EuraStudy
Samenvattingen/Fries/Schrijfvaardigheid
Samenvattingen · FriesNL · VWO

Schrijfvaardigheid

Schrijfvaardigheid (domein C) is een schoolexamenonderdeel: je schrijft adequaat in het Fries. De eindtermen vragen dat je schriftelijk informatie kunt vragen en verstrekken, verworven informatie kunt presenteren met het oog op doel en publiek (met standpunten en argumenten of met uitdrukking van gevoelens), en een verslag kunt schrijven. Dit onderwerp behandelt het schrijfproces, de belangrijkste tekstsoorten (brief, verslag, betoog) en de revisiefase, waarin ook de Friese taalverzorging wordt beoordeeld.

4 Onderdelen·~14 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·0888 / 13
Examenprofiel
C · Schriftelijk in het Fries informatie vragen en verstrekkenC · Verworven informatie schriftelijk presenteren met het oog op doel en publiek, met standpunten en argumenten of uitdrukking van gevoelensC · Een verslag schrijvenC · Taalverzorging: correcte Friese spelling, zinsbouw en interpunctie (voorwaardelijk beoordeeld)
Operatoren:schrijfstel opverwoordonderbouwreviseer

basisniveau

Schrijfvaardigheid (domein C) toetst het schoolexamen; je schrijft in het Fries functionele teksten zoals een brief, een verslag of een betoog.

verhoogd niveau

Op vwo-niveau schrijf je complexere teksten met een genuanceerd standpunt en verzorgde argumentatie, en let je scherp op de Friese taalverzorging.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Schrijfvaardigheid
    • 01Wat schrijfvaardigheid toetst (domein C)○
    • 02Het schrijfproces◐
    • 03Tekstsoorten schrijven: brief, verslag, betoog◐
    • 04Reviseren en Friese taalverzorging●
§ 01

Wat schrijfvaardigheid toetst (domein C)#

●○○BasisLPexamenblad-fries-vwo-domein-C

Kernpunten

Schrijfvaardigheid is domein C en wordt in het schoolexamen getoetst. Afb. 1 zet de drie schrijfeindtermen op een rij. De eerste is: schriftelijk informatie vragen en verstrekken — denk aan een e-mail, een brief of een formulier waarin je iets opvraagt of doorgeeft. De tweede is: verworven informatie schriftelijk presenteren met het oog op doel en publiek, waarbij je standpunten en argumenten verwoordt of uitdrukking geeft aan gevoelens — dat is de betoog- en beschouwingskant van het schrijven. De derde is: een verslag schrijven. Samen dekken ze de zakelijke, functionele teksten die je in studie en beroep nodig hebt.

Afb. 1 — De drie schrijfeindtermen (domein C)

Domein C — schrijvenTabel met 3 kolommen en 3 rijen, Gegevens: eindterm (C) · tekstsoort · kern; informatie vragen/verstrekken · e-mail, brief, formulier · iets opvragen of doorgeven, doelgericht en beleefd; informatie presenteren + standpunt · betoog, beschouwing, opiniestuk · verworven informatie geven, standpunt met argumenten; een verslag schrijven · verslag (excursie, onderzoek) · feitelijk en overzichtelijk weergeven wat is gebeurd, gemarkeerde cel: een verslag schrijvenEINDTERM (C)TEKSTSOORTKERNinformatie vragen/verstrekkene-mail, brief, formulieriets opvragen of doorgeven,doelgericht en beleefdinformatie presenteren +standpuntbetoog, beschouwing,opiniestukverworven informatie geven,standpunt met argumenteneen verslag schrijvenverslag (excursie,onderzoek)feitelijk en overzichtelijkweergeven wat is gebeurd
Afb. 1De drie eindtermen van domein C met bijbehorende tekstsoorten. Bij alle drie wordt ook de Friese taalverzorging als beoordelingsaspect meegewogen.
'Adequaat schrijven' betekent dat je tekst zijn doel bereikt bij zijn publiek. Net als bij spreken bepaal je vooraf wat je met de tekst wilt (informeren, overtuigen, iets regelen) en voor wie hij bestemd is. Die twee — doel en publiek — sturen al je keuzes: de toon, het register (formeel of informeel), de opbouw en de woordkeuze. Een klachtenbrief aan een instantie ziet er heel anders uit dan een uitnodiging aan vrienden, ook al schrijf je beide in het Fries.
Het verslag is een aparte, expliciet genoemde eindterm. Een verslag geeft feitelijk en overzichtelijk weer wat er is gebeurd of onderzocht: een verslag van een excursie, een experiment, een vergadering of een onderzoekje. Kenmerkend zijn de zakelijke, neutrale toon, een heldere structuur (vaak: inleiding, uitvoering, resultaten, conclusie) en volledigheid zonder overbodige uitweiding. Een verslag bevat in principe geen mening, tenzij er uitdrukkelijk om een conclusie of aanbeveling wordt gevraagd. Deze zakelijkheid onderscheidt het verslag van het betoog.
Belangrijk en eerlijk: schrijfvaardigheid is de plek waar je Friese taalverzorging — spelling, zinsbouw, interpunctie — daadwerkelijk wordt beoordeeld. Grammatica en spelling zijn geen apart examendomein, maar een voorwaardelijke vaardigheid; ze tellen mee als een beoordelingsaspect binnen het schrijven. Een goed opgebouwde, doelgerichte tekst met veel spelfouten scoort daardoor lager. Reserveer dus altijd tijd voor de revisiefase (zie de laatste sectie), waarin je je Fries op correctheid controleert. Zo levert je kennis van de Friese spelling en grammatica hier rechtstreeks punten op.
Uitgewerkt voorbeeld

De juiste tekstsoort kiezen bij een opdracht

De opdracht luidt: „Skriuw in tekst wêryn'tst útleist wat der bard is op de skoalreis, foar de âlden.” (Schrijf een tekst waarin je uitlegt wat er is gebeurd op de schoolreis, voor de ouders.) Welke tekstsoort is dit, en wat zijn de kenmerken?

  1. 01Doel en publiek bepalen

    Doel: feitelijk weergeven wat er is gebeurd (informeren). Publiek: de ouders. Er wordt niet om een mening of standpunt gevraagd.

  2. 02Tekstsoort kiezen

    Feitelijk weergeven wat er is gebeurd, is de kern van een verslag — niet van een betoog.

  3. 03Kenmerken toepassen

    Zakelijke, heldere toon; chronologische of thematische structuur; volledig maar zonder overbodige uitweiding of mening.

Resultaat: Dit is een verslag: je geeft feitelijk en overzichtelijk weer wat er op de schoolreis is gebeurd, in een zakelijke toon en met een heldere structuur, zonder eigen mening. De opdracht („útlizze wat der bard is”) wijst op informeren, niet op overtuigen.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: een functionele Friese tekst (informatie vragen/verstrekken, presenteren met standpunt, of een verslag) schrijven, afgestemd op doel en publiek.
  • Examendoel: een verslag zakelijk, volledig en overzichtelijk opbouwen; en de tekst verzorgd (correcte spelling, zinsbouw, interpunctie) afleveren.

Veelgemaakte fouten

  • In een verslag een eigen mening of uitweiding stoppen. Een verslag is feitelijk en zakelijk; meningen horen er alleen in als er uitdrukkelijk om een conclusie of aanbeveling wordt gevraagd.
  • De taalverzorging verwaarlozen omdat 'het toch geen grammatica-examen is'. Bij het schrijven telt de correctheid van je Fries mee als beoordelingsaspect.

Actieve herhaling

Kies een van de drie eindtermen en schrijf een korte Friese tekst: een e-mail waarin je informatie opvraagt, een kort betoog met een standpunt, óf een verslag van een activiteit. Bepaal vooraf je doel en publiek en noteer die boven je tekst.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Friese taal en cultuur havo/vwo — domein C (CvTE / Examenblad)

§ 02

Het schrijfproces#

●●○StandaardLPexamenblad-fries-vwo-domein-C

Kernpunten

Goed schrijven is niet in één keer de perfecte tekst opschrijven, maar een proces van vier fasen die je bewust doorloopt, zoals Afb. 2 laat zien: oriënteren, plannen, formuleren en reviseren. Wie meteen begint te formuleren zonder te oriënteren en te plannen, schrijft doorgaans een rommelige, doelloze tekst. De fasen kosten vooraf wat tijd, maar leveren een veel betere tekst op — en besparen tijd doordat je niet halverwege vastloopt.

Afb. 2 — Het schrijfproces als cyclus

Het schrijfprocesGraaf, oriënteren (doel, publiek) → plannen (structuur), plannen (structuur) → formuleren (uitschrijven), formuleren (uitschrijven) → reviseren (verbeteren), reviseren (verbeteren) → oriënteren (doel, publiek)oriënteren(doel, publiek)plannen(structuur)formuleren(uitschrijven)reviseren(verbeteren)
Afb. 2De vier fasen van het schrijfproces. Reviseren kan terugleiden naar plannen of oriënteren als de tekst haar doel nog niet bereikt — vandaar de cyclus.
In de oriëntatiefase bepaal je waarover je schrijft, met welk doel en voor welk publiek. Je verzamelt de informatie die je nodig hebt (de 'verworven informatie' uit de eindterm) en je bepaalt je hoofdboodschap of standpunt. Dit is het fundament: zonder helder doel, publiek en hoofdboodschap dwaalt de tekst af. Bij een examenopdracht lees je in deze fase de opdracht nauwkeurig: welke tekstsoort, welk publiek, welke eisen (lengte, onderdelen) worden gesteld?
In de planfase orden je je materiaal in een structuur vóór je gaat schrijven. Je maakt een korte opzet: wat komt in de inleiding, welke onderdelen krijgt de kern (en in welke volgorde), wat komt in het slot? Voor een betoog plan je de argumenten en hun ordening; voor een verslag de chronologische of thematische indeling. Deze planning — desnoods een paar steekwoorden per alinea — is het geraamte waaraan je in de formuleerfase 'vlees' geeft. Met een plan schrijf je gerichter en vergeet je geen onderdeel.
In de formuleerfase schrijf je de tekst uit volgens je plan, en in de revisiefase verbeter je hem. Een veelgemaakte fout is deze twee fasen door elkaar te halen: tijdens het formuleren al eindeloos schaven, waardoor je niet vooruitkomt. Beter is: schrijf eerst een volledige versie vlot uit (formuleren) en verbeter die daarna gericht (reviseren) op inhoud, structuur, formulering én taalverzorging. Deze scheiding houdt je schrijfstroom op gang en zorgt dat je aan het eind bewust tijd overhoudt voor de revisie — de fase waarin je Friese taalverzorging punten oplevert.
Uitgewerkt voorbeeld

Een plan maken voor een betoog

Je schrijft een Fries betoog met de stelling dat elke basisschool in Fryslân Friese les moet geven. Maak in de planfase een opzet.

  1. 01Inleiding plannen

    Aandacht trekken (een feit over de teruglopende taalkennis) en de stelling formuleren.

  2. 02Kern plannen

    Drie argumenten ordenen van sterk naar sterkst: (1) recht op de eigen taal, (2) cognitief voordeel van tweetaligheid, (3) taalbehoud voor de toekomst. Plus één tegenwerping (toetsdruk) met weerlegging.

  3. 03Slot plannen

    Samenvatten en de stelling krachtig herhalen met een oproep aan beleidsmakers.

Resultaat: Het plan is een geraamte: inleiding met stelling → drie argumenten van sterk naar sterkst → tegenwerping met weerlegging → slot met oproep. In de formuleerfase werk je elk onderdeel uit; door dit plan vergeet je geen argument en verloopt het betoog logisch.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: het schrijfproces bewust in fasen doorlopen (oriënteren, plannen, formuleren, reviseren) in plaats van meteen te formuleren.
  • Examendoel: in de oriëntatie- en planfase doel, publiek, hoofdboodschap en structuur vastleggen vóór je de tekst uitschrijft.

Veelgemaakte fouten

  • Meteen beginnen met schrijven zonder oriënteren en plannen. Zonder helder doel en structuur wordt de tekst rommelig en doelloos.
  • Formuleren en reviseren door elkaar doen: al schavend blijven hangen in de eerste zin. Schrijf eerst een volledige versie en reviseer daarna gericht.

Actieve herhaling

Kies een Friese schrijfopdracht en doorloop bewust de vier fasen. Lever niet alleen de eindtekst in, maar ook je oriëntatie (doel, publiek, hoofdboodschap) en je plan (steekwoorden per alinea), zodat je ziet hoe de fasen je tekst hebben gestuurd.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Handreiking schoolexamen Fries havo/vwo — schrijfvaardigheid (CvTE / Examenblad / SLO)

§ 03

Tekstsoorten schrijven: brief, verslag, betoog#

●●○StandaardLPexamenblad-fries-vwo-domein-C

Kernpunten

Elke tekstsoort heeft eigen conventies, en die moet je kennen om adequaat te schrijven. Afb. 3 zet de drie belangrijkste soorten naast elkaar met hun doel en kenmerken. Een formele brief of e-mail (informatie vragen of verstrekken) heeft een vaste vorm: een aanhef, een korte inleiding met de aanleiding, een kern met je vraag of boodschap, en een beleefde afsluiting. Het register is beleefd (in het Fries vaak met „jo”), de toon zakelijk en de tekst bondig — een instantie leest geen lange verhalen.

Afb. 3 — Drie tekstsoorten vergeleken

Tekstsoorten schrijvenTabel met 3 kolommen en 3 rijen, Gegevens: tekstsoort · doel · kenmerken en vorm; brief / e-mail · informatie vragen of verstrekken · aanhef (Achte …), aanleiding, kern, afsluiting (Mei freonlike groetnis); beleefd, bondig; verslag · feitelijk weergeven wat is gebeurd · zakelijke toon, heldere structuur, volledig, zonder mening; betoog · de lezer van een standpunt overtuigen · stelling, geordende argumenten, weerlegging, conclusie; overtuigend maar zakelijk, gemarkeerde cel: verslagTEKSTSOORTDOELKENMERKEN EN VORMbrief / e-mailinformatie vragen ofverstrekkenaanhef (Achte …),aanleiding, kern, afsluiting(Mei freonlike groetnis);beleefd, bondigverslagfeitelijk weergeven wat isgebeurdzakelijke toon, helderestructuur, volledig, zondermeningbetoogde lezer van een standpuntovertuigenstelling, geordendeargumenten, weerlegging,conclusie; overtuigend maarzakelijk
Afb. 3De conventies van drie functionele tekstsoorten. Bij de brief horen vaste Friese aanhef- en afsluitingsformules; het verslag is feitelijk, het betoog overtuigend.
De aanhef en afsluiting van een Friese brief hebben eigen formuleringen die je moet beheersen. Een formele aanhef is „Achte hear/frou …” (Geachte heer/mevrouw …); een informele „Bêste …” (Beste …). Een formele afsluiting is „Mei freonlike groetnis” (Met vriendelijke groet); informeel „Groetnis” of „Oant sjen” (Tot ziens). Deze vaste formules horen bij het genre; ze verkeerd of in het Nederlands gebruiken maakt de tekst meteen minder verzorgd. Leer ze daarom als vaste bouwstenen.
Het verslag is feitelijk en overzichtelijk. Een goed verslag heeft een heldere structuur — vaak inleiding (aanleiding en doel), een kern (wat er is gebeurd of onderzocht, in logische of chronologische volgorde) en een afsluiting (resultaat of conclusie). De toon is neutraal en zakelijk; je schrijft in principe zonder mening. Volledigheid en helderheid gaan boven fraaie stijl: de lezer moet na het lezen precies weten wat er is gebeurd. Overbodige details en persoonlijke ontboezemingen horen er niet in.
Het betoog (of de beschouwing) is de overtuigende tekstsoort. Een betoog heeft een duidelijke stelling, een kern met logisch geordende argumenten (en de weerlegging van een tegenwerping) en een conclusie die de stelling versterkt. De toon is overtuigend maar zakelijk; je onderbouwt met argumenten, niet met stemmingmakerij. Een beschouwing weegt daarentegen meerdere standpunten af zonder één op te dringen. Het onderscheid tussen betoog (kiest partij) en beschouwing (weegt af) is bij het schrijven net zo belangrijk als bij het lezen: kies bewust welke van de twee de opdracht vraagt, en houd de bijbehorende structuur en toon consequent vol.
Uitgewerkt voorbeeld

Een formele Friese e-mail openen en sluiten

Je schrijft namens de leerlingenraad een formele e-mail aan de gemeente met het verzoek om Friestalige straatnaamborden. Formuleer een passende aanhef, openingszin en afsluiting in het Fries.

  1. 01Aanhef kiezen

    Formeel en aan een instantie: „Achte hear/frou,” of „Achte gemeente,”.

  2. 02Openingszin

    Noem beknopt de aanleiding en je rol: „Wy skriuwe jo út namme fan de learlingerie fan ús skoalle.” (Wij schrijven u namens de leerlingenraad van onze school.)

  3. 03Afsluiting

    Beleefd formeel: „Mei freonlike groetnis,” gevolgd door de naam en functie.

Resultaat: Aanhef „Achte hear/frou,”, openingszin „Wy skriuwe jo út namme fan de learlingerie fan ús skoalle.” en afsluiting „Mei freonlike groetnis,”. Deze vaste Friese formules en het beleefde register maken de e-mail meteen verzorgd en passend bij een formele instantie.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de conventies van de gevraagde tekstsoort toepassen (vorm van een brief, structuur van een verslag, opbouw van een betoog).
  • Examendoel: de juiste Friese aanhef- en afsluitingsformules en het passende register (jo/do) gebruiken.

Veelgemaakte fouten

  • Nederlandse of verkeerde aanhef- en afsluitingsformules gebruiken. Leer de Friese vormen („Achte …”, „Mei freonlike groetnis”) als vaste bouwstenen.
  • De tekstsoorten door elkaar halen: een mening in een verslag stoppen, of een betoog zonder duidelijke stelling schrijven. Houd de conventies van de gevraagde soort consequent vol.

Actieve herhaling

Schrijf dezelfde inhoud (bijvoorbeeld over een geslaagd schoolproject) uit als twee tekstsoorten: een zakelijk verslag én een kort betoog dat pleit voor herhaling volgend jaar. Let op het verschil in toon, structuur en de aan- en afsluitingsformules.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Friese taal en cultuur havo/vwo — domein C (CvTE / Examenblad)

§ 04

Reviseren en Friese taalverzorging#

●●●VerdiepingLPexamenblad-fries-vwo-domein-C

Kernpunten

De revisiefase is de plek waar goede tekstkennis en taalverzorging punten opleveren, en waar je je Friese spelling- en grammaticakennis (zie het onderwerp Grammatica en taalverzorging) inzet. Afb. 4 geeft een revisiechecklist voor het Fries. Reviseren is meer dan even overlezen: het is een systematische controle op verschillende niveaus — van de grote lijn (inhoud en structuur) tot de details (spelling en interpunctie). Doe die niveaus liefst na elkaar, want wie tegelijk op alles let, ziet niets goed.

Afb. 4 — Revisiechecklist Fries

Reviseren in rondenTabel met 2 kolommen en 4 rijen, Gegevens: revisieniveau · waar je op controleert; inhoud en structuur · hoofdboodschap/standpunt duidelijk? opbouw logisch? alle onderdelen aanwezig?; formulering · zinnen helder en niet te lang? juiste signaal- en verwijswoorden? consequente toon?; taalverzorging (spelling) · â/ê/ô/û, ea/oa/ie/oe, brekking in meervouden; interpunctie; taalverzorging (grammatica) · -st-vorm na do, -je-klasse, de/it, geen interferentie uit het Nederlands, gemarkeerde cel: taalverzorging (spelling)REVISIENIVEAUWAAR JE OP CONTROLEERTinhoud en structuurhoofdboodschap/standpuntduidelijk? opbouw logisch?alle onderdelen aanwezig?formuleringzinnen helder en niet telang? juiste signaal-enverwijswoorden? consequentetoon?taalverzorging (spelling)â/ê/ô/û, ea/oa/ie/oe,brekking in meervouden;interpunctietaalverzorging (grammatica)-st-vorm na do, -je-klasse,de/it, geen interferentieuit het Nederlands
Afb. 4Reviseer op niveaus, van groot naar klein. De taalverzorging (nadruk) is voor Fries een apart aandachtspunt: circumflexklinkers, brekking, de -st-vorm en interferentie.
Controleer eerst de inhoud en structuur: staat mijn hoofdboodschap of standpunt er duidelijk in, kloppen doel en publiek, is de opbouw logisch, en heb ik alle gevraagde onderdelen? Dit zijn de zwaarstwegende punten; een spelfout is minder erg dan een ontbrekend argument of een onduidelijke boodschap. Pas als de grote lijn klopt, ga je naar het niveau van de formulering: zijn mijn zinnen helder en niet te lang, gebruik ik de juiste signaal- en verwijswoorden, en is de toon consequent afgestemd op mijn publiek?
Daarna volgt de taalverzorging: de Friese spelling, zinsbouw en interpunctie. Let bij het Fries speciaal op de kenmerkende spellingpunten — de circumflexklinkers (â, ê, ô, û), de tweeklanken (ea, oa, ie, oe) en de brekking bij meervouden — en op de correcte werkwoordsvormen (de -st-vorm na „do”, de -je-klasse). Let ook op interferentie: Nederlandse woorden of constructies die in je Fries zijn geslopen. Deze controle sluit rechtstreeks aan bij de spelling- en grammaticaregels die je apart hebt geleerd; de revisiefase is waar die kennis rendeert.
Een efficiënte reviseur werkt met een persoonlijke checklist van de fouten die híj systematisch maakt. Noteer de twee of drie fouten die in jouw Fries steeds terugkeren — bijvoorbeeld „het”/„it”-verwarring, een vergeten -st na „do”, of een Nederlands leenwoord — en loop die bij elke tekst gericht na. Deze gerichte zelfcontrole is veel effectiever dan hopen dat fouten je vanzelf opvallen. Wie zo reviseert, levert een tekst in die niet alleen inhoudelijk en structureel goed is, maar ook verzorgd Fries bevat — en scoort daardoor op alle beoordeelde aspecten van domein C.
Uitgewerkt voorbeeld

Interferentie en spelling corrigeren in de revisie

In je Friese tekst staat de zin: „Do hat gelijk, het is een goede plan.” Corrigeer de zin in de revisiefase en benoem de fouten.

  1. 01Werkwoordsvorm na do

    Na „do” hoort de -st-vorm: „hat” wordt „hast”. Dus „Do hast …”.

  2. 02Interferentie opsporen

    „gelijk”, „het” en „een goede plan” zijn Nederlands. In het Fries: „gelyk”, „it” (voor een it-woord) en het juiste lidwoord/geslacht — „plan” is een it-woord: „in goed plan”.

  3. 03De zin herschrijven

    „Do hast gelyk, it is in goed plan.” Alles nu Fries, met de -st-vorm en het juiste lidwoord.

Resultaat: Gecorrigeerd: „Do hast gelyk, it is in goed plan.” Fouten: ontbrekende -st na „do” (hat → hast), en interferentie (gelijk → gelyk, het → it, een goede plan → in goed plan). De revisiefase vangt precies dit soort taalverzorgingsfouten.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: een geschreven tekst systematisch reviseren op achtereenvolgens inhoud/structuur, formulering en taalverzorging.
  • Examendoel: de Friese taalverzorging (spelling met â/û/ea, brekking, -st na do, interferentie) correct controleren en corrigeren.

Veelgemaakte fouten

  • Reviseren als één keer vluchtig overlezen. Controleer systematisch op verschillende niveaus (inhoud → formulering → taalverzorging), liefst na elkaar.
  • Alleen op spelling letten en de inhoud/structuur ongemoeid laten. Een ontbrekend argument of onduidelijke boodschap weegt zwaarder dan een spelfout — controleer eerst de grote lijn.

Actieve herhaling

Neem een eigen Friese tekst en reviseer hem in drie ronden: ronde 1 inhoud en structuur, ronde 2 formulering, ronde 3 taalverzorging (spelling, -st na do, interferentie). Noteer welke fouten je in ronde 3 vindt en maak er je persoonlijke checklist van.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Handreiking schoolexamen Fries havo/vwo — schrijven en taalverzorging (CvTE / Examenblad / SLO)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Wat schrijfvaardigheid toetst (domein C)○
    • 02Het schrijfproces◐
    • 03Tekstsoorten schrijven: brief, verslag, betoog◐
    • 04Reviseren en Friese taalverzorging●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Schrijfvaardigheid

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~14
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma Friese taal en cultuur havo/vwo — domein C

Vorig onderwerp

Spreekvaardigheid en presenteren

Volgend onderwerp

Literaire begrippen en tekstanalyse

EuraStudy·Samenvattingen T·08·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.