Loading
Loading
Om kunstwerken scherper te kunnen bespreken, gebruik je bij CKV de dimensies van kunst: paren tegenpolen waarmee je een werk op een schaal kunt plaatsen, zoals feit/fictie, autonoom/toegepast, ambachtelijk/industrieel, amusement/engagement, lokaal/globaal en traditie/vernieuwing. Ze zijn een denkgereedschap voor analyse en gesprek. Dit hoort bij het handelingsdeel; er is geen centraal examen.
2Onderdelenca. 9min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 1
basisniveau
De dimensies zijn een gedeeld begrippenkader voor iedereen; je gebruikt ze om je waarnemingen en reflecties preciezer te maken.
verhoogd niveau
In kunstvakken worden dezelfde dimensies dieper uitgewerkt; bij CKV volstaat het ze te herkennen en toe te passen op je eigen ervaringen.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Dimensies als schalen tussen tegenpolen
De dimensies van kunst
Plaats een bekende Pixar-animatiefilm (bijvoorbeeld een familiefilm met een boodschap over vriendschap) op vier dimensieparen en onderbouw je keuzes.
Sterk richting fictie: het is een verzonnen verhaal met sprekende speelgoedfiguren of dieren. Toch zit er soms een kern van herkenbare werkelijkheid in de emoties.
Eerder toegepast dan autonoom: de film is gemaakt door een studio om een groot publiek te vermaken en geld te verdienen, niet als vrije, doelloze kunst.
Vooral amusement, maar met een duidelijk vleugje engagement: naast het vermaak zit er meestal een boodschap in (over vriendschap, verlies of opgroeien) die je aan het denken zet.
Overwegend industrieel: gemaakt met geavanceerde computertechniek door een groot team in een studio, in oplage vertoond. Toch zit er veel ambachtelijk vakwerk in het ontwerp.
Resultaat: De film is niet ‚gewoon amusement’, maar staat op elke dimensie op een eigen plek: sterk fictief, eerder toegepast, vooral amuserend met engagement, en industrieel met ambachtelijke zorg. Zo geeft het meerdimensionaal plaatsen een veel rijker beeld dan één etiket.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies één kunstuiting die je goed kent (een film, lied, gebouw, game of schilderij). Plaats haar op minstens vier dimensieparen (bijvoorbeeld feit/fictie en autonoom/toegepast) en onderbouw telkens waarom je haar dichter bij de ene of de andere pool zet.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma CKV havo/vwo — dimensies van kunstuitingen (CvTE / Examenblad)
Twee werken vergelijken op dimensies
Leg met de dimensie ambachtelijk/industrieel uit waarom het bezoeken van de échte ‚Zonnebloemen’ van Van Gogh anders is dan het bekijken van een poster ervan.
Het echte schilderij is ambachtelijk: met de hand geschilderd, uniek, met dikke, tastbare verfstreken (impasto) die je op een poster niet ziet. Het draagt de sporen van Van Goghs hand.
De poster is industrieel: machinaal in oplage gedrukt, glad, in duizenden identieke exemplaren. Het beeld is hetzelfde, maar de materie is verdwenen.
Voor het origineel sta je oog in oog met het werkelijke formaat, de textuur en de aanwezigheid van een uniek object dat de kunstenaar zelf heeft aangeraakt. Dat roept iets op wat een reproductie niet kan.
De dimensie ambachtelijk/industrieel maakt zichtbaar waarom CKV je naar het echte werk stuurt: niet het beeld, maar het unieke, met de hand gemaakte object is wat je in het museum beleeft.
Resultaat: Met de dimensie ambachtelijk/industrieel verklaar je precies waarom origineel en reproductie verschillen: hetzelfde beeld, maar het ene is uniek en tastbaar, het andere machinaal en identiek. Zo koppelt de dimensie een abstract begrip aan een concrete ervaring.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies twee werken uit dezelfde discipline die duidelijk verschillen (bijvoorbeeld een arthouse-film en een blockbuster, of een volkslied en een popnummer). Vergelijk ze op minstens drie dimensies en gebruik de vergelijking om te laten zien wat elk werk kenmerkt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma CKV havo/vwo — dimensies toepassen en vergelijken (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad