Loading
Loading
Een rijke woordenschat is de motor van je leesvaardigheid: hoe meer Franse woorden je vlot herkent, hoe sneller en preciezer je examenteksten begrijpt. Anders dan grammatica wordt woordenschat indirect maar zwaar getoetst op het centraal examen leesvaardigheid, en je hebt haar ook nodig bij het schrijven en spreken voor het schoolexamen. In deze samenvatting leer je woorden slim te verwerven — thematisch en via woordvorming — en onbekende woorden te ontcijferen met faux-amis-besef en contextstrategieën.
4Onderdelenca. 19min leestijd3VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 3
basisniveau
Voor het schoolexamen: bouw bij elk examenthema een woordveld op, herhaal het verspreid over meerdere dagen en leer woorden altijd met een korte voorbeeldzin in plaats van als kaal rijtje.
verhoogd niveau
Wie doorstroomt naar het hoger onderwijs, leest en schrijft veel anderstalig materiaal; een grote, thematisch geordende woordenschat en de gewoonte om betekenis uit de context af te leiden, blijven daar onmisbaar.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Woordveld: l'environnement
Bouw een klein woordveld rond het thema „l'environnement” (het milieu): verzamel passende woorden, orden ze en zet er een voorbeeldzin bij.
Schrijf het thema in het midden: „l'environnement” (het milieu). Dat is het ankerpunt waaraan je alle andere woorden ophangt.
Noteer de woorden die in milieuteksten steeds terugkomen: problemen — „la pollution” (de vervuiling), „le réchauffement” (de opwarming), „les déchets” (het afval); en oplossingen — „recycler” (recyclen).
Verwerk de woorden in één voorbeeldzin, zodat je ze in context vastlegt: „Pour protéger l'environnement, il faut recycler les déchets et réduire la pollution.”
Resultaat: Het woordveld rond „l'environnement” bevat nu een geordende set samenhangende woorden — „la pollution”, „le réchauffement”, „les déchets”, „recycler” — verankerd in één voorbeeldzin. Zo onthoud je ze als netwerk in plaats van als losse vertalingen, precies zoals de tabel hieronder laat zien.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bouw een woordveld van minstens acht Franse woorden rond het examenthema „la santé” (de gezondheid) en zet bij elk woord een korte Franse voorbeeldzin.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Veelvoorkomende Franse achtervoegsels
Je komt in een tekst het bijvoeglijk naamwoord „inacceptable” tegen en kent het niet. Ontleed het met behulp van woordvorming: bepaal het voorvoegsel, de stam, het achtervoegsel, de woordsoort en de vermoedelijke betekenis.
In het midden van „inacceptable” herken je de stam „accepter” (accepteren, aanvaarden). Dat is de kernbetekenis waar je omheen werkt.
Het woord eindigt op „-able”. Dat achtervoegsel vormt een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis „… -baar” of „te …”: „acceptable” betekent dus „aanvaardbaar”.
Vooraan staat het voorvoegsel „in-”, dat het woord ontkennend maakt. „in-” + „acceptable” geeft „inacceptable”.
Resultaat: „Inacceptable” is een bijvoeglijk naamwoord, opgebouwd uit het voorvoegsel „in-” (ontkenning) + de stam „accept(er)” (aanvaarden) + het achtervoegsel „-able” (… -baar). Samen betekent het „onaanvaardbaar”. Zonder het woord ooit te hebben geleerd, heb je de betekenis puur via woordvorming achterhaald — de techniek die de tabel hieronder met de achtervoegsels ondersteunt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Ontleed de volgende woorden in stam en voor- of achtervoegsel, bepaal de woordsoort en geef de Nederlandse betekenis: „rapidement”, „impossible”, „le chanteur”, „refaire”.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Faux amis: gelijkenis tegenover echte betekenis
In de zin „Le vendeur m'a rendu la monnaie” lijkt „la monnaie” op het Nederlandse „munt”. Laat zien hoe die gelijkenis je op het verkeerde been zet en bepaal de juiste betekenis.
„La monnaie” lijkt sprekend op „munt”, dus de verleiding is groot om de zin te lezen als „De verkoper heeft mij de munt teruggegeven”. Dat klinkt vreemd: waarom zou een verkoper je één munt teruggeven?
De context is een aankoop waarbij de verkoper iets „rend” (teruggeeft). Wat een verkoper na het betalen teruggeeft, is niet „munt” maar het geld dat je te veel hebt betaald — het wisselgeld. De vertrouwde betekenis past dus niet.
„La monnaie” betekent hier „wisselgeld” (en breder „kleingeld” of „munteenheid”), niet „munt”. De juiste vertaling is: „De verkoper heeft mij het wisselgeld teruggegeven.”
Resultaat: „La monnaie” is een faux ami: de gelijkenis met „munt” misleidt, maar in deze context betekent het „wisselgeld”. De correcte zin luidt „De verkoper heeft mij het wisselgeld teruggegeven.” Wie blind op de gelijkenis was afgegaan, had de zin verkeerd begrepen — precies de valkuil die het driekoloms-overzicht hieronder helpt voorkomen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Geef bij elk van de volgende faux amis het Nederlandse woord waar het op lijkt én de echte betekenis: „la journée”, „attendre”, „la veste”, „le médecin”.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Je kent het woord „malhonnête” niet. Leid de betekenis af in de zin „Il ment toujours ; il est vraiment malhonnête.” met behulp van de woordsoort, de stam en de zinscontext, zonder woordenboek.
Vóór „malhonnête” staat „il est” (hij is). Wat volgt op „être” is meestal een bijvoeglijk naamwoord, dus „malhonnête” beschrijft een eigenschap van „hij”.
In „malhonnête” zit de stam „honnête” (eerlijk), een woord dat je kent. Het voorvoegsel „mal-” betekent „slecht” of keert de betekenis om — vergelijkbaar met het ontkennende „in-” uit de vorige sectie.
De eerste helft van de zin zegt „Il ment toujours” — hij liegt altijd. Iemand die altijd liegt, is het tegenovergestelde van eerlijk; de context bevestigt dus de afleiding.
Resultaat: Door de woordsoort (bijvoeglijk naamwoord na „est”), de stam („honnête” = eerlijk) en het omkerende voorvoegsel „mal-” te combineren en dit te toetsen aan de context („il ment toujours”), leid je af dat „malhonnête” „oneerlijk” betekent — zonder woordenboek. De zin betekent: „Hij liegt altijd; hij is echt oneerlijk.”
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leid de betekenis van het laatste woord af zonder woordenboek en verklaar welke aanwijzingen je gebruikt: „Il faisait très froid, pourtant elle est sortie sans manteau.” (manteau).
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad