EuraStudy
Samenvattingen/Culturele en Kunstzinnige Vorming/Domein C: Verdiepen — een artistiek-creatief proces onderzoeken
Samenvattingen · Culturele en Kunstzinnige VormingNL · VWO

Domein C: Verdiepen — een artistiek-creatief proces onderzoeken

Verdiepen is het domein waarin je zelf aan de slag gaat: je kiest een onderwerp en gaat er de diepte in, door zelfstandig onderzoek te doen naar een kunstwerk of artistiek-creatief proces, en/of door zelf iets te maken. Dit onderwerp legt uit wat verdiepen inhoudt, leert je de onderzoekscyclus doorlopen, een goede onderzoeksvraag opstellen en het artistiek-creatieve maakproces vormgeven. Steeds gaat het om zelfstandigheid: jouw keuze, jouw vraag, jouw proces.

4 Onderdelen·~15 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·0777 / 12
Examenprofiel
Zich naar eigen keuze verdiepen in een artistiek-creatief proces of in kunstwerken door zelfstandig onderzoek.De onderzoekscyclus doorlopen van oriëntatie en onderzoeksvraag tot conclusie en presentatie.Een goede, onderzoekbare onderzoeksvraag met deelvragen formuleren.Een artistiek-creatief maakproces doorlopen en documenteren.
Operatoren:onderzoekformuleerbaken afanalyseerconcludeermaakverantwoord

basisniveau

Voor iedereen: verdiepen betekent zelf een focus kiezen en die met een onderzoeksvraag uitdiepen, via onderzoek en/of door zelf te maken.

verhoogd niveau

Verdieping: een scherp afgebakende onderzoeksvraag met samenhangende deelvragen opstellen en het onderzoeks- of maakproces methodisch en gedocumenteerd doorlopen.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Domein C: Verdiepen — een artistiek-creatief proces onderzoeken
    • 01Wat is verdiepen○
    • 02De onderzoekscyclus◐
    • 03Een goede onderzoeksvraag◐
    • 04Het artistiek-creatieve proces: zelf maken●
§ 01

Wat is verdiepen#

●○○BasisLPexamenblad-ckv-domein-C

Kernpunten

Waar Verbreden je liet kennismaken met de breedte van de kunsten, vraagt Verdiepen dat je één onderwerp de diepte in gaat. Afb. 1 toont de twee routes die daarvoor open staan: je kunt onderzoeken (een kunstwerk, maker of proces bestuderen) en je kunt zelf maken (een eigen artistiek-creatief werk vervaardigen). Beide routes zijn een vorm van verdiepen, en ze kunnen ook samengaan: door zelf te maken, onderzoek je van binnenuit hoe kunst tot stand komt.

Twee routes van verdiepen

Routes van verdiepenTabel met 3 kolommen en 3 rijen, Gegevens: route · wat je doet · wat het oplevert; onderzoeken · een kunstwerk, maker of proces bestuderen met bronnen · een onderbouwde conclusie op een onderzoeksvraag; zelf maken · een eigen werk ontwerpen en vervaardigen · inzicht van binnenuit, plus een gemaakt werk; combinatie · onderzoeken door te maken · kennis én een werk, met reflectie op beideROUTEWAT JE DOETWAT HET OPLEVERTonderzoekeneen kunstwerk, maker ofproces bestuderen metbronneneen onderbouwde conclusie opeen onderzoeksvraagzelf makeneen eigen werk ontwerpen envervaardigeninzicht van binnenuit, pluseen gemaakt werkcombinatieonderzoeken door te makenkennis én een werk, metreflectie op beide
Afb. 1Afb. 1 — Verdiepen kan langs twee routes: onderzoeken (een werk of proces bestuderen) en zelf maken (van binnenuit onderzoeken). De routes kunnen ook samengaan.
Verdiepen is bij uitstek het domein van de zelfstandigheid. Jíj kiest het onderwerp, op grond van je interesses en de blinde vlekken die je bij Verkennen en Verbreden ontdekte. Die keuzevrijheid maakt het domein persoonlijk en motiverend, maar vraagt ook discipline: je moet je onderwerp afbakenen, een plan maken en het volhouden. De docent begeleidt, maar het initiatief ligt bij jou — precies de vaardigheid die je later bij het profielwerkstuk en in vervolgstudies nodig hebt.
De route van het onderzoeken betekent dat je een vraag stelt over kunst en die methodisch beantwoordt. Je verdiept je bijvoorbeeld in hoe een bepaald werk tot stand kwam, waarom een maker bepaalde keuzes maakte, of hoe een stijl zich ontwikkelde. Je gebruikt daarvoor bronnen (het volgende onderwerp) en de analysevaardigheden uit Verbreden. Het eindpunt is niet een mening maar een onderbouwde conclusie die antwoord geeft op je onderzoeksvraag.
De route van het zelf maken betekent dat je onderzoek dóét door te maken. Je ontwerpt en vervaardigt een eigen werk — een film, een compositie, een schilderij, een choreografie, een verhaal — en onderzoekt gaandeweg de keuzes en problemen die daarbij horen. Dit is geen knutselopdracht: het maakproces zelf is het onderzoek, en je reflecteert op wat werkt, wat niet, en waarom. Zo leer je kunst begrijpen van binnenuit, als maker in plaats van alleen als toeschouwer.
Welke route je ook kiest, verdiepen levert iets op wat je presenteert en in je dossier verantwoordt. Het is het zwaartepunt van CKV: hier laat je zien dat je de vaardigheden uit de vorige domeinen zelfstandig kunt inzetten. De volgende secties geven je het gereedschap: de onderzoekscyclus als stappenplan, de onderzoeksvraag als kompas, en het artistiek-creatieve proces als route voor wie zelf maakt. Samen maken ze verdiepen tot een gestructureerd in plaats van een vrijblijvend traject.
Uitgewerkt voorbeeld

Een onderwerp afbakenen

Een leerling wil zich verdiepen in „muziek”. Laat zien hoe je dit te brede onderwerp tot een werkbare focus afbakent.

  1. 01Het probleem

    „Muziek” is oneindig groot; je kunt er geen onderzoek of maakproces omheen bouwen.

  2. 02Interesse aanscherpen

    De leerling blijkt vooral geïnteresseerd in hoe filmmuziek emotie stuurt.

  3. 03Afbakenen

    De focus wordt: hoe bouwt de soundtrack van één specifieke film spanning op in de slotscène?

  4. 04Route kiezen

    Zij kiest de onderzoeksroute (bronnen + analyse), maar zou ook zelf een korte scène kunnen scoren.

Resultaat: Het te brede „muziek” wordt een afgebakend, onderzoekbaar onderwerp met een duidelijke route — de eerste voorwaarde voor zinvol verdiepen.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: uitleggen dat verdiepen kan via onderzoeken en/of zelf maken, en zelfstandig een onderwerp kiezen en afbakenen.
  • Examendoel: het onderscheid tussen een onderbouwde conclusie (onderzoeksroute) en een reflectief maakproces (maakroute) herkennen.

Veelgemaakte fouten

  • Een te breed of te vaag onderwerp kiezen dat je onmogelijk kunt uitdiepen, in plaats van een afgebakende focus.
  • Het zelf maken opvatten als vrijblijvend knutselen zonder onderzoeksvraag of reflectie, terwijl het maakproces zélf het onderzoek is.

Actieve herhaling

Bedenk voor jezelf één onderwerp binnen de kunsten dat je zou willen uitdiepen. Bepaal of je het wilt onderzoeken of er zelf iets over wilt maken, en verantwoord je keuze in enkele zinnen aan de hand van je interesses en blinde vlekken.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma CKV vwo — domein C, verdiepen (CvTE / Examenblad)

§ 02

De onderzoekscyclus#

●●○StandaardLPexamenblad-ckv-domein-C

Kernpunten

Zelfstandig onderzoek verloopt niet lukraak maar volgens een cyclus. Afb. 2 toont de stappen: oriënteren, een onderzoeksvraag opstellen, onderzoeken (bronnen verzamelen en analyseren), analyseren en interpreteren, concluderen, en presenteren — waarna de bevindingen weer nieuwe vragen kunnen oproepen. Deze cyclus is je stappenplan: hij zorgt dat je onderzoek een begin, een midden en een eind heeft en dat je conclusie echt antwoord geeft op de vraag waarmee je begon.

De onderzoekscyclus

OnderzoekscyclusGraaf, oriënteren → onderzoeksvraag, onderzoeksvraag → onderzoeken, onderzoeken → analyseren, analyseren → concluderen, concluderen → presenteren, presenteren → oriënterenoriënterenonderzoeksvraagonderzoekenanalyserenconcluderenpresenteren
Afb. 2Afb. 2 — De onderzoekscyclus: van oriënteren en het opstellen van een onderzoeksvraag, via onderzoeken en analyseren, naar concluderen en presenteren. Een goede conclusie roept nieuwe vragen op.
De cyclus begint met oriënteren: je verkent je onderwerp breed voordat je je vastlegt. Je leest wat rond, bekijkt voorbeelden, praat met mensen, en ontdekt zo wat je al weet, wat je wilt weten en wat haalbaar is. Deze fase voorkomt dat je met een onmogelijke of al lang beantwoorde vraag begint. Pas als je je onderwerp een beetje kent, kun je een vraag stellen die scherp én onderzoekbaar is — de stap die de volgende sectie uitdiept.
Het hart van de cyclus is het onderzoeken en analyseren. Je verzamelt bronnen (het volgende onderwerp gaat over hoe je die vindt en beoordeelt), en je bewerkt ze: je vergelijkt, ordent, en past de analysevaardigheden uit Verbreden toe. Cruciaal is dat je niet alleen verzamelt maar ook denkt: wat betekenen deze bronnen samen voor mijn vraag? Onderzoek is geen knip-en-plakwerk maar het opbouwen van een eigen, onderbouwd antwoord uit het materiaal.
De cyclus loopt uit op concluderen en presenteren. Concluderen betekent je vraag beantwoorden op grond van je onderzoek — eerlijk, ook als het antwoord genuanceerd of onverwacht is, en met erkenning van wat je niet kon vaststellen. Presenteren betekent je bevindingen delen in een passende vorm, het onderwerp van een later hoofdstuk. In Afb. 2 zie je dat de cyclus daarna niet stopt: een goede conclusie roept vaak nieuwe vragen op, en zo voedt het ene onderzoek het volgende.
De onderzoekscyclus lijkt sterk op de reflectiecyclus uit Verkennen, en dat is geen toeval: beide gaan van waarnemen via analyseren en interpreteren naar een onderbouwd oordeel. Het verschil is dat de onderzoekscyclus systematischer is, met bronnen en een expliciete vraag, en gericht op nieuwe kennis in plaats van op je persoonlijke ervaring. Wie de reflectiecyclus beheerst, heeft de onderzoekscyclus half in de vingers — verdiepen bouwt voort op wat je bij Verkennen leerde.
Uitgewerkt voorbeeld

De cyclus toepassen op een onderzoek

Je onderzoekt hoe een straatkunstenaar in jouw stad met muurschilderingen een boodschap overbrengt. Doorloop de onderzoekscyclus.

  1. 01Oriënteren

    Je bekijkt zijn werk, leest een interview en ontdekt dat hij sociale thema's aansnijdt.

  2. 02Onderzoeksvraag

    „Met welke beeldmiddelen brengt kunstenaar X in zijn muurschilderingen een sociale boodschap over?”

  3. 03Onderzoeken en analyseren

    Je verzamelt foto's en bronnen, en analyseert kleur, compositie en symboliek met de beeldaspecten.

  4. 04Concluderen en presenteren

    Je concludeert welke middelen terugkeren en waarom ze werken, en presenteert dit in een fototentoonstelling met toelichting.

Resultaat: De cyclus structureert het onderzoek van begin tot eind: de oriëntatie levert een scherpe vraag, de analyse een onderbouwd antwoord, en de presentatie deelt de conclusie — precies wat Verdiepen vraagt.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de stappen van de onderzoekscyclus (oriënteren, vraag, onderzoeken, analyseren, concluderen, presenteren) benoemen en toepassen.
  • Examendoel: een conclusie eerlijk laten aansluiten op de onderzoeksvraag en op het verzamelde materiaal, ook als het antwoord genuanceerd is.

Veelgemaakte fouten

  • De oriëntatiefase overslaan en meteen met een vraag beginnen, waardoor de vraag te breed, onmogelijk of allang beantwoord blijkt.
  • Bronnen verzamelen zonder ze te analyseren, zodat het „onderzoek” knip-en-plakwerk wordt in plaats van een eigen, onderbouwd antwoord.

Actieve herhaling

Beschrijf voor jouw gekozen onderwerp elke stap van de onderzoekscyclus in één of twee zinnen: hoe oriënteer je je, welke vraag stel je, welke bronnen zoek je, hoe analyseer je, en hoe zou je concluderen en presenteren?

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Handreiking CKV vwo — de onderzoekscyclus (CvTE / Examenblad)

§ 03

Een goede onderzoeksvraag#

●●○StandaardLPexamenblad-ckv-domein-C

Kernpunten

De onderzoeksvraag is het kompas van je onderzoek: ze bepaalt wat je onderzoekt, hoever, en wanneer je klaar bent. Afb. 3 zet zwakke tegenover sterke vragen. Een sterke onderzoeksvraag is open (niet met ja/nee te beantwoorden), afgebakend (niet te breed), onderzoekbaar (met bronnen te beantwoorden) en relevant (de moeite waard). Een vraag als „is kunst mooi?” faalt op alle punten; „welke beeldmiddelen gebruikt maker X om onrust op te roepen?” slaagt.

Zwakke tegenover sterke onderzoeksvragen

Onderzoeksvragen verbeterenTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: zwakke vraag · sterke vraag · verbeterd op; is deze film goed? · hoe stuurt de montage de spanning in de slotscène? · openheid; hoe ontwikkelde film zich? · welke vernieuwing bracht maker X in één film? · afbakening; wat denkt de kunstenaar? · welke thema's keren terug in zijn muurschilderingen? · onderzoekbaarheid; heeft muziek ritme? · welk effect heeft het ritme op de sfeer van dit lied? · openheid en relevantie, gemarkeerde cel: hoe stuurt de montage de spanning in de slotscène?ZWAKKE VRAAGSTERKE VRAAGVERBETERD OPis deze film goed?hoe stuurt de montage despanning in de slotscène?openheidhoe ontwikkelde film zich?welke vernieuwing brachtmaker X in één film?afbakeningwat denkt de kunstenaar?welke thema's keren terug inzijn muurschilderingen?onderzoekbaarheidheeft muziek ritme?welk effect heeft het ritmeop de sfeer van dit lied?openheid en relevantie
Afb. 3Afb. 3 — Zwakke onderzoeksvragen naast hun verbeterde versie. Een sterke vraag is open, afgebakend, onderzoekbaar en relevant.
Openheid is de eerste eis. Een gesloten vraag („heeft deze film een soundtrack?”) levert een feit op en geen onderzoek; een open vraag („hóé stuurt de soundtrack de emotie in deze film?”) vraagt om analyse en redenering. Vragen die beginnen met „hoe”, „waarom”, „in welke mate” of „op welke manier” zijn meestal open; vragen die met „is”, „heeft” of „bestaat” beginnen, vaak gesloten. De vraag moet je dwingen tot denken, niet tot opzoeken.
Afbakening is de tweede eis, en de meest onderschatte. Een te brede vraag („hoe heeft film zich ontwikkeld?”) is in de beschikbare tijd onmogelijk en levert een oppervlakkig antwoord; een afgebakende vraag beperkt onderwerp, tijd, plaats of aspect en maakt diepgang mogelijk. Beter één werk of één maker echt uitdiepen dan een heel tijdvak aanstippen. Afbakenen voelt als inleveren, maar het is juist de sleutel tot een onderzoek dat af komt en iets oplevert.
Om een grote vraag behapbaar te maken, splits je hem in deelvragen. Afb. 4 laat zien hoe één hoofdvraag uiteenvalt in enkele deelvragen die je stuk voor stuk kunt beantwoorden en die samen de hoofdvraag beantwoorden. Goede deelvragen overlappen niet, dekken samen de hoofdvraag af, en volgen een logische volgorde (bijvoorbeeld eerst beschrijven, dan verklaren). De deelvragen worden zo de hoofdstukken van je onderzoek en houden je op koers.

Hoofdvraag en deelvragen

Hoofdvraag en deelvragenGraaf, hoofdvraag → deelvraag 1, hoofdvraag → deelvraag 2, hoofdvraag → deelvraag 3hoofdvraagdeelvraag 1deelvraag 2deelvraag 3
Afb. 4Afb. 4 — Een hoofdvraag valt uiteen in deelvragen die je stuk voor stuk beantwoordt en die samen de hoofdvraag afdekken. De deelvragen worden de hoofdstukken van je onderzoek.
Ten slotte moet een onderzoeksvraag onderzoekbaar en relevant zijn. Onderzoekbaar betekent dat je haar met beschikbare bronnen en jouw middelen kunt beantwoorden — een vraag waarvoor de informatie niet bestaat, loopt dood. Relevant betekent dat het antwoord iets toevoegt en jou (en anderen) interesseert. Een goede vraag zit op het snijpunt van „ik wil dit echt weten”, „dit is te doen” en „dit is nog niet zomaar op te zoeken”. Wie daar een vraag vindt, heeft de halve klus geklaard.
Uitgewerkt voorbeeld

Een zwakke vraag ombouwen tot een sterke

Verbeter de onderzoeksvraag „Is Banksy een goede kunstenaar?” tot een onderzoekbare vraag met deelvragen.

  1. 01Zwakte vaststellen

    „Goede kunstenaar?” is gesloten (ja/nee) en steunt op een waardeoordeel, niet op onderzoek.

  2. 02Openen en afbakenen

    Hoofdvraag: „Met welke beeldmiddelen brengt Banksy in zijn straatwerk maatschappelijke kritiek over?”

  3. 03Deelvragen maken

    1) Welke thema's komen terug? 2) Welke beeldmiddelen (beeld, tekst, plek) gebruikt hij? 3) Hoe versterkt de locatie de boodschap?

  4. 04Controleren

    De deelvragen zijn open, overlappen niet en dekken samen de hoofdvraag af.

Resultaat: De waardevraag wordt een onderzoekbare hoofdvraag met drie samenhangende deelvragen — een kompas waarmee het onderzoek een heldere structuur en een haalbaar eindpunt krijgt.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: een onderzoeksvraag beoordelen en verbeteren op openheid, afbakening, onderzoekbaarheid en relevantie.
  • Examendoel: een hoofdvraag opsplitsen in samenhangende, elkaar niet overlappende deelvragen die samen de hoofdvraag afdekken.

Veelgemaakte fouten

  • Een gesloten vraag stellen (ja/nee of één feit) die geen onderzoek maar een opzoekactie oplevert.
  • Een te brede vraag stellen die niet af te bakenen is, zodat het onderzoek oppervlakkig blijft of nooit af komt.

Actieve herhaling

Formuleer voor jouw onderwerp één hoofdvraag die open, afgebakend, onderzoekbaar en relevant is, en splits die in drie deelvragen. Controleer of de deelvragen samen de hoofdvraag afdekken en niet overlappen.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Handreiking CKV vwo — de onderzoeksvraag (CvTE / Examenblad)

§ 04

Het artistiek-creatieve proces: zelf maken#

●●●VerdiepingLPexamenblad-ckv-domein-C

Kernpunten

Wie de maakroute kiest, onderzoekt kunst door haar te maken. Afb. 5 toont het artistiek-creatieve proces als een keten: van een eerste idee, via schetsen en experimenteren, naar maken, bijstellen en ten slotte presenteren. Anders dan bij een technische opdracht is dit proces niet rechtlijnig: je gaat vaak terug, verwerpt ideeën, en ontdekt onderweg wat je eigenlijk wilt. Juist dat zoeken is het onderzoek — het maakproces zelf levert het inzicht op.

Het artistiek-creatieve proces

Het creatieve procesGraaf, idee / intentie → schetsen, schetsen → maken, maken → bijstellen, bijstellen → maken, bijstellen → presenterenidee / intentieschetsenmakenbijstellenpresenterenterug
Afb. 5Afb. 5 — Het artistiek-creatieve proces: van idee via schetsen naar maken, bijstellen en presenteren. Het proces is iteratief: je gaat vaak terug, en juist dat zoeken is het onderzoek.
Het proces begint met een idee en een vraag of intentie: wat wil je maken, en wat wil je ermee uitdrukken of onderzoeken? Deze intentie is het equivalent van de onderzoeksvraag: ze geeft richting zonder alles vast te leggen. Vervolgens ga je schetsen en experimenteren — verschillende versies, materialen of benaderingen proberen zonder dat het meteen af hoeft. Deze verkennende fase is essentieel: wie te snel vastlegt, mist de betere oplossing die pas bij het proberen opduikt.
In de kern van het proces staat het maken en bijstellen, een voortdurende wisselwerking. Je maakt iets, kijkt er kritisch naar (of laat anderen kijken), en past het aan. Dit heet ook wel een iteratief proces: elke ronde brengt het werk dichter bij je intentie, of doet je die intentie zelfs bijstellen. Reflectie is hier onmisbaar: waarom werkt deze versie beter, wat mist er nog, welke keuze dient mijn bedoeling? Zonder die reflectie wordt maken toeval; mét reflectie wordt het onderzoek.
Documenteren is bij de maakroute even belangrijk als het eindwerk. Je legt je schetsen, tussenversies, mislukte pogingen en keuzes vast, zodat het proces zichtbaar wordt — niet alleen het resultaat. In je dossier laat je zien hóé je tot je werk kwam en waaróm je bepaalde keuzes maakte. Een mooi eindwerk zonder zichtbaar proces vertelt weinig; een goed gedocumenteerd proces laat je onderzoekende, reflectieve houding zien, en juist die wordt beoordeeld.
Ten slotte reflecteer je op het geheel: bereikte je je intentie, wat leerde je over het maken, en wat zou je een volgende keer anders doen? Deze eindreflectie verbindt de maakroute met de reflectiecyclus en met het domein Verbinden. Zelf maken geeft je bovendien een kijk die je als toeschouwer nooit krijgt: je begrijpt de keuzes, twijfels en beperkingen van een maker van binnenuit. Daarmee verrijkt de maakroute niet alleen je dossier, maar ook je blik op alle kunst die je verder tegenkomt.
Uitgewerkt voorbeeld

Een maakproces onderzoekend inrichten

Je wilt een korte film van één minuut maken over eenzaamheid. Laat zien hoe je dit als onderzoekend maakproces aanpakt in plaats van als losse opname.

  1. 01Intentie

    Je intentie: met beeld en geluid het gevoel van eenzaamheid oproepen, zonder het letterlijk te vertellen.

  2. 02Schetsen

    Je maakt een storyboard en probeert twee benaderingen: veel lege ruimte, en juist een drukke omgeving waarin het personage alleen is.

  3. 03Maken en bijstellen

    Na een eerste montage merk je dat de drukke omgeving sterker werkt; je stelt bij en scherpt de montage aan.

  4. 04Reflecteren

    Je documenteert waarom de tweede benadering beter werkte en wat dat je leert over beeldtaal en eenzaamheid.

Resultaat: De film wordt geen toevallige opname maar een onderzoek: de intentie stuurt, het experimenteren levert een inzicht op (contrast werkt sterker dan leegte), en de gedocumenteerde reflectie maakt het proces beoordeelbaar.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: een artistiek-creatief proces doorlopen van idee via schetsen en bijstellen naar een gepresenteerd werk, met een heldere intentie.
  • Examendoel: het maakproces documenteren en erop reflecteren, zodat de onderzoekende, iteratieve houding zichtbaar en beoordeelbaar wordt.

Veelgemaakte fouten

  • Meteen het eindwerk willen maken zonder te schetsen en experimenteren, waardoor je de betere oplossing mist die pas bij het proberen opduikt.
  • Alleen het eindresultaat inleveren en het proces (schetsen, tussenversies, keuzes) niet documenteren, terwijl juist dat de onderzoekende houding toont.

Actieve herhaling

Kies iets kleins om te maken (een korte video, een compositie van dertig seconden, een tekening, een gedicht). Formuleer vooraf je intentie, bewaar minstens twee tussenversies met een korte toelichting waarom je bijstelde, en schrijf achteraf een reflectie op wat je leerde.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Handreiking CKV vwo — het artistiek-creatieve proces (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Wat is verdiepen○
    • 02De onderzoekscyclus◐
    • 03Een goede onderzoeksvraag◐
    • 04Het artistiek-creatieve proces: zelf maken●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Domein C: Verdiepen — een artistiek-creatief proces onderzoeken

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~15
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma CKV vwo — domein C, verdiepen

Vorig onderwerp

De elf dimensies van kunstuitingen

Volgend onderwerp

Onderzoeksvaardigheden, kritische analyse en bronnengebruik

EuraStudy·Samenvattingen T·07·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.