Loading
Loading
In domein C ga je de diepte in: je onderzoekt een artistiek-creatief proces vanuit een eigen onderzoeksvraag. Je leert hoe een creatief proces verloopt, hoe je een goede, onderzoekbare vraag opstelt en hoe je je onderzoek opzet. Dit hoort bij het handelingsdeel; er is geen centraal examen.
2Onderdelenca. 10min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 1
basisniveau
Elke leerling doet in domein C een verdiepend onderzoek; het onderwerp kies je zelf, binnen de kaders van het PTA.
verhoogd niveau
De onderzoeksvaardigheden uit CKV bereiden voor op het profielwerkstuk en op onderzoek in vervolgstudies; verdieping is welkom maar geen extra exameneis.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Het creatieve proces als cyclus
Een singer-songwriter maakt een lied over afscheid. Reconstrueer het creatieve proces in fasen en benoem twee keuzemomenten.
De aanleiding is een persoonlijk afscheid; de maker wil dat gevoel vangen. Dat is de inspiratie die het proces op gang brengt.
De maker probeert verschillende akkoorden en melodieën uit, schrijft meerdere versies van de tekst, en verwerpt de meeste. Veel gaat de prullenbak in.
Kiest de maker een verdrietige, langzame ballad of juist een opgewekt nummer dat het afscheid relativeert? Deze keuze (doel: welk gevoel wil ik overbrengen?) bepaalt de hele sfeer.
De maker schrapt een heel couplet dat te expliciet was. De keuze om iets wég te laten, maakt het lied krachtiger — beperking en smaak sturen hier.
Resultaat: Het lied is niet in één ingeving ontstaan, maar door oriëntatie, veel experiment en bewuste keuzes over toon en weglating. Door het proces zo te reconstrueren, begrijp je het lied als resultaat van beslissingen — de kern van verdiepend onderzoek naar een creatief proces.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een kunstwerk (of je eigen creatie) en reconstrueer het creatieve proces erachter in fasen. Benoem minstens twee keuzemomenten en verklaar bij elk waarom de maker (of jij) die keuze maakte, gelet op doel, beperkingen of stijl.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma CKV havo/vwo — domein C (creatief proces) (CvTE / Examenblad)
Zwakke versus sterke onderzoeksvraag
Opbouw van een onderzoek
Scherp de te brede vraag ‚Iets met street art’ in stappen aan tot een goede onderzoeksvraag, en bedenk deelvragen.
‚Iets met street art.’ Dit is geen vraag en veel te breed: je zou er een heel boek over kunnen schrijven zonder richting.
‚Hoe wordt street art gebruikt om een boodschap over te brengen?’ Beter, maar nog steeds breed: over welke plek, welke maker, welke boodschap?
‚Hoe gebruikt kunstenaar Banksy beeld en tekst om maatschappijkritiek te uiten in drie van zijn bekende werken?’ Nu is de vraag afgebakend (één maker, drie werken), open (hoe), onderzoekbaar (er zijn bronnen en de werken zijn te bekijken) en relevant.
(1) Welke maatschappelijke thema’s kaart hij aan? (2) Hoe combineert hij beeld en tekst? (3) Welk effect heeft de plek (de muur, de context) op de boodschap?
Resultaat: Van een veel te breed onderwerp naar een scherpe, onderzoekbare vraag met drie deelvragen. Elke aanscherping maakte de vraag concreter; de deelvragen maken het onderzoek behapbaar. Zo laat de weg naar de vraag zien dat je hebt nagedacht over afbakening.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een onderwerp binnen kunst of cultuur dat je interesseert. Formuleer eerst een te brede vraag, scherp die in twee stappen aan tot een goede onderzoeksvraag (afgebakend, onderzoekbaar, open, relevant), en bedenk er drie deelvragen bij.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma CKV havo/vwo — domein C (onderzoeksvraag) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad