Loading
Loading
Het centraal examen Fries toetst maar één vaardigheid: leesvaardigheid. Je leest authentieke Friese teksten en laat met meerkeuze-, open-, citeer- en gatvragen zien dat je de hoofdgedachte, de structuur en de details begrijpt. In dit onderwerp leer je hoe het examen is opgebouwd, op welke niveaus tekstbegrip wordt getoetst, welke leesstrategieën je inzet en hoe het nakijken en de N-term werken.
4Onderdelenca. 23min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 3
basisniveau
Voor het centraal examen: lees authentieke Friese teksten en beantwoord de vragen — open vragen meestal in het Nederlands, citaten letterlijk in het Fries — volledig en precies.
verhoogd niveau
Wie het Fries levend wil houden, blijft Friese media zoals Omrop Fryslân, de Leeuwarder Courant en 'It Nijs' volgen; dezelfde leesstrategieën gelden voor elke Friese tekst.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Opzet van het centraal examen Fries
Bij een Friese tekst staat de Nederlandse open vraag: 'Waar gaan wy volgens de tekst morgen naartoe?' In de tekst staat: 'Wy geane moarn nei Ljouwert.' Hoe pak je dit aan?
De vraag is Nederlands en vraagt waar 'wy' (wij) morgen heen gaan. Je weet nu precies wat je zoekt: een plaatsnaam plus het woord voor 'morgen'.
In 'Wy geane moarn nei Ljouwert' betekent 'moarn' morgen en 'nei Ljouwert' naar Leeuwarden; Ljouwert is de Friese naam voor Leeuwarden.
Je antwoordt kort en in het Nederlands, want de vraag staat in het Nederlands: ze gaan morgen naar Leeuwarden (Ljouwert). Vertalen mag, want gevraagd wordt om begrip, niet om een citaat.
Resultaat: Antwoord: ze gaan morgen naar Leeuwarden (Ljouwert). Je las de Nederlandse vraag, vond 'moarn nei Ljouwert' in de Friese tekst en antwoordde kort in het Nederlands — precies zoals een open vraag dat vraagt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Vat in eigen woorden samen wat het centraal examen Fries van je vraagt: welke vaardigheid het toetst, wat voor teksten je krijgt, welke vraagvormen er zijn en in welke taal je antwoordt. Controleer je antwoord aan Afb. 1.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Niveaus van tekstbegrip
In een Friese tekst staat: 'Juster wie it waar min, mar hjoed is it moai.' Stel dat je het woord 'min' niet kent. Was het weer gisteren goed of slecht, en hoe beredeneer je dat?
'Mar' betekent 'maar' en kondigt een tegenstelling aan: wat na 'mar' komt, gaat in tegen wat ervóór staat.
Na 'mar' staat 'hjoed is it moai' (vandaag is het mooi); 'moai' (mooi) is positief. Door de tegenstelling met 'mar' moet het deel vóór 'mar' juist negatief zijn.
Het weer 'juster' (gisteren) was dus niet mooi; 'min' moet 'slecht' betekenen, ook al kende je het woord niet. De tegenstelling vult het ontbrekende woord in.
Resultaat: Het weer was gisteren slecht: het signaalwoord 'mar' dwingt een tegenstelling af met het positieve 'moai', dus 'min' betekent 'slecht'. Begrip op zinsniveau redt je begrip op woordniveau.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Lees een Friese examentekst en schrijf naast elke alinea in één of twee Nederlandse woorden waar die over gaat. Formuleer daarna in één Nederlandse zin de hoofdgedachte van de hele tekst, en bepaal of de schrijver vooral informeert, overtuigt of waarschuwt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Werkvolgorde per Friese examentekst
Je krijgt dit korte fragment: 'It waar is hjoed moai. Dêrom boartsje de bern bûten.' (Het weer is vandaag mooi. Daarom spelen de kinderen buiten.) De open vraag luidt: 'Waarom spelen de kinderen volgens de tekst buiten?' Beschrijf hoe je te werk gaat.
Lees het geheel: twee korte zinnen die gaan over het weer en de kinderen, verbonden door het woord 'Dêrom' (daarom).
Gevraagd wordt naar de réden ('waarom') dat de kinderen buiten spelen — dus naar een oorzaak-gevolg-verband, niet naar wat de kinderen doen.
'Dêrom' (daarom) koppelt de tweede zin aan de eerste: de kinderen spelen buiten omdat het weer mooi is. Het signaalwoord wijst de reden rechtstreeks aan.
Antwoord: de kinderen spelen buiten omdat het weer vandaag mooi is. Controleer of je de réden noemt (het mooie weer), niet alleen het gevolg.
Resultaat: De kinderen spelen buiten omdat het weer vandaag mooi is. Het signaalwoord 'Dêrom' (daarom) legt het verband tussen het mooie weer en het buitenspelen; je las de vraag vóór de tekst, herkende dat naar de reden werd gevraagd en antwoordde kort in het Nederlands.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Neem een oude Friese examentekst. Skim hem eerst in één minuut en schrijf in één Nederlandse zin op waar hij over gaat. Kies daarna bij drie vragen bewust je leeshouding (globaal of gericht) en beantwoord ze volgens de werkvolgorde oriënteren – vraag lezen – gericht zoeken.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Examenstrategie: van plannen tot cijfer
De citeervraag luidt: 'Citeer de eerste twee woorden van de zin.' De zin in de tekst is: 'Omrop Fryslân stjoert nijs yn it Frysk út.' Wat schrijf je op, en wat zijn de valkuilen?
Er worden twee woorden gevraagd; de eerste twee woorden van de zin zijn 'Omrop' en 'Fryslân'.
Je schrijft exact 'Omrop Fryslân' over, met de hoofdletters en met het dakje op de â in Fryslân, precies zoals het in de tekst staat.
Niet vertalen ('Omroep Friesland' is fout), niet meer of minder woorden ('Omrop Fryslân stjoert' is drie woorden) en de spelling niet veranderen ('Fryslân' zonder dakje is fout).
Resultaat: Het juiste citaat is 'Omrop Fryslân' — exact twee woorden, letterlijk in het Fries overgeschreven, met de â. Bij een citeervraag bepalen letterlijkheid en het juiste aantal woorden het punt; vertalen of verkeerd tellen kost het.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Maak een oude Friese examentekst onder tijdsdruk: bepaal vooraf je richttijd per tekst, houd een kwartier controletijd over en kijk daarna je antwoorden na met het officiële correctievoorschrift. Tel per open vraag of je alle gevraagde elementen had en of elk citaat letterlijk en met het juiste aantal woorden is overgeschreven.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Friese taal en cultuur (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad