EuraStudy
Samenvattingen/Culturele en Kunstzinnige Vorming/Domein A: Verkennen — eigen kunstervaring, interesses en opvattingen
Samenvattingen · Culturele en Kunstzinnige VormingNL · VWO

Domein A: Verkennen — eigen kunstervaring, interesses en opvattingen

Verkennen is het startpunt van CKV: voordat je kunst gaat onderzoeken, verken je eerst je eigen positie. Dit onderwerp legt uit wat CKV als schoolexamenvak is en hoe de vier domeinen (Verkennen, Verbreden, Verdiepen, Verbinden) samenhangen, en het brengt je eigen culturele biografie, je primaire reactie op kunst en je opvattingen en smaak in kaart. Omdat CKV geen centraal examen kent, draait alles om cultuurdeelname en reflectie in je kunstdossier.

4 Onderdelen·~16 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 3

T·0111 / 12
Examenprofiel
Culturele activiteiten benoemen, kiezen en ondergaan met een open, onderzoekende houding.De eigen culturele biografie, interesses en opvattingen over kunst verwoorden.De primaire (eerste) reactie op een kunstuiting onderscheiden van een onderbouwd oordeel.De plaats en samenhang van de vier domeinen van CKV overzien.
Operatoren:benoembeschrijfverwoordverkenkiesleg uitreflecteer

basisniveau

Voor iedereen: CKV is een verplicht gemeenschappelijk vak dat met een schoolexamen (handelingsdeel + kunstdossier) wordt afgesloten. Verkennen betekent je eigen ervaring, smaak en opvattingen leren kennen en verwoorden.

verhoogd niveau

Verdieping: je culturele biografie en smaak niet alleen beschrijven maar ook verklaren — welke omgeving, media en momenten hebben je blik gevormd? — en die zelfkennis inzetten als vertrekpunt voor de latere domeinen.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Domein A: Verkennen — eigen kunstervaring, interesses en opvattingen
    • 01CKV als schoolexamenvak en de vier domeinen○
    • 02De eigen culturele biografie◐
    • 03Een culturele activiteit ondergaan en de primaire reactie◐
    • 04Interesses, smaak en opvattingen verwoorden◐
§ 01

CKV als schoolexamenvak en de vier domeinen#

●○○BasisLPexamenblad-ckv-domein-A

Kernpunten

CKV is anders dan bijna elk ander examenvak: er is géén centraal examen. Je hoeft geen canon jaartallen of stijlkenmerken uit je hoofd te leren voor één landelijke toets. In plaats daarvan wordt CKV afgesloten met een schoolexamen dat bestaat uit een handelingsdeel: een reeks culturele activiteiten en opdrachten die je „naar behoren” uitvoert en vastlegt in een kunstdossier. Het vak toetst dus geen feitenkennis, maar cultuurdeelname en de kwaliteit van je reflectie. In Afb. 1 zie je hoe het vak is opgebouwd rond vier domeinen die telkens terugkeren.

De vier domeinen van CKV als terugkerende cyclus

De vier domeinenGraaf, A Verkennen → B Verbreden, B Verbreden → C Verdiepen, C Verdiepen → D Verbinden, D Verbinden → A VerkennenA VerkennenB VerbredenC VerdiepenD Verbindenopnieuw
Afb. 1Afb. 1 — De vier domeinen van CKV volgen op elkaar (A → B → C → D), maar keren als een cyclus terug: na Verbinden begin je bij een volgende activiteit opnieuw bij Verkennen, met meer bagage. Reflectie loopt door alles heen.
De vier domeinen vormen samen één leerlijn. Domein A, Verkennen, is het vertrekpunt: je verkent je eigen kunstervaring, interesses en opvattingen. Domein B, Verbreden, laat je kennismaken met ten minste vier kunstdisciplines en leert je kijken, luisteren en analyseren in verschillende contexten. Domein C, Verdiepen, vraagt zelfstandig onderzoek naar een artistiek-creatief proces of kunstwerk. Domein D, Verbinden, legt de verbanden: tussen de domeinen onderling, en tussen kunst, jezelf en de maatschappij. Reflectie loopt als een rode draad door alle vier de domeinen heen.
Belangrijk is dat de domeinen geen strak lineair rooster zijn dat je één keer afwerkt. Ze bouwen wel op elkaar voort — je moet eerst ervaren en verbreden voordat je zinvol kunt verdiepen — maar in de praktijk keren ze steeds terug. Bij elke nieuwe culturele activiteit verken je opnieuw je reactie (A), verbreed je je blik naar een nieuwe discipline of context (B), en aan het eind verbind je alles (D). In Afb. 1 is dat zichtbaar als een kring: na Verbinden begin je bij een volgende activiteit weer bij Verkennen, maar dan met meer bagage.
Omdat er geen centraal examen is, gelden er ook geen N-term en geen landelijke normering. De school legt in het PTA (Programma van Toetsing en Afsluiting) vast welke opdrachten je doet, hoeveel culturele activiteiten je bezoekt en hoe je dossier wordt beoordeeld. Het SE-cijfer telt op je eindlijst mee als onderdeel van het combinatiecijfer, samen met een aantal andere kleine onderdelen (doorgaans onder meer maatschappijleer en het profielwerkstuk). Het handelingsdeel moet bovendien „naar behoren” zijn afgerond: zonder afgerond CKV kun je niet slagen.
Wat betekent dit voor jou als leerling? Dat je in CKV wordt beoordeeld op wat je dóét en hoe je daarover nadenkt, niet op wat je kunt reproduceren. Een goede houding — nieuwsgierig, open, bereid om iets onbekends te ondergaan — en een eerlijke, steeds diepere reflectie leveren de resultaten op. Dit onderwerp, Verkennen, legt daarvoor de basis: je leert je eigen uitgangspositie kennen, zodat je in de latere domeinen kunt zien hóé je blik verandert.
Uitgewerkt voorbeeld

De opbouw van CKV uitleggen

Een medeleerling zegt: „CKV is toch gewoon een paar musea bezoeken en dan een cijfer krijgen?” Leg uit hoe het vak werkelijk is opgebouwd en wat er wordt beoordeeld.

  1. 01Het karakter van het vak

    CKV is een verplicht gemeenschappelijk vak zonder centraal examen; het wordt afgesloten met een schoolexamen in de vorm van een handelingsdeel.

  2. 02De rol van het dossier

    De culturele activiteiten zijn geen doel op zich: je legt ze samen met je reflecties vast in een kunstdossier, dat als bewijsmateriaal dient.

  3. 03De vier domeinen

    Je doorloopt Verkennen (eigen ervaring), Verbreden (vier disciplines), Verdiepen (onderzoek) en Verbinden (verbanden leggen).

  4. 04Wat beoordeeld wordt

    Niet het aantal bezoeken, maar de diepgang van je reflectie: kun je van beschrijven naar analyseren, interpreteren, waarderen en verbinden komen?

Resultaat: CKV is geen toets maar een traject: je neemt deel aan cultuur, legt dat vast en reflecteert er steeds diepgaander op; het handelingsdeel moet naar behoren zijn afgerond en telt via het combinatiecijfer mee op de eindlijst.

Eindexamen-focus

  • Examendoel (schoolexamen): kunnen uitleggen dat CKV een verplicht vak zonder centraal examen is, afgesloten met een handelingsdeel en een kunstdossier.
  • Examendoel: de vier domeinen (Verkennen, Verbreden, Verdiepen, Verbinden) benoemen en hun onderlinge samenhang uitleggen.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat je voor CKV feiten (stijlen, jaartallen, kunstenaars) moet stampen voor een toets; het vak toetst cultuurdeelname en reflectie, niet reproductie.
  • De domeinen als vier losse, af te vinken blokjes zien in plaats van als een samenhangende cyclus waarin reflectie telkens terugkeert.

Actieve herhaling

Leg in eigen woorden uit waarin CKV verschilt van een vak met een centraal examen zoals geschiedenis. Noem daarbij de vier domeinen en geef bij elk domein één zin over wat je er doet.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma CKV vwo — opzet en domeinen (CvTE / Examenblad)

§ 02

De eigen culturele biografie#

●●○StandaardLPexamenblad-ckv-domein-A

Kernpunten

Je culturele biografie is het verhaal van alle cultuur die je tot nu toe hebt meegemaakt: de liedjes waarmee je opgroeide, de films en series die je keek, de boeken die je las, de plekken die je bezocht, de tradities in je familie. Afb. 2 zet zo'n biografie uit op een tijdlijn met representatieve mijlpalen. Het idee van Verkennen is dat je smaak en interesses niet uit de lucht komen vallen: ze zijn gevormd door alles wat je hebt ondergaan. Wie zijn eigen biografie in kaart brengt, begrijpt beter waaróm hij bepaalde kunst mooi of juist niets vindt.

Een culturele biografie op een tijdlijn (voorbeeld)

Culturele biografie naar leeftijdGetallenlijn, prentenboeken, eerste film in de bios, muziek streamen, eerste live concert, museumbezoek CKV0369121518prentenboekeneerste film in debiosmuziek streameneerste liveconcertmuseumbezoek CKV
Afb. 2Afb. 2 — Een representatief voorbeeld van een culturele biografie: mijlpalen uitgezet naar leeftijd. Zo'n lijn maakt zichtbaar hoe je smaak en interesses in de loop van de tijd zijn gevormd.
Een culturele biografie kent verschillende bronnen. Er is de invloed van thuis (de muziek van je ouders, de feesten die je viert, of je naar het theater ging), van vrienden en school (wat je klasgenoten luisteren, wat je op school leert), en van media (de algoritmes van streamingdiensten en sociale media die je steeds meer van hetzelfde voorschotelen). Ook de plaats waar je opgroeit telt: in een grote stad met veel podia en musea is je culturele menu anders dan in een klein dorp. Deze bronnen verklaren mede je huidige voorkeuren.
Belangrijk is het onderscheid tussen je culturele biografie als feit en je smaak als gevolg. De biografie is wat je hebt meegemaakt; je smaak is de voorkeur die daaruit is gegroeid. Door ze uit elkaar te halen, kun je iets waardevols zien: je smaak is niet vast of aangeboren, maar gevormd — en dus kan die zich verbreden. Precies dat is de bedoeling van CKV. Verkennen laat je zien waar je nu staat, zodat Verbreden je daarna nieuwe ervaringen kan toevoegen die je biografie uitbreiden.
Het verwoorden van je biografie vraagt meer dan een opsomming. Een sterke culturele biografie beschrijft niet alleen wát je meemaakte, maar ook wat een ervaring voor je betekende en hoe die je heeft veranderd. „Op mijn twaalfde zag ik voor het eerst een live concert en merkte ik hoe anders muziek voelt als je hem in een zaal ondergaat” zegt meer dan „ik hou van muziek”. In je kunstdossier is de culturele biografie vaak de eerste opdracht: ze vormt de nulmeting waartegen je latere ontwikkeling wordt afgezet.
Ten slotte helpt je biografie je om eerlijk te zijn over je blinde vlekken. Misschien heb je nog nooit een ballet, een opera of een moderne-dansvoorstelling gezien; misschien lees je zelden poëzie. Die lege plekken zijn geen tekortkoming maar een kans: ze wijzen precies aan waar Verbreden je iets nieuws kan bieden. Het verkennen van je biografie is dus niet alleen terugkijken, maar ook vooruitkijken naar de disciplines en contexten die je nog niet kent.
Uitgewerkt voorbeeld

Van biografie naar zelfkennis

Een leerling schrijft in haar dossier alleen: „Ik hou van pop en Netflix, klassieke muziek vind ik saai.” Laat zien hoe je van deze mening een echte culturele biografie maakt.

  1. 01Terug naar de bronnen

    Vraag: waar komt die voorkeur vandaan? Thuis luisterde iedereen pop; via streaming kreeg ze steeds meer van hetzelfde aangeboden.

  2. 02De blinde vlek benoemen

    Klassieke muziek „saai” vinden is een oordeel zonder ervaring: ze heeft nog nooit een orkest live gehoord.

  3. 03Betekenis toevoegen

    Een concreet moment beschrijven — het eerste festival — en wat het losmaakte, maakt de biografie persoonlijk in plaats van een lijstje.

  4. 04Vooruitkijken

    De blinde vlek (nog geen live klassieke muziek) wordt een leerdoel voor Verbreden.

Resultaat: De losse mening wordt een culturele biografie: de smaak wordt verklaard uit de omgeving en media, de blinde vlekken worden zichtbaar, en er ontstaat een concreet vertrekpunt voor verbreding.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: je eigen culturele biografie beschrijven én verklaren — welke omgeving, media en momenten hebben je smaak gevormd?
  • Examendoel: onderscheid maken tussen de biografie (wat je meemaakte) en de smaak (de voorkeur die daaruit groeide), en inzien dat smaak veranderbaar is.

Veelgemaakte fouten

  • De culturele biografie als een kale opsomming van bezochte plekken presenteren, zonder te zeggen wat een ervaring betekende of veranderde.
  • Smaak als iets aangeborens of vaststaands zien („dit is nu eenmaal wie ik ben”), terwijl CKV juist laat zien dat smaak gevormd is en zich kan verbreden.

Actieve herhaling

Maak een tijdlijn van je eigen culturele biografie met vijf mijlpalen (van jong tot nu). Beschrijf per mijlpaal in twee zinnen wat je meemaakte en wat het voor je betekende, en benoem één discipline die op je tijdlijn nog ontbreekt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Handreiking CKV vwo — Verkennen en de culturele biografie (CvTE / Examenblad)

§ 03

Een culturele activiteit ondergaan en de primaire reactie#

●●○StandaardLPexamenblad-ckv-domein-A

Kernpunten

Verkennen begint met openstaan. Voordat je iets kunt analyseren of beoordelen, moet je het eerst écht ondergaan: met aandacht kijken, luisteren of meemaken, zonder meteen te oordelen. Afb. 3 zet die houding als een keten uit — van openstellen, via ondergaan en de primaire reactie, naar verwoorden. De eerste stap, openstellen, betekent je vooroordelen even opzij zetten en de kunstuiting een eerlijke kans geven, ook (of juist) als het iets is wat je normaal niet zou kiezen.

Van openstellen naar verwoorden

De onderzoekende houdingGraaf, openstellen → ondergaan, ondergaan → primaire reactie, primaire reactie → verwoordenopenstellenondergaanprimaire reactieverwoorden
Afb. 3Afb. 3 — De houding bij Verkennen als keten: je stelt je open, ondergaat de activiteit, registreert je primaire reactie en verwoordt die pas daarna. Het verwoorden komt ná het ervaren, niet ervoor.
De primaire reactie is je eerste, spontane respons: kippenvel, verveling, ontroering, ongemak, verwarring, plezier. Die reactie is waardevол en mag er zijn — CKV vraagt niet dat je alles mooi vindt. Wat CKV wél vraagt, is dat je die reactie opmerkt en serieus neemt als vertrekpunt. „Ik werd er onrustig van” of „ik voelde niets” is een geldige primaire reactie, mits je hem eerlijk registreert. Juist een sterke of onverwachte reactie is vaak de meest interessante ingang voor latere reflectie.
Cruciaal is het onderscheid tussen de primaire reactie en een onderbouwd oordeel. De primaire reactie is direct en persoonlijk („ik vond het saai”); een oordeel is beargumenteerd en verwijst naar het werk zelf en naar criteria („de voorstelling duurde lang zonder ontwikkeling, waardoor de spanning wegzakte”). In Afb. 3 komt het verwoorden pas na het ondergaan: je haast je niet naar een oordeel, maar begint bij wat je waarnam en voelde. Een oordeel dat de tussenstappen overslaat, is een mening zonder grond.
Openstaan is een vaardigheid die je kunt oefenen. Een veelgemaakte valkuil is de „ik-vind-er-niks-aan”-houding waarmee je je al bij voorbaat afsluit: dan ondergaat je de activiteit niet echt en heb je ook niets om over te reflecteren. Beter is de onderzoekende houding: „ik snap dit nog niet, maar wat probeert de maker hier te doen?” Die houding maakt het verschil tussen een verspilde middag en een ervaring waar je iets uit haalt. In je dossier is een eerlijk verwoorde primaire reactie — ook een negatieve — meer waard dan een geleend, mooiklinkend oordeel.
Ten slotte is de context van het ondergaan zelf betekenisvol. Dezelfde film thuis op je telefoon of in een volle bioscoopzaal levert een andere ervaring op; een schilderij in het echt gezien verschilt van een afbeelding in een boek. Verkennen let ook hierop: waar en hoe je iets ondergaat, kleurt je primaire reactie. Dit inzicht bereidt domein B voor, waar je kunst juist in een levensechte, professionele context gaat beleven.
Uitgewerkt voorbeeld

Een primaire reactie tot ingang maken

Na een moderne-dansvoorstelling schrijft een leerling: „Ik snapte er niets van en werd er ongemakkelijk van.” Laat zien hoe deze reactie een goed vertrekpunt is in plaats van een eindoordeel.

  1. 01De reactie erkennen

    Ongemak en onbegrip zijn een echte, eerlijke primaire reactie — geen fout, maar informatie.

  2. 02Niet meteen oordelen

    „Slechte voorstelling” zou een oordeel zijn dat de tussenstappen overslaat; dat wordt uitgesteld.

  3. 03Een vraag stellen

    Vanuit het ongemak ontstaat een onderzoekende vraag: waaróm wilde de maker het publiek misschien ongemakkelijk maken?

  4. 04Ingang voor reflectie

    Die vraag leidt naar analyse (welke middelen riepen het ongemak op?) en later naar interpretatie (welk effect was bedoeld?).

Resultaat: De negatieve primaire reactie wordt niet weggepoetst maar benut: ze levert een onderzoeksvraag op waarmee de leerling de voorstelling alsnog kan analyseren en interpreteren.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: een culturele activiteit met een open, onderzoekende houding ondergaan en de eigen primaire reactie eerlijk registreren.
  • Examendoel: de primaire reactie (spontaan, persoonlijk) onderscheiden van een onderbouwd oordeel (beargumenteerd, verwijzend naar het werk).

Veelgemaakte fouten

  • Meteen oordelen („saai”, „mooi”) zonder de activiteit eerst echt te ondergaan; er is dan geen waarneming om het oordeel op te baseren.
  • Denken dat je alles mooi moet vinden; een eerlijke negatieve primaire reactie is een geldig en bruikbaar vertrekpunt voor reflectie.

Actieve herhaling

Bezoek of bekijk een culturele activiteit die je normaal niet zou kiezen. Noteer direct erna in drie zinnen je primaire reactie (wat voelde/dacht je?) zonder te oordelen. Formuleer daarna één onderzoeksvraag die uit die reactie voortkomt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Handreiking CKV vwo — ondergaan en primaire reactie (CvTE / Examenblad)

§ 04

Interesses, smaak en opvattingen verwoorden#

●●○StandaardLPexamenblad-ckv-domein-A

Kernpunten

Het sluitstuk van Verkennen is dat je je interesses, smaak en opvattingen over kunst helder kunt verwoorden. Afb. 4 laat zien dat jouw smaak niet in een luchtledig ontstaat, maar in kringen van invloed: rond het individu liggen gezin, vrienden en school, media, en de bredere samenleving. Je opvattingen — wat je kunst vindt, wat kunst zou moeten doen, wat je mooi of waardevol noemt — zijn in die kringen gevormd. Ze verwoorden betekent ze zichtbaar en bespreekbaar maken.

De kringen waarin je smaak wordt gevormd

Kringen van culturele invloedconcentrische cirkels, 4 ringen, Gegevens: ik, gezin, vrienden en school, media, samenlevingsamenlevingmediavrienden en schoolgezinik
Afb. 4Afb. 4 — Je smaak en opvattingen ontstaan in kringen van invloed rond jezelf: van het gezin en je vrienden en school, via de media, tot de bredere samenleving. Ze verwoorden begint met inzien waar ze vandaan komen.
Smaak en kwaliteit zijn niet hetzelfde, en het is belangrijk dat verschil te kennen. Smaak is persoonlijk en subjectief: je mág iets mooi vinden zonder verantwoording. Een kwaliteitsoordeel doet een bredere claim en vraagt onderbouwing met criteria (bijvoorbeeld vakmanschap, zeggingskracht, originaliteit, samenhang). „Ik hou van deze band” is een smaakuitspraak; „dit album is vernieuwend omdat het genres combineert die zelden samengaan” is een kwaliteitsoordeel. CKV vraagt je beide te kunnen: je smaak eerlijk benoemen én, waar nodig, een onderbouwd oordeel geven.
Opvattingen over kunst zitten vaak verborgen in vooronderstellingen. Iemand die vindt dat „echte kunst mooi moet zijn” hanteert een esthetische opvatting; iemand die vindt dat „kunst iets moet zeggen over de wereld” een geëngageerde. Beide zijn legitiem, maar het helpt om je eigen opvatting te herkennen, want die kleurt je oordelen. Verkennen vraagt je je vooroordelen op te sporen: verwar je „ik ken dit niet” met „dit is niks”? Reken je moderne kunst bij voorbaat af? Je opvattingen expliciteren maakt je een eerlijker en scherper kijker.
Het verwoorden zelf is een vaardigheid met eigen woorden. In plaats van vage termen („mooi”, „raar”, „saai”) leer je preciezer te zijn: wat precies raakte je, welk aspect vond je sterk of zwak, welk gevoel riep het op? Deze woordenschat groeit gedurende CKV en overlapt met het reflectievocabulaire dat je in het volgende onderwerp leert. Hoe preciezer je je smaak en opvattingen kunt verwoorden, hoe beter je ze later kunt vergelijken met die van anderen (domein A, perspectieven) en kunt verbinden met de maatschappij (domein D).
Ten slotte is zelfkennis het doel, niet een vast oordeel. Je smaak en opvattingen mógen — en zúllen — veranderen tijdens CKV; dat is geen inconsistentie maar ontwikkeling. Wie aan het begin schrijft „ik hou niet van theater” en aan het eind „na drie voorstellingen zie ik wat live theater kan wat film niet kan”, laat precies de groei zien waar het vak om draait. Verkennen legt daarvoor de nulmeting vast: je huidige smaak, interesses en opvattingen, eerlijk en in eigen woorden verwoord.
Uitgewerkt voorbeeld

Smaak en kwaliteit uit elkaar houden

Een leerling schrijft: „Deze film is objectief slecht want ik verveelde me.” Verbeter de uitspraak zodat smaak en kwaliteitsoordeel correct worden gescheiden.

  1. 01De fout benoemen

    „Objectief slecht want ik verveelde me” presenteert een persoonlijke reactie (verveling) als een algemene kwaliteitsclaim.

  2. 02De smaakuitspraak zuiver maken

    „Ik verveelde me bij deze film” — een eerlijke, subjectieve smaakuitspraak, prima als die zo wordt gepresenteerd.

  3. 03Een kwaliteitsoordeel opbouwen

    Wil je een kwaliteitsoordeel geven, gebruik dan criteria: „het tempo lag laag en de personages ontwikkelden nauwelijks, waardoor de spanning uitbleef.”

  4. 04Beide naast elkaar

    Je mag de film saai vínden (smaak) én erkennen dat hij vakmatig knap gemaakt is (kwaliteit) — dat is geen tegenspraak.

Resultaat: De verbeterde uitspraak scheidt de persoonlijke reactie van een beargumenteerd oordeel: verveling is smaak, terwijl een kwaliteitsoordeel verwijst naar aanwijsbare eigenschappen van de film.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de eigen interesses, smaak en opvattingen over kunst helder en met eigen woorden verwoorden.
  • Examendoel: onderscheid maken tussen een smaakuitspraak (subjectief) en een kwaliteitsoordeel (onderbouwd met criteria), en de eigen vooroordelen herkennen.

Veelgemaakte fouten

  • Smaak en kwaliteit door elkaar halen: een persoonlijke voorkeur presenteren als een algemeen kwaliteitsoordeel, of andersom een kwaliteitsoordeel afdoen als „gewoon smaak”.
  • Vage termen gebruiken („mooi”, „saai”) zonder te benoemen wát precies en waaróm; het verwoorden blijft dan aan de oppervlakte.

Actieve herhaling

Schrijf een korte „culturele zelfportret” van maximaal 200 woorden: benoem drie interesses, één sterke afkeer en één opvatting over wat kunst voor jou moet doen. Onderbouw bij elk minstens één keer met een concreet voorbeeld en scheid smaak van kwaliteitsoordeel.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Handreiking CKV vwo — interesses, smaak en opvattingen (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01CKV als schoolexamenvak en de vier domeinen○
    • 02De eigen culturele biografie◐
    • 03Een culturele activiteit ondergaan en de primaire reactie◐
    • 04Interesses, smaak en opvattingen verwoorden◐

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Domein A: Verkennen — eigen kunstervaring, interesses en opvattingen

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~16
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma CKV vwo — opzet en domeinen

Volgend onderwerp

Reflecteren en gedocumenteerd vastleggen

EuraStudy·Samenvattingen T·01·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.