Loading
Loading
Spreken en presenteren oefen je voor het schoolexamen Frans: een korte presentatie of spreekbeurt waarin je je verhaal helder opbouwt en je verstaanbaar maakt in het Frans. Goed om te weten: het centraal examen Frans toetst uitsluitend leesvaardigheid, dus deze vaardigheid komt niet op het CE terug, maar telt wel mee in je schoolexamencijfer. Met een vaste opbouw (introduction, développement, conclusion), een paar Franse structuurformules en aandacht voor je uitspraak kom je een heel eind.
3Onderdelenca. 18min leestijd3VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2
basisniveau
Voor het schoolexamen: oefen een korte presentatie met een duidelijke inleiding, kern en slot, leer een handvol Franse structuurformules (d'abord, ensuite, enfin) uit je hoofd en spreek vooral hardop, zodat je verstaanbaar en vlot overkomt.
verhoogd niveau
Wie meer wil of doorstroomt naar een talige vervolgopleiding, breidt de woordenschat uit, durft vrijer en zonder script te spreken en varieert bewust met intonatie en verbindingswoorden om nuance en overtuiging aan te brengen.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
De driedeling van een presentatie
Plan de opbouw van een korte presentatie over „mes vacances” (mijn vakantie). Bepaal per deel — introduction, développement, conclusion — wat je zegt en welke Franse formule je inzet.
Open met een formule die meteen je onderwerp noemt: „Aujourd'hui, je vais vous parler de mes vacances.” Kondig dan kort de opbouw aan: „D'abord, je vais parler de la destination, ensuite des activités, et enfin de mon meilleur souvenir.” Je publiek weet nu het onderwerp én de route.
Werk de aangekondigde punten één voor één uit en markeer elke stap met een structuurwoord: „D'abord, je suis allé(e) en Espagne. Ensuite, j'ai visité la plage et un parc.” Onderbouw met een voorbeeld: „Par exemple, j'ai fait du surf.” De luisteraar hoort aan „d'abord” en „ensuite” precies waar je bent.
Sluit af met de slotformule en een bedankje: „Pour conclure, mes vacances étaient super. Merci de votre attention.” Daarmee heeft je presentatie een duidelijk, verzorgd einde.
Resultaat: Je presentatie heeft nu een herkenbare driedeling. De introduction kondigt het onderwerp en de opbouw aan („Aujourd'hui, je vais vous parler de mes vacances. D'abord …, ensuite …, enfin …”), het développement werkt de punten in een logische volgorde uit met „d'abord / ensuite / enfin” en een „par exemple”, en de conclusion vat samen en sluit af met „Pour conclure, … Merci de votre attention.” De luisteraar kan de rode draad van begin tot eind volgen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bereid de opbouw van een korte presentatie (ca. 2 minuten) voor over „mes vacances” (mijn vakantie). Schrijf voor elk van de drie delen — introduction, développement, conclusion — op wat je gaat zeggen en welke Franse structuurformule je gebruikt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Spreek de zin „Les petits enfants parlent” („De kleine kinderen praten”) correct uit. Bepaal stap voor stap welke letters je wél en niet uitspreekt en hoe de zin klinkt.
In „petits” zijn de slot-„t” en de slot-„s” stom, dus het klinkt als „peti”. Ook de slot-„s” van „enfants” spreek je niet uit; los klinkt het woord als „anfan”.
In de derde persoon meervoud is „-ent” stil. „parlent” klinkt daarom precies als „parle” — je hoort geen „-ent” aan het eind.
„enfants” bevat de neusklank „an” (lucht door de neus, geen aparte n). Omdat het volgende woord, „enfants”, met een klinker begint, maak je de liaison: de stomme „s” van „petits” springt als een „z” naar voren, zodat „petits enfants” klinkt als „peti-z-anfan”.
Resultaat: Uitgesproken klinkt de zin ongeveer als „lee peti-z-anfan parl”. De eindmedeklinkers van „petits” en „enfants” en de uitgang „-ent” van „parlent” zijn stom, de „an” is een neusklank, en de liaison verbindt „petits” en „enfants” met een „z”-klank. Wie alle letters apart zou uitspreken, zou meteen on-Frans klinken.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Oefen de uitspraak van de volgende zinnen hardop en let op de aangegeven klank: „Tu as vu la rue ?” (de „u”-klank), „Mes amis ont un grand jardin” (de neusklanken on/an/in) en „Les petits enfants parlent vite” (de stomme eindmedeklinkers). Neem jezelf op en luister terug.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Nuttige presentatieformules
Stel met de vaste formules een geraamte op voor een korte presentatie over „le sport” (sport): schrijf per fase één Franse zin — beginnen, drie keer de volgorde aangeven, een voorbeeld en afsluiten met bedankje.
Open met de aankondigingsformule en noem meteen je onderwerp: „Aujourd'hui, je vais vous parler du sport.” (let op: de + le = du).
Zet je drie punten in volgorde en markeer elk met een structuurwoord: „D'abord, le sport est bon pour la santé. Ensuite, le sport est amusant. Enfin, on rencontre beaucoup d'amis.”
Onderbouw een punt met de voorbeeldformule: „Par exemple, le football réduit le stress.” Daarmee wordt je punt concreet.
Rond af met de slotformule en het bedankje: „Pour conclure, le sport est important pour tout le monde. Merci de votre attention.”
Resultaat: Het geraamte staat: „Aujourd'hui, je vais vous parler du sport. D'abord, le sport est bon pour la santé. Ensuite, il est amusant. Enfin, on rencontre beaucoup d'amis. Par exemple, le football réduit le stress. Pour conclure, le sport est important pour tout le monde. Merci de votre attention.” Elke fase heeft zijn eigen formule, waardoor de presentatie ondanks de eenvoudige zinnen soepel en samenhangend klinkt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Schrijf voor een korte presentatie over „le sport” (sport) één Franse zin per fase op: een openingszin, drie zinnen met „d'abord / ensuite / enfin”, een voorbeeldzin met „par exemple” en een afsluiting met bedankje.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad