Loading
Loading
Het centraal examen Duits toetst maar één vaardigheid: leesvaardigheid. Je leest een aantal authentieke Duitse teksten en laat zien dat je de hoofdgedachte, de structuur en de details begrijpt. In dit onderwerp leer je wat het examen precies van je vraagt, op welke niveaus tekstbegrip wordt getoetst, hoe je je tijd indeelt en hoe het nakijken en de N-term werken.
4Onderdelenca. 20min leestijd3VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 3
basisniveau
Voor het centraal examen: lees Duitse zakelijke teksten op ERK B1/B2-niveau en beantwoord de bijbehorende vragen volledig en precies.
verhoogd niveau
Wie naar het hoger onderwijs gaat, leest ook buiten het examen veel Duits; de leesstrategieën van dit onderwerp blijven dan bruikbaar voor studieteksten.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Opzet van het centraal examen Duits
Bij een Duitse tekst over stadslandbouw staat de Nederlandse open vraag: „Welke twee voordelen van daktuinen noemt de schrijver in alinea 3?” In de tekst staat: „Dachgärten kühlen das Gebäude darunter und liefern frisches Gemüse für Menschen, die weit von einem Geschäft entfernt wohnen.” Hoe pak je dit aan?
De vraag is Nederlands en vraagt om twee voordelen in alinea 3. Je weet nu precies waar je moet zoeken (alinea 3) en wat je zoekt (twee voordelen).
Je leest niet de hele tekst opnieuw, maar scant alinea 3. De sleutelzin is „kühlen das Gebäude darunter und liefern frisches Gemüse” — daar staan de twee voordelen, verbonden door „und”.
Je vertaalt de twee voordelen kort: (1) de daktuinen koelen het gebouw eronder af, en (2) ze leveren vers groente aan mensen die ver van een winkel wonen. Beide moeten erin staan, anders mis je een punt.
Resultaat: Twee voordelen: (1) de daktuinen koelen het gebouw eronder af, en (2) ze leveren vers groente aan mensen die ver van een winkel wonen. Het antwoord is in het Nederlands, volledig en put rechtstreeks uit alinea 3.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Vat in eigen woorden samen wat het centraal examen Duits van je vraagt: welke vaardigheid, welk niveau, welke vraagvormen, in welke taal je antwoordt en hoeveel het meetelt. Controleer je antwoord aan de tabel.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duits (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Niveaus van tekstbegrip
In een tekst staat: „Trotz der schlechten Wettervorhersage stiegen die Besucherzahlen stark.” De vraag is of het aantal bezoekers is gestegen of gedaald. Je kent het woord „stiegen” niet zeker. Hoe beredeneer je het antwoord?
„Trotz” betekent „ondanks” en kondigt een tegenstelling aan: wat erna komt, gaat in tegen „der schlechten Wettervorhersage” (de slechte weersvoorspelling).
„Schlecht” is negatief. Door de tegenstelling met „trotz” moet wat volgt juist positief zijn — er gebeurt iets goeds met de „Besucherzahlen” (de bezoekersaantallen).
Een positieve beweging van bezoekersaantallen is „stijgen”. „Stiegen … stark” moet dus „sterk gestegen” betekenen, ook al wist je het woord niet zeker. Het verwante Nederlandse „stijgen” bevestigt het.
Resultaat: Het aantal bezoekers is gestegen: het signaalwoord „trotz” dwingt een tegenstelling met het negatieve „schlecht” af, dus „stiegen stark” betekent „sterk gestegen”. Begrip op zinsniveau vult het ontbrekende woord in.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Lees een Duitse examentekst en schrijf naast elke alinea in één of twee Nederlandse woorden waar die over gaat. Formuleer daarna in één Nederlandse zin de hoofdgedachte van de hele tekst.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duits (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Werkvolgorde per tekst
Je krijgt een tekst van vijf alinea's met de vraag: „Waarom noemt de schrijver in alinea 4 het voorbeeld van Berlijn?” Beschrijf hoe je strategisch te werk gaat.
Lees eerst titel, inleiding en de eerste zin van elke alinea. Je weet nu globaal waar de tekst over gaat en dat alinea 4 ergens een voorbeeld bevat.
De vraag wijst naar alinea 4 en vraagt naar het dóél van het Berlijn-voorbeeld — niet naar wat er over Berlijn wordt gezegd, maar waaróm het wordt genoemd.
Ga naar alinea 4 en zoek het signaalwoord vóór het voorbeeld (bijvoorbeeld „zum Beispiel” of „etwa”). Het voorbeeld onderbouwt de bewering die ervóór staat; die bewering is het doel.
Antwoord in het Nederlands: het Berlijn-voorbeeld dient om de bewering te illustreren dat … (de stelling uit de zin ervóór). Controleer of je het doel noemt, niet alleen de inhoud.
Resultaat: Je leest de vraag vóór de alinea, herkent dat naar het dóél van het voorbeeld wordt gevraagd, vindt het signaalwoord dat het voorbeeld inleidt en koppelt het voorbeeld aan de stelling die het illustreert. Zo lees je gericht en verlies je geen tijd.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Maak een oude examentekst onder tijdsdruk: stel een wekker op vijftien minuten en houd je aan de werkvolgorde oriënteren – vraag lezen – gericht zoeken. Noteer achteraf bij welke vraag je in tijdnood kwam en waarom.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duits (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Vraagvormen en wat ze toetsen
De vraag luidt: „Citeer de eerste twee woorden van de zin waarin de schrijver zijn eigen mening geeft.” De bewuste zin in de tekst is: „Meiner Meinung nach schadet diese Maßnahme mehr, als sie nützt.” Wat schrijf je op, en wat zijn de valkuilen?
Je zoekt de zin waarin de schrijver zíjn mening geeft. „Meiner Meinung nach …” markeert duidelijk een eigen standpunt; dit is de bedoelde zin.
Er worden twee woorden gevraagd. De eerste twee woorden van de zin zijn „Meiner Meinung”.
Je schrijft exact „Meiner Meinung” over — niet „Meiner Meinung nach” (drie woorden) en niet „Meine Meinung”. Neem de hoofdletter van „Meinung” (zelfstandig naamwoord) precies over.
Resultaat: Het juiste citaat is „Meiner Meinung”. De valkuilen zijn: te veel woorden citeren („Meiner Meinung nach”), de verkeerde woorden kiezen, of een letter veranderen. Letterlijkheid en het juiste aantal woorden bepalen het punt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kijk een gemaakte examentekst na met het officiële correctievoorschrift. Tel per open vraag of je alle gevraagde elementen had, en controleer bij elke citeervraag of je exact het juiste aantal Duitse woorden letterlijk en met de juiste tekens hebt overgeschreven.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Duits (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad