Loading
Loading
Een goed onderzoek staat of valt met goede bronnen en een eerlijke omgang ermee. Je leert soorten bronnen onderscheiden, hun betrouwbaarheid beoordelen, correct naar bronnen verwijzen en plagiaat vermijden. Dit hoort bij het handelingsdeel; er is geen centraal examen.
2Onderdelenca. 10min leestijd4VaardighedenNiveauStandaard 2
basisniveau
Bronnengebruik is voor iedereen een basisvaardigheid van het onderzoek in domein C.
verhoogd niveau
Deze vaardigheden komen terug bij het profielwerkstuk en in vervolgstudies; wie nu leert correct te verwijzen, heeft daar blijvend profijt van.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Primaire en secundaire bronnen
Is deze bron betrouwbaar?
Je onderzoekt een schilderij. Je vindt (a) de website van het museum dat het bezit en (b) een anonieme blogpost. Beoordeel beide op betrouwbaarheid en kies.
(a) Het museum is een deskundige instelling met kunsthistorici; de auteur is herkenbaar en gezaghebbend. (b) De blog is anoniem: je weet niet wie het schreef of wat hij weet.
(a) Het museum wil informeren en educatief zijn. (b) Het doel van de blog is onduidelijk; misschien wil hij vooral bezoekers trekken of een mening ventileren.
(a) De museumtekst verwijst naar onderzoek en catalogusgegevens en komt overeen met andere bronnen. (b) De blog geeft geen bronnen en is nergens anders bevestigd.
De museumsite is duidelijk betrouwbaarder op alle criteria. Je gebruikt die als hoofdbron; de blog gebruik je hooguit voor een idee of invalshoek, maar controleert dat dan bij een betere bron.
Resultaat: Op elk criterium — auteur, doel, onderbouwing, bevestiging — scoort de museumsite hoger dan de anonieme blog. Door de criteria systematisch toe te passen, kies je onderbouwd je hoofdbron in plaats van te vertrouwen op wat toevallig bovenaan staat.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Zoek voor een zelfgekozen onderzoeksonderwerp drie bronnen: minstens één primaire en één secundaire. Beoordeel elke bron op betrouwbaarheid met de vijf criteria (auteur, doel, actualiteit, onderbouwing, bevestiging) en leg uit welke bron je het meest vertrouwt en waarom.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma CKV havo/vwo — domein C (bronnen en betrouwbaarheid) (CvTE / Examenblad)
Van bron naar correcte vermelding
Een bron zegt: ‚Van Gogh gebruikte felle, contrasterende kleuren om emotie uit te drukken.’ Maak hier een correct citaat en een goede parafrase van, elk met bronvermelding.
‚Van Gogh gebruikte felle, contrasterende kleuren om gevoel te tonen.’ — Slechts twee woorden veranderd, geen bron. Dit is plagiaat, ook al staat er niet exact hetzelfde.
Volgens de museumtekst gebruikte Van Gogh ‚felle, contrasterende kleuren om emotie uit te drukken’ (Museum X, 2023). — Letterlijk overgenomen tussen aanhalingstekens, mét verwijzing.
Van Gogh zette kleur bewust in als middel: door sterke kleurcontrasten wilde hij gevoelens overbrengen in plaats van de werkelijkheid natuurgetrouw weer te geven (Museum X, 2023). — In eigen woorden en structuur, mét bron.
Achterin: Museum X (2023). Titel van de pagina. Geraadpleegd op [datum], van [webadres]. — Volledig, zodat de lezer de bron kan terugvinden.
Resultaat: Het citaat neemt de exacte woorden over (tussen aanhalingstekens, met verwijzing); de parafrase geeft de inhoud zelfstandig weer (ook met verwijzing). Beide vermelden de bron, dus geen van beide is plagiaat. De ‚lichte herschrijving zonder bron’ laat zien wat plagiaat wél is.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Neem een korte alinea uit een betrouwbare bron over je onderwerp. Maak er (1) een correct citaat van (letterlijk, tussen aanhalingstekens, met verwijzing) en (2) een goede parafrase (in je eigen woorden, met bronvermelding). Noteer daarna de volledige bronvermelding zoals die in je bronnenlijst zou staan.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma CKV havo/vwo — domein C (bronvermelding, integriteit) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad