EuraStudy
Samenvattingen/Frans/Leesstrategieën
Samenvattingen · FransNL · VWO

Leesstrategieën

Leesstrategieën vormen de motor van het centraal examen Frans, dat volledig uit leesvaardigheid (domein A) bestaat. Je stemt je manier van lezen af op je leesdoel: globaal lezen (survoler) voor het overzicht, zoekend lezen (scanner) om een gegeven te vinden, intensief lezen voor een precieze vraag en kritisch lezen voor toon en betrouwbaarheid. Ook het afleiden van de betekenis van onbekende woorden uit de context hoort bij deze CE-leesvaardigheidsstof.

4 Onderdelen·~19 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·0111 / 16
Examenprofiel
Een leesstrategie kiezen en hanteren die past bij het leesdoel en de vraag (domein A, Leesvaardigheid)Globaal (survoler), zoekend (scanner), intensief en kritisch lezen combineren bij authentieke Franse teksten (streefniveau ERK B2)Top-down (verwachtingsgestuurd) en bottom-up (tekstgestuurd) lezen op elkaar afstemmen en voorspellend lezenDe betekenis van onbekende woorden afleiden uit de zins- en tekstcontext
Operatoren:bepaalkiesleg uitciteervul in

basisniveau

Leesstrategie is de kernvaardigheid van het CE Frans: kies bewust per vraag hoe je leest en oefen dat op authentieke teksten.

verhoogd niveau

Wie naar B2 en hoger reikt, schakelt vloeiend tussen de strategieën en leidt de betekenis van onbekende woorden vlot uit de context af.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Leesstrategieën
    • 01Leesdoel bepaalt de leesstrategie○
    • 02Globaal en zoekend lezen (survoler et scanner)◐
    • 03Intensief en kritisch lezen bij precieze vragen◐
    • 04Onbekende woorden: betekenis afleiden uit de context●
§ 01

Leesdoel bepaalt de leesstrategie#

●○○BasisLPexamenblad-nl-frans-vwo-domein-A

Kernpunten

De kern van goed lezen is dat je niet elke tekst — en niet elke vraag — op dezelfde manier aanpakt. Een geoefende lezer stelt zich eerst de vraag „waarom lees ik dit?” en kiest daar zijn manier van lezen bij. Afb. 1 brengt die keuze in beeld als een beslisboom: het leesdoel leidt naar de passende leesstrategie. Wil je een globaal overzicht, dan lees je globaal (survoler); zoek je één gegeven, dan lees je zoekend (scanner); moet je een precieze vraag beantwoorden, dan lees je intensief; en wil je toon of betrouwbaarheid beoordelen, dan lees je kritisch. Het leesdoel is dus het stuur, de strategie de versnelling.

Afb. 1 — Van leesdoel naar leesstrategie

Leesdoel en leesstrategieBoomdiagram, 4 paden, Gegevens: Overzicht? → globaal lezen (survoler); Eén gegeven? → zoekend lezen (scanner); Precieze vraag? → intensief lezen; Toon/betrouwbaarheid? → kritisch lezenLeesdoelOverzicht? → globaal lezen (survoler)Eén gegeven? → zoekend lezen (scanner)Precieze vraag? → intensief lezenToon/betrouwbaarheid? → kritisch lezen
Afb. 1Het leesdoel bepaalt de leesstrategie: elke soort vraag vraagt om een eigen manier van lezen.
De vier strategieën verschillen in snelheid en diepgang. Globaal lezen — in het Frans survoler of lecture globale — betekent dat je een tekst vluchtig overziet om onderwerp, hoofdlijn en opbouw te pakken te krijgen, zonder je aan details te binden. Zoekend lezen (scanner, lecture sélective) is het gericht speuren naar één concreet gegeven — een naam, een jaartal, een cijfer — waarbij je de rest bewust overslaat. Intensief lezen (lecture intensive) is langzaam, nauwkeurig lezen van een afgebakende passage om de precieze betekenis te doorgronden. Kritisch lezen (lecture critique) gaat nog een stap verder: je weegt de bedoeling, de toon en de betrouwbaarheid van wat er staat. Elke strategie heeft haar eigen tempo en haar eigen doel.
Achter deze strategieën liggen twee manieren waarop je brein een tekst verwerkt. Bij top-down lezen (verwachtingsgestuurd) stuur je vanuit wat je al weet: je voorspelt op grond van de titel, je voorkennis en het tekstsoort wat er komen gaat, en je zoekt daar bevestiging voor. Bij bottom-up lezen (tekstgestuurd) bouw je de betekenis juist op vanuit de woorden en zinnen zelf, van klein naar groot. Een zwakke lezer blijft vaak in bottom-up hangen en spelt elk woord; een sterke lezer combineert beide: hij voorspelt (top-down) en toetst dat aan de tekst (bottom-up). Juist bij een vreemde taal als het Frans is die combinatie goud waard, want ze laat je over onbekende woorden heen lezen zonder de draad kwijt te raken.
In het centraal examen Frans is deze strategische flexibiliteit geen luxe maar noodzaak. Het CE bestaat volledig uit leesvaardigheid (domein A): je krijgt een reeks authentieke Franse teksten met vragen, en je hebt daar begrensde tijd voor. Wie elke tekst van a tot z intensief leest, komt tijd tekort en verdrinkt in details die de vraag niet nodig heeft. De efficiënte aanpak is gelaagd: eerst globaal lezen (survoler) om de tekst als geheel te plaatsen, dan pas — gestuurd door de concrete vraag — inzoomen met zoekend of intensief lezen. Zo besteed je je aandacht waar ze telt. De strategie kiezen vóór je begint te lezen, is dus zelf al een examenvaardigheid.
Belangrijk is te beseffen dat de strategieën elkaar niet uitsluiten maar op elkaar volgen. Binnen één tekst schakel je voortdurend: je leest de hele tekst globaal, scant naar de alinea die de vraag raakt, en leest díé alinea intensief. De beslisboom van Afb. 1 is daarom geen eenmalige keuze, maar een schakelaar die je bij elke nieuwe vraag opnieuw omzet. In de volgende secties werken we de strategieën één voor één uit: eerst het globale en zoekende lezen, dan het intensieve en kritische lezen, en ten slotte de aparte vaardigheid om de betekenis van onbekende woorden uit de context af te leiden.
Uitgewerkt voorbeeld

De juiste strategie kiezen bij een vraag

Bij een Franse reportage staat de vraag: „Noteer in welk jaar de vereniging werd opgericht (regel 12–18).” Welke leesstrategie past hierbij, en hoe pak je de vraag aan?

  1. 01Het leesdoel bepalen

    De vraag vraagt om één concreet gegeven — een jaartal — binnen een aangegeven regelbereik. Het leesdoel is dus: één feit lokaliseren, niet de hele tekst begrijpen.

  2. 02De strategie kiezen (Afb. 1)

    Bij „één gegeven” hoort volgens de beslisboom zoekend lezen (scanner): je speurt gericht naar een getal met vier cijfers en negeert de rest.

  3. 03De strategie uitvoeren

    Je laat je oog over regel 12–18 glijden op zoek naar een jaartal (bijvoorbeeld „1998”) en controleert kort of de zin er inderdaad over de oprichting gaat.

Resultaat: Zoekend lezen (scanner): het leesdoel is één feit lokaliseren, dus je scant het aangegeven regelbereik naar een jaartal in plaats van de tekst intensief te lezen.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: bij een gegeven vraag de passende leesstrategie kiezen (globaal, zoekend, intensief of kritisch) en die keuze door het leesdoel laten bepalen.
  • Examendoel: beseffen dat het CE Frans volledig uit leesvaardigheid (domein A) bestaat en dat een gelaagde, strategische aanpak nodig is om binnen de tijd alle teksten te verwerken.

Veelgemaakte fouten

  • Elke tekst meteen woord voor woord intensief lezen. Dat kost te veel tijd; begin altijd globaal (survoler) en zoom pas in wanneer de vraag daarom vraagt.
  • De leesstrategie kiezen zonder eerst de vraag te lezen. Het leesdoel — en dus de vraag — bepaalt welke strategie je inzet; wie de vraag overslaat, leest doelloos.

Actieve herhaling

Oefenopgave: je krijgt een Franse tijdschrifttekst met vier vragen — (1) waar gaat de tekst in het algemeen over, (2) in welk jaar is de organisatie opgericht, (3) leg uit waarom de auteur maatregel X afwijst, (4) welke toon heeft de slotalinea. Bepaal per vraag welke leesstrategie (globaal, zoekend, intensief of kritisch) je zou inzetten, en verantwoord je keuze in één zin.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein A Leesvaardigheid (CvTE / Examenblad)

§ 02

Globaal en zoekend lezen (survoler et scanner)#

●●○StandaardLPexamenblad-nl-frans-vwo-domein-A

Kernpunten

De twee snelste leesstrategieën zijn globaal lezen en zoekend lezen. Ze hebben gemeen dat je de tekst niet volledig verwerkt, maar ze dienen tegengestelde doelen. Globaal lezen — survoler in het Frans — geeft je de grote lijn: waar gaat de tekst over, hoe is hij opgebouwd, wat is de toon? Zoekend lezen — scanner — levert juist één losse bouwsteen: een naam, een getal, een datum. Het beeld is dat van een landkaart: globaal lezen is de kaart in één oogopslag overzien vóór je vertrekt, zoekend lezen is met je vinger één plaatsnaam opzoeken. Beide zijn snel, maar je moet weten wélke van de twee je nodig hebt.
Bij globaal lezen laat je je oog doelbewust over de opvallende delen van de tekst glijden. Je leest de titel en de eventuele ondertitel, het chapô (de vetgedrukte inleiding), de tussenkopjes, en van elke alinea de eerste en vaak de laatste zin — want daar staat meestal de kernzin. De rest sla je over. Zo bouw je in korte tijd een „mentale plattegrond”: je weet welk onderwerp centraal staat, hoe de tekst is ingedeeld en welke houding de schrijver ongeveer inneemt. Die plattegrond is onmisbaar, want ze vertelt je later, als de detailvragen komen, in welke hoek van de tekst je moet zoeken. Globaal lezen kost een minuut, maar verdient die minuut ruimschoots terug.
Zoekend lezen werkt precies andersom: je begint met een scherp beeld van wát je zoekt en negeert al het overige. Stel dat de vraag om een percentage vraagt; dan speur je de tekst af naar het teken „%” of naar cijfers, zonder de volzinnen te lezen. Handige ankerpunten zijn hoofdletters (namen, plaatsen), cijfers (jaartallen, bedragen), aanhalingstekens (citaten) en signaalwoorden. Je oog beweegt in verticale vegen over de tekst tot het „blijft haken” aan het gezochte type informatie; pas dán lees je de omringende zin echt. Deze vaardigheid — het gericht lokaliseren via de opbouw en de paratekst — staat centraal in het onderwerp oriënterend lezen, waar we haar stap voor stap uitwerken.
Voor het Frans gelden twee nuttige bijzonderheden. Ten eerste zijn getallen, eigennamen en internationale woorden taalonafhankelijke ankers: ze springen er ook in een Franse tekst meteen uit, zodat zoekend lezen er even goed werkt als in het Nederlands. Ten tweede helpen Franse verwante woorden (mots transparents als „nation”, „important”, „gouvernement”) je bij het globale lezen snel de hoofdlijn te vatten, ook als je lang niet elk woord kent. Beide strategieën vragen dus niet dat je alles begrijpt — dat is juist hun kracht. Ze leveren de tekststructuur (survoler) en de vindplaats (scanner) die je nodig hebt vóór je overgaat op het trage, nauwkeurige lezen van de volgende sectie.
Uitgewerkt voorbeeld

Globaal lezen: een overzicht opbouwen

Je krijgt een Franse tekst met de titel „Faut-il interdire les téléphones à l'école ?”, een chapô, drie tussenkopjes en een slotalinea. Hoe bouw je met globaal lezen in één minuut een overzicht op?

  1. 01De paratekst afgaan

    De titel is een ja-nee-vraag over een verbod op telefoons op school; het chapô vat het debat samen. Dit signaleert een betogende of beschouwende tekst over één maatschappelijke kwestie.

  2. 02De structuur aftasten

    De drie tussenkopjes verraden de indeling — bijvoorbeeld argumenten vóór, argumenten tegen, en een afweging. De eerste zin van elke alinea bevestigt die opbouw.

  3. 03De toon inschatten

    De vraagvorm in de titel en de tweezijdige opbouw wijzen op een afwegende, niet eenzijdige toon.

Resultaat: Na één minuut globaal lezen weet je: onderwerp = telefoonverbod op school, opbouw = voor–tegen–afweging, toon = afwegend. Dat overzicht stuurt straks elke detailvraag naar de juiste alinea.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: een Franse tekst globaal lezen (survoler) om onderwerp, opbouw en toon in te schatten, met behulp van titel, chapô, tussenkopjes en kernzinnen.
  • Examendoel: zoekend lezen (scanner) inzetten om een specifiek gegeven — naam, getal, datum — snel te lokaliseren zonder de tekst volledig te lezen.

Veelgemaakte fouten

  • Globaal en zoekend lezen verwarren. Globaal lezen levert de grote lijn (het overzicht), zoekend lezen levert één concreet gegeven; wie ze door elkaar haalt, leest ofwel te oppervlakkig voor een detailvraag, ofwel te traag voor een overzichtsvraag.
  • Bij het scannen toch hele zinnen lezen. Dat maakt de strategie even traag als intensief lezen; laat je oog over de tekst vegen en lees pas de zin bij de gevonden vindplaats.

Actieve herhaling

Oefenopgave: neem een Franse nieuwstekst van ongeveer een halve pagina. Geef jezelf één minuut om hem globaal te lezen en schrijf daarna zonder terug te kijken op: (a) het onderwerp, (b) de globale opbouw in twee of drie delen, (c) de vermoedelijke toon. Scan vervolgens in maximaal twintig seconden naar het eerste genoemde jaartal. Vergelijk je overzicht met een klasgenoot.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein A Leesvaardigheid (CvTE / Examenblad)

§ 03

Intensief en kritisch lezen bij precieze vragen#

●●○StandaardLPexamenblad-nl-frans-vwo-domein-A

Kernpunten

Zodra je met globaal en zoekend lezen de juiste plek hebt gevonden, begint het echte werk: het intensieve lezen. Afb. 2 zet de volledige leesroute op een rij — van globaal lezen (survoler) via het lezen van de vraag en het scannen naar de tekstplaats tot het intensieve lezen dat naar het antwoord leidt. De route benadrukt niet voor niets het intensieve lezen (de nadruk-knoop): dáár wordt de vraag daadwerkelijk beantwoord. De snelle strategieën brengen je naar de deur, het intensieve lezen opent haar. Wie deze volgorde aanhoudt, leest nooit meer dan nodig, maar leest het beslissende stuk wél grondig.

Afb. 2 — De leesroute: van tekst naar antwoord

Leesroute in het examenGraaf, survoler (globaal) → vraag lezen, vraag lezen → scannen naar tekstplaats, scannen naar tekstplaats → intensief lezen, intensief lezen → antwoordsurvoler(globaal)vraag lezenscannen naartekstplaatsintensief lezenantwoord
Afb. 2De leesroute in het examen: de snelle strategieën leiden naar de tekstplaats, waar het intensieve lezen (benadrukt) het antwoord oplevert.
Intensief lezen (lecture intensive) is traag, nauwkeurig en volledig: je leest de afgebakende passage woord voor woord en let op de details die de betekenis kantelen. In het Frans zijn dat vooral de verbindingswoorden (mais „maar”, donc „dus”, car „want”, cependant „echter”, en effet „immers”), die de logische relatie tussen zinnen sturen; de verwijswoorden (ce, celui-ci, y, en), die je terug moet kunnen koppelen aan hun antecedent; en de ontkenningen (ne … pas, ne … que „slechts”), die een zin volledig kunnen omdraaien. Eén over het hoofd gezien „ne … que” of één verkeerd gekoppeld „celui-ci” leidt regelrecht naar een fout antwoord. Intensief lezen is dus geen kwestie van hard je best doen, maar van gericht op deze signalen letten.
Kritisch lezen (lecture critique) legt over dat nauwkeurige lezen nog een beoordelende laag. Je vraagt je niet alleen af wát er staat, maar ook: wat wil de auteur hiermee, welke houding neemt hij aan, en hoe betrouwbaar of gekleurd is de bewering? Je let op woordkeuze met een lading (connotatie), op ironie, op stellige versus voorzichtige formuleringen. Deze strategie heb je nodig bij vragen naar de toon, de bedoeling of het standpunt van de schrijver — precies het soort vragen dat in het onderwerp lezen ter informatie en argumentatie centraal staat. Kritisch lezen vereist dat je de tekst op afstand kunt bekijken zonder er je eigen mening doorheen te mengen: je beoordeelt de bewering, je vervangt haar niet.
De discipline van de leesroute in Afb. 2 beschermt je tegen de twee grootste valkuilen. De eerste is antwoorden vanuit je globale indruk: je hébt de tekst globaal gelezen, meent het antwoord „ongeveer” te weten, en slaat het intensieve lezen over — waarna een detail (een ontkenning, een nuance) je onderuithaalt. De tweede is antwoorden vanuit je eigen kennis of mening in plaats van uit de tekst. Het CE toetst tekstbegrip, niet wereldkennis: het juiste antwoord staat altijd, expliciet of impliciet, in het Frans op papier. Door bij elke vraag bewust de knoop „intensief lezen” te doorlopen — de nadruk-knoop van de route — dwing je jezelf het antwoord te verankeren in de precieze bewoordingen van de tekst.
Uitgewerkt voorbeeld

Intensief lezen: een ontkenning die het antwoord kantelt

Een tekst bevat de zin: „L'auteur ne critique pas la technologie elle-même, mais l'usage qu'on en fait.” De vraag luidt: „Waar richt de kritiek van de auteur zich volgens deze zin op?” Werk het intensieve lezen uit.

  1. 01De ontkenning ontleden

    „ne critique pas la technologie elle-même” betekent: de auteur bekritiseert de technologie zélf níét. De ontkenning ne … pas sluit de techniek als doelwit uit.

  2. 02Het contrast volgen

    Het verbindingswoord „mais” (maar) plaatst daar het echte doelwit tegenover: „l'usage qu'on en fait” — het gebruik dat men ervan maakt.

  3. 03Het antwoord formuleren

    De kritiek richt zich niet op de technologie, maar op de manier waarop mensen haar gebruiken.

Resultaat: De kritiek betreft het gebruik van de technologie, niet de technologie zelf. Het juiste antwoord hangt volledig aan de ontkenning „ne … pas” en het contrastwoord „mais” — details die alleen intensief lezen oplevert.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: een gelokaliseerde passage intensief lezen en daarbij letten op verbindingswoorden, verwijswoorden en ontkenningen die de betekenis bepalen.
  • Examendoel: kritisch lezen om toon, bedoeling en houding van de auteur te bepalen, zonder de eigen mening met de tekst te verwarren.

Veelgemaakte fouten

  • Een detailvraag beantwoorden op basis van de globale indruk, zonder de exacte tekstplaats intensief te lezen. Juist de kleine woorden (ne … que, mais, verwijswoorden) beslissen over het goede antwoord.
  • Bij een toon- of bedoelingsvraag je eigen mening geven in plaats van de houding van de auteur uit de tekst af te leiden. Het CE toetst wat er staat, niet wat jij ervan vindt.

Actieve herhaling

Oefenopgave: zoek in een Franse tekst een zin met „ne … que” of met een verbindingswoord als „cependant” of „en revanche”. Lees de zin intensief en formuleer in het Nederlands nauwkeurig wat er wordt beweerd. Bepaal daarna of de omringende alinea een positieve, negatieve of neutrale houding uitdrukt, en citeer het woord dat je die toon verraadt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein A Leesvaardigheid (CvTE / Examenblad)

§ 04

Onbekende woorden: betekenis afleiden uit de context#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl-frans-vwo-domein-A

Kernpunten

Bij het lezen in een vreemde taal is één ding zeker: je komt woorden tegen die je niet kent. De vaardige lezer laat zich daardoor niet blokkeren, maar leidt de betekenis af uit de context — de contextraadstrategie. Dat is een strategie op zich, en misschien wel de belangrijkste voor het CE Frans, want geen enkele kandidaat kent élk woord. De grondgedachte is dat een woord zelden alleen staat: de omringende zin, de rest van de alinea en je kennis van de wereld leveren samen genoeg aanwijzingen om een bruikbare betekenis te reconstrueren. Naar het woordenboek grijpen kan altijd nog, maar dat kost kostbare examentijd.
De tekst zelf biedt vaak verrassend duidelijke signalen. Soms staat er een definitie of uitleg vlak bij het woord, ingeleid door „c'est-à-dire” (dat wil zeggen) of tussen komma's. Soms volgt een voorbeeld („comme”, „par exemple”) dat de betekenis illustreert. Een tegenstelling, gemarkeerd door „mais”, „au contraire” of „contrairement à”, laat je de betekenis afleiden uit het omgekeerde. Een herhaling of synoniem verderop in de alinea kan het woord alsnog verklaren, en een oorzaak-gevolgrelatie („parce que”, „donc”) legt een logisch verband dat de betekenis inperkt. Wie leert deze signaalwoorden te herkennen, verandert een onbekend woord van een struikelblok in een puzzel met aanwijzingen.
Ook het woord zélf verraadt vaak zijn betekenis. Franse voorvoegsels en achtervoegsels dragen betekenis: „in-/im-” ontkent (impossible, incapable), „-able” betekent „kunnen worden” (faisable = te doen), „re-” duidt herhaling aan (refaire = opnieuw doen). Woordfamilies helpen eveneens: als je „la lenteur” niet kent maar wél „lent” (traag), raad je „traagheid”. En veel Franse woorden zijn mots transparents — verwant aan het Nederlands, Engels of Latijn (nation, développement, considérer). Pas hierbij wél op voor faux amis, valse vrienden die op een bekend woord lijken maar iets anders betekenen: „une librairie” is een „boekwinkel” (niet een bibliotheek, dat is „une bibliothèque”), „sensible” betekent „gevoelig” (niet „verstandig”), en „attendre” betekent „wachten op” (niet „verwachten”). De woordvorm is een sterke aanwijzing, maar geen garantie.
De strategie in de praktijk verloopt in stappen. Raak niet in paniek bij een onbekend woord, maar lees eerst de hele zin en de buurzinnen door. Bepaal de woordsoort — is het een zelfstandig naamwoord, een werkwoord, een bijvoeglijk naamwoord? — want dat perkt de mogelijkheden sterk in. Combineer dan de contextsignalen en de woordvorm tot een voorlopige betekenis, en toets of die past in de zin als geheel. Klopt het, dan lees je door; wringt het en blokkeert het woord bovendien je antwoord op een vraag, dan pas loont het woordenboek. In het CE mag je een woordenboek gebruiken, maar wie elk onbekend woord opzoekt, komt tijd tekort. Contextueel raden is daarom niet de noodoplossing, maar de eerste keuze.
Uitgewerkt voorbeeld

Een onbekend woord uit de context afleiden

In de zin „Beaucoup de jeunes se sentent débordés : ils ont trop de devoirs, trop d'activités et pas assez de temps.” ken je het woord „débordés” niet. Leid de betekenis af.

  1. 01De woordsoort bepalen

    In „se sentent débordés” staat na „se sentir” (zich voelen) een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord: „débordés” beschrijft hoe de jongeren zich voelen.

  2. 02Het contextsignaal gebruiken

    De dubbele punt leidt een uitleg in: „trop de devoirs, trop d'activités et pas assez de temps” — te veel huiswerk en activiteiten, te weinig tijd. Dat is een toestand van overbelasting.

  3. 03De betekenis toetsen

    „zich overbelast of overweldigd voelen” past precies bij de uitleg. Het werkwoord déborder betekent letterlijk „overstromen”.

Resultaat: „se sentir débordé” betekent „zich overbelast of overweldigd voelen” — afgeleid uit de woordsoort en uit de uitleg na de dubbele punt, zonder woordenboek.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de betekenis van een onbekend Frans woord afleiden uit contextsignalen (definitie, voorbeeld, tegenstelling, herhaling, oorzaak-gevolg) en uit de woordvorm (voor- en achtervoegsels, woordfamilies).
  • Examendoel: het woordenboek doelmatig inzetten — alleen voor een woord dat een antwoord blokkeert — in plaats van elk onbekend woord op te zoeken.

Veelgemaakte fouten

  • Bij het eerste onbekende woord meteen het woordenboek pakken. Dat kost te veel tijd; probeer eerst de betekenis uit de context en de woordvorm te raden.
  • Een faux ami letterlijk vertalen omdat het woord bekend lijkt: „une librairie” als „bibliotheek”, „sensible” als „verstandig”, „attendre” als „verwachten”. De context moet je vermoeden altijd bevestigen.

Actieve herhaling

Oefenopgave: onderstreep in een Franse alinea drie woorden die je niet kent. Noteer per woord (a) de woordsoort, (b) één contextsignaal of woordvormaanwijzing, en (c) je geraden betekenis. Controleer daarna met het woordenboek hoeveel je er goed had — en let vooral op of er een faux ami tussen zat.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein A Leesvaardigheid (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Leesdoel bepaalt de leesstrategie○
    • 02Globaal en zoekend lezen (survoler et scanner)◐
    • 03Intensief en kritisch lezen bij precieze vragen◐
    • 04Onbekende woorden: betekenis afleiden uit de context●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Leesstrategieën

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~19
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma Frans VWO — domein A Leesvaardigheid

Volgend onderwerp

Oriënterend lezen

EuraStudy·Samenvattingen T·01·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.