Loading
Loading
Een vaste greep op de Franse grammatica maakt je Frans correct, helder en natuurlijk, én ze helpt je om examenteksten sneller en preciezer te lezen. Belangrijk om eerlijk te zijn over de plaats in het examen: grammatica wordt niet als apart onderdeel op het centraal examen getoetst, want het CE Frans toetst uitsluitend leesvaardigheid. Je oefent haar vooral voor het schoolexamen, bij schrijf- en spreekvaardigheid, terwijl een zeker gevoel voor vormen en zinsbouw je leesbegrip op het CE ondersteunt.
6Onderdelenca. 31min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 4 · Verdieping 1
basisniveau
Voor het schoolexamen: beheers de lidwoorden, de accord, de voornaamwoorden, de werkwoordstijden en de ontkenning en vraagzinnen zo dat je correct en begrijpelijk Frans schrijft en spreekt.
verhoogd niveau
Wie doorstroomt naar het hoger onderwijs leest en schrijft veel Frans; een vaste greep op de vormen, de tijden en de zinsbouw blijft daar onmisbaar en ondersteunt tegelijk je leesbegrip op het centraal examen.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Lidwoorden (les articles)
Vul de juiste vormen in en pas waar nodig de samentrekking of de ontkenning toe: ‘Je vais ___ (à + le) cinéma, mais je n’ai pas ___ argent.’ (= Ik ga naar de bioscoop, maar ik heb geen geld.)
De combinatie ‘à + le’ trekt in het Frans verplicht samen tot ‘au’. ‘Je vais à le cinéma’ is dus fout; het wordt ‘Je vais au cinéma’.
Zonder ontkenning zou je zeggen ‘j’ai de l’argent’: ‘argent’ (geld) is een onbepaalde, niet-telbare hoeveelheid, dus een partitief lidwoord — ‘de l’’ omdat ‘argent’ met een klinker begint.
Na ‘ne … pas’ wordt het partitief lidwoord ‘de’, en voor een klinker ‘d’’. ‘de l’argent’ wordt in de ontkenning dus ‘d’argent’: ‘je n’ai pas d’argent’.
Resultaat: De juiste zin is ‘Je vais au cinéma, mais je n’ai pas d’argent.’ ‘au’ is de verplichte samentrekking van ‘à + le’, en ‘d’’ is het partitief lidwoord dat na de ontkenning ‘ne … pas’ van ‘de l’’ naar ‘d’’ verandert.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Vul het juiste lidwoord in (bepaald, onbepaald of partitief) en pas samentrekking of ontkenning toe: ‘Le matin, je bois ___ café’, ‘Je vais ___ (à + les) Pays-Bas’, ‘Il ne mange pas ___ viande.’
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Het bijvoeglijk naamwoord: de accord
Zet het bijvoeglijk naamwoord in de juiste vorm en op de juiste plaats: ‘une maison (beau)’ en ‘des voitures (rouge)’.
‘maison’ is vrouwelijk enkelvoud. ‘beau’ is onregelmatig: de vrouwelijke vorm is niet ‘beaue’ maar ‘belle’.
‘beau’ hoort tot de korte groep (schoonheid, leeftijd, goedheid, grootte) die vóór het zelfstandig naamwoord staat. Het komt dus vóór ‘maison’: ‘une belle maison’.
‘voitures’ is vrouwelijk meervoud. ‘rouge’ eindigt al op een stomme ‘-e’, dus voor het vrouwelijke verandert er niets; alleen het meervoud krijgt ‘-s’: ‘rouges’. Kleuradjectieven staan ná het zelfstandig naamwoord: ‘des voitures rouges’.
Resultaat: De juiste vormen zijn ‘une belle maison’ en ‘des voitures rouges’. ‘beau’ wordt onregelmatig ‘belle’ en staat vóór het zn.; ‘rouge’ krijgt alleen een meervouds-‘s’ (‘rouges’) en blijft als kleur áchter het zn. staan.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Zet het bijvoeglijk naamwoord in de juiste vorm en op de juiste plaats, en maak waar gevraagd de vergelijkende trap: ‘une (grand) ville’, ‘des fleurs (blanc)’, ‘Paul est (petit, + vergelijkend) que Marie.’
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Persoonlijke voornaamwoorden: onderwerp, COD en COI
De voornaamwoorden y en en
Vervang het onderstreepte zinsdeel door één voornaamwoord (COD of COI) en plaats het correct: a) ‘Je vois mon ami.’ b) ‘Je téléphone à mes parents.’
‘voir’ neemt zijn voorwerp zonder voorzetsel (‘voir quelqu’un’), dus ‘mon ami’ is een lijdend voorwerp → COD. Mannelijk enkelvoud is ‘le’.
Het voornaamwoord staat in het Frans vóór het vervoegde werkwoord: ‘Je le vois’ (niet ‘Je vois le’).
‘téléphoner à quelqu’un’ gebruikt het voorzetsel ‘à’, dus ‘à mes parents’ is een meewerkend voorwerp → COI. Meervoud is ‘leur’, en het staat vóór het werkwoord: ‘Je leur téléphone’.
Resultaat: De juiste zinnen zijn a) ‘Je le vois.’ en b) ‘Je leur téléphone.’ Zonder voorzetsel kies je een COD (‘le’), met het voorzetsel ‘à’ een COI (‘leur’); beide staan vóór het vervoegde werkwoord.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Vervang de onderstreepte woorden door het juiste voornaamwoord (COD, COI, y of en): ‘Je mange des pommes’, ‘Nous allons à Paris’, ‘Tu parles à ton frère.’
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Présent: de drie regelmatige groepen
Onregelmatig: être, avoir en aller
Vervoeg het regelmatige werkwoord ‘parler’ (= praten, spreken) volledig in de présent, en leg bij elke persoon uit hoe je van stam + uitgang naar de vorm komt.
‘parler’ eindigt op ‘-er’ en hoort dus bij de eerste, grootste groep. Haal de uitgang ‘-er’ weg en je houdt de stam over: ‘parl-’. Aan die stam plak je alle persoonsuitgangen.
Voeg de uitgangen ‘-e’, ‘-es’, ‘-e’ toe: ‘je parle’, ‘tu parles’, ‘il/elle parle’. Deze drie uitgangen zijn stom — je hoort geen verschil — maar je moet ze wel uitschrijven.
Voeg de uitgangen ‘-ons’, ‘-ez’, ‘-ent’ toe: ‘nous parlons’, ‘vous parlez’, ‘ils/elles parlent’. Alleen ‘-ons’ en ‘-ez’ hoor je; de ‘-ent’ van de derde persoon is opnieuw stom.
Resultaat: De volledige présent van ‘parler’ is: ‘je parle, tu parles, il/elle parle, nous parlons, vous parlez, ils/elles parlent.’ Telkens is het recept hetzelfde — stam ‘parl-’ + de persoonsuitgang — precies zoals de eerste kolom van de tabel laat zien.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Vervoeg in de présent: ‘nous (parler)’, ‘ils (finir)’, ‘tu (vendre)’, ‘je (être)’, ‘vous (avoir)’, ‘elle (aller).’
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
De tijden: vorm en gebruik
Futur simple en conditionnel van parler
Zet de zin in de passé composé en let op het hulpwerkwoord en de accord: ‘Elle (aller) au marché.’ (= Zij is naar de markt gegaan.)
‘aller’ is een bewegingswerkwoord uit de vaste être-groep, dus het hulpwerkwoord is ‘être’, niet ‘avoir’. ‘être’ in de présent bij ‘elle’ is ‘est’.
‘aller’ is een ‘-er’-werkwoord, dus het regelmatige voltooid deelwoord eindigt op ‘-é’: ‘allé’.
Bij het hulpwerkwoord ‘être’ congrueert het deelwoord met het onderwerp. ‘Elle’ is vrouwelijk enkelvoud, dus voeg ‘-e’ toe: ‘allée’.
Resultaat: De juiste zin is ‘Elle est allée au marché.’ Omdat ‘aller’ tot de être-groep behoort, gebruik je ‘est’ (être), en omdat het onderwerp vrouwelijk is, krijgt het deelwoord de accord ‘-e’: ‘allée’.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies de juiste tijd (passé composé of imparfait) en vorm de werkwoorden: ‘Quand j’(être) petit, je (jouer) souvent au foot’, ‘Hier, il (pleuvoir) toute la journée’, ‘Soudain, le téléphone (sonner).’
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Subjonctif en ontkenning
Drie manieren om een vraag te stellen
Zinsbouw: Sujet – Verbe – Complément
Vorm de juiste werkwoordsvorm na ‘il faut que’ en verklaar je keuze: ‘Il faut que je (être) à l’heure.’ (= Ik moet op tijd zijn.)
‘il faut que’ drukt noodzaak uit en is een vaste trigger die in de bijzin met ‘que’ de subjonctif eist — niet de gewone présent.
‘être’ heeft een onregelmatige subjonctif die je uit het hoofd kent. De vorm bij ‘je’ is ‘sois’ (niet ‘suis’, dat is de présent).
Zet de gekozen vorm in de bijzin: ‘Il faut que je sois à l’heure’.
Resultaat: De juiste zin is ‘Il faut que je sois à l’heure.’ De trigger ‘il faut que’ dwingt de subjonctif af, en de onregelmatige subjonctif van ‘être’ bij ‘je’ is ‘sois’, zoals ook de eerste tabel toont (‘il faut que je sois’).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Zet om of vul aan: maak van ‘Tu viens’ de drie vraagvormen, maak ‘Je vois quelque chose’ ontkennend met ‘ne … rien’, en zet ‘Il faut que tu (avoir) de la patience’ in de subjonctif.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad