Loading
Loading
Wie Friese teksten goed wil begrijpen, kijkt niet alleen naar wat er staat, maar ook naar het doel van de tekst en naar hoe die is opgebouwd. In dit onderwerp leer je teksten indelen naar tekstdoel en tekstsoort, de structuur van een tekst en een alinea herkennen, en de tekstverbanden benoemen aan de hand van Friese signaalwoorden en verwijswoorden. Met die kennis beantwoord je de vragen van het centraal examen Fries (leesvaardigheid) sneller en trefzekerder.
4Onderdelenca. 25min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 3
basisniveau
Voor het centraal examen Fries (leesvaardigheid): herken het tekstdoel, de structuur en de signaal- en verwijswoorden, zodat je elke vraag snel bij het juiste tekstdeel plaatst en het verband begrijpt.
verhoogd niveau
Wie het Fries als thuistaal kent, herkent de signaal- en verwijswoorden vaak al; het gaat er dan om ze bewust te benoemen en in te zetten om zakelijke teksten gestructureerd te lezen en samen te vatten.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Tekstsoorten en hun tekstdoel
Een tekst op de nieuwssite It Nijs draagt de kop 'Wês sunich op it Frysk' (Wees zuinig op het Fries) en eindigt met: 'Brûk it dyn hiele libben. Praat it mei dyn bern.' (Gebruik het je hele leven. Spreek het met je kinderen.) Welk tekstdoel heeft de schrijver vooral, en waaraan zie je dat?
De kop 'Wês sunich op it Frysk' is een gebiedende, sturende zin, geen neutrale mededeling. Dat wijst niet op informeren, maar op een doel dat de lezer wil beinvloeden. Houd dit vast als eerste aanwijzing.
Overtuigen wil dat de lezer een mening gaat delen; activeren wil dat de lezer iets gaat doen. De slotzin roept op tot concrete handelingen — 'Brûk it' (gebruik het) en 'praat it mei dyn bern' (spreek het met je kinderen) — en niet alleen tot een opvatting. Dat verschuift het doel richting activeren.
De motiverende, aansporende woordkeus versterkt de oproep tot handelen. Omdat de tekst de lezer tot gedrag wil bewegen en niet slechts tot een standpunt, is activeren het hoofddoel; overtuigen speelt hooguit als nevendoel mee.
Resultaat: Het hoofddoel is activeren (aanzetten tot): de schrijver wil dat de lezer daadwerkelijk iets gaat doen, namelijk het Fries blijven gebruiken en doorgeven. Dat blijkt uit de gebiedende kop ('Wês sunich op it Frysk'), de directe oproepen in de slotzin ('Brûk it', 'praat it mei dyn bern') en de motiverende woordkeus. Informeren past niet, want de tekst draagt niet vooral kennis over.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een zakelijke tekst van It Nijs of Omrop Fryslân. Benoem het hoofddoel en de tekstsoort, en onderbouw je keuze met minstens drie aanwijzingen uit de tekst (kop, toon, woordkeus of opbouw). Leg in een zin uit waarom de tekst, als dat zo is, niet louter 'informeren' als doel heeft.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO) (CvTE / Examenblad)
De probleem-oplossingstructuur
Een alinea luidt: 'Hieltyd minder jonge minsken prate Frysk. Op skoalle brûke se it amper, en thús geane se faak oer op it Nederlânsk. Dêrom driget de taal by de jongste generaasje te ferdwinen.' (Steeds minder jonge mensen spreken Fries. Op school gebruiken ze het nauwelijks, en thuis stappen ze vaak over op het Nederlands. Daarom dreigt de taal bij de jongste generatie te verdwijnen.) Welke zin is de kearnsin, en welke structuur heeft de alinea?
De alinea gaat over de achteruitgang van het Fries bij jongeren. Vat dat samen: het Fries dreigt bij de jonge generatie te verdwijnen. Dat is de gedachte waar alle zinnen omheen draaien.
De eerste twee zinnen geven waarnemingen (op school, thuis). De laatste zin, ingeleid door 'Dêrom' (daarom), trekt de conclusie: 'de taal driget te ferdwinen'. Dat is de kearnsin, en hij staat hier achteraan.
Eerst komen de oorzaken (op school amper gebruikt, thuis Nederlands), daarna leidt 'Dêrom' het gevolg in. De alinea heeft dus een oorzaak-gevolgstructuur, met de kearnsin als het gevolg.
Resultaat: De kearnsin is de slotzin 'Dêrom driget de taal by de jongste generaasje te ferdwinen'. De alinea heeft een oorzaak-gevolgstructuur: de eerste zinnen noemen de oorzaken, en het signaalwoord 'dêrom' leidt het gevolg (de kearnsin) in. Dat de kearnsin achteraan staat, herken je aan dat conclusiewoord.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Neem een Friese tekst van vier of vijf alinea's. Onderstreep in elke alinea de kearnsin en schrijf er in een Nederlands woord bij waar de alinea over gaat. Bepaal daarna de overkoepelende structuur (probleem-oplossing, oorzaak-gevolg, vraag-antwoord of chronologisch).
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Tekstverbanden en Friese signaalwoorden
In een Friese tekst staat: 'Hy wie siik, dêrtroch koe er net komme.' (Hij was ziek, daardoor kon hij niet komen.) Welk verband bestaat er tussen de twee zinsdelen, en aan welk signaalwoord zie je dat?
Het woord 'dêrtroch' (daardoor) staat tussen de twee zinsdelen. Berg het op in de groep oorzaak-gevolg; het waarschuwt dat er een gevolg volgt.
Het eerste deel, 'Hy wie siik' (hij was ziek), is de oorzaak. Het woord 'dêrtroch' leidt het gevolg in: 'koe er net komme' (kon hij niet komen).
Het verband is oorzaak-gevolg. 'Dêrtroch' kijkt vooruit naar het gevolg. Vergelijk 'om't' (omdat), dat juist de reden zou inleiden — dan zou de zin luiden 'Hy koe net komme, om't er siik wie'.
Resultaat: Het verband is oorzaak-gevolg, herkenbaar aan het signaalwoord 'dêrtroch' (daardoor) dat het gevolg inleidt: ziek zijn is de oorzaak, niet kunnen komen het gevolg. Had er 'om't' (omdat) gestaan, dan was de reden ingeleid in plaats van het gevolg.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Zoek in een Friese tekst (bijvoorbeeld van It Nijs of Omrop Fryslân) vijf signaalwoorden. Bepaal bij elk het verband (opsomming, tegenstelling, oorzaak-gevolg, tijd, voorbeeld, conclusie of voorwaarde) en geef de Nederlandse vertaling van het signaalwoord.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Friese verwijswoorden
In een Friese tekst staat: 'Yn Fryslân steane in protte âlde tsjerken. Dy lûke elk jier folle toeristen.' (In Friesland staan veel oude kerken. Die trekken elk jaar veel toeristen.) Waar verwijst 'Dy' naar, en hoe controleer je dat?
'Dy' (die) staat vooraan in de tweede zin. Het staat nergens eerder in die zin voor, dus het moet terugverwijzen naar iets in de eerste zin.
Vraag: welk eerder genoemd woord kan 'die' vervangen? In de eerste zin staat het meervoud 'âlde tsjerken' (oude kerken). 'Dy' betekent hier dus 'die kerken'.
Vul het antecedent in: 'De âlde tsjerken lûke elk jier folle toeristen' (De oude kerken trekken elk jaar veel toeristen). Dat loopt logisch en het getal klopt (meervoud), dus de verwijzing is juist.
Resultaat: 'Dy' verwijst terug naar 'âlde tsjerken' (de oude kerken). De controle bevestigt het: het antecedent invullen levert een logische zin op, en het meervoud 'dy' past bij het meervoud 'tsjerken'.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Zoek in een Friese tekst vijf verwijswoorden ('dy', 'dat', 'it', 'dizze', 'harren' ...). Bepaal bij elk het antecedent — het woord waarnaar het verwijst — en controleer je antwoord door het antecedent in de zin in te vullen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad