EuraStudy
Samenvattingen/Maatschappijleer/Politieke stromingen, partijen en verkiezingen
Samenvattingen · MaatschappijleerNL · VWO

Politieke stromingen, partijen en verkiezingen

Dit onderwerp behandelt de politieke stromingen en het partijstelsel. Je leert het liberalisme, het socialisme/de sociaaldemocratie en het confessionalisme met hun kernwaarden onderscheiden, plaatst partijen op de links-rechts- en de progressief-conservatief-dimensie, begrijpt het Nederlandse kiesstelsel van evenredige vertegenwoordiging, en kent de functies van politieke partijen.

4 Onderdelen·~12 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 3

T·0999 / 16
Examenprofiel
De politieke stromingen (liberalisme, socialisme, confessionalisme) en hun kernwaarden onderscheiden.Partijen op de links-rechts- en progressief-conservatief-dimensie plaatsen.Het kiesstelsel van evenredige vertegenwoordiging (kiesdeler, zetelverdeling) uitleggen.De functies van politieke partijen benoemen.
Operatoren:leg uitonderscheidplaatsvergelijkberekenberedeneer

basisniveau

Voor iedereen: ken de kernwaarden van de stromingen en het verschil tussen links en rechts.

verhoogd niveau

Verdieping: koppel standpunten aan stromingen en analyseer hoe evenredige vertegenwoordiging tot coalitiepolitiek leidt.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Politieke stromingen, partijen en verkiezingen
    • 01De politieke stromingen en hun kernwaarden○
    • 02Links-rechts en progressief-conservatief◐
    • 03Het kiesstelsel: evenredige vertegenwoordiging◐
    • 04Politieke partijen en hun functies◐
§ 01

De politieke stromingen en hun kernwaarden#

●○○BasisLPexamenblad-maatschappijleer-C-stromingen

Kernpunten

Politieke partijen zijn geworteld in bredere ideologieën, de politieke stromingen. Drie klassieke stromingen hebben het Nederlandse politieke landschap gevormd, vergeleken in Afb. 1: het liberalisme, het socialisme (later de sociaaldemocratie) en het confessionalisme (de christendemocratie). Elke stroming heeft een eigen kernwaarde en een eigen antwoord op de centrale politieke vraag: hoe moeten macht, vrijheid en welvaart over de mensen worden verdeeld, en welke rol speelt de overheid daarbij? Wie de kernwaarden kent, kan de standpunten van partijen begrijpen en voorspellen.

Drie politieke stromingen

Kernwaarden van de stromingenTabel met 3 kolommen en 3 rijen, Gegevens: stroming · kernwaarde · rol van de overheid; liberalisme · vrijheid van het individu · terughoudend, vrije markt; socialisme / sociaaldemocratie · gelijkheid · actief, herverdelen en beschermen; confessionalisme · gemeenschap en verantwoordelijkheid · aanvullend, middenveld ruimte gevenSTROMINGKERNWAARDEROL VAN DE OVERHEIDliberalismevrijheid van het individuterughoudend, vrije marktsocialisme /sociaaldemocratiegelijkheidactief, herverdelen enbeschermenconfessionalismegemeenschap enverantwoordelijkheidaanvullend, middenveldruimte geven
Afb. 1Afb. 1 — De drie klassieke stromingen verschillen in hun kernwaarde en in de rol die zij de overheid toekennen.
Het liberalisme stelt de vrijheid van het individu centraal. Liberalen willen een terughoudende overheid die de burger zo veel mogelijk vrij laat — economisch (vrije markt, ondernemerschap, lage belastingen) en persoonlijk. Zij vertrouwen op eigen verantwoordelijkheid en zien de staat vooral als bewaker van de spelregels, niet als herverdeler. Het socialisme en de eruit voortgekomen sociaaldemocratie stellen daarentegen de gelijkheid centraal. Zij willen een actieve overheid die de welvaart eerlijker verdeelt, de zwakkeren beschermt en zorgt voor werk, onderwijs en sociale zekerheid; de markt alleen leidt volgens hen tot te grote verschillen.
Het confessionalisme (de christendemocratie) plaatst niet het individu of de gelijkheid, maar de gemeenschap en de onderlinge verantwoordelijkheid centraal, vanuit een levensbeschouwelijke, christelijke inspiratie. Kernbegrippen zijn rentmeesterschap, naastenliefde en het maatschappelijk middenveld: verbanden tussen individu en staat, zoals gezin, kerk, school en vereniging, die volgens confessionelen dragende functies in de samenleving vervullen. De overheid moet die verbanden ruimte geven en aanvullen waar nodig, maar niet vervangen. Op de links-rechts-lijn nemen confessionelen daarom vaak een middenpositie in.
Naast deze drie klassieke stromingen zijn er nieuwere: de ecologische stroming (natuur en duurzaamheid centraal), populistische stromingen (die zich afzetten tegen „de elite” en opkomen voor „het gewone volk”), en libertaire of nationalistische bewegingen. Ook zijn er partijen die elementen combineren. Belangrijk is dat je een partij herkent aan haar kernwaarden en standpunten, niet alleen aan haar naam. Bij het schoolexamen moet je de kernwaarden van de drie hoofdstromingen kunnen benoemen en een gegeven standpunt aan de juiste stroming kunnen koppelen.
Uitgewerkt voorbeeld

Standpunt bij stroming plaatsen

Koppel elk standpunt aan een stroming: (a) „De belastingen moeten omlaag zodat ondernemers vrijer zijn.” (b) „De overheid moet de inkomensverschillen verkleinen.” (c) „Verenigingen en gezinnen zijn de kern van de samenleving en verdienen steun.”

  1. 01Standpunt a

    Nadruk op vrijheid, lage belastingen en ondernemerschap: liberalisme.

  2. 02Standpunt b

    Nadruk op gelijkheid en herverdeling door de overheid: socialisme/sociaaldemocratie.

  3. 03Standpunt c

    Nadruk op gemeenschap en het maatschappelijk middenveld: confessionalisme.

Resultaat: (a) liberalisme, (b) sociaaldemocratie, (c) confessionalisme — elk standpunt weerspiegelt de kernwaarde van zijn stroming.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de kernwaarden van liberalisme, socialisme en confessionalisme benoemen.
  • Examendoel: een gegeven standpunt aan de juiste stroming koppelen.

Veelgemaakte fouten

  • Een partij aan haar naam herkennen in plaats van aan haar kernwaarden en standpunten.
  • Confessionalisme gelijkstellen aan „rechts”; op sociaaleconomisch gebied neemt het vaak een middenpositie in.

Actieve herhaling

Kies twee actuele partijen en beschrijf voor elk de kernwaarde en de bijbehorende stroming aan de hand van een concreet standpunt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — politieke stromingen (CvTE / Examenblad)

§ 02

Links-rechts en progressief-conservatief#

●●○StandaardLPexamenblad-maatschappijleer-C-stromingen

Kernpunten

Om partijen te ordenen gebruikt men twee dimensies. De bekendste is de links-rechts-dimensie, weergegeven in Afb. 2. Deze gaat vooral over de sociaaleconomische vraag: hoeveel moet de overheid ingrijpen in de economie en de inkomensverdeling? Links staat voor meer overheid, meer herverdeling en meer nadruk op gelijkheid (de sociaaldemocratie); rechts staat voor minder overheid, een vrijere markt en meer nadruk op eigen verantwoordelijkheid (het liberalisme). Het confessionalisme neemt op deze as vaak een middenpositie in. Zo kun je partijen op een lijn van links naar rechts plaatsen.

Het links-rechts spectrum

Van links naar rechtsGetallenlijn, links: meer overheid, gelijkheid, midden, rechts: vrije markt, minder overheid, meer overheidsingrijpen, meer vrije markt0510meeroverheidsingrij…meer vrije marktlinks: meeroverheid, gelijkh…middenrechts: vrijemarkt, minder ove…
Afb. 2Afb. 2 — De links-rechts-as ordent partijen naar de sociaaleconomische vraag: van meer overheid en herverdeling (links) tot een vrije markt en minder overheid (rechts).
De links-rechts-lijn vangt echter niet alles, want partijen verschillen ook op niet-economische, culturele kwesties. Daarvoor gebruikt men een tweede dimensie: progressief tegenover conservatief. Progressief staat voor veranderingsgezindheid: openheid voor nieuwe normen en leefvormen, individuele zelfbeschikking, ruimte voor verandering. Conservatief staat voor behoud: vasthouden aan bestaande waarden, tradities en instituties. Deze dimensie gaat over vragen rond bijvoorbeeld immigratie, milieu, ethische kwesties en de omgang met traditie.
Doordat de twee dimensies losstaan, ontstaan er vier combinaties: een partij kan links én progressief zijn, links én conservatief, rechts én progressief, of rechts én conservatief. Een partij die economisch links is (meer overheid) maar cultureel conservatief (behoud van tradities), past niet op de simpele links-rechts-lijn alleen. Daarom gebruiken politicologen vaak een assenstelsel met beide dimensies, zodat je een partij nauwkeuriger kunt plaatsen dan met één lijn. Dit verklaart waarom termen als „links” en „rechts” soms verwarrend zijn: ze verwijzen meestal naar de economische as, maar worden ook voor culturele kwesties gebruikt.
Het plaatsen van partijen op deze dimensies is een kernvaardigheid: je leest een standpunt en bepaalt of het wijst op meer of minder overheid (links-rechts) en op verandering of behoud (progressief-conservatief). Let op: een partij kan op de ene as links en op de andere conservatief zijn, dus je moet beide dimensies apart beoordelen. Bij het schoolexamen wordt gevraagd een partij of standpunt op de juiste dimensie te plaatsen en die plaatsing met de kernwaarden te onderbouwen. Zo verbind je de abstracte stromingen uit de vorige paragraaf met concrete standpunten.
Uitgewerkt voorbeeld

Op twee dimensies plaatsen

Een partij wil hogere belastingen om de zorg te betalen (economisch) maar is tegen versoepeling van euthanasieregels en wil tradities behouden (cultureel). Plaats deze partij op beide dimensies.

  1. 01Links-rechts

    Hogere belastingen en meer overheidszorg wijzen op een linkse, sociaaleconomische positie (meer overheid).

  2. 02Progressief-conservatief

    Vasthouden aan tradities en terughoudendheid bij ethische versoepeling wijzen op een conservatieve positie.

  3. 03Conclusie

    De partij is economisch links maar cultureel conservatief — een combinatie die de simpele links-rechts-lijn niet vangt.

Resultaat: De partij is links op de economische as en conservatief op de culturele as; je moet beide dimensies apart beoordelen.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: een partij of standpunt op de links-rechts-dimensie plaatsen en dit onderbouwen.
  • Examendoel: de progressief-conservatief-dimensie onderscheiden van de links-rechts-dimensie.

Veelgemaakte fouten

  • Links-rechts en progressief-conservatief als één as zien; het zijn twee losse dimensies (economisch en cultureel).
  • Aannemen dat rechts altijd conservatief is en links altijd progressief; die combinaties komen los van elkaar voor.

Actieve herhaling

Plaats drie partijen in een assenstelsel met de links-rechts-as en de progressief-conservatief-as, en onderbouw elke plaatsing met een standpunt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — links-rechts en progressief-conservatief (CvTE / Examenblad)

§ 03

Het kiesstelsel: evenredige vertegenwoordiging#

●●○StandaardLPexamenblad-maatschappijleer-C-stromingen

Kernpunten

Nederland kent een stelsel van evenredige vertegenwoordiging: het aandeel zetels dat een partij krijgt, is vrijwel gelijk aan haar aandeel in de stemmen. De Tweede Kamer telt 150 zetels. Om te bepalen hoeveel stemmen één zetel „kost”, berekent men de kiesdeler: het totale aantal geldige stemmen gedeeld door 150. Een partij krijgt dan (ongeveer) zoveel zetels als haar stemmenaantal keer past in de kiesdeler. Doordat er geen hoge kiesdrempel is, kunnen ook kleine partijen met een zetel in de Kamer komen; dat maakt het Nederlandse stelsel bijzonder evenredig en het aantal partijen groot.
Het gevolg zie je in Afb. 3, een illustratieve zetelverdeling (géén echte verkiezingsuitslag). De 150 zetels raken verdeeld over veel partijen, en geen enkele partij haalt in haar eentje de meerderheid van 76 zetels die nodig is om te kunnen regeren. Daarom moeten partijen na de verkiezingen samenwerken in een coalitie die samen op ten minste 76 zetels kan rekenen — precies de kabinetsformatie uit het vorige onderwerp. Zo verbindt het kiesstelsel de verkiezingsuitslag met de noodzaak van coalitievorming.

Illustratieve zetelverdeling

Zetels (illustratief, totaal 150)Cirkeldiagram, Gegevens: partij A: 34; partij B: 28; partij C: 24; partij D: 20; partij E: 16; partij F: 14; overige: 14partij A 23%partij B 19%partij C 16%partij D 13%partij E 11%partij F 9%overige 9%
Afb. 3Afb. 3 — Illustratieve zetelverdeling (geen echte uitslag): geen enkele partij haalt de meerderheid van 76, dus is een coalitie nodig.
Het stelsel van evenredige vertegenwoordiging staat tegenover het districtenstelsel dat sommige andere landen kennen. In een districtenstelsel wordt het land in kiesdistricten verdeeld en wint per district de kandidaat met de meeste stemmen; kleinere partijen vallen dan vaak buiten de boot, wat meestal tot een tweepartijenstelsel en één regeringspartij leidt. Het Nederlandse stelsel is evenrediger en geeft meer partijen een stem, maar leidt tot versplintering en de noodzaak van coalities; het districtenstelsel geeft duidelijke meerderheden maar vertegenwoordigt minderheden slechter. Beide stelsels wegen evenredigheid en bestuurbaarheid dus anders af.
De evenredige vertegenwoordiging heeft grote gevolgen voor de Nederlandse politiek: veel partijen, coalitieregeringen, en een politiek van onderhandelen en compromissen. Kiezers stemmen op een partij (en een kandidaat via voorkeurstemmen), maar kiezen niet rechtstreeks een regering; die ontstaat pas na de formatie. Bij het schoolexamen moet je de werking van de evenredige vertegenwoordiging kunnen uitleggen, de kiesdeler kunnen toepassen en het verschil met een districtenstelsel kunnen benoemen.
Uitgewerkt voorbeeld

De kiesdeler toepassen

Bij een verkiezing worden 9 000 000 geldige stemmen uitgebracht voor 150 zetels. Bereken de kiesdeler en het aantal (hele) zetels voor een partij met 1 200 000 stemmen.

  1. 01Kiesdeler berekenen

    Kiesdeler = geldige stemmen / 150 = 9 000 000 / 150 = 60 000 stemmen per zetel.

  2. 02Zetels berekenen

    Zetels = stemmen / kiesdeler = 1 200 000 / 60 000 = 20 hele zetels.

  3. 03Betekenis

    De partij krijgt 20 zetels — ver onder de 76 die voor een meerderheid nodig zijn, dus samenwerking is nodig.

Resultaat: De kiesdeler is 60 000 stemmen; de partij behaalt 20 zetels, te weinig voor een meerderheid — coalitievorming is onvermijdelijk.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de werking van de evenredige vertegenwoordiging uitleggen en de kiesdeler toepassen.
  • Examendoel: het verschil tussen evenredige vertegenwoordiging en een districtenstelsel benoemen.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat kiezers rechtstreeks een regering kiezen; zij kiezen partijen, en de regering ontstaat pas na de coalitievorming.
  • De kiesdeler verkeerd berekenen; deel het totaal aantal geldige stemmen door 150 (het aantal zetels).

Actieve herhaling

Leg uit waarom een lage kiesdrempel (zoals in Nederland) tot veel partijen en coalitieregeringen leidt, en welk voordeel en nadeel dat heeft.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — evenredige vertegenwoordiging (CvTE / Examenblad)

§ 04

Politieke partijen en hun functies#

●●○StandaardLPexamenblad-maatschappijleer-C-stromingen

Kernpunten

Politieke partijen zijn onmisbaar voor het functioneren van de democratie; zij vormen de schakel tussen burgers en bestuur. Afb. 4 zet de belangrijkste functies die zij vervullen rond het begrip partij. De eerste is de integratie- of aggregatiefunctie: partijen bundelen de uiteenlopende wensen en belangen van vele burgers tot een samenhangend programma. Zonder die bundeling zou de politiek in duizend losse eisen uiteenvallen; de partij maakt er een geheel van waarover gestemd kan worden.

Functies van politieke partijen

Wat partijen doenGraaf, politieke partij → integratie (belangen bundelen), politieke partij → articulatie (standpunten uiten), politieke partij → participatie (burgers betrekken), politieke partij → rekrutering (bestuurders leveren), politieke partij → informatie (kiezers informeren)politiekepartijintegratie(belangen bu…articulatie(standpunten…participatie(burgers bet…rekrutering(bestuurders…informatie(kiezers ∞…
Afb. 4Afb. 4 — Politieke partijen bundelen belangen, brengen ze onder woorden, betrekken burgers, selecteren bestuurders en informeren kiezers.
De tweede functie is de articulatiefunctie: partijen brengen belangen en standpunten onder woorden en op de politieke agenda. Zij geven een stem aan opvattingen die in de samenleving leven en zorgen dat die in het parlement worden behandeld. De derde is de participatiefunctie: partijen betrekken burgers bij de politiek, bijvoorbeeld als lid, als vrijwilliger of als kiezer, en bieden hun een manier om invloed uit te oefenen. Zo houden partijen de democratische betrokkenheid levend.
De vierde functie is de rekruterings- of selectiefunctie: partijen leveren en selecteren de mensen die politieke functies gaan vervullen — Kamerleden, wethouders, ministers. Zij vormen als het ware de kweekvijver waaruit bestuurders voortkomen. De vijfde is de informatiefunctie: partijen informeren kiezers over hun standpunten en over politieke kwesties, zodat burgers een geïnformeerde keuze kunnen maken. Samen zorgen deze functies ervoor dat de wil van kiezers wordt vertaald in bestuur.
Toch staan politieke partijen onder druk. Het aantal leden is in veel democratieën gedaald, en sommige burgers voelen zich niet meer door een partij vertegenwoordigd, wat bijdraagt aan de kloof tussen burger en politiek. Tegelijk blijven partijen onmisbaar: zonder de bundeling, selectie en articulatie die zij verzorgen, kan een representatieve democratie niet werken. Bij het schoolexamen moet je de functies van politieke partijen kunnen benoemen en herkennen in een concrete situatie — bijvoorbeeld een partij die een nieuw thema op de agenda zet (articulatie) of kandidaten voor de verkiezingen selecteert (rekrutering).
Uitgewerkt voorbeeld

Een functie herkennen

Een partij organiseert een ledencongres waar het verkiezingsprogramma wordt vastgesteld en de kandidatenlijst wordt gekozen. Welke twee functies herken je?

  1. 01Programma vaststellen

    Het bundelen van wensen tot een samenhangend programma is de integratie- of aggregatiefunctie.

  2. 02Kandidatenlijst kiezen

    Het selecteren van mensen voor politieke functies is de rekruterings- of selectiefunctie.

  3. 03Combineren

    Op één congres vervult de partij dus meerdere functies tegelijk: bundelen én selecteren.

Resultaat: Het congres toont de integratiefunctie (programma) en de rekruteringsfunctie (kandidatenlijst) van de partij.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de functies van politieke partijen benoemen.
  • Examendoel: een partijfunctie herkennen in een concrete situatie.

Veelgemaakte fouten

  • Partijen alleen zien als groepen die op zetels uit zijn; ze vervullen onmisbare functies als bundeling, selectie en articulatie.
  • De rekruteringsfunctie over het hoofd zien; partijen leveren en selecteren de bestuurders van morgen.

Actieve herhaling

Leg uit waarom een representatieve democratie zonder politieke partijen niet goed kan functioneren, aan de hand van drie functies.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — functies van politieke partijen (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01De politieke stromingen en hun kernwaarden○
    • 02Links-rechts en progressief-conservatief◐
    • 03Het kiesstelsel: evenredige vertegenwoordiging◐
    • 04Politieke partijen en hun functies◐

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Politieke stromingen, partijen en verkiezingen

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~12
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo — politieke stromingen

Vorig onderwerp

Staatsinrichting en politieke besluitvorming

Volgend onderwerp

Massamedia, beeldvorming en publieke opinie

EuraStudy·Samenvattingen T·09·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.