EuraStudy
Samenvattingen/Natuurkunde/Energie en wisselwerking (arbeid, energie, warmte)
Samenvattingen · NatuurkundeNL · VWO

Energie en wisselwerking (arbeid, energie, warmte)

Subdomein C2 bekijkt beweging en wisselwerking vanuit de energie in plaats van vanuit de kracht. De centrale gedachte is de wet van behoud van energie: energie gaat niet verloren maar zet om van de ene vorm in de andere. Arbeid is de maat voor die omzetting, vermogen de snelheid ervan, en het rendement geeft aan welk deel nuttig wordt gebruikt.

4 Onderdelen·~13 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 3

T·0333 / 17
Examenprofiel
C2 · Arbeid, vermogen en de betekenis van energieomzettingC2 · Kinetische en potentiële energie en de wet van behoud van energieC2 · Veerenergie en arbeid als oppervlakte onder een F,x-diagramC2 · Warmte, rendement en energieketens
Operatoren:berekenbepaalleg uitverklaartoon aan

basisniveau

Energie en behoud van energie is CE-kernstof voor nt en ng; het opstellen van een energiebalans is een standaardvaardigheid.

verhoogd niveau

In nt komt de koppeling met arbeid als oppervlakte (variabele kracht, veerenergie) en met rendement van machines uitgebreider terug.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Energie en wisselwerking (arbeid, energie, warmte)
    • 01Arbeid en vermogen○
    • 02Kinetische en potentiële energie, behoud◐
    • 03Veerenergie en arbeid als oppervlakte◐
    • 04Warmte, rendement en energieketens◐
§ 01

Arbeid en vermogen#

●○○BasisLPexamenblad-natuurkunde-C2

Kernpunten

Arbeid WWW is de energie die een kracht overdraagt terwijl zijn aangrijpingspunt verplaatst. Voor een constante kracht in de bewegingsrichting geldt W=F⋅sW=F\cdot sW=F⋅s; werkt de kracht onder een hoek θ\thetaθ met de verplaatsing, dan telt alleen de component in de bewegingsrichting mee: W=F scos⁡θW=F\,s\cos\thetaW=Fscosθ. Arbeid heeft de eenheid joule (1 J=1 N m1\ \text{J}=1\ \text{N}\,\text{m}1 J=1 Nm). In Afb. 1 is de arbeid van een constante kracht de rechthoekige oppervlakte onder het F,sF,sF,s-diagram — een beeld dat je later uitbreidt naar variabele krachten.

Arbeid als oppervlakte onder een F,s-diagram (constante kracht)

Arbeid van een constante krachtSchaubild von F = 15 N, y-Achsenabschnitt bei y = 15, im Bereich x von 0 bis 61234565101520F = 15 NF (N)s (m)
Afb. 1Afb. 1 — Bij een constante kracht is de arbeid de rechthoekige oppervlakte F⋅sF\cdot sF⋅s onder het F,sF,sF,s-diagram.
Een kracht loodrecht op de verplaatsing verricht géén arbeid, want cos⁡90∘=0\cos 90^\circ=0cos90∘=0. Zo verricht de normaalkracht op een horizontaal glijdend blok geen arbeid, en verricht de middelpuntzoekende kracht bij een cirkelbeweging geen arbeid — daarom blijft de snelheid daar constant. Arbeid kan ook negatief zijn: als de kracht tegen de beweging in werkt (zoals wrijving), is θ=180∘\theta=180^\circθ=180∘ en W<0W<0W<0; die kracht onttrekt dan energie aan het bewegende voorwerp.
Vermogen PPP is de snelheid waarmee arbeid wordt verricht of energie wordt omgezet: P=Wt=EtP=\dfrac{W}{t}=\dfrac{E}{t}P=tW​=tE​, met eenheid watt (1 W=1 J/s1\ \text{W}=1\ \text{J/s}1 W=1 J/s). Twee machines die dezelfde arbeid leveren, maar de ene sneller dan de andere, verschillen in vermogen, niet in arbeid. Voor een voorwerp dat met snelheid vvv beweegt onder een kracht FFF in de bewegingsrichting geldt de handige vorm P=F⋅vP=F\cdot vP=F⋅v, want P=F st=F stP=\dfrac{F\,s}{t}=F\,\dfrac{s}{t}P=tFs​=Fts​.
Deze grootheden hangen samen via de energie-eenheid. Een gangbare praktische eenheid van energie is de kilowattuur: 1 kWh=1000 W×3600 s=3,6⋅106 J1\ \text{kWh}=1000\ \text{W}\times 3600\ \text{s}=3{,}6\cdot10^{6}\ \text{J}1 kWh=1000 W×3600 s=3,6⋅106 J. Reken bij vermogensvragen altijd de tijd om naar seconden en de energie naar joule voordat je invult. Een veelvoorkomende toepassing is het bepalen van het vermogen dat nodig is om een voorwerp met constante snelheid tegen wrijving of zwaartekracht in te bewegen: dan is P=F⋅vP=F\cdot vP=F⋅v met FFF de kracht die je moet leveren.
W=F scos⁡θW = F\,s\cos\thetaW=Fscosθ

Arbeid van een kracht

Alleen de krachtcomponent in de bewegingsrichting verricht arbeid.

P=Wt=Et,P=F vP = \frac{W}{t} = \frac{E}{t}, \qquad P = F\,vP=tW​=tE​,P=Fv

Vermogen

De snelheid van energieomzetting; P = F·v bij beweging met snelheid v.

Uitgewerkt voorbeeld

Vermogen van een trap oplopen

Een leerling van 60 kg60\ \text{kg}60 kg loopt een trap van 4,0 m4{,}0\ \text{m}4,0 m hoogte op in 5,0 s5{,}0\ \text{s}5,0 s. Bereken de arbeid tegen de zwaartekracht en het geleverde vermogen (g=9,81 m/s2g=9{,}81\ \text{m/s}^2g=9,81 m/s2).

  1. 01Zwaartekracht

    Bereken Fz=mgF_z=mgFz​=mg.

    Fz=60⋅9,81=5,9⋅102 NF_z = 60\cdot 9{,}81 = 5{,}9\cdot10^{2}\ \text{N}Fz​=60⋅9,81=5,9⋅102 N
  2. 02Arbeid

    De verplaatsing is verticaal, dus W=Fz⋅hW=F_z\cdot hW=Fz​⋅h.

    W=5,89⋅102⋅4,0=2,4⋅103 JW = 5{,}89\cdot10^{2}\cdot 4{,}0 = 2{,}4\cdot10^{3}\ \text{J}W=5,89⋅102⋅4,0=2,4⋅103 J
  3. 03Vermogen

    Deel de arbeid door de tijd.

    P=2,35⋅1035,0=4,7⋅102 WP = \frac{2{,}35\cdot10^{3}}{5{,}0} = 4{,}7\cdot10^{2}\ \text{W}P=5,02,35⋅103​=4,7⋅102 W

Resultaat: De arbeid is 2,4⋅103 J2{,}4\cdot10^{3}\ \text{J}2,4⋅103 J en het vermogen 4,7⋅102 W4{,}7\cdot10^{2}\ \text{W}4,7⋅102 W.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: bereken arbeid met W=Fscos⁡θW=Fs\cos\thetaW=Fscosθ en herken wanneer een kracht geen (loodrecht) of negatieve (tegenwerkende) arbeid verricht.
  • Examendoel: bereken vermogen met P=E/tP=E/tP=E/t of P=FvP=FvP=Fv en reken correct met de eenheden joule, watt en kilowattuur.

Veelgemaakte fouten

  • De hoek in W=Fscos⁡θW=Fs\cos\thetaW=Fscosθ negeren en zo de arbeid van een schuine kracht overschatten.
  • Vermogen en energie (arbeid) door elkaar halen, of de tijd niet naar seconden omrekenen.

Actieve herhaling

Een hijskraan tilt een last van 8,0⋅102 kg8{,}0\cdot10^{2}\ \text{kg}8,0⋅102 kg met constante snelheid 12 m12\ \text{m}12 m omhoog in 6,0 s6{,}0\ \text{s}6,0 s. Bereken de verrichte arbeid en het geleverde vermogen (g=9,81 m/s2g=9{,}81\ \text{m/s}^2g=9,81 m/s2).

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma natuurkunde vwo — subdomein C2 (arbeid en vermogen) (CvTE / Examenblad)

§ 02

Kinetische en potentiële energie, behoud#

●●○StandaardLPexamenblad-natuurkunde-C2

Omzetting van zwaarte- in kinetische energie (behoud)

Behoud van energie tijdens de valSchaubild von E_zw, Nullstellen bei x = 5, y-Achsenabschnitt bei y = 100, fallend, im Bereich x von 0 bis 5, Schaubild von E_kin, Nullstellen bei x = 0, y-Achsenabschnitt bei y = 0, steigend, im Bereich x von 0 bis 51234520406080100Ezw = EkinEzwEkinE (J)valafstand (m)
Afb. 2Afb. 1 — Tijdens de val neemt EzwE_{\text{zw}}Ezw​ af en EkinE_{\text{kin}}Ekin​ toe; hun som blijft constant (100 J100\ \text{J}100 J).

Kernpunten

De twee mechanische energievormen zijn de kinetische energie (bewegingsenergie) Ekin=12m v2E_{\text{kin}}=\tfrac{1}{2}m\,v^{2}Ekin​=21​mv2 en de zwaarte-energie (potentiële energie in het zwaartekrachtveld) Ezw=m g hE_{\text{zw}}=m\,g\,hEzw​=mgh, met hhh de hoogte boven een gekozen nulniveau. De kinetische energie groeit met het kwádraat van de snelheid: bij een twee keer zo grote snelheid is de bewegingsenergie vier keer zo groot — de reden dat de remweg van een auto zo sterk toeneemt met de snelheid.
De wet van behoud van energie zegt dat energie niet ontstaat of verdwijnt, maar alleen van vorm verandert. Voor een systeem zonder wrijving betekent dit dat de som van kinetische en potentiële energie constant blijft: Ekin+Ezw=E_{\text{kin}}+E_{\text{zw}}=Ekin​+Ezw​= constant. In Afb. 1 zie je bij een vallend voorwerp hoe de zwaarte-energie afneemt terwijl de kinetische energie precies evenveel toeneemt; hun som blijft op elke hoogte gelijk. Dit levert een krachtig rekengereedschap: je hoeft niet de hele beweging te volgen, alleen begin- en eindtoestand te vergelijken.
Met de energiebalans los je snelheden op zonder de tijd te gebruiken. Voor een voorwerp dat vanuit rust een hoogte hhh valt, geldt mgh=12mv2m g h=\tfrac{1}{2}m v^{2}mgh=21​mv2, waaruit v=2ghv=\sqrt{2gh}v=2gh​ volgt — de massa valt weg, precies zoals bij de vrije val. Bij een achtbaan, een slinger of een skiër vergelijk je twee punten: 12mv12+mgh1=12mv22+mgh2\tfrac{1}{2}mv_1^{2}+mgh_1=\tfrac{1}{2}mv_2^{2}+mgh_221​mv12​+mgh1​=21​mv22​+mgh2​. Zolang de wrijving verwaarloosbaar is, hoef je de baanvorm niet te kennen, alleen het hoogteverschil.
Is er wél wrijving of luchtweerstand, dan is de mechanische energie niet behouden: een deel wordt omgezet in warmte. De algemene energiebalans wordt dan Ebegin=Eeind+EwarmteE_{\text{begin}}=E_{\text{eind}}+E_{\text{warmte}}Ebegin​=Eeind​+Ewarmte​, waarbij de „verloren” mechanische energie gelijk is aan de (negatieve) arbeid van de wrijvingskracht: Ewarmte=Fw⋅sE_{\text{warmte}}=F_w\cdot sEwarmte​=Fw​⋅s. De totale energie (inclusief warmte) blíjft behouden — energie gaat nooit echt verloren, ze wordt alleen minder bruikbaar. Dit onderscheid tussen behoud van mechanische energie en behoud van totale energie is een kernpunt van het examen.
Ekin=12m v2,Ezw=m g hE_{\text{kin}} = \tfrac{1}{2}m\,v^{2}, \qquad E_{\text{zw}} = m\,g\,hEkin​=21​mv2,Ezw​=mgh

Mechanische energievormen

Bewegingsenergie en zwaarte-energie ten opzichte van een nulniveau.

12mv12+mgh1=12mv22+mgh2\tfrac{1}{2}mv_1^{2}+mgh_1 = \tfrac{1}{2}mv_2^{2}+mgh_221​mv12​+mgh1​=21​mv22​+mgh2​

Behoud van mechanische energie

Zonder wrijving is de som van kinetische en potentiële energie constant.

Ebegin=Eeind+Fw⋅sE_{\text{begin}} = E_{\text{eind}} + F_w\cdot sEbegin​=Eeind​+Fw​⋅s

Energiebalans met wrijving

De verloren mechanische energie is de arbeid van de wrijvingskracht (warmte).

Uitgewerkt voorbeeld

Snelheid onder aan een baan

Een bal van 0,20 kg0{,}20\ \text{kg}0,20 kg rolt vanuit rust van een wrijvingsloze glijbaan met een hoogteverschil van 1,8 m1{,}8\ \text{m}1,8 m. Bereken de snelheid onderaan.

  1. 01Energiebalans

    Alle zwaarte-energie wordt kinetische energie.

    mgh=12mv2m g h = \tfrac{1}{2}m v^{2}mgh=21​mv2
  2. 02Massa valt weg

    Deel links en rechts door mmm en los vvv op.

    v=2gh=2⋅9,81⋅1,8v = \sqrt{2gh} = \sqrt{2\cdot 9{,}81\cdot 1{,}8}v=2gh​=2⋅9,81⋅1,8​
  3. 03Uitrekenen

    Bereken de wortel.

    v=35,3=5,9 m/sv = \sqrt{35{,}3} = 5{,}9\ \text{m/s}v=35,3​=5,9 m/s

Resultaat: De snelheid onderaan is 5,9 m/s5{,}9\ \text{m/s}5,9 m/s, onafhankelijk van de massa.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: stel een energiebalans op tussen twee toestanden met Ekin=12mv2E_{\text{kin}}=\tfrac12 mv^2Ekin​=21​mv2 en Ezw=mghE_{\text{zw}}=mghEzw​=mgh en los daaruit een snelheid of hoogte op.
  • Examendoel: verantwoord het verschil tussen behoud van mechanische energie (geen wrijving) en behoud van totale energie (met warmte).

Veelgemaakte fouten

  • Vergeten dat de kinetische energie met het kwadraat van de snelheid gaat (dus 12mv2\tfrac12 m v^221​mv2, niet 12mv\tfrac12 mv21​mv).
  • Bij wrijving toch behoud van mechanische energie aannemen en de warmteterm weglaten.

Actieve herhaling

Een karretje van 0,50 kg0{,}50\ \text{kg}0,50 kg start vanuit rust boven aan een wrijvingsloze baan op 1,2 m1{,}2\ \text{m}1,2 m hoogte. Bereken de snelheid onderaan met behoud van energie (g=9,81 m/s2g=9{,}81\ \text{m/s}^2g=9,81 m/s2).

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma natuurkunde vwo — subdomein C2 (behoud van energie) (CvTE / Examenblad)

§ 03

Veerenergie en arbeid als oppervlakte#

●●○StandaardLPexamenblad-natuurkunde-C2

F,u-diagram van een veer: energie is de driehoeksoppervlakte

Veerkracht en veerenergieSchaubild von F = C·u, Nullstellen bei x = 0, y-Achsenabschnitt bei y = 0, steigend, im Bereich x von 0 bis 0.10.020.040.060.080.120406080F = C·uF (N)u (m)
Afb. 3Afb. 1 — De veerkracht is evenredig met de uitrekking; de driehoeksoppervlakte onder de lijn is de veerenergie 12Cu2\tfrac12 Cu^221​Cu2.

Kernpunten

Bij een variabele kracht is de arbeid niet meer simpelweg F⋅sF\cdot sF⋅s, maar de oppervlakte onder het F,uF,uF,u-diagram. Voor een ideale veer geldt de wet van Hooke: de veerkracht is recht evenredig met de uitrekking, Fveer=C⋅uF_{\text{veer}}=C\cdot uFveer​=C⋅u, met CCC de veerconstante (in N/m) en uuu de uitrekking. In Afb. 1 is dit een rechte lijn door de oorsprong; de oppervlakte eronder is een driehoek. Daaruit volgt de veerenergie Eveer=12C u2E_{\text{veer}}=\tfrac{1}{2}C\,u^{2}Eveer​=21​Cu2 — de energie die in de ingedrukte of uitgerekte veer is opgeslagen.
De driehoeksoppervlakte maakt de factor 12\tfrac{1}{2}21​ meteen begrijpelijk: de oppervlakte van een driehoek met basis uuu en hoogte Fmax⁡=C uF_{\max}=C\,uFmax​=Cu is 12⋅u⋅Cu=12Cu2\tfrac{1}{2}\cdot u\cdot C u=\tfrac{1}{2}C u^{2}21​⋅u⋅Cu=21​Cu2. Dezelfde redenering (arbeid = oppervlakte) gebruik je bij elke kracht die met de plaats verandert: verdeel het gebied in bekende meetkundige figuren of tel hokjes. Zo bereken je ook de arbeid van een niet-constante trekkracht of de energie die een uitgerekt elastiek levert.
De opgeslagen veerenergie kan volledig worden teruggegeven: laat je de veer los, dan zet de veerenergie zich om in kinetische energie van het bevestigde voorwerp. Dat maakt de veer tot een energieopslag en verbindt dit onderdeel met behoud van energie: 12Cu2=12mv2\tfrac{1}{2}C u^{2}=\tfrac{1}{2}m v^{2}21​Cu2=21​mv2 geeft de wegschietsnelheid van bijvoorbeeld een katapult of een verende buffer. In een verticaal veer-massasysteem combineer je bovendien veerenergie, zwaarte-energie en kinetische energie in één balans.
De veerconstante CCC bepaal je uit metingen: zet de veerkracht uit tegen de uitrekking en bepaal de richtingscoëfficiënt van de rechte lijn — die is CCC. Een stuggere veer heeft een grotere CCC en dus een steilere lijn; bij dezelfde uitrekking slaat hij meer energie op. Let op de geldigheidsgrens van de wet van Hooke: boven een bepaalde rek gaat een veer of materiaal plastisch (blijvend) vervormen en is de lijn niet langer recht — dan geldt de eenvoudige formule niet meer.
Fveer=C uF_{\text{veer}} = C\,uFveer​=Cu

Wet van Hooke

De veerkracht is recht evenredig met de uitrekking u.

Eveer=12C u2E_{\text{veer}} = \tfrac{1}{2}C\,u^{2}Eveer​=21​Cu2

Veerenergie

De driehoeksoppervlakte onder de F,u-lijn.

Uitgewerkt voorbeeld

Katapult met een veer

Een veer met C=300 N/mC=300\ \text{N/m}C=300 N/m wordt 10 cm10\ \text{cm}10 cm ingedrukt en duwt een balletje van 40 g40\ \text{g}40 g weg. Bereken de veerenergie en de maximale snelheid van het balletje.

  1. 01Veerenergie

    Gebruik Eveer=12Cu2E_{\text{veer}}=\tfrac12 Cu^2Eveer​=21​Cu2 met u=0,10 mu=0{,}10\ \text{m}u=0,10 m.

    Eveer=12⋅300⋅0,102=1,5 JE_{\text{veer}} = \tfrac{1}{2}\cdot 300\cdot 0{,}10^{2} = 1{,}5\ \text{J}Eveer​=21​⋅300⋅0,102=1,5 J
  2. 02Omzetten naar kinetische energie

    Alle veerenergie wordt bewegingsenergie.

    12mv2=1,5 J\tfrac{1}{2}m v^{2} = 1{,}5\ \text{J}21​mv2=1,5 J
  3. 03Snelheid oplossen

    Los vvv op met m=0,040 kgm=0{,}040\ \text{kg}m=0,040 kg.

    v=2⋅1,50,040=8,7 m/sv = \sqrt{\frac{2\cdot 1{,}5}{0{,}040}} = 8{,}7\ \text{m/s}v=0,0402⋅1,5​​=8,7 m/s

Resultaat: De veerenergie is 1,5 J1{,}5\ \text{J}1,5 J en de wegschietsnelheid 8,7 m/s8{,}7\ \text{m/s}8,7 m/s.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: bepaal arbeid als oppervlakte onder een F,uF,uF,u-diagram en leid daaruit de veerenergie Eveer=12Cu2E_{\text{veer}}=\tfrac12 Cu^2Eveer​=21​Cu2 af.
  • Examendoel: combineer veerenergie met behoud van energie om een snelheid of uitrekking te berekenen.

Veelgemaakte fouten

  • De veerenergie berekenen als F⋅uF\cdot uF⋅u (rechthoek) in plaats van 12Cu2\tfrac12 Cu^221​Cu2 (driehoek), waardoor het antwoord twee keer te groot wordt.
  • De veerconstante en de veerkracht verwarren, of de wet van Hooke toepassen buiten het lineaire gebied.

Actieve herhaling

Een veer met veerconstante C=250 N/mC=250\ \text{N/m}C=250 N/m wordt 8,0 cm8{,}0\ \text{cm}8,0 cm ingedrukt en schiet een blokje van 50 g50\ \text{g}50 g horizontaal weg. Bereken de opgeslagen veerenergie en de wegschietsnelheid (wrijving verwaarloosbaar).

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma natuurkunde vwo — subdomein C2 (arbeid en veerenergie) (CvTE / Examenblad)

§ 04

Warmte, rendement en energieketens#

●●○StandaardLPexamenblad-natuurkunde-C2

Energieketen van een verbrandingsmotor

EnergieketenGraaf, chemische energie → motor, motor → bewegingsenergie (nuttig), motor → warmte (verlies)chemischeenergiemotorbewegingsenergie(nuttig)warmte (verlies)nuttigverlies
Afb. 4Afb. 1 — Energieketen: van de chemische energie wordt een deel nuttige bewegingsenergie, de rest lekt als warmte weg.

Kernpunten

Warmte is energie die door een temperatuurverschil van het ene voorwerp naar het andere stroomt. Om een stof van massa mmm in temperatuur te laten stijgen met ΔT\Delta TΔT is een hoeveelheid warmte Q=c m ΔTQ=c\,m\,\Delta TQ=cmΔT nodig, met ccc de soortelijke warmte van de stof (in J kg−1 K−1\text{J}\,\text{kg}^{-1}\,\text{K}^{-1}Jkg−1K−1; op te zoeken in BINAS). Water heeft een uitzonderlijk hoge soortelijke warmte, wat verklaart waarom het traag opwarmt en afkoelt en waarom het als koelmiddel en warmtebuffer wordt gebruikt.
Vrijwel elke energieomzetting kun je weergeven als een energieketen: een schema waarin de energie van vorm naar vorm stroomt, met bij elke stap een deel dat als (meestal ongewenste) warmte weglekt. In Afb. 1 stroomt de chemische energie van brandstof via een motor naar bewegingsenergie, terwijl een groot deel als warmte verloren gaat. Zo'n schema maakt zichtbaar waar energie „verdwijnt” — en dat ze in werkelijkheid niet verdwijnt maar minder bruikbaar wordt, in overeenstemming met het behoud van totale energie.
Het rendement η\etaη geeft aan welk deel van de toegevoerde energie nuttig wordt gebruikt: η=EnuttigEtoegevoerd\eta=\dfrac{E_{\text{nuttig}}}{E_{\text{toegevoerd}}}η=Etoegevoerd​Enuttig​​, vaak uitgedrukt in procenten. Voor een continu proces geldt hetzelfde met vermogens: η=PnuttigPtoegevoerd\eta=\dfrac{P_{\text{nuttig}}}{P_{\text{toegevoerd}}}η=Ptoegevoerd​Pnuttig​​. Een gloeilamp die het meeste in warmte omzet heeft een laag rendement voor licht; een elektromotor kan een hoog rendement halen. Het rendement is altijd kleiner dan 1 (100%), want een deel gaat onvermijdelijk als warmte verloren — een gevolg van de tweede hoofdwet van de thermodynamica.
Bij rendementsberekeningen is de energiebalans het houvast: de toegevoerde energie is de som van de nuttige energie en de verliezen, Etoegevoerd=Enuttig+EverliesE_{\text{toegevoerd}}=E_{\text{nuttig}}+E_{\text{verlies}}Etoegevoerd​=Enuttig​+Everlies​. Vaak reken je met vermogens en tijd: uit een gegeven brandstofverbruik en verbrandingswarmte bereken je EtoegevoerdE_{\text{toegevoerd}}Etoegevoerd​, uit de geleverde arbeid EnuttigE_{\text{nuttig}}Enuttig​, en daaruit het rendement. Let op consistente eenheden — zet alles in joule en watt — en op het onderscheid tussen de energie per seconde (vermogen) en de totale energie.
Q=c m ΔTQ = c\,m\,\Delta TQ=cmΔT

Warmte bij opwarmen

c is de soortelijke warmte (BINAS); ΔT is het temperatuurverschil in K.

η=EnuttigEtoegevoerd=PnuttigPtoegevoerd\eta = \frac{E_{\text{nuttig}}}{E_{\text{toegevoerd}}} = \frac{P_{\text{nuttig}}}{P_{\text{toegevoerd}}}η=Etoegevoerd​Enuttig​​=Ptoegevoerd​Pnuttig​​

Rendement

Het deel van de toegevoerde energie dat nuttig wordt gebruikt; altijd kleiner dan 1.

Uitgewerkt voorbeeld

Rendement van een waterkoker

Een waterkoker van 2,0 kW2{,}0\ \text{kW}2,0 kW verwarmt 0,40 kg0{,}40\ \text{kg}0,40 kg water van 20 ∘C20\,^\circ\text{C}20∘C naar 100 ∘C100\,^\circ\text{C}100∘C in 75 s75\ \text{s}75 s. Bereken het rendement (c=4,18⋅103 J kg−1 K−1c=4{,}18\cdot10^{3}\ \text{J}\,\text{kg}^{-1}\,\text{K}^{-1}c=4,18⋅103 Jkg−1K−1).

  1. 01Nuttige energie (warmte in het water)

    Gebruik Q=cmΔTQ=cm\Delta TQ=cmΔT met ΔT=80 K\Delta T=80\ \text{K}ΔT=80 K.

    Q=4,18⋅103⋅0,40⋅80=1,34⋅105 JQ = 4{,}18\cdot10^{3}\cdot 0{,}40\cdot 80 = 1{,}34\cdot10^{5}\ \text{J}Q=4,18⋅103⋅0,40⋅80=1,34⋅105 J
  2. 02Toegevoerde energie

    Vermogen maal tijd.

    E=P t=2,0⋅103⋅75=1,5⋅105 JE = P\,t = 2{,}0\cdot10^{3}\cdot 75 = 1{,}5\cdot10^{5}\ \text{J}E=Pt=2,0⋅103⋅75=1,5⋅105 J
  3. 03Rendement

    Deel nuttig door toegevoerd.

    η=1,34⋅1051,5⋅105=0,89=89%\eta = \frac{1{,}34\cdot10^{5}}{1{,}5\cdot10^{5}} = 0{,}89 = 89\%η=1,5⋅1051,34⋅105​=0,89=89%

Resultaat: Het rendement is ongeveer 89%89\%89%; de rest gaat als warmte naar de kan en de omgeving.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: bereken warmte met Q=cmΔTQ=cm\Delta TQ=cmΔT en stel een energiebalans op voor een opwarm- of omzettingsproces.
  • Examendoel: bereken het rendement uit nuttige en toegevoerde energie (of vermogen) en teken/interpreteer een energieketen.

Veelgemaakte fouten

  • Nuttige en toegevoerde energie verwisselen in η=Enuttig/Etoegevoerd\eta=E_{\text{nuttig}}/E_{\text{toegevoerd}}η=Enuttig​/Etoegevoerd​, zodat een rendement groter dan 1 uitkomt.
  • Vermogen en energie mengen in dezelfde balans, of de temperatuur in graden Celsius verwarren met een temperatuurverschil in kelvin (het verschil is gelijk, maar de nulpunten niet).

Actieve herhaling

Een waterkoker levert 1,8 kW1{,}8\ \text{kW}1,8 kW en verwarmt 0,50 kg0{,}50\ \text{kg}0,50 kg water van 18 ∘C18\,^\circ\text{C}18∘C naar 100 ∘C100\,^\circ\text{C}100∘C in 2,0⋅102 s2{,}0\cdot10^{2}\ \text{s}2,0⋅102 s. Bereken het rendement (cwater=4,18⋅103 J kg−1 K−1c_{\text{water}}=4{,}18\cdot10^{3}\ \text{J}\,\text{kg}^{-1}\,\text{K}^{-1}cwater​=4,18⋅103 Jkg−1K−1).

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma natuurkunde vwo — subdomein C2 (warmte en rendement) (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Arbeid en vermogen○
    • 02Kinetische en potentiële energie, behoud◐
    • 03Veerenergie en arbeid als oppervlakte◐
    • 04Warmte, rendement en energieketens◐

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Energie en wisselwerking (arbeid, energie, warmte)

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~13
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma natuurkunde vwo — subdomein C2 (arbeid en vermogen)

Vorig onderwerp

Kracht en beweging (vectoren, wetten van Newton)

Volgend onderwerp

Gravitatie (bewegingen in het heelal, gravitatiewisselwerking)

EuraStudy·Samenvattingen T·03·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.