EuraStudy
Samenvattingen/Kunst (algemeen)/Massacultuur vanaf 1950
Samenvattingen · Kunst (algemeen)NL · VWO

Massacultuur vanaf 1950

Na de Tweede Wereldoorlog ontstond in een tijd van welvaart, media en consumptie een cultuur voor iedereen: de massacultuur. Dit is een van de cultuurhistorische contexten die het examenprogramma vaststelt; het CvTE bepaalt per examenjaar welke contexten worden getoetst. Het onderwerp behandelt de naoorlogse consumptie- en jeugdcultuur, de pop art die het massabeeld tot kunst verhief, de popmuziek, film en televisie als massakunst, en het postmodernisme dat met citaat en ironie de grens tussen hoge en lage cultuur opheft. Via de invalshoeken — vooral vermaak, opdrachtgever en macht, en wetenschap en techniek — verbind je de kunst met een wereld van media, markt en globalisering, tot in de digitale tijd.

4 Onderdelen·~14 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·131313 / 13
Examenprofiel
De naoorlogse context (welvaart, media, consumptie, jeugdcultuur) herkennen en aan de kunst koppelen.Pop art en de kunst van de consumptiemaatschappij analyseren.Popmuziek, film en televisie als massakunst duiden.Het postmodernisme en de wisselwerking tussen hoge cultuur en massacultuur analyseren.
Operatoren:leg uitverklaaranalyseervergelijkinterpreteerberedeneerbeoordeel

basisniveau

Voor iedereen: de naoorlogse massacultuur, de pop art en de rol van de massamedia vormen de kern.

verhoogd niveau

Verdieping: het postmodernisme (citaat, ironie, geen grote verhalen) en de vervlechting van hoge en lage cultuur beredeneren, tot in de digitale cultuur.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Massacultuur vanaf 1950
    • 01Naoorlogse massacultuur: welvaart, media en jeugd○
    • 02Pop art en de kunst van de consumptiemaatschappij◐
    • 03Popmuziek, film en televisie als massakunst◐
    • 04Postmodernisme, globalisering en digitale cultuur●
§ 01

Naoorlogse massacultuur: welvaart, media en jeugd#

●○○BasisLPexamenblad-kunst-algemeen-context-massacultuur

Kernpunten

Na 1945 volgde in het Westen een periode van wederopbouw en ongekende welvaart. Steeds meer mensen kregen geld, vrije tijd en toegang tot een groeiend aanbod aan producten en vermaak; de consumptiemaatschappij was geboren. Tegelijk verspreidden de massamedia — vooral de televisie — zich razendsnel, zodat beeld, muziek en reclame in ieders huiskamer kwamen. Afb. 1 vat de logica van deze massacultuur samen als een kringloop: een cultuurindustrie maakt massaproducten, die via de media een massapubliek bereiken, dat weer nieuwe vraag en consumptie voortbrengt.

De kringloop van de massacultuur

Kringloop van de massacultuurGraaf, cultuurindustrie → massaproduct, massaproduct → massapubliek, massapubliek → consumptie en vraag, consumptie en vraag → cultuurindustriecultuurindustriemassaproductmassapubliekconsumptie envraag
Afb. 1Afb. 1 — De cultuurindustrie maakt massaproducten die via de media een massapubliek bereiken, dat weer nieuwe consumptie en vraag voortbrengt.
Een nieuw en invloedrijk verschijnsel was de jeugdcultuur. Voor het eerst vormden jongeren een eigen groep met eigen geld, eigen muziek (rock-'n-roll en pop), eigen kleding en eigen idolen — een cultuur die zich bewust afzette tegen die van de ouders. Deze jeugdcultuur werd een enorme markt en een motor van vernieuwing, en ze verspreidde zich, net als veel andere massacultuur, sterk vanuit de Verenigde Staten (de amerikanisering). Muziek, film en mode uit Amerika gaven de naoorlogse cultuur mede haar gezicht.
Dit alles wakkerde het oude debat over hoge en lage cultuur opnieuw aan. Critici waarschuwden dat er een „cultuurindustrie” was ontstaan: een commercieel apparaat dat cultuur produceert als koopwaar, gestandaardiseerd en op winst gericht, en dat het publiek passief en volgzaam houdt in plaats van het te verheffen. Volgens deze kritiek is massacultuur geen echte cultuur maar vermaak dat verdooft. Deze gedachte is invloedrijk, maar ook eenzijdig — ze onderschat hoeveel waardevols de massacultuur voortbracht.
Want tegenover die sombere kijk staat dat de massacultuur ook een enorme creativiteit en toegankelijkheid bracht. Kunst en vermaak werden voor het eerst echt voor iedereen bereikbaar, en uit de populaire muziek, de film en later de televisie kwam werk van grote artistieke waarde voort. Bovendien zou de scheiding tussen „hoge” en „lage” cultuur juist in deze periode gaan vervagen, zoals de volgende onderdelen laten zien. Voor de analyse houd je daarom beide kanten voor ogen: massacultuur is tegelijk commercieel massaproduct én een bron van echte, vernieuwende kunst.
Uitgewerkt voorbeeld

Twee blikken op de massacultuur

Een criticus noemt popmuziek „gestandaardiseerd fabriekswerk dat het publiek dom houdt”. Beoordeel deze uitspraak.

  1. 01De kern van de kritiek

    De uitspraak vertolkt de kritiek op de cultuurindustrie: massacultuur als commercieel, gestandaardiseerd product dat het publiek passief houdt.

  2. 02De eenzijdigheid

    Ze onderschat de creativiteit en de artistieke waarde die uit de populaire muziek voortkwamen, en de vrijheid en herkenning die ze veel mensen gaf.

  3. 03Genuanceerd oordeel

    Massacultuur is tegelijk commercieel massaproduct én bron van echte kunst; een houdbaar oordeel erkent beide kanten.

Resultaat: De uitspraak bevat een kern van waarheid (de commerciële, gestandaardiseerde kant) maar is te eenzijdig: massacultuur is óók creatief en waardevol, dus een genuanceerd oordeel houdt beide blikken vast.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de naoorlogse context (welvaart, consumptie, massamedia, jeugdcultuur, amerikanisering) herkennen en aan de kunst koppelen.
  • Examendoel: het debat over hoge cultuur en massacultuur (de kritiek op de cultuurindustrie) genuanceerd duiden.

Veelgemaakte fouten

  • Massacultuur bij voorbaat als kunstloos afdoen; ze bracht ook werk van grote artistieke waarde voort.
  • De kritiek op de cultuurindustrie als het hele verhaal zien; ze onderschat de creativiteit en toegankelijkheid van de massacultuur.

Actieve herhaling

Leg uit hoe welvaart, massamedia en jeugdcultuur samen de naoorlogse massacultuur vormden. Betrek in je antwoord zowel de kritiek op de cultuurindustrie als de creatieve kant.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma kunst (algemeen) vwo — naoorlogse massacultuur (CvTE / Examenblad)

§ 02

Pop art en de kunst van de consumptiemaatschappij#

●●○StandaardLPexamenblad-kunst-algemeen-context-massacultuur

Kernpunten

De beeldende kunst reageerde rechtstreeks op deze wereld van reclame, media en consumptie met de pop art, die rond 1960 opkwam. Afb. 2 zet haar kenmerken op een rij. In plaats van zich af te keren van de massacultuur, omarmde de pop art haar juist: kunstenaars haalden hun onderwerpen uit de reclame, de stripverhalen, de verpakkingen en de sterren van de media, en maakten daar kunst van. De alledaagse, commerciële beeldwereld die ons omringt, werd zo het onderwerp van de kunst.

Kenmerken van de pop art

Pop artTabel met 2 kolommen en 4 rijen, Gegevens: aspect · pop art; onderwerp · beelden uit reclame, strip en media; bron · de consumptie- en massacultuur; techniek · zeefdruk, herhaling, felle kleuren; houding · de grens tussen hoge kunst en massabeeld opheffenASPECTPOP ARTonderwerpbeelden uit reclame, stripen mediabronde consumptie-enmassacultuurtechniekzeefdruk, herhaling, fellekleurenhoudingde grens tussen hoge kunsten massabeeld opheffen
Afb. 2Afb. 2 — Pop art haalt haar beelden uit de massacultuur en heft de grens tussen hoge kunst en massabeeld op.
De grote namen zijn Andy Warhol en Roy Lichtenstein. Warhol beeldde consumptieproducten en beroemdheden af en gebruikte de zeefdruk om ze in reeksen te herhalen — een techniek uit de reclame die het unieke kunstwerk vervangt door een mechanische veelvoud, waarmee hij de reproduceerbaarheid van het massabeeld zelf tot onderwerp maakte. Lichtenstein vergrootte panelen uit stripverhalen tot schilderijen, compleet met de drukrasterpuntjes, en verhief zo het „laagste” massabeeld tot de museumzaal.
Achter deze keuze schuilt een belangrijke houding: de pop art hief de grens tussen hoge kunst en massabeeld op. Door reclame en strip in het museum te brengen, stelde ze de vraag waarom het ene beeld „kunst” heet en het andere niet, en of dat onderscheid nog houdbaar is in een wereld die door massabeelden wordt overspoeld. Tegelijk bleef de houding dubbelzinnig: viert de pop art de consumptiemaatschappij, of houdt ze haar juist een spiegel voor? Beide lezingen zijn mogelijk, en die dubbelzinnigheid hoort bij het werk.
De pop art sluit zo naadloos aan bij de invalshoeken van dit programma. Ze gaat over vermaak en massacultuur, over de kunstmarkt en de commercie (opdrachtgever en macht), en over de reproductietechniek (wetenschap en techniek) die het beeld eindeloos vermenigvuldigt. Voor de analyse betekent dit dat je een pop-artwerk niet leest als een klassiek, uniek meesterwerk, maar als een bewust spel met het massabeeld: waar komt het beeld vandaan, hoe is het bewerkt en herhaald, en welke houding — vieren of bevragen — spreekt eruit?
Uitgewerkt voorbeeld

Warhols herhaling lezen

Warhol toont hetzelfde beeld van een beroemdheid tientallen keren naast elkaar, gedrukt met de zeefdruktechniek. Leg uit wat deze herhaling betekent.

  1. 01De techniek

    De zeefdruk is een mechanische, reclame-achtige druktechniek die het beeld snel en identiek kan herhalen.

  2. 02Het effect

    Door de veelvoud verdwijnt het unieke, persoonlijke; de beroemdheid wordt een gestandaardiseerd massaproduct, net als een verpakking.

  3. 03De betekenis

    Warhol maakt zo de reproduceerbaarheid en de commercie van het massabeeld zichtbaar en bevraagt tegelijk de status van het unieke kunstwerk.

Resultaat: De herhaling met de zeefdruk maakt de beroemdheid tot een reproduceerbaar massaproduct; Warhol toont daarmee de mechanische, commerciële aard van het massabeeld en stelt de uniciteit van het kunstwerk ter discussie.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: pop art herkennen (onderwerpen uit reclame, strip en media; zeefdruk en herhaling) en aan de consumptiemaatschappij koppelen.
  • Examendoel: de houding van de pop art duiden — het opheffen van de grens tussen hoge kunst en massabeeld, en de dubbelzinnigheid (vieren of bevragen).

Veelgemaakte fouten

  • Pop art zien als een simpele verheerlijking van reclame; de houding is dubbelzinnig en bevraagt ook de consumptiecultuur en het kunstbegrip.
  • De herhaling en de zeefdruk als „gemakzucht” zien; ze maken juist bewust de mechanische reproductie van het massabeeld tot onderwerp.

Actieve herhaling

Analyseer een pop-artwerk. Wijs aan waar het beeld vandaan komt, hoe het is bewerkt (bijvoorbeeld herhaling of zeefdruk), en welke houding tegenover de consumptiecultuur eruit spreekt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma kunst (algemeen) vwo — pop art (CvTE / Examenblad)

§ 03

Popmuziek, film en televisie als massakunst#

●●○StandaardLPexamenblad-kunst-algemeen-context-massacultuur

Kernpunten

De massacultuur bracht eigen kunstvormen voort die miljoenen mensen bereikten. Afb. 3 zet de belangrijkste media en hun kunst op een rij. De popmuziek — pop en rock — werd de klank van de jeugdcultuur: verspreid via de grammofoonplaat, de radio en het concert, groeide ze uit tot een wereldwijd verschijnsel dat generaties hun geluid, hun idolen en hun identiteit gaf. Ze is bij uitstek massakunst: commercieel geproduceerd en verspreid, maar tegelijk een bron van oprechte, vernieuwende muziek.

Massamedia en hun kunstvormen

MassakunstTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: medium · kunstvorm · kenmerk; popmuziek · pop en rock · jeugdcultuur, plaat en concert; film · de speelfilm · massamedium én auteurskunst; televisie · serie, show, videoclip · beeld dagelijks in de huiskamer; digitale media · games, streaming, internetkunst · beeld op aanvraag, wereldwijd, interactiefMEDIUMKUNSTVORMKENMERKpopmuziekpop en rockjeugdcultuur, plaat enconcertfilmde speelfilmmassamedium én auteurskunsttelevisieserie, show, videoclipbeeld dagelijks in dehuiskamerdigitale mediagames, streaming,internetkunstbeeld op aanvraag,wereldwijd, interactief
Afb. 3Afb. 3 — De naoorlogse massamedia en de kunstvormen die ze voortbrachten.
De film had zich al eerder tot het grote massamedium ontwikkeld, en na 1945 werd haar dubbele karakter helder erkend. Enerzijds is de film een commercieel massaproduct dat een miljoenenpubliek vermaakt; anderzijds is ze een volwaardige kunstvorm met eigen middelen — beeld, montage, camerawerk, geluid — waarmee filmmakers persoonlijke, kunstzinnige werken scheppen. Het idee dat een regisseur, net als een schrijver, de „auteur” van een film kan zijn, verhief de film tot serieuze kunst, zonder haar massakarakter te verloochenen.
De televisie ten slotte bracht het bewegende beeld dagelijks de huiskamer binnen en werd zo het meest alledaagse van alle media. Serie, show, nieuws, sport en, met de opkomst van de popmuziek op tv, de videoclip vulden het scherm en werden een vast deel van het leven. Het gevolg is dat we sinds de tweede helft van de twintigste eeuw in een wereld leven die door beelden wordt overspoeld: het beeld is overal, altijd en voor iedereen — een situatie die het kunstbegrip zelf onder druk zet.
Deze massakunsten laten zien dat de invalshoeken vermaak, techniek en macht in de eigen tijd volop van kracht blijven. Elke vorm is tegelijk vermaak, commercieel product en potentiële kunst, en elke is afhankelijk van een techniek (plaat, film, uitzending, en later het internet) die haar bereik bepaalt. Bij de analyse van een massakunstwerk pas je daarom dezelfde dubbele blik toe als bij al het massavermaak: je erkent zowel de commerciële, technische en industriële kant als de artistieke keuzes en de betekenis — en je houdt de vraag naar de grens tussen kunst en amusement bewust open.
Uitgewerkt voorbeeld

Film als massaproduct én kunst

Een speelfilm trekt miljoenen bioscoopbezoekers, maar wordt tegelijk om zijn beeldtaal geprezen als een kunstwerk van de regisseur. Leg uit hoe beide waar kunnen zijn.

  1. 01Als massaproduct

    De film is commercieel geproduceerd en verspreid om een groot publiek te vermaken en geld op te brengen.

  2. 02Als kunst

    Tegelijk maakt de regisseur bewuste, persoonlijke keuzes in beeld, montage en geluid die de film tot een eigen kunstwerk maken (de auteursgedachte).

  3. 03Beide samen

    Massakarakter en kunst sluiten elkaar niet uit; de film is tegelijk industrieel product en artistieke schepping.

Resultaat: De film is massaproduct én kunst tegelijk: commercieel gemaakt voor een groot publiek, maar door de artistieke keuzes van haar maker ook een volwaardig kunstwerk — de twee sluiten elkaar niet uit.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: popmuziek, film en televisie als massakunst herkennen en hun dubbele karakter (massaproduct én kunst) duiden.
  • Examendoel: de alomtegenwoordigheid van het beeld sinds de massamedia analyseren en aan het kunstbegrip koppelen.

Veelgemaakte fouten

  • Film of popmuziek óf als „pure commercie” óf als „pure kunst” zien; ze zijn juist beide tegelijk.
  • De rol van de techniek onderschatten; plaat, film, uitzending en internet bepalen telkens het bereik van de massakunst.

Actieve herhaling

Kies een massakunstvorm (popmuziek, film of televisie). Analyseer haar met een dubbele blik: als commercieel massaproduct én als kunstvorm met eigen middelen en betekenis.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma kunst (algemeen) vwo — popmuziek, film en televisie (CvTE / Examenblad)

§ 04

Postmodernisme, globalisering en digitale cultuur#

●●●VerdiepingLPexamenblad-kunst-algemeen-context-massacultuur

Kernpunten

Vanaf de jaren zeventig en tachtig ontstond een nieuwe houding, het postmodernisme, dat het geloof van de moderne avant-garde ter discussie stelde. Afb. 4 zet beide naast elkaar en Afb. 5 plaatst de hele naoorlogse periode op een tijdlijn. Waar het modernisme geloofde in vooruitgang, in het volstrekt nieuwe en in één zuivere vorm, is het postmodernisme daar sceptisch over: het wantrouwt de grote verhalen en idealen, en kiest voor ironie, twijfel en meerduidigheid in plaats van voor de ernstige zoektocht naar het nieuwe.

Modernisme tegenover postmodernisme

Modern en postmodernTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: kenmerk · modernisme · postmodernisme; houding · geloof in vooruitgang en het nieuwe · twijfel, ironie, geen groot verhaal; originaliteit · streven naar het volstrekt nieuwe · citeren en hergebruiken van het bestaande; hoog en laag · hoge kunst tegenover massacultuur · hoog en laag vrij vermengd; stijl · één zuivere vorm nagestreefd · vrije mix van stijlen en verwijzingenKENMERKMODERNISMEPOSTMODERNISMEhoudinggeloof in vooruitgang en hetnieuwetwijfel, ironie, geen grootverhaaloriginaliteitstreven naar het volstrektnieuweciteren en hergebruiken vanhet bestaandehoog en laaghoge kunst tegenovermassacultuurhoog en laag vrij vermengdstijléén zuivere vorm nagestreefdvrije mix van stijlen enverwijzingen
Afb. 4Afb. 4 — Het postmodernisme keert zich tegen het geloof van het modernisme in vooruitgang, het nieuwe en de zuivere vorm.

De massacultuur op de tijdlijn

Massacultuur vanaf 1950Tijdlijn van 1945 tot 2020, 1955: welvaart en jeugdcultuur, 1962: pop art, 1980: postmodernisme, 2000: digitale cultuur, 1945–1960: wederopbouw en welvaart, 1960–1985: pop en massacultuur, 1985–2020: postmodern en digitaal1945jaarwederopbouw enwelvaartpop enmassacultuurpostmodern endigitaal1955welvaart enjeugdcultuur1962pop art1980postmodernisme2000digitale cultuur
Afb. 5Afb. 5 — Van de wederopbouw en welvaart, via pop art en massacultuur, naar het postmoderne en digitale tijdperk.
In plaats van het volstrekt nieuwe te zoeken, citeert en hergebruikt het postmodernisme juist het bestaande. Kunstenaars combineren stijlen uit verschillende tijden en culturen, verwijzen naar oudere kunst, reclame en populaire beelden, en spelen daar ironisch mee. Achter deze houding zit de gedachte dat werkelijk nieuwe kunst na een eeuw avant-garde nauwelijks nog mogelijk is: alles is al gemaakt, dus je kunt het bestaande alleen nog op nieuwe, speelse manieren hercombineren. Het citaat, het pastiche en de ironie zijn daarom de kenmerkende middelen.
Het postmodernisme voltooit bovendien het opheffen van de grens tussen hoge en lage cultuur. Wat de pop art begon, wordt hier vanzelfsprekend: hoge kunst en massacultuur worden vrij vermengd, en het onderscheid dat de invalshoek vermaak vanaf het begin ter discussie stelde, verliest zijn dwingende kracht. Een kunstwerk kan tegelijk een verwijzing naar een oude meester en naar een stripheld bevatten, zonder dat het een het ander uitsluit. De strikte rangorde van hoog boven laag heeft afgedaan.
Ten slotte veranderde de digitalisering de massacultuur opnieuw ingrijpend. De computer en het internet maakten beeld en geluid onbeperkt kopieerbaar en ogenblikkelijk wereldwijd verspreidbaar, en brachten nieuwe kunstvormen voort: digitale beeldende kunst, games, netkunst en interactieve werken. In deze geglobaliseerde, digitale wereld reizen beelden en stijlen vrij over de aardbol en vervagen de grenzen tussen maker, publiek en verspreider. Zo brengt de context van de massacultuur alle draden van het programma samen: vermaak, markt, techniek en interculturaliteit komen erin bijeen, tot in de meest actuele kunst van de eigen tijd.
Uitgewerkt voorbeeld

Modern of postmodern?

Een gebouw combineert speels een klassieke zuil, een middeleeuwse boog en een felgekleurde reclamevorm, met een knipoog. Bepaal de houding en verklaar je keuze.

  1. 01Waarneming

    Het gebouw citeert en mengt verschillende stijlen uit verschillende tijden en voegt een populaire, commerciële vorm toe, met ironie.

  2. 02Uitsluiten van het modernisme

    Het modernisme zou juist één zuivere, nieuwe, versieringsloze vorm nastreven; deze mix en ironie passen daar niet bij.

  3. 03Houding bepalen

    Het citeren, de vermenging van hoog en laag en de ironie zijn kenmerkend voor het postmodernisme.

Resultaat: De ironische mix van klassieke, middeleeuwse en commerciële vormen is postmodern: ze citeert en hergebruikt het bestaande en vermengt hoog en laag, precies waar het modernisme met zijn streven naar één zuivere, nieuwe vorm van afzag.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: het postmodernisme herkennen (twijfel aan de grote verhalen, citaat, ironie, vermenging van hoog en laag) en met het modernisme contrasteren.
  • Examendoel: de gevolgen van globalisering en digitalisering voor de massacultuur en de kunst duiden.

Veelgemaakte fouten

  • Postmodernisme en modernisme verwarren; het modernisme zoekt het volstrekt nieuwe, het postmodernisme citeert en hergebruikt met ironie.
  • Denken dat het postmodernisme „alles mag en niets betekent”; het citeren en ironiseren zijn juist bewuste stellingnames over originaliteit en de grote verhalen.

Actieve herhaling

Analyseer een postmodern werk (in de beeldende kunst, de architectuur of de film). Wijs het citeren, de ironie of de vermenging van hoog en laag aan en leg uit hoe het van het modernisme verschilt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma kunst (algemeen) vwo — postmodernisme en digitale cultuur (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Naoorlogse massacultuur: welvaart, media en jeugd○
    • 02Pop art en de kunst van de consumptiemaatschappij◐
    • 03Popmuziek, film en televisie als massakunst◐
    • 04Postmodernisme, globalisering en digitale cultuur●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Massacultuur vanaf 1950

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~14
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma kunst (algemeen) vwo — naoorlogse massacultuur

Vorig onderwerp

Cultuur van het moderne in de eerste helft van de twintigste eeuw

EuraStudy·Samenvattingen T·13·MMXXVI

Laatste onderwerp van dit vak — terug naar het vakoverzicht.