Loading
Loading
Onderzoek dat je niet deelt, is half werk: in domein C presenteer je je bevindingen aan anderen. Je leert kiezen tussen presentatievormen (verslag, beeld, film, performance), je presentatie opbouwen en afstemmen op je publiek en je onderzoeksvraag. Dit hoort bij het handelingsdeel; er is geen centraal examen.
2Onderdelenca. 10min leestijd4VaardighedenNiveauStandaard 2
basisniveau
Iedereen presenteert de bevindingen van het verdiepende onderzoek; de vorm mag je (binnen het PTA) zelf kiezen.
verhoogd niveau
Presenteren en verantwoorden zijn ook bij het profielwerkstuk en in vervolgstudies belangrijk; CKV laat je met verschillende vormen oefenen.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Presentatievormen en waarvoor ze geschikt zijn
Beslisboom: welke presentatievorm?
Je onderzocht hoe een componist met dynamiek (hard/zacht) spanning opbouwt in één muziekstuk. Welke presentatievorm past het best en waarom?
Je bevinding gaat over geluid — dynamiek die je moet hóren om te begrijpen. Alleen erover schrijven zou de kern (het klinkende verschil tussen hard en zacht) niet overbrengen.
Een verslag kan het beschrijven, maar niet laten horen. Een mondelinge presentatie met geluidsfragmenten kan de dynamiek laten klínken terwijl je uitlegt wat er gebeurt. Een performance (het zelf spelen) kan ook, maar is voor deze analyse minder controleerbaar.
De sterkste vorm is een mondelinge presentatie met geluidsfragmenten (of een korte video): je laat de passages horen én wijst aan hoe de dynamiek de spanning stuurt.
‚Ik koos een presentatie met geluidsfragmenten omdat mijn onderzoeksvraag over hoorbare dynamiek gaat; het publiek moet het verschil tussen hard en zacht zelf horen om mijn analyse te kunnen volgen.’
Resultaat: De vorm volgt uit de vraag: omdat de bevinding over hoorbaar geluid gaat, is een presentatie met fragmenten sterker dan een verslag. De verantwoording koppelt de vormkeuze expliciet aan onderwerp, doel en publiek — precies wat CKV vraagt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bedenk voor een zelfgekozen onderzoeksvraag twee mogelijke presentatievormen. Weeg voor beide de sterke en zwakke kanten af tegen je onderwerp, doel en publiek, kies er één en schrijf een korte verantwoording van je keuze.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma CKV havo/vwo — domein C (presenteren van bevindingen) (CvTE / Examenblad)
Opbouw van een presentatie
Je onderzocht hoe Banksy beeld en tekst combineert voor maatschappijkritiek. Werk de opbouw van een tien-minuten-presentatie uit.
Begin met één sterk werk van Banksy op het scherm en de vraag: ‚Wat maakt dat dit beeld je aan het denken zet?’ Zo laat je het publiek de vraag meteen voelen.
Presenteer je hoofdvraag en drie deelvragen (welke thema’s, hoe beeld en tekst samenwerken, welk effect de plek heeft). Nu weet je publiek waar je naartoe werkt.
Behandel per deelvraag één of twee werken, telkens getoond op het scherm, en wijs concreet aan hoe beeld en tekst samen de boodschap dragen. Toon, vertel niet alleen.
Beantwoord de hoofdvraag in een paar heldere zinnen, toon je bronnenlijst, en sluit af met een korte reflectie: wat verraste je, wat zou je nog willen onderzoeken?
Resultaat: De presentatie loopt van een pakkende opening via de onderzoeksvraag en de per deelvraag getoonde bevindingen naar een heldere conclusie met bronnen en reflectie. Door steeds werk te tónen en de rode draad vast te houden, kan het publiek de analyse volgen — precies wat een geslaagde CKV-presentatie doet.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Maak een opzet (een storyboard of puntsgewijze structuur) voor een presentatie van een zelfgekozen onderzoek. Zorg dat de opbouw onderzoeksvraag → bevindingen → conclusie → reflectie duidelijk is, bedenk een pakkende opening en geef aan waar en hoe je je bronnen toont.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma CKV havo/vwo — domein C (opbouw en verantwoording presentatie) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen