EuraStudy
Samenvattingen/Engels/Kijk- en luistervaardigheid
Samenvattingen · EngelsNL · VWO

Kijk- en luistervaardigheid

Kijk- en luistervaardigheid is het begrijpen van gesproken en audiovisueel Engels: de hoofdzaak, relevante details, het standpunt en de toon van sprekers uit een fragment halen. Dit is schoolexamenstof (domein B) — het CE Engels toetst uitsluitend leesvaardigheid, dus deze vaardigheid wordt op school getoetst, meestal met de landelijke kijk- en luistertoets. Het streefniveau is ERK B2: het niveau van een zelfstandige taalgebruiker die gesproken standaardtaal over vertrouwde en abstractere onderwerpen kan volgen.

4 Onderdelen·~16 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·0999 / 15
Examenprofiel
Gesproken en audiovisueel Engels op B2-niveau begrijpen: hoofdzaken en relevante details selecteren gegeven een vraagStandpunt, bedoeling en toon van sprekers herkennen en impliciete betekenis afleidenKijk- en luisterstrategieën inzetten (voorspellen, globaal en gericht luisteren) binnen de beperkte kijk-/luistertijd
Operatoren:bepaalgeef aanleid afbeschrijfvat samenverklaar

basisniveau

Kijk- en luistervaardigheid (domein B) is voor alle kandidaten schoolexamenstof; het CE Engels toetst alleen lezen.

verhoogd niveau

Wie veel Engelstalige media volgt (series, podcasts, lezingen), bouwt precies de luisterroutine op die de toets beloont.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Kijk- en luistervaardigheid
    • 01Wat kijk- en luistervaardigheid toetst (domein B, schoolexamen)○
    • 02Luisterstrategieën: voorspellen, globaal en gericht luisteren◐
    • 03Toon, bedoeling en impliciete betekenis van sprekers●
    • 04De kijk- en luistertoets: aanpak en valkuilen◐
§ 01

Wat kijk- en luistervaardigheid toetst (domein B, schoolexamen)#

●○○BasisLPexamenblad-nl-engels-vwo-domein-B

Kernpunten

Het schoolvak Engels kent zes examendomeinen (A tot en met F), maar het centraal examen (CE) toetst er maar één: domein A, leesvaardigheid. Alle andere vaardigheden — waaronder kijk- en luistervaardigheid (domein B) — worden op school getoetst in het schoolexamen (SE). Kijk- en luistervaardigheid is dus SE-stof: je oefent en toetst haar in de bovenbouw, meestal met de landelijke kijk- en luistertoets, en niet in het CE. Het streefniveau is ERK B2, zoals de niveauladder in Afb. 1 laat zien: B2 is het niveau van een zelfstandige taalgebruiker die gesproken standaardtaal over vertrouwde en wat abstractere onderwerpen kan volgen.

Afb. 1 — De ERK-niveaus voor luisteren (A1–C2)

ERK-niveaus voor luisterenGetallenlijn, A1, A2, B1, B2, C1, C2123456A1A2B1B2C1C2
Afb. 1De ERK-niveauladder voor luisteren. Het VWO mikt op B2: gesproken standaardtaal over vertrouwde en wat abstractere onderwerpen kunnen volgen. C1 ligt daarboven, B1 eronder.
„Kijk- en luistervaardigheid” is bewust niet „luistervaardigheid” alleen: het materiaal is audiovisueel, dus je hoort én ziet. Dat beeld is een voordeel dat een leestekst niet biedt — gezichtsuitdrukkingen, gebaren, de setting en tekst in beeld (ondertitels, een opschrift, een naambordje) dragen betekenis die je meeneemt in je antwoord. De fragmenten zijn authentiek Engels: nieuwsitems, interviews, documentaires, reportages en clips, met verschillende accenten (British, American en vaak ook non-native sprekers). Juist die variatie maakt de toets een eerlijke afspiegeling van het Engels dat je in het echt tegenkomt.
Wat moet je met zo'n fragment kunnen? Drie dingen. Ten eerste de hoofdzaak vatten: waar gaat het fragment in de kern over en wat is de boodschap of het standpunt? Ten tweede relevante details eruit halen: een naam, een getal, een reden of een tijdstip — precies wat de vraag vraagt. Ten derde de laag onder de woorden peilen: de toon, de bedoeling en de houding van de sprekers, en wat zij impliceren zonder het te zeggen. Deze drie niveaus — hoofdzaak, detail, interpretatie — lopen als een rode draad door alle vraagtypen.
Luisteren verschilt wezenlijk van lezen, en dat verklaart waarom het een apart domein is. Een leestekst blijft staan: je kunt teruglezen, een woord opzoeken en je eigen tempo kiezen. Een fragment gaat voorbij — je kunt niet terugspoelen of pauzeren zoals bij een tekst, al wordt het in de landelijke toets meestal twee keer getoond. Je moet dus in real time de hoofdlijn vasthouden, onbekende woorden laten passeren en tóch de kern grijpen. De vragen zijn overwegend meerkeuze; de kunst is niet „alles verstaan”, maar gericht luisteren naar wat de vraag nodig heeft.
Uitgewerkt voorbeeld

Bepalen wat een luistervraag toetst

Je krijgt een nieuwsfragment van één minuut, dat tweemaal wordt getoond, met vier meerkeuzevragen. Vraag 1 luidt: „What is the main point the reporter is making?” Bepaal om welk soort toets en welk soort vraag het gaat, en welke luisterhouding past.

  1. 01De toetsvorm herkennen

    Audiovisueel materiaal, tweemaal getoond, met meerkeuzevragen: dit is de landelijke kijk- en luistertoets — domein B, schoolexamen, niet het CE.

  2. 02Het vraagtype bepalen

    „The main point” vraagt niet naar een detail maar naar de kern van het hele fragment: het is een hoofdzaak-vraag (main idea).

  3. 03De luisterhouding kiezen

    Voor de hoofdzaak luister je de eerste keer globaal: welk onderwerp, welke boodschap, welke toon overheerst? Losse details bewaar je voor de tweede keer.

Resultaat: Het is een domein-B hoofdzaak-vraag; de eerste vertoning gebruik je om globaal de kernboodschap te vatten, niet om losse details te sprokkelen.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: aangeven dat kijk- en luistervaardigheid (domein B) schoolexamenstof is op ERK-niveau B2 en dat het CE Engels uitsluitend leesvaardigheid toetst.
  • Examendoel: bepalen wat een luistervraag vraagt — de hoofdzaak, een detail of een interpretatie (toon/bedoeling) — en daar de luisterhouding op afstemmen.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat je élk woord moet verstaan. Op B2 gaat het om de hoofdlijn en het gevraagde detail; wie op elk onbekend woord blijft hangen, verliest de draad.
  • Het beeld negeren. Kijkvaardigheid is een volwaardig onderdeel: gezichtsuitdrukking, gebaren en tekst in beeld dragen betekenis die je antwoord kan bevestigen of bijstellen.

Actieve herhaling

Bekijk een authentiek Engels nieuws- of documentairefragment van één à twee minuten tweemaal. Noteer na de eerste keer de hoofdzaak in één zin, en na de tweede keer drie details en de toon van de spreker. Bepaal per genoteerd punt of het een hoofdzaak-, detail- of interpretatievraag zou kunnen beantwoorden.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Engels VWO — domein B Kijk- en luistervaardigheid (CvTE / Examenblad)

§ 02

Luisterstrategieën: voorspellen, globaal en gericht luisteren#

●●○StandaardLPexamenblad-nl-engels-vwo-domein-B

Kernpunten

Goed luisteren in een toets is geen passief afwachten maar een route die je bewust afloopt, zoals Afb. 2 laat zien: voorspellen → de vraag lezen → globaal kijken → gericht luisteren → antwoorden. Elke stap heeft een eigen doel, en de kracht zit in de volgorde: je activeert eerst verwachtingen, je weet dán waarop je moet letten, en pas daarna luister je — eerst voor de hoofdlijn, dan voor het detail. Wie deze route volgt, verspilt geen aandacht en raakt de draad niet kwijt. De twee vertoningen die de toets meestal biedt, vallen precies samen met de twee luisterstappen: globaal (1e keer) en gericht (2e keer).

Afb. 2 — De luisterroute in de kijk- en luistertoets

De luisterrouteGraaf, Voorspellen (titel, beeld, context) → Vraag lezen: waar let ik op?, Vraag lezen: waar let ik op? → 1e keer: globaal kijken (hoofdlijn), 1e keer: globaal kijken (hoofdlijn) → 2e keer: gericht luisteren (detail), 2e keer: gericht luisteren (detail) → Antwoord kiezen/formulerenVoorspellen(titel, beeld,context)Vraag lezen:waar let ik op?1e keer: globaalkijken(hoofdlijn)2e keer: gerichtluisteren(detail)Antwoord kiezen/formuleren
Afb. 2De route die je bewust afloopt: eerst verwachtingen opbouwen en de vraag lezen, dan globaal (1e keer) en gericht (2e keer) luisteren, en pas daarna antwoorden.
Voorspellen is verwachtingsgestuurd (top-down) luisteren: nog voordat het fragment goed en wel begint, bouw je een hypothese op uit de titel, het eerste beeld, de setting en de vraag. Zie je een studio met een presentator, dan verwacht je nieuws; zie je een laboratorium en een wetenschapper, dan verwacht je uitleg of onderzoek. Die verwachting is geen gok maar een kapstok: je hersenen hoeven het fragment niet vanuit het niets te ontcijferen, maar toetsen wat ze horen aan wat ze al vermoeden. Hier betaalt de kijkvaardigheid zich direct uit — het beeld voedt de voorspelling die het luisteren stuurt.
Bij de eerste vertoning luister je globaal: je wilt het onderwerp, de hoofdlijn, het aantal sprekers, hun rol en de overheersende toon te pakken krijgen — niet elk detail. Dit is de luister-tegenhanger van skimmen. Laat onbekende woorden bewust passeren; als je blijft haken achter één woord, mis je de drie zinnen erna. Een handige controle na de eerste keer is: kan ik in één zin zeggen waar dit fragment over gaat en wat de spreker wil? Kan dat, dan heb je het fundament waarop de gerichte tweede ronde verdergaat.
Gericht luisteren is de audio-variant van scannen: je weet uit de vraag welk gegeven je zoekt, en bij de tweede vertoning jaag je gericht op precies dat gegeven. Cruciaal is dat het antwoord zelden letterlijk klinkt zoals het in de vraag of de opties staat — het is vaak geparafraseerd of met een synoniem uitgedrukt. Vraagt men naar „the biggest problem”, dan kan de spreker zeggen „the real challenge here is …” of „what worries me most is …”. Luister dus naar betekenis, niet naar losse woorden, en let op signaalwoorden die een antwoord aankondigen: „the main reason”, „however”, „in short”, „what matters is”.
Onbekende woorden zijn onvermijdelijk op B2, maar ze hoeven je niet te breken. Drie reddingslijnen: gebruik de context (de zinnen eromheen kleuren de betekenis), gebruik het beeld (wat laat de camera zien terwijl het woord valt?), en gebruik verwantschap (veel Engelse woorden lijken op Nederlandse of internationale woorden). En bovenal: houd de hoofdlijn vast. Eén gemist woord is zelden fataal; de draad kwijtraken wél. Het doel is de vraag beantwoorden, niet een volledige transcriptie maken.
Uitgewerkt voorbeeld

De luisterroute toepassen op een documentairefragment

Een documentairefragment over plastic in de oceaan, tweemaal getoond. Vraag: „According to the marine biologist, what is the biggest danger of microplastics?” Loop de luisterroute af.

  1. 01Voorspellen

    Titel en openingsbeeld (oceaan, een wetenschapper) laten een uitlegfragment verwachten; het onderwerp is vervuiling door microplastics.

  2. 02De vraag lezen

    Kernwoorden: „biggest danger”, „microplastics”, en de bron: het standpunt van de marien bioloog — niet van de verteller of iemand anders.

  3. 03Globaal luisteren (1e keer)

    Vaststellen: er spreken een verteller en een bioloog; het gaat over hoe microplastics in de voedselketen komen. Hoofdlijn helder, detail nog niet.

  4. 04Gericht luisteren (2e keer)

    Wachten op de bioloog en op een geparafraseerd gevaar: zij zegt „what really alarms me is that these particles enter the food chain” — dat is „the biggest danger”, ook al valt het woord „danger” niet.

Resultaat: Het antwoord is dat microplastics in de voedselketen terechtkomen; de sleutel was gericht luisteren naar de parafrase van „danger” uit de mond van de juiste spreker (de bioloog).

Eindexamen-focus

  • Examendoel: luisterstrategieën gericht inzetten — voorspellen op basis van beeld en context, globaal luisteren voor de hoofdlijn, gericht luisteren voor het gevraagde detail.
  • Examendoel: een antwoord herkennen dat in het fragment geparafraseerd is (synoniem, omschrijving) in plaats van letterlijk herhaald.

Veelgemaakte fouten

  • Meteen op details jagen bij de eerste vertoning. Zonder hoofdlijn zweven details in het luchtledige; luister eerst globaal, dan pas gericht.
  • Het letterlijke woord uit de vraag in het fragment willen horen. Het juiste antwoord is meestal geparafraseerd; wie op het exacte woord wacht, kiest vaak een afleider die het wél letterlijk noemt.

Actieve herhaling

Kies een Engels fragment en een bijbehorende vraag. Schrijf vóór het kijken op wat je op grond van titel en eerste beeld verwacht. Bekijk het dan tweemaal: vat na de eerste keer de hoofdlijn samen, en noteer na de tweede keer letterlijk de zin waarin het antwoord geparafraseerd wordt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Engels VWO — domein B Kijk- en luistervaardigheid (CvTE / Examenblad)

§ 03

Toon, bedoeling en impliciete betekenis van sprekers#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl-engels-vwo-domein-B

Kernpunten

De vragen in een kijk- en luistertoets lopen op van feitelijk naar interpretatief, zoals de boom in Afb. 3 ordent. De feitelijke helft — hoofdzaak en detail — beantwoord je door goed te horen wát er gezegd wordt. De interpretatieve helft — toon, bedoeling en inferentie — vraagt dat je hoort hóe iets gezegd wordt en waaróm. Dit is doorgaans de moeilijkste helft, want het antwoord staat niet in de woorden zelf maar in de manier waarop en de context eromheen. Juist hier maakt de kijkvaardigheid het verschil: een gezicht en een stemtoon verraden vaak meer dan de letterlijke tekst.

Afb. 3 — Wat luistervragen toetsen, van feitelijk naar interpretatief

LuistervraagtypenBoomdiagram, 5 paden, Gegevens: Feitelijk / expliciet → Hoofdzaak (main idea); Feitelijk / expliciet → Detail (specific information); Interpretatief / impliciet → Toon & houding (tone); Interpretatief / impliciet → Bedoeling & functie (purpose); Interpretatief / impliciet → Inferentie (tussen de regels)Feitelijk / explicietInterpretatief / implicietLuistervraagtypenHoofdzaak (main idea)Detail (specific information)Toon & houding (tone)Bedoeling & functie (purpose)Inferentie (tussen de regels)
Afb. 3De vraagtypen geordend van feitelijk (hoofdzaak, detail — hoor wát er gezegd wordt) naar interpretatief (toon, bedoeling, inferentie — hoor hóe en waaróm). De interpretatieve helft is doorgaans het moeilijkst.
Toon (tone) en houding (attitude) hoor je aan prosodie en woordkeuze: de intonatie (stijgend, dalend, vlak), de klemtoon, het tempo, de pauzes en emotioneel geladen woorden. Een dalende, vlakke intonatie bij lovende woorden klinkt sarcastisch; een hoog tempo met stijgende intonatie klinkt enthousiast of gehaast. Bouw daarom een Engelse toon-woordenschat op, want de antwoordopties zijn in het Engels: „ironic”, „sceptical”, „enthusiastic”, „critical”, „neutral”, „defensive”, „amused”, „concerned”. Koppel elk zulk label aan een hoorbaar signaal, zodat je bij het luisteren van klank naar label kunt.
Bedoeling (purpose) en functie gaan over waaróm de spreker iets zegt, niet over wat hij zegt. Dezelfde zin kan waarschuwen, overtuigen, geruststellen, bekritiseren of relativeren, afhankelijk van de bedoeling erachter. Vraag je bij een uitspraak af: wil de spreker mij informeren, waarschuwen, overhalen of juist bagatelliseren? „You might want to double-check that.” is qua woorden een suggestie, maar de functie is een bedekte waarschuwing. Scheid dus consequent de inhoud (wat) van de functie (waartoe) — de examenvraag mikt vaak precies op dat onderscheid.
Inferentie is luisteren tussen de regels door: de spreker impliceert iets zonder het uit te spreken, en jij leidt het af uit toon, understatement, ironie en context. Het Engels leunt sterk op understatement en indirectheid: „Well, that's one way of doing it.” klinkt neutraal maar impliceert afkeuring; „It's not exactly cheap.” betekent dat iets juist duur is. Combineer altijd drie bronnen — de woorden, de manier waarop ze klinken, en het beeld — en kies de conclusie die door alle drie gesteund wordt. Een inferentievraag test of je de bedóelde, niet de letterlijke betekenis hebt gehoord.
Uitgewerkt voorbeeld

Toon en bedoeling ontleden

In een interview reageert een medewerker op de aankondiging van alwéér een vergadering met: „Oh, brilliant. Another meeting.” — met vlakke intonatie en een zucht. Bepaal de toon en de bedoeling.

  1. 01De letterlijke laag

    De woorden „Oh, brilliant” zijn op zichzelf positief: een compliment of instemming.

  2. 02De prosodie en het beeld

    De intonatie is vlak in plaats van enthousiast, gevolgd door een zucht en „Another meeting.” — de vorm spreekt de woorden tegen.

  3. 03Toon en bedoeling benoemen

    Woorden positief, uitvoering negatief: dat is verbale ironie. De toon is sarcastisch/geïrriteerd; de bedoeling is klagen over de zoveelste vergadering, niet loven.

Resultaat: Toon: sarcastisch/geïrriteerd (ironie). Bedoeling: ergernis uiten over nóg een vergadering — het tegendeel van de letterlijke woorden, hoorbaar aan de vlakke intonatie en de zucht.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de toon en houding van een spreker bepalen aan de hand van intonatie, tempo, woordkeuze én beeld, en het juiste Engelse toon-label kiezen.
  • Examendoel: de bedoeling of impliciete betekenis van een uitspraak afleiden (understatement, ironie) en die onderscheiden van de letterlijke inhoud.

Veelgemaakte fouten

  • De letterlijke betekenis kiezen bij een ironische of understated uitspraak. „That's one way of doing it.” is geen compliment; toon en context wijzen op kritiek.
  • Een toon-label raden zonder bewijs. Onderbouw je keuze altijd met een hoorbaar of zichtbaar signaal (intonatie, gezicht), niet met een onderbuikgevoel.

Actieve herhaling

Zoek een kort fragment waarin een spreker duidelijk een houding uitdrukt (bijvoorbeeld een recensie of een reactie in een interview). Bepaal de toon met één Engels bijvoeglijk naamwoord, noteer twee signalen (intonatie/woordkeuze/gezicht) die je keuze onderbouwen, en formuleer wat de spreker impliceert zonder het te zeggen.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Engels VWO — domein B Kijk- en luistervaardigheid (CvTE / Examenblad)

§ 04

De kijk- en luistertoets: aanpak en valkuilen#

●●○StandaardLPexamenblad-nl-engels-vwo-domein-B

Kernpunten

Een goede toetsaanpak begint vóór het fragment: lees de vraag (of alle vragen bij dat fragment) eerst, zodat je weet waarop je moet letten. Onderstreep in gedachten de kernwoorden van de vraag en van de opties, en let op wíe iets moet zeggen (de verteller, spreker A, spreker B). Verdeel de twee vertoningen bewust: de eerste voor de hoofdlijn en het plaatsen van de vraag in het fragment, de tweede voor het precieze gegeven. Zo verander je passief kijken in gericht zoeken.
Meerkeuzevragen staan of vallen bij het wegstrepen van afleiders, en die afleiders zijn van herkenbare soorten. De vier klassiekers: (1) wáár maar niet gevraagd — het klopt met het fragment, maar beantwoordt de vraag niet; (2) juist detail, verkeerd verdraaid — bijna goed, maar met een fout getal, een verkeerde naam of een gedraaide nuance; (3) het tegenovergestelde — verleidelijk omdat het over hetzelfde gaat, maar de spreker zei het omgekeerde; (4) niet in het fragment — plausibel in de echte wereld, maar niet gezegd. Toets elke optie tegen wat je hóórde, niet tegen wat je zelf al weet.
Pas op voor de woord-val: een optie die een woord letterlijk herhaalt dat je in het fragment hoorde, is juist vaak fout. Toetsmakers plaatsen zo'n „lokwoord” bewust in een verkeerde optie, terwijl het juiste antwoord het idee parafraseert. Hoor je in het fragment „budget” en staat „budget” prominent in optie B, wees dan extra kritisch: klopt de héle bewering van B, of alleen dat ene woord? Kies op grond van de volledige betekenis van de optie, niet op grond van een enkel bekend woord.
Beheer ten slotte je aandacht en accepteer imperfectie. Blijf niet hangen bij een vraag die je miste — noteer je beste gok, markeer haar en ga door; de volgende vraag hoort vaak bij een nieuw fragment en verdient een frisse start. Veelgemaakte fouten bij het luisteren in een vreemde taal zijn: vastlopen op één onbekend woord, geluid met betekenis verwarren, het beeld negeren en te veel op voorkennis leunen. De remedie is telkens dezelfde: hoofdlijn vasthouden, betekenis boven klank, beeld meenemen, en alleen antwoorden op grond van het fragment.
Uitgewerkt voorbeeld

Afleiders wegstrepen bij een meerkeuzevraag

In het fragment zegt een woordvoerder dat een festival is uitgesteld „because of the weather forecast, not because of a lack of funding”. Vraag: „Why was the festival postponed?” A) Because of financial problems. B) Because bad weather is expected. C) Because it was cancelled last year. D) Because too few tickets were sold. Bepaal het juiste antwoord.

  1. 01Optie A toetsen

    „Financial problems” gaat over geld: de woordvoerder noemt „funding” juist als níet de reden. Dit is de tegenovergestelde/verdraaide afleider — wegstrepen.

  2. 02Opties C en D toetsen

    „Cancelled last year” en „too few tickets” worden niet in het fragment genoemd: niet-genoemd — wegstrepen.

  3. 03Optie B toetsen

    „Bad weather is expected” parafraseert „the weather forecast”. Het woord „weather” klinkt letterlijk, maar hier klopt de héle bewering, niet alleen dat ene woord.

Resultaat: Het juiste antwoord is B. A is de tegenovergestelde/verdraaide afleider (funding werd juist uitgesloten), C en D zijn niet genoemd; B parafraseert de echte reden.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de vragen vóór de vertoning lezen en de twee vertoningen doelgericht verdelen over hoofdlijn (1e keer) en detail (2e keer).
  • Examendoel: bij meerkeuze de afleiders systematisch wegstrepen en de woord-val (een letterlijk herhaald lokwoord) herkennen.

Veelgemaakte fouten

  • Een optie kiezen omdat ze een gehoord woord bevat. Dat „lokwoord” staat vaak juist in een foute optie; beoordeel de héle bewering, niet één woord.
  • Blijven hangen bij een gemiste vraag en zo het volgende fragment missen. Noteer een gok, ga door en begin het nieuwe fragment fris.

Actieve herhaling

Maak een set meerkeuzevragen bij een Engels fragment. Bepaal per vraag, na twee keer kijken, welk antwoord juist is en benoem bij elke afleider tot welk type ze behoort (waar-maar-niet-gevraagd, verdraaid detail, tegenovergestelde, of niet-genoemd).

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Engels VWO — domein B Kijk- en luistervaardigheid (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Wat kijk- en luistervaardigheid toetst (domein B, schoolexamen)○
    • 02Luisterstrategieën: voorspellen, globaal en gericht luisteren◐
    • 03Toon, bedoeling en impliciete betekenis van sprekers●
    • 04De kijk- en luistertoets: aanpak en valkuilen◐

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Kijk- en luistervaardigheid

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~16
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma Engels VWO — domein B Kijk- en luistervaardigheid

Vorig onderwerp

Schrijfvaardigheid (formele en informele teksten)

Volgend onderwerp

Gesprekken voeren (gespreksvaardigheid)

EuraStudy·Samenvattingen T·09·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.