Loading
Loading
Voor het schoolexamen Duits lees je literatuur: voor HAVO ten minste drie Duitstalige werken, waarover je je leeservaring vastlegt in een leesdossier (domein E1). In dit onderwerp leer je wat de leeslijst en het leesdossier inhouden, hoe je je leeservaring verwoordt, welke verhaalbegrippen je daarbij gebruikt en hoe je een werk kiest dat bij je niveau past — met een blik op de Duitse literaire perioden.
3Onderdelenca. 12min leestijd3VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2
basisniveau
Voor het schoolexamen: lees drie Duitstalige werken en leg per werk je leeservaring en een korte analyse vast in een leesdossier.
verhoogd niveau
Wie verder gaat met Duits verdiept zich in literaire stromingen en analyse; de begrippen uit dit onderwerp vormen daarvoor de basis.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Onderdelen van een leesdossier
Je hebt een Duitstalige jongerenroman gelezen en wilt het dossieronderdeel „leeservaring” schrijven. Welke stappen zet je zodat je oordeel onderbouwd is?
Begin met auteur, titel en jaar, en een korte samenvatting (twee à drie zinnen) van waar het boek over gaat.
Beschrijf wat het boek met je deed: greep het je, verveelde het je, herkende je iets? Formuleer een duidelijk oordeel, bijvoorbeeld: het boek raakte me omdat de hoofdpersoon worstelt met een keuze die ik herken.
Geef een concreet voorbeeld uit het werk dat je oordeel staaft: een scène, een uitspraak van een personage. Zo wordt je leeservaring controleerbaar en overtuigend.
Resultaat: Een goed dossieronderdeel bevat titelgegevens, een korte samenvatting, een helder onderbouwd oordeel en minstens één concreet voorbeeld uit het werk. Het verschil met „ik vond het mooi” zit in de onderbouwing met voorbeelden.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Stel een mogelijke leeslijst van drie gevarieerde Duitstalige werken samen (bijvoorbeeld een jongerenroman, een novelle en een toneelstuk) en noteer per werk welke onderdelen je in je leesdossier zou opnemen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duits (HAVO) (CvTE / Examenblad)
De bouwstenen van een verhaal
Literaire kernbegrippen
Een roman opent met: „Ich erinnere mich noch genau an den Tag, an dem alles begann.” Welk vertelperspectief is dit, en wat betekent dat voor de lezer?
De verteller spreekt in de ik-vorm („Ich erinnere mich”). Dat wijst op een ik-verteller (Ich-Erzähler): een personage vertelt zelf het verhaal.
Bij een ik-verteller zie en weet je alleen wat dit personage ziet en weet. Je krijgt zijn gedachten en gevoelens van binnenuit, maar niet die van anderen.
Het beeld is dus subjectief en mogelijk beperkt of gekleurd: de ik-verteller kan zich vergissen of iets verzwijgen. Als lezer moet je daar rekening mee houden.
Resultaat: Het is een ik-verteller (Ich-Erzähler): een personage vertelt zelf, in de ik-vorm. Dat betekent dat je het verhaal subjectief en mogelijk beperkt beleeft — je weet alleen wat de verteller weet, en die kan gekleurd of onbetrouwbaar zijn.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Analyseer een door jou gelezen Duitstalig werk: bepaal het vertelperspectief, typeer de hoofdpersoon (rond of vlak), formuleer het thema in één zin en wijs één motief aan, telkens met een voorbeeld.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duits (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Perioden van de Duitse literatuur
Je hebt „Tschick” (2010) van Wolfgang Herrndorf gelezen. In welke periode van de Duitse literatuur plaats je het, en wat betekent dat?
„Tschick” verscheen in 2010. Dat is recent, dus het hoort bij de hedendaagse literatuur.
Op de tijdlijn valt 2010 in de Gegenwartsliteratur (de literatuur na 1945, tot heden): hedendaagse, vaak toegankelijke taal en actuele thema's.
Als hedendaags werk gebruikt „Tschick” modern, vlot Duits en herkenbare thema's (vriendschap, opgroeien), wat verklaart waarom het zo toegankelijk leest.
Resultaat: „Tschick” (2010) hoort bij de Gegenwartsliteratur. Dat verklaart de moderne, toegankelijke taal en de herkenbare thema's — kennis van de periode plaatst je leeservaring in een context.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies één werk van je leeslijst, zoek het jaar van verschijnen op en plaats het op de tijdlijn van de Duitse literaire perioden. Beschrijf in twee zinnen wat de context van die periode toevoegt aan je begrip van het werk.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duits (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad