Loading
Loading
Gesprekken voeren betekent dat je in het Frans een eenvoudig gesprek kunt beginnen, gaande houden en afronden: beurten nemen, op de ander reageren en zelf vragen stellen. Belangrijk om te weten is waar dit onderdeel thuishoort: gespreksvaardigheid wordt op het schoolexamen getoetst, niet op het centraal examen, dat voor Frans uitsluitend leesvaardigheid toetst. Je oefent het spreken dus vooral voor de mondelinge toetsen van je school, waar durf en vloeiendheid zwaarder wegen dan foutloos Frans.
3Onderdelenca. 17min leestijd3VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2
basisniveau
Voor het schoolexamen: durf te spreken en houd een eenvoudig gesprek gaande. Werk met korte zinnen die je zeker weet, leer een handvol vaste reactiewoorden en redmiddelen uit je hoofd, en onthoud dat verstaanbaarheid en vloeiendheid zwaarder wegen dan foutloze grammatica.
verhoogd niveau
Wie doorstroomt naar een vervolgopleiding of veel met Frans te maken krijgt, heeft baat bij een vlotte spreekvaardigheid. Blijf gesprekken voeren in echte situaties en breid je redmiddelen uit, zodat je je ook buiten de schoolse oefeningen in het Frans kunt redden.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Je gesprekspartner zegt: „J'adore la musique française.” Reageer met een passend reactiewoord en stel daarna een vraag terug, zodat het gesprek doorloopt.
Je partner zegt dat hij of zij dol is op Franse muziek („J'adore la musique française”). Dit is een mededeling, geen vraag, dus jij bent nu aan de beurt om te reageren.
Met een kort reactiewoord laat je merken dat je luistert. „Ah bon ?” toont belangstelling en verrassing; „Moi aussi” (ik ook) sluit aan als jij het deelt. Kies bijvoorbeeld „Ah bon ?” om de ander uit te nodigen verder te vertellen.
Voeg een vraag toe zodat je partner door kan praten. Een vraagwoord helpt: „Quel est ton chanteur préféré ?” (wie is je favoriete zanger?). Zo ligt de bal weer bij de ander.
Resultaat: Een goede reactie is bijvoorbeeld: „Ah bon ? Quel est ton chanteur préféré ?” Je reageert eerst met een kort reactiewoord dat belangstelling toont, en geeft daarna met een open vraag de beurt terug — precies de twee stappen die een gesprek gaande houden.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Stel je voert een kort kennismakingsgesprek in het Frans. Reageer eerst met een passend reactiewoord op de uitspraak „J'adore la musique française.” en stel daarna zelf een vraag terug om het gesprek op gang te houden.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Redmiddelen op een rij
Wat doe je bij een hapering?
Je bent het Franse woord voor paraplu („parapluie”) kwijt. Houd het gesprek gaande: win eerst tijd met een vulwoord en omschrijf daarna in het Frans wat je bedoelt.
Begin niet met een stilte, maar koop een seconde met „Eh bien, …” of „Comment dire ?”. Zo houd je de beurt bij jezelf terwijl je een omschrijving bedenkt.
Gebruik de vaste opening „C'est une chose pour …” (het is een ding om te …). Daarna noem je waar het voorwerp voor dient.
Een paraplu gebruik je tegen de regen. In het Frans: „C'est une chose pour se protéger de la pluie” (het is een ding om je tegen de regen te beschermen). Eventueel vul je aan: „quand il pleut” (als het regent).
Resultaat: Een goede oplossing is: „Eh bien… c'est une chose pour se protéger de la pluie, quand il pleut.” Je wint eerst tijd met „Eh bien…”, en omschrijft daarna met „C'est une chose pour …” precies waar een paraplu voor dient — zo blijft het gesprek lopen, ook al ken je het woord „parapluie” niet.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Je wilt in een gesprek het woord „parapluie” (paraplu) gebruiken, maar je bent het even kwijt. Bedenk hardop een Franse omschrijving zodat je gesprekspartner toch begrijpt wat je bedoelt, en gebruik daarbij een vulwoord om tijd te winnen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Uitdrukkingen per situatie
Je staat in een Franse bakkerij en wilt een stokbrood kopen. Voer het gesprekje beleefd: groet, vraag om „une baguette” en bedank. Werk stap voor stap.
Open het contact altijd met „Bonjour” (eventueel „Bonjour madame” of „Bonjour monsieur”). In Frankrijk is groeten verplichte beleefdheid; zonder „Bonjour” begin je op de verkeerde voet.
Gebruik de beleefde vorm „Je voudrais …, s'il vous plaît”. Voor één stokbrood: „Je voudrais une baguette, s'il vous plaît” (ik zou graag een stokbrood willen, alstublieft).
Na het afrekenen sluit je netjes af. Bedank met „Merci beaucoup” (hartelijk dank) en neem afscheid met „Au revoir” (tot ziens). Zo rond je het gesprek beleefd af.
Resultaat: Het hele gesprekje luidt bijvoorbeeld: „Bonjour ! Je voudrais une baguette, s'il vous plaît. … Merci beaucoup, au revoir !” Je begint met de verplichte begroeting, vraagt beleefd met „Je voudrais …, s'il vous plaît” en sluit af met een bedankje en een afscheid — precies de beleefdheidsvolgorde die in een Franse winkel verwacht wordt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Speel een korte scène in de bakkerij: je wilt beleefd om een stokbrood („une baguette”) vragen en daarna afrekenen. Schrijf of zeg hardop wat je achtereenvolgens zegt, met de juiste begroeting, vraag en bedanking.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad