks slagschaduw op het oppervlak vormt.
Beargumenteerd en tegen de criteria: de compositie klopt, maar de ruimtewerking schiet tekort; je doel (diepte) is maar deels bereikt.
Leerinzicht: een volgende keer maak ik grotere diepteverschillen en scherpere randen, zodat de slagschaduw de vorm laat spreken en het relief echt ruimtelijk wordt.
Resultaat: De reflectie doorloopt alle stappen en verklaart het vlakke resultaat met vaktaal (te weinig diepteverschil, dus te weinig slagschaduw); het leerinzicht is concreet en direct toepasbaar op een volgend relief.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Schrijf een reflectie op een eigen ruimtelijk werk. Doorloop de stappen terugkijken, analyseren, beargumenteerd oordelen en vooruitkijken, toets je resultaat aan de criteria van de opdracht en gebruik in je analyse minstens twee ruimtelijke beeldaspecten (bijvoorbeeld massa, holte, silhouet of oppervlak).
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (handvaardigheid) havo - praktijk: reflectie en evaluatie (CvTE / Examenblad)
Van onderdelen naar werkdossier, presentatie en beoordeling
Stel een werkdossier samen voor een ruimtelijk werkstuk (een geconstrueerd metalen object). Geef aan welke onderdelen erin komen en in welke volgorde, zodat je proces zichtbaar wordt.
Je opent met je orientatie: het thema, de verzamelde beelden en je analyses ervan, met korte notities over wat je opviel en wilde onderzoeken.
Je voegt je ruimtelijke schetsen en je metaal- en verbindingsproeven toe (solderen, buigen, monteren), telkens met een aantekening over wat wel en niet werkte.
Je legt vast welke constructie en verbinding je koos en waarom, en presenteert het afgeronde object met foto's vanuit meerdere standpunten.
Je sluit af met een reflectie in vaktaal op proces en product, inclusief wat je een volgende keer anders zou doen.
Resultaat: Het werkdossier ordent onderzoek, schetsen en materiaalproeven, keuzes en eindwerk, en reflectie in een logische volgorde; daardoor is het hele proces navolgbaar en vormt het dossier samen met het metalen object de basis voor de SE-beoordeling.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Stel de inhoudsopgave van je werkdossier op voor een ruimtelijke opdracht. Geef per onderdeel (onderzoek, schetsen, materiaalproeven, eindwerk, reflectie) aan wat je opneemt en in welke volgorde, en beredeneer hoe je een driedimensionaal werkstuk in het dossier documenteert.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (handvaardigheid) havo - praktijk: werkdossier en presentatie (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen