Loading
Loading
Het centraal examen (CE) Frans op de HAVO toetst maar één vaardigheid: leesvaardigheid. Je leest een aantal authentieke Franse teksten en beantwoordt daar vragen over, en dat cijfer telt voor de helft van je eindcijfer mee. Met een vaste werkwijze per tekst, kennis van de vraagtypes en een verstandige tijdsindeling haal je eruit wat erin zit.
4Onderdelenca. 20min leestijd3VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 3
basisniveau
Richt je op de vaste werkwijze per tekst en het herkennen van de vraagtypes: lees eerst de titel en de inleiding, werk van de vraag naar de tekst en geef volledige antwoorden, zodat je betrouwbaar een voldoende haalt.
verhoogd niveau
Wie doorstroomt naar het hoger onderwijs leest voortdurend zakelijke en vaktechnische teksten; de systematische aanpak — bewijs zoeken in de tekst, nauwkeurig citeren — is precies het secure lezen dat een vervolgopleiding van je vraagt.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Leg uit wat het CE Frans toetst, hoe lang het doorgaans duurt, welk hulpmiddel is toegestaan en hoe zwaar het meetelt — beantwoord elk onderdeel kort en volledig.
Het centraal examen toetst uitsluitend leesvaardigheid. Je krijgt een aantal authentieke Franse teksten en beantwoordt daar vragen over; spreken, schrijven en luisteren horen bij het schoolexamen, niet bij het CE.
De precieze duur staat in het examenrooster en is voor de moderne vreemde talen op de HAVO doorgaans 2,5 uur (150 minuten). Je mag een papieren woordenboek gebruiken; een digitaal woordenboek niet.
Het CE-cijfer telt voor de helft van je eindcijfer mee: je eindcijfer Frans is het gemiddelde van je schoolexamencijfer en je centraal-examencijfer.
Resultaat: Het CE Frans toetst alleen leesvaardigheid (authentieke Franse teksten met vragen), duurt doorgaans 2,5 uur, staat een papieren woordenboek toe en telt voor de helft van je eindcijfer mee — samen het gemiddelde met je schoolexamen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg in je eigen woorden uit wat het CE Frans precies toetst, hoe lang het doorgaans duurt, welk hulpmiddel je mag gebruiken en hoe zwaar het meetelt voor je eindcijfer.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Vraagtypes op het CE Frans
Lees deze korte, zelfbedachte Franse oefenalinea (eerlijk bedoeld als oefenmateriaal, geen examentekst) en beantwoord de open vraag erbij volledig in het Nederlands, uitsluitend op basis van de tekst. — Tekst: Depuis quelques années, de plus en plus de jeunes Français préfèrent faire leurs courses au marché plutôt qu'au supermarché. D'après eux, les fruits et les légumes y sont plus frais et le contact avec les vendeurs est plus chaleureux. Beaucoup reconnaissent pourtant que les prix y sont souvent plus élevés. „Je paie un peu plus, mais je sais d'où vient ma nourriture”, explique Camille, étudiante à Lyon. — Vraag: Waarom kiezen steeds meer jonge Fransen ervoor om hun boodschappen op de markt te doen in plaats van in de supermarkt? Noem twee redenen.
De vraag begint met „waarom” en vraagt expliciet om twee redenen. Je antwoord moet dus twee verschillende redenen bevatten; noem je er maar één, dan is je antwoord onvolledig. En het antwoord moet in het Nederlands, niet in het Frans.
De tweede zin noemt precies twee redenen: „D'après eux, les fruits et les légumes y sont plus frais et le contact avec les vendeurs est plus chaleureux.” Daar staan de verser zijnde groente en fruit én het hartelijker contact met de verkopers.
De zin over de hogere prijzen („les prix y sont souvent plus élevés”) en het citaat van Camille zijn een valkuil: dat is geen reden om vóór de markt te kiezen, maar een nadeel dat men accepteert. Laat die dus weg. Formuleer in correct Nederlands: „De groente en het fruit zijn er verser, en het contact met de verkopers is er hartelijker.”
Resultaat: Een volledig antwoord luidt: „De groente en het fruit zijn er verser, en het contact met de verkopers is er hartelijker.” Beide gevraagde redenen staan erin, het is in het Nederlands geformuleerd en uitsluitend op de tekst gebaseerd; de hogere prijs is bewust weggelaten, omdat dat een nadeel is en geen reden om voor de markt te kiezen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bij de Franse alinea in het uitgewerkte voorbeeld hieronder hoort een open vraag in het Nederlands. Bepaal hoeveel elementen je antwoord moet bevatten en schrijf een volledig antwoord dat uitsluitend op de tekst berust.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Examenaanpak per tekst
Je examen Frans duurt 150 minuten en bevat 7 teksten. Bepaal hoeveel tijd je gemiddeld per tekst overhoudt als je een controlemarge aanhoudt, en leg stap voor stap uit hoe je die tijd bewaakt.
Houd aan het eind ongeveer 15 minuten over om je antwoorden te controleren, gemarkeerde vragen alsnog te beantwoorden en alles netjes over te nemen op het antwoordblad. Van de 150 minuten blijft dan 150 − 15 = 135 minuten echte werktijd over.
Verdeel 135 minuten over 7 teksten: 135 ÷ 7 ≈ 19 minuten per tekst. Dat is een gemiddelde — geef korte, makkelijke teksten wat minder tijd en lange of moeilijke teksten wat meer, zolang je rond de 19 minuten per tekst blijft.
Houd per tekst de klok in de gaten. Dreigt een tekst veel meer dan zijn budget te kosten, markeer dan de vraag die je ophoudt, vul een voorlopig antwoord in en ga door naar de volgende tekst. In de controlemarge kom je terug op wat je hebt overgeslagen.
Resultaat: Met een controlemarge van 15 minuten houd je 135 minuten werktijd over, ofwel ongeveer 19 minuten per tekst voor 7 teksten. Door dat budget per tekst te bewaken en vastlopende vragen te markeren in plaats van erin te blijven hangen, kom je niet in tijdnood en benut je de marge aan het eind om je antwoorden te controleren en aan te vullen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Je examen Frans duurt 150 minuten en bevat 7 teksten. Maak een realistische tijdsindeling: bereken hoeveel tijd je gemiddeld per tekst overhoudt en leg uit waarom je tijd reserveert aan het eind.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Een open vraag levert 2 scorepunten op en het correctievoorschrift eist twee redenen, elk goed voor één punt. Je noemt één van de twee redenen goed. Bepaal hoeveel scorepunten je krijgt en leg uit wat dit betekent voor je strategie.
De vraag is 2 scorepunten waard en vraagt om twee elementen (twee redenen). Volgens het correctievoorschrift levert elk juist element 1 punt op.
Je hebt één van de twee gevraagde redenen goed genoemd. Dat is dus één correct element; het tweede element ontbreekt in je antwoord.
Eén correct element × 1 punt = 1 scorepunt. Het ontbrekende element kost je het andere punt: je krijgt 1 van de 2 scorepunten.
Resultaat: Je krijgt 1 van de 2 scorepunten, omdat je maar één van de twee gevraagde elementen hebt genoemd. De les voor je strategie: geef altijd alle gevraagde elementen, want een onvolledig antwoord laat punten liggen — en omdat de N-term elk scorepunt omzet in een stukje cijfer, beschermt volledigheid rechtstreeks je eindcijfer.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een open vraag levert 2 scorepunten op; het correctievoorschrift eist twee redenen, elk goed voor één punt. Je noemt er maar één goed. Bepaal hoeveel scorepunten je krijgt en leg uit wat dit betekent voor je examenstrategie.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad