EuraStudy
Samenvattingen/Duits/Kijk- en luistervaardigheid (domein B)
Samenvattingen · DuitsNL · VWO

Kijk- en luistervaardigheid (domein B)

Kijk- en luistervaardigheid (domein B) is de receptieve vaardigheid waarmee je gesproken en audiovisueel Duits begrijpt: je haalt er hoofdzaken, details, standpunten en de toon van sprekers uit. Deze vaardigheid wordt in het schoolexamen (SE) getoetst — meestal met een kijk- en luistertoets — en dus niet in het centraal examen, want het CE Duits toetst uitsluitend leesvaardigheid. De precieze vorm (aantal fragmenten, vraagtypen, hulpmiddelen en weging) legt je school vast in het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA).

4 Onderdelen·~19 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·0888 / 15
Examenprofiel
Beseffen dat kijk- en luistervaardigheid (domein B) in het schoolexamen wordt getoetst en niet in het CE — het centraal examen Duits toetst uitsluitend leesvaardigheidHoofdzaken, details, toon en standpunten uit gesproken en audiovisueel Duits halen zonder elk woord te hoeven verstaanLuisterstrategieën inzetten: voorspellen, globaal luisteren naar de hoofdlijn en gericht luisteren naar een detailOmgaan met tempo, accent en dialect, spreektaal en achtergrondgeluid, en de beeldinformatie benutten
Operatoren:beluisterbekijkbeantwoordkies het juiste antwoordleid afvat de hoofdlijn samen

basisniveau

Kijk- en luistervaardigheid is schoolexamenstof (domein B): je begrijpt de hoofdlijn en de belangrijkste details van duidelijk gesproken, audiovisueel Duits en beantwoordt daarover vragen.

verhoogd niveau

Wie naar B2/C1 reikt, volgt ook sneller, natuurlijk gesproken Duits met regionale kleuring (D-A-CH), vat impliciete standpunten en ironie, en verliest de draad niet bij een enkel onbekend woord.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Kijk- en luistervaardigheid (domein B)
    • 01Kijk- en luistervaardigheid in het schoolexamen (domein B)○
    • 02Luisterstrategieën: voorspellen, globaal en gericht luisteren◐
    • 03Omgaan met tempo, accent, spreektaal en achtergrondgeluid◐
    • 04De kijk- en luistertoets aanpakken●
§ 01

Kijk- en luistervaardigheid in het schoolexamen (domein B)#

●○○BasisLPexamenblad-nl-duits-vwo-domein-B

Kernpunten

Kijk- en luistervaardigheid vormt domein B van het examenprogramma Duits en is een receptieve vaardigheid: je begrijpt gesproken en audiovisueel Duits en haalt daar de relevante informatie uit. Anders dan bij lezen kun je het materiaal niet in je eigen tempo teruglezen — je luistert mee terwijl het geluid doorloopt, en dat maakt de vaardigheid vluchtiger. Het gaat er niet om dat je elk woord verstaat, maar dat je eruit haalt wat de vraag verlangt: de hoofdzaak, een detail, de toon of de bedoeling van een spreker. Dat is dezelfde houding als bij lezen, waar een goede lezer ook niet elk woord weegt. De vaardigheid heet niet voor niets „kijken én luisteren”: bij beeldmateriaal ondersteunt het beeld je begrip, iets waarop de vierde sectie terugkomt.
Het is belangrijk te weten wáár deze vaardigheid getoetst wordt. Het centraal examen (CE) Duits toetst uitsluitend leesvaardigheid (domein A); kijk- en luistervaardigheid hoort tot het schoolexamen (SE) en komt dus niet in het CE voor. Je school toetst domein B zelf en legt de precieze vorm — het aantal fragmenten, de vraagtypen, de toegestane hulpmiddelen en de weging — vast in het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA). In de praktijk gebeurt dat vaak met een kijk- en luistertoets: een landelijke of schooleigen toets waarin je authentieke fragmenten (een reportage, interview of nieuwsitem) hoort en meestal meerkeuzevragen beantwoordt. Omdat de vorm per school verschilt, is het verstandig het PTA van je eigen school te raadplegen en te oefenen met het materiaal dat je docent aanreikt.
Het materiaal voor domein B is authentiek gesproken Duits over vertrouwde en wat abstractere onderwerpen: nieuwsberichten, interviews, reportages, documentaires en fragmenten uit films of series. De onderwerpen sluiten aan bij de gangbare examenthema's — samenleving, milieu, jongeren, media en het Duitstalige gebied (D-A-CH). Je begrijpt niet alleen wat er letterlijk gezegd wordt, maar ook de hoofdlijn van een betoog en de standpunten van de sprekers. Waar het CE voor lezen streeft naar ERK-niveau B2, ligt het niveau van de luistertoets vast in het PTA van je school; ga voor de precieze eisen dus altijd bij je docent te rade in plaats van uit te gaan van een vast getal. Authentiek luistermateriaal (Duitse podcasts, de Tagesschau, ARD/ZDF, of Oostenrijkse en Zwitserse zenders) is de beste voorbereiding, omdat tempo en uitspraak realistisch zijn.
Dat gesproken taal vluchtig is, vraagt een andere manier van werken dan lezen. Je kunt niet terugbladeren, dus je aandacht is je schaarste: raak je afgeleid of blijf je hangen bij één woord, dan mis je de rest onherroepelijk. Daarom is voorbereiding cruciaal — weten hoe jouw toets is opgebouwd, of een fragment één of twee keer klinkt, en of je de vragen vooraf mag inzien. De volgende drie secties bouwen hierop voort: eerst de luisterstrategieën per luisterdoel, dan het omgaan met tempo, accent en spreektaal, en ten slotte een concrete aanpak voor de toets zelf. Zie kijk- en luistervaardigheid dus niet als „gewoon meeluisteren”, maar als een vaardigheid met een eigen techniek die je gericht kunt trainen.
Uitgewerkt voorbeeld

Centraal examen of schoolexamen?

Een medeleerling vraagt: „Moet ik voor mijn centraal examen Duits ook een luistertoets maken?” Wat is het juiste antwoord, en waar vind je de details van de luistertoets?

  1. 01Het CE afbakenen

    Het centraal examen Duits toetst uitsluitend leesvaardigheid (domein A). Luisteren zit daar niet in, dus in het CE hoef je geen luistertoets te maken.

  2. 02Domein B plaatsen

    Kijk- en luistervaardigheid is domein B en hoort bij het schoolexamen (SE). Je maakt de luistertoets dus wél, maar op school, niet als centraal examen.

  3. 03De details opzoeken

    De vorm, het aantal fragmenten, de hulpmiddelen en de weging staan in het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) van je school; vraag je docent naar de precieze opzet.

Resultaat: Nee: in het centraal examen Duits zit geen luistertoets, want het CE toetst alleen leesvaardigheid. De kijk- en luistertoets valt onder het schoolexamen (domein B); de precieze opzet staat in het PTA van je school.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: beseffen dat kijk- en luistervaardigheid (domein B) in het schoolexamen wordt getoetst en niet in het CE, dat uitsluitend leesvaardigheid toetst.
  • Examendoel: uit een gesproken of audiovisueel fragment de gevraagde informatie halen — hoofdzaak, detail, toon of bedoeling — zonder elk woord te hoeven verstaan.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat kijk- en luistervaardigheid in het centraal examen zit. Het CE Duits toetst alleen leesvaardigheid; domein B is schoolexamenstof en de school bepaalt de vorm in het PTA.
  • Willen álles verstaan. Je hoeft niet elk woord te begrijpen — je haalt de informatie eruit die de vraag verlangt, net als bij een leestekst.

Actieve herhaling

Bekijk een kort Duits nieuwsfragment (bijvoorbeeld van de Tagesschau of ZDF) van hooguit twee minuten. Formuleer bij het fragment zelf vier vragen: één naar de hoofdzaak, één naar een detail, één naar de toon van een spreker en één naar diens bedoeling. Wissel de vragen uit met een klasgenoot en controleer elkaars antwoorden.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Duits VWO — domein B, kijk- en luistervaardigheid (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)

§ 02

Luisterstrategieën: voorspellen, globaal en gericht luisteren#

●●○StandaardLPexamenblad-nl-duits-vwo-domein-B

Kernpunten

Goede luisteraars kiezen bewust hun luisterhouding, en Afb. 1 koppelt elk luisterdoel aan de bijpassende strategie. Wil je vooraf weten wat er komt, dan voorspel je; wil je de hoofdlijn pakken, dan luister je globaal; zoek je een detail, dan luister je gericht; gaat het om de houding van de spreker, dan let je op de intonatie; en stuit je op een onbekend woord, dan leid je het uit de context af. De kern is dat er niet één manier van luisteren is: welke strategie werkt, hangt af van wat de vraag verlangt. Wie de vraag koppelt aan de juiste houding, verspilt geen aandacht en raakt de draad minder snel kwijt. Deze afstemming van strategie op doel is de motor onder alle luistervaardigheid.

Afb. 1 — Luisterstrategie per luisterdoel

Luisterstrategie per doelBoomdiagram, 5 paden, Gegevens: Vooraf oriënteren → Voorspellen (titel, beeld); Hoofdlijn pakken → Globaal luisteren; Detail vinden → Gericht luisteren; Toon & bedoeling → Letten op intonatie; Onbekend woord → Uit context afleidenVooraf oriënterenHoofdlijn pakkenDetail vindenToon & bedoelingOnbekend woordLuisterstrategie per doelVoorspellen (titel, beeld)Globaal luisterenGericht luisterenLetten op intonatieUit context afleiden
Afb. 1Elk luisterdoel vraagt een andere strategie: de hoofdlijn vraagt globaal luisteren, een detail vraagt gericht luisteren, de toon vraagt aandacht voor de intonatie.
Voorspellen is de eerste en meest onderschatte stap. Nog voordat het fragment begint, activeer je je voorkennis: de titel, het onderwerp, het beeld en de eerste zinnen roepen een woordveld op. Weet je dat een reportage over het klimaat gaat, dan verwacht je woorden als „der Klimawandel”, „die Umwelt”, „nachhaltig” en „die Erderwärmung”. Die verwachting maakt je gevoeliger voor precies die woorden wanneer ze klinken. Voorspellen is top-down luisteren: je begrip wordt gestuurd door verwachting, niet alleen door het binnenkomende geluid. Gebruik daarom elk stukje context vooraf — het beeld, de vraagstelling, de bron — om een hypothese te vormen over wat komen gaat, en toets die hypothese vervolgens tijdens het luisteren.
Globaal en gericht luisteren zijn twee verschillende houdingen. Bij globaal luisteren (in het Duits het „Globalverstehen”) laat je het fragment over je heen komen en vang je de hoofdlijn op: waar gaat het over, wie spreekt, wat is de strekking? Details laat je bewust los. Bij gericht luisteren (het „Detailverstehen”) zoek je juist één bepaald gegeven — een naam, een getal, een reden — en negeer je de rest. De kunst is de juiste houding te kiezen bij de vraag: een hoofdzaakvraag vraagt globaal luisteren, een detailvraag vraagt gericht luisteren. Omdat het fragment doorloopt, moet je snel kunnen schakelen. Lees daarom, als het mag, de vragen vóór het luisteren: dan weet je waarnaar je gericht moet luisteren en verspil je geen aandacht aan wat niet gevraagd wordt.
Onbekende woorden zijn onvermijdelijk, maar zelden fataal. Gesproken taal zit vol redundantie: sprekers herhalen, herformuleren, benadrukken en vullen aan met intonatie en (op beeld) gebaren. Eén onbekend woord hoeft je dus niet uit koers te brengen, mits je de hoofdlijn vasthoudt. De grootste fout is blijven hangen bij een woord dat je niet verstaat: terwijl je erover nadenkt, loopt het fragment door en mis je de rest. Laat het los, blijf de draad volgen en leid de betekenis zo nodig af uit de context, precies zoals bij het lezen. Bij een kijk- en luistertoets wordt een fragment bovendien meestal één of twee keer aangeboden (je school bepaalt dit): gebruik de eerste keer voor de hoofdlijn en een eventuele tweede keer om gericht de details in te vullen.
Uitgewerkt voorbeeld

De juiste luisterstrategie kiezen

Bij een reportage over een Duitse stad luidt de vraag: „Wie viele Einwohner hat die Stadt?” Welke luisterstrategie past hierbij (Afb. 1), en hoe pak je het aan?

  1. 01Het luisterdoel bepalen

    De vraag zoekt één specifiek gegeven — een getal (het aantal inwoners). Dat is geen hoofdzaak- maar een detailvraag.

  2. 02De strategie kiezen

    Bij een detail hoort gericht luisteren (Afb. 1): je zoekt gericht naar een getal in combinatie met een woord als „Einwohner”, en negeert de rest even.

  3. 03Vooraf voorspellen

    Voorspel dat er een getal genoemd wordt en houd je oren open voor cijfers gevolgd door „Einwohner”, bijvoorbeeld „rund 300.000 Einwohner”.

Resultaat: Het is een detailvraag, dus je luistert gericht: je zoekt naar een getal bij „Einwohner”. Door dat vooraf te voorspellen vind je het antwoord zonder je te verliezen in de rest van de reportage.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: per luisterdoel de juiste strategie kiezen (Afb. 1) — voorspellen vooraf, globaal luisteren voor de hoofdlijn, gericht luisteren voor een detail en letten op intonatie voor de toon.
  • Examendoel: de hoofdlijn vasthouden en de betekenis van onbekende woorden uit de context afleiden in plaats van bij één woord te blijven hangen.

Veelgemaakte fouten

  • Blijven stilstaan bij één onbekend woord terwijl het fragment doorloopt, waardoor je de daaropvolgende informatie mist.
  • Meteen op details jagen zonder eerst de hoofdlijn te pakken; zonder globaal beeld verlies je het overzicht en de samenhang.

Actieve herhaling

Kies een Duits audiofragment van twee à drie minuten. Luister de eerste keer alleen naar de hoofdlijn en noteer in één Nederlandse zin waar het over gaat (globaal luisteren). Formuleer daarna drie detailvragen en luister een tweede keer gericht om die te beantwoorden. Merk op hoe anders je de tweede keer luistert.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Duits VWO — domein B, kijk- en luistervaardigheid (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)

§ 03

Omgaan met tempo, accent, spreektaal en achtergrondgeluid#

●●○StandaardLPexamenblad-nl-duits-vwo-domein-B

Kernpunten

Het grootste verschil tussen het Duits uit je lesboek en het Duits van een authentiek fragment is het tempo. Moedertaalsprekers spreken snel, slikken klanken in en laten weinig pauzes vallen, waardoor woorden aan elkaar plakken en je minder tijd hebt om te verwerken. De remedie is niet harder je best doen om elk woord te vangen, maar je aandacht richten op de betekenisdragende woorden — de zelfstandige naamwoorden, werkwoorden en getallen — en de tussenwoordjes laten passeren. Train dit door regelmatig naar Duits in normaal tempo te luisteren (nieuws, podcasts, video's), want gewenning aan het spreektempo doet meer dan welke truc ook. Hoe vertrouwder het tempo klinkt, hoe minder energie het kost en hoe meer aandacht je overhoudt voor de inhoud.
Ook de uitspraak varieert: het Duitse taalgebied (D-A-CH) kent flinke regionale verschillen in accent en dialect. In het noorden klinkt het Duits anders dan in Beieren, en het Oostenrijks en het Zwitsers Duits hebben een eigen kleur en eigen woorden — een Oostenrijker zegt „Jänner” voor januari en „Grüß Gott” als groet, waar men in het noorden „Guten Tag” of „Moin” zegt. Gelukkig gebruiken nieuws- en reportagefragmenten meestal het verzorgde standaard-Duits (Hochdeutsch), dat goed te volgen is. Kom je toch een sterk accent of een dialectwoord tegen, blijf dan op de hoofdlijn letten: de context en de herhaling vangen veel op, en één onbekend regionaal woord bepaalt zelden het antwoord. Weten dat variatie normaal is, voorkomt dat je van je stuk raakt zodra iemand niet als je docent klinkt.
Spreektaal (die Umgangssprache) wijkt af van de nette schrijftaal, en juist die informele vormen kunnen je in verwarring brengen. Sprekers trekken woorden samen: „gibt es” wordt „gibt's”, „ich habe es” wordt „ich hab's”, „eine” wordt „'ne” en „nichts” wordt „nix”. Daarnaast strooien Duitsers kwistig met modale partikels — kleine woordjes als „ja”, „doch”, „mal”, „halt” en „eben” — die vooral kleur en toon toevoegen en die je niet letterlijk hoeft te vertalen om de zin te begrijpen. Herken deze verschijnselen als normaal spraakgebruik en laat je er niet door afleiden. Wie weet dat „hab's” gewoon „habe es” is, hoort er geen onbekend woord meer in en houdt de draad vast.
Ten slotte is er de omgeving van het geluid zelf: achtergrondgeluid, muziek, meerdere sprekers door elkaar of een telefoonverbinding maken het verstaan lastiger. Ook hier geldt: verwacht het en laat je niet uit het veld slaan. Concentreer je op de stem die de informatie draagt en gebruik de kijk-component als die er is — het beeld toont je vaak wie er spreekt en waarover. Bij een interview of discussie met meerdere sprekers is het bovendien belangrijk uit elkaar te houden wie wat zegt; noteer zo nodig kort de standpunten per spreker. Al deze omstandigheden — hoog tempo, accent, spreektaal, ruis — horen bij authentiek luistermateriaal, en de beste voorbereiding is er zoveel mogelijk aan blootgesteld te zijn geweest voordat de toets begint.
Uitgewerkt voorbeeld

Een spreektaalvorm ontcijferen

In een fragment hoor je: „Also, ich hab's ehrlich gesagt nicht gesehen, aber es gibt's bestimmt im Netz.” Waarom klinken „hab's” en „gibt's” onbekend, en wat betekent de zin?

  1. 01De samentrekkingen herkennen

    „hab's” is de samentrekking van „habe es” en „gibt's” van „gibt es”. In de spreektaal versmelt het werkwoord met het korte „es” — het zijn geen nieuwe woorden.

  2. 02De partikels laten passeren

    „Also” en „ehrlich gesagt” zijn opvul- en toonwoorden (eerlijk gezegd); ze dragen geen kerninformatie en hoef je niet letterlijk te wegen.

  3. 03De hoofdlijn vasthouden

    De kern is: de spreker heeft iets niet gezien, maar het staat vast wel „im Netz” (op het internet). Zo blijft de betekenis overeind ondanks de spreektaal.

Resultaat: „hab's” en „gibt's” zijn gewoon „habe es” en „gibt es” in spreektaal, geen onbekende woorden. De zin betekent: „Nou, ik heb het eerlijk gezegd niet gezien, maar het staat vast wel op internet.” Wie de samentrekkingen herkent, houdt moeiteloos de draad vast.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: authentiek gesproken Duits volgen ondanks hoog tempo, regionaal accent of dialect (D-A-CH) en achtergrondgeluid, door op de betekenisdragende woorden en de hoofdlijn te blijven letten.
  • Examendoel: veelvoorkomende spreektaalvormen herkennen (samentrekkingen als „gibt's”, „hab's”, „nix” en modale partikels) en er niet door in de war raken.

Veelgemaakte fouten

  • Van slag raken zodra een spreker een accent of dialect heeft en dan de hele hoofdlijn loslaten, terwijl context en herhaling het meeste opvangen.
  • Een samengetrokken spreektaalvorm (zoals „hab's” of „gibt's”) aanzien voor een onbekend woord en er vervolgens bij blijven hangen.

Actieve herhaling

Beluister een informeel Duits fragment (bijvoorbeeld een vlog of een straatinterview) en schrijf drie samengetrokken of informele vormen op die je hoort (zoals „gibt's”, „hab's”, „'ne”, „nix”). Noteer de volledige, geschreven vorm ernaast en let erop hoe vaak zulke vormen voorkomen in natuurlijk gesproken Duits.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Duits VWO — domein B, kijk- en luistervaardigheid (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)

§ 04

De kijk- en luistertoets aanpakken#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl-duits-vwo-domein-B

Kernpunten

Op de toetsdag doorloop je het best een vaste route, en Afb. 2 zet die op een rij: je voorspelt eerst wat je gaat horen, luistert dan globaal naar de hoofdlijn, leest de vraag, luistert vervolgens gericht naar precies het gevraagde gegeven en kiest ten slotte je antwoord. De benadrukte stap is het gericht luisteren: dát is het moment waarop je het antwoord vindt, doordat je gericht zoekt naar de informatie die de vraag verlangt. Het is dezelfde tweetrapsbeweging als bij lezen — eerst globaal, dan gericht — maar onder tijdsdruk, want het geluid loopt door. Wie deze route bewust volgt in plaats van maar wat mee te luisteren, verspilt geen aandacht en raakt de draad minder snel kwijt.

Afb. 2 — De luisterroute in de toets

De luisterrouteGraaf, Voorspellen (titel & beeld) → Globaal luisteren, Globaal luisteren → Vraag lezen, Vraag lezen → Gericht luisteren, Gericht luisteren → Antwoord kiezenVoorspellen(titel & beeld)GlobaalluisterenVraag lezenGerichtluisterenAntwoord kiezen
Afb. 2De route die je in de kijk- en luistertoets doorloopt: je voorspelt, luistert eerst globaal, leest dan de vraag en luistert gericht naar precies dat gegeven. Gericht luisteren (benadrukt) is de stap waarin je het antwoord vindt.
De aanpak begint vóór het fragment. Lees, als dat mag, eerst de vragen: ze vertellen je waarnaar je gericht moet luisteren en welke soort informatie telt (een feit, een reden, een toon). Gebruik de titel en het beeld om te voorspellen. Luister de eerste keer vooral naar de hoofdlijn en vul bij een eventuele tweede beluistering de details in. Maak korte, doelgerichte aantekeningen — trefwoorden, getallen, namen — en geen volzinnen, want schrijven kost luistertijd. Beantwoord bij meerkeuze eerst de vragen waarvan je zeker bent en markeer de twijfelgevallen. Verdeel je aandacht bewust: blijf niet hangen bij een gemist woord, maar zorg dat je de dráád niet kwijtraakt, want die kun je niet terugspoelen.
Benut nadrukkelijk de kijk-component, want daarin verschilt deze toets van een pure luistertoets. Het beeld toont je de setting, de sprekers en hun emoties en helpt je woorden aan te vullen die je auditief mist: zie je waar een gesprek zich afspeelt en wie er spreekt, dan verstaat je oor het geluid gemakkelijker. Gezichtsuitdrukkingen, gebaren en de beelden in een reportage dragen betekenis en verraden vaak de toon — een glimlach of een frons zegt iets over de houding van de spreker. Gebruik die visuele informatie bewust om te voorspellen wat komen gaat en om je vermoeden te toetsen. Bij een puur auditief fragment valt die steun weg en moet je het volledig hebben van intonatie, klemtoon en contextwoorden; weten of jouw toets met of zonder beeld werkt, bepaalt dus mede je strategie.
Meerkeuzevragen bij luisteren hebben eigen valkuilen. De bekendste is de woordval: een antwoordoptie herhaalt een woord dat letterlijk in het fragment klonk, maar geeft toch een fout antwoord — het juiste alternatief parafraseert de inhoud vaak juist. Laat je dus niet verleiden door een optie alleen omdat je het woord „herkende”. Een tweede valkuil is antwoorden vanuit je eigen kennis of logica in plaats van vanuit het fragment: het gaat om wat de spreker zégt, niet om wat waar is of wat jij zou verwachten. Sluit afleiders systematisch uit, net als bij een leesexamen, en kies het alternatief dat het dichtst bij de daadwerkelijk gehoorde inhoud ligt. Deze discipline — voorspellen, gericht luisteren, de kijk-informatie benutten en afleiders wegstrepen — maakt het verschil tussen begrijpen en gokken.
Uitgewerkt voorbeeld

Een woordval bij een meerkeuzevraag uitsluiten

In een fragment zegt een spreker: „Ich nehme nie das Auto zur Arbeit; ich fahre lieber mit dem Fahrrad.” Bij de vraag „Wie fährt sie zur Arbeit?” is optie A „mit dem Auto” en optie B „mit dem Fahrrad”. Kies en verklaar.

  1. 01De woordval herkennen

    Optie A („mit dem Auto”) herhaalt het gehoorde woord „Auto”, maar de spreker zei juist „Ich nehme nie das Auto” — een ontkenning. De woordval lokt je naar het herkende woord.

  2. 02De inhoud volgen

    De spreker zegt de fiets te verkiezen: „ich fahre lieber mit dem Fahrrad”. Dat is de daadwerkelijke inhoud, los van welk woord het bekendst klonk.

  3. 03Kiezen op grond van het fragment

    Het juiste antwoord is B („mit dem Fahrrad”), omdat het klopt met wat de spreker zegt; A is een afleider die op de woordherkenning speelt.

Resultaat: Antwoord B („mit dem Fahrrad”). De ontkenning „nie” maakt „Auto” tot een woordval; kies altijd op grond van de inhoud van het fragment, niet van een herkend woord.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de vaste luisterroute doelgericht doorlopen (Afb. 2) — vragen vooraf lezen, voorspellen, globaal en dan gericht luisteren en beknopte aantekeningen maken — binnen de beperkte kijk- en luistertijd.
  • Examendoel: afleiders bij meerkeuzevragen herkennen en uitsluiten, met name de woordval, en antwoorden op grond van het fragment en niet van eigen kennis of verwachting.

Veelgemaakte fouten

  • Een antwoordoptie kiezen omdat er een woord in staat dat letterlijk in het fragment klonk (de woordval), terwijl het juiste alternatief de inhoud parafraseert.
  • De vragen niet vooraf lezen en zonder plan meeluisteren, waardoor je niet weet waarnaar je gericht moet luisteren en achteraf op je geheugen moet gokken.

Actieve herhaling

Neem een Duits audiovisueel fragment met meerkeuzevragen (bijvoorbeeld uit oefenmateriaal van je docent) en doorloop bewust de route van Afb. 2. Lees eerst de vragen, voorspel op grond van titel en beeld, luister globaal en dan gericht, en streep per vraag eerst de duidelijk foute afleiders weg. Let daarbij bewust op de woordval — een optie die een gehoord woord herhaalt maar toch fout is.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Duits VWO — domein B, kijk- en luistervaardigheid (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Kijk- en luistervaardigheid in het schoolexamen (domein B)○
    • 02Luisterstrategieën: voorspellen, globaal en gericht luisteren◐
    • 03Omgaan met tempo, accent, spreektaal en achtergrondgeluid◐
    • 04De kijk- en luistertoets aanpakken●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Kijk- en luistervaardigheid (domein B)

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~19
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma Duits VWO — domein B, kijk- en luistervaardigheid (schoolexamen)

Vorig onderwerp

Grammatica: naamvallen, werkwoorden en complexe zinsbouw

Volgend onderwerp

Gespreksvaardigheid: gesprekken voeren en spreken (domein C)

EuraStudy·Samenvattingen T·08·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.