EuraStudy
Samenvattingen/Bedrijfseconomie/Van eenmanszaak naar rechtspersoon
Samenvattingen · BedrijfseconomieNL · VWO

Van eenmanszaak naar rechtspersoon

Als een onderneming groeit, kiest de ondernemer vaak een andere rechtsvorm. Dit onderwerp behandelt de rechtsvormen en hun aansprakelijkheid (eenmanszaak, vof, bv, nv), de bv en de nv met hun aandelen en aandeelhouders, de opbouw van het aandelenvermogen met agio en reserves, en de winstbestemming (dividend en reservering) met de fiscale verschillen tussen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. De centrale vraag is: wie is er aansprakelijk, en wie krijgt de winst?

4 Onderdelen·~14 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 3

T·0444 / 16
Examenprofiel
Rechtsvormen vergelijken op rechtspersoonlijkheid, aansprakelijkheid en belasting (domein B3).De bv en de nv verklaren: aandelen, aandeelhouders en de zeggenschap.Het aandelenvermogen opbouwen: aandelenkapitaal, agio en reserves.De winstbestemming berekenen: dividend en toevoeging aan de reserves.
Operatoren:berekenbepaalleg uitverklaarvergelijkberedeneer

basisniveau

Voor iedereen: de verschillen tussen de rechtsvormen, het begrip aandeel en de winstbestemming (dividend en reserve) horen tot de kern van domein B3.

verhoogd niveau

Verdieping: de opbouw van het eigen vermogen van een bv (nominaal, agio, reserves) en de fiscale afweging tussen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Van eenmanszaak naar rechtspersoon
    • 01Rechtsvormen en aansprakelijkheid○
    • 02De bv en de nv: aandelen en aandeelhouders◐
    • 03Aandelenvermogen, agio en reserves◐
    • 04Dividend, winstbestemming en fiscaliteit◐
§ 01

Rechtsvormen en aansprakelijkheid#

●○○BasisLPexamenblad-bedrijfseconomie-domein-B3

Kernpunten

De rechtsvorm bepaalt vooral twee dingen: wie er aansprakelijk is voor de schulden en hoe de winst wordt belast. Het belangrijkste onderscheid is dat tussen rechtsvormen zonder en met rechtspersoonlijkheid. Bij de eenmanszaak en de vennootschap onder firma (vof) is er géén rechtspersoon: het ondernemings- en privévermogen zijn juridisch één, dus de eigenaren zijn met hun privévermogen aansprakelijk. Bij de besloten vennootschap (bv) en de naamloze vennootschap (nv) is de onderneming wél een rechtspersoon: zij kan zelf bezittingen en schulden hebben, en de eigenaren zijn slechts beperkt aansprakelijk. Afb. 1 zet de vier rechtsvormen naast elkaar.

Rechtsvormen vergeleken

Vergelijking van rechtsvormenTabel met 4 kolommen en 4 rijen, Gegevens: rechtsvorm · rechtspersoon? · aansprakelijkheid · belasting; eenmanszaak · nee · volledig privé · inkomstenbelasting; vof · nee · hoofdelijk privé · inkomstenbelasting per vennoot; bv · ja · beperkt (tot inbreng) · vennootschapsbelasting; nv · ja · beperkt (tot inbreng) · vennootschapsbelastingRECHTSVORMRECHTSPERSOON?AANSPRAKELIJKHEIDBELASTINGeenmanszaakneevolledig privéinkomstenbelastingvofneehoofdelijk privéinkomstenbelasting pervennootbvjabeperkt (tot inbreng)vennootschapsbelastingnvjabeperkt (tot inbreng)vennootschapsbelasting
Afb. 1Afb. 1 — De vier rechtsvormen. Zonder rechtspersoon (eenmanszaak, vof): privé aansprakelijk, inkomstenbelasting. Met rechtspersoon (bv, nv): beperkt aansprakelijk, vennootschapsbelasting.
Een rechtspersoon is een juridische constructie die zelf drager is van rechten en plichten, los van de personen erachter. Doordat de bv en de nv rechtspersoon zijn, is het vermogen van de onderneming gescheiden van dat van de aandeelhouders: gaat de onderneming failliet, dan verliezen de aandeelhouders hoogstens hun inbreng (de waarde van hun aandelen), maar niet hun privévermogen. Deze beperkte aansprakelijkheid is de belangrijkste reden om bij groei en groter risico voor een bv te kiezen: je beschermt je privébezit tegen de risico's van de onderneming.
De vof is een samenwerkingsvorm van twee of meer vennoten die samen een onderneming drijven. Elke vennoot brengt vermogen en/of arbeid in en deelt in de winst volgens de afspraken in het vennootschapscontract. Het bijzondere — en risicovolle — is de hoofdelijke aansprakelijkheid: elke vennoot is met zijn privévermogen aansprakelijk voor de héle schuld van de vof, niet alleen voor zijn eigen deel. Een schuldeiser mag dus de rijkste vennoot voor het volle bedrag aanspreken; die moet het daarna maar met zijn medevennoten verrekenen.
De belasting verschilt eveneens per rechtsvorm. Bij de eenmanszaak en de vof wordt de winst bij de eigenaar(s) belast met inkomstenbelasting (box 1), met fiscale voordelen zoals de zelfstandigenaftrek. Bij de bv en de nv betaalt de onderneming zelf vennootschapsbelasting over haar winst; keert zij daarna dividend uit, dan wordt dat bij de aandeelhouder nog eens belast. De keuze voor een rechtsvorm is dus een afweging tussen aansprakelijkheid, belasting, oprichtingskosten en de mogelijkheid om vermogen aan te trekken — geen enkele vorm is voor iedereen de beste.
Uitgewerkt voorbeeld

Hoofdelijke aansprakelijkheid bij een vof

Een vof met twee vennoten gaat failliet met €80.000 schuld. Uit het ondernemingsvermogen komt €50.000. Vennoot A heeft €40.000 privévermogen, vennoot B heeft niets. Leg uit wie de schuldeisers kunnen aanspreken en voor hoeveel.

  1. 01Uit de onderneming

    De schuldeisers krijgen eerst €50.000 uit het ondernemingsvermogen.

  2. 02Restschuld

    Er blijft 80.000−50.000= EUR30.00080.000-50.000=\,\text{EUR}30.00080.000−50.000=EUR30.000 schuld over.

  3. 03Hoofdelijke aansprakelijkheid

    Elke vennoot is voor de hele restschuld privé aansprakelijk. Omdat B niets heeft, kunnen de schuldeisers de volledige €30.000 bij A halen.

  4. 04Onderlinge verrekening

    A moet daarna proberen het te veel betaalde deel van B terug te krijgen — een privérisico van de vof-vorm.

Resultaat: De schuldeisers verhalen €50.000 op de zaak en de resterende €30.000 volledig op vennoot A; door de hoofdelijke aansprakelijkheid draait A op voor het aandeel van de failliete medevennoot.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: rechtsvormen onderscheiden op rechtspersoonlijkheid, aansprakelijkheid en belasting.
  • Examendoel: de gevolgen van hoofdelijke (vof) versus beperkte (bv) aansprakelijkheid beredeneren.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat een vof-vennoot alleen voor zijn eigen deel aansprakelijk is; de aansprakelijkheid is hoofdelijk (voor de hele schuld).
  • De bv en de nv als privé-aansprakelijk zien; door de rechtspersoonlijkheid is de aansprakelijkheid juist beperkt tot de inbreng.

Actieve herhaling

Een ondernemer met een sterk groeiende, risicovolle eenmanszaak overweegt om te zetten in een bv. Noem twee voordelen en één nadeel van die overstap, en verbind ze met de begrippen aansprakelijkheid en belasting.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein B3 (van eenmanszaak naar rechtspersoon) (CvTE / Examenblad)

§ 02

De bv en de nv: aandelen en aandeelhouders#

●●○StandaardLPexamenblad-bedrijfseconomie-domein-B3

Kernpunten

Het eigen vermogen van een bv of nv is verdeeld in aandelen: bewijzen van deelname in het vermogen van de onderneming. Wie een aandeel bezit, is voor dat deel mede-eigenaar (aandeelhouder) en heeft twee rechten: recht op een deel van de winst (dividend) en zeggenschap (stemrecht in de algemene vergadering van aandeelhouders, de AVA). De onderneming trekt met de uitgifte van aandelen — een emissie — eigen vermogen aan zonder dat ze het hoeft terug te betalen; dat maakt aandelen een aantrekkelijke financieringsbron voor grote investeringen. Afb. 2 laat de verhoudingen tussen aandeelhouders, bestuur en de rechtspersoon zien.

Aandeelhouders, bestuur en de rechtspersoon

Organen van de vennootschapGraaf, aandeelhouders → de bv/nv (rechtspersoon), algemene vergadering (AVA) → bestuur / directie, bestuur / directie → de bv/nv (rechtspersoon), raad van commissarissen → bestuur / directie, de bv/nv (rechtspersoon) → aandeelhoudersaandeelhoudersalgemenevergadering(AVA)bestuur /directieraad vancommissarissende bv/nv(rechtspersoon)aandelenkapitaalbenoemtbestuurttoezichtdividend
Afb. 2Afb. 2 — De organen van een bv/nv. Aandeelhouders brengen kapitaal in en ontvangen dividend; via de AVA benoemen zij het bestuur; de raad van commissarissen houdt toezicht.
Het verschil tussen een bv en een nv zit vooral in de verhandelbaarheid van de aandelen. Bij de besloten vennootschap (bv) zijn de aandelen op naam en beperkt overdraagbaar: je kunt ze niet zomaar aan een willekeurige buitenstaander verkopen, wat de kring van eigenaren ‘besloten’ houdt. Bij de naamloze vennootschap (nv) zijn de aandelen vrij overdraagbaar en kunnen ze aan de beurs worden verhandeld; daardoor kan een nv van heel veel beleggers vermogen aantrekken. Grote, beursgenoteerde ondernemingen zijn daarom nv's; de meeste mkb-ondernemingen die de rechtspersoonsvorm kiezen, worden een bv.
De zeggenschap loopt via de organen van de vennootschap. De aandeelhouders komen samen in de algemene vergadering (AVA), waar zij stemmen naar rato van hun aandelenbezit en het bestuur benoemen en controleren. Het bestuur (de directie) leidt de dagelijkse gang van zaken. Bij grotere vennootschappen houdt een raad van commissarissen (RvC) toezicht op het bestuur. Zo is de macht verdeeld: de aandeelhouders zijn eigenaar en beslissen op hoofdlijnen, het bestuur voert uit, en de commissarissen houden toezicht — een scheiding die corporate governance heet.
Een aandeelhouder kan op twee manieren geld verdienen: via het dividend (het uitgekeerde deel van de winst) en via koerswinst (de waardestijging van het aandeel als hij het later duurder verkoopt). Tegenover dat rendement staat risico: gaat het slecht, dan daalt de koers en vervalt het dividend, en bij faillissement is de aandeelhouder de laatste in de rij (na alle schuldeisers) — vaak blijft er dan niets over. Aandelen zijn dus risicodragend eigen vermogen: ze delen in de winst én in het verlies, anders dan een lening, die recht geeft op vaste rente en terugbetaling ongeacht het resultaat.
Uitgewerkt voorbeeld

Zeggenschap naar aandelenbezit

Een bv heeft 10.000 aandelen uitstaan. Een investeerder koopt 3.000 aandelen. Bereken zijn stemaandeel in de AVA en leg uit welke twee rechten hij aan zijn aandelen ontleent.

  1. 01Stemaandeel

    300010000×100%=30%\frac{3000}{10000}\times100\%=30\%100003000​×100%=30% van de stemmen in de algemene vergadering.

  2. 02Recht op winst

    Hij heeft recht op 30% van het uitgekeerde dividend (per aandeel evenveel als elke andere aandeelhouder).

  3. 03Zeggenschap

    Met 30% is hij een grote maar geen meerderheidsaandeelhouder: hij kan besluiten beïnvloeden maar niet in zijn eentje afdwingen (daarvoor is meer dan 50% nodig).

Resultaat: De investeerder heeft 30% van de stemmen en recht op 30% van het dividend; hij is invloedrijk maar heeft geen meerderheid.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: het verschil tussen een bv en een nv uitleggen (aandelen op naam/beperkt overdraagbaar versus vrij verhandelbaar/beursgenoteerd).
  • Examendoel: de rechten van een aandeelhouder (dividend, stemrecht) en de rol van de organen (AVA, bestuur, RvC) benoemen.

Veelgemaakte fouten

  • Aandeelhouders verwarren met schuldeisers; een aandeelhouder is mede-eigenaar met risicodragend kapitaal, geen geldverstrekker met recht op vaste rente.
  • Denken dat de aandelen van een bv vrij op de beurs verhandelbaar zijn; dat geldt alleen voor de nv.

Actieve herhaling

Leg uit waarom een onderneming die een zeer grote investering wil doen, vaak kiest voor de nv-vorm met een beursnotering, en welk nadeel dat heeft voor de zeggenschap van de oorspronkelijke eigenaar.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein B3 (van eenmanszaak naar rechtspersoon) (CvTE / Examenblad)

§ 03

Aandelenvermogen, agio en reserves#

●●○StandaardLPexamenblad-bedrijfseconomie-domein-B3

Kernpunten

Elk aandeel heeft een nominale waarde: het bedrag dat op het aandeel staat vermeld en dat samen het aandelenkapitaal (geplaatst kapitaal) vormt. Geeft een bv 10.000 aandelen met een nominale waarde van €10 uit, dan is het aandelenkapitaal 10.000× EUR10= EUR100.00010.000\times\,\text{EUR}10=\,\text{EUR}100.00010.000×EUR10=EUR100.000. De nominale waarde is echter zelden de prijs waarvoor de aandelen worden uitgegeven of verhandeld: die uitgiftekoers (emissiekoers) ligt meestal hoger, omdat de onderneming al waarde heeft opgebouwd. In Afb. 3 worden de aandelen uitgegeven tegen €13, terwijl ze nominaal €10 zijn.

Opbrengst van een aandelenemissie

EmissieopbrengstTabel met 3 kolommen en 6 rijen, Gegevens: post · berekening · bedrag (€); aantal aandelen · · 10000; nominale waarde · · 10; aandelenkapitaal · 10.000 × €10 · 100000; agio per aandeel · €13 − €10 · 3; agioreserve · 10.000 × €3 · 30000; opbrengst emissie · 10.000 × €13 · 130000, gemarkeerde cel: 130000POSTBEREKENINGBEDRAG (€)aantal aandelen10000nominale waarde10aandelenkapitaal10.000 × €10100000agio per aandeel€13 − €103agioreserve10.000 × €330000opbrengst emissie10.000 × €13130000
Afb. 3Afb. 3 — Emissie van 10.000 aandelen (nominaal €10) tegen €13. Aandelenkapitaal €100.000 + agioreserve €30.000 = €130.000 opbrengst.
Het verschil tussen de uitgiftekoers en de nominale waarde heet agio. Bij een uitgifte van €13 op aandelen van nominaal €10 is het agio  EUR13− EUR10= EUR3\,\text{EUR}13-\,\text{EUR}10=\,\text{EUR}3EUR13−EUR10=EUR3 per aandeel, en voor de hele emissie 10.000× EUR3= EUR30.00010.000\times\,\text{EUR}3=\,\text{EUR}30.00010.000×EUR3=EUR30.000. Dat agio is óók eigen vermogen — het is immers door de onderneming ontvangen — maar het wordt apart geboekt op de agioreserve, los van het (vaste) aandelenkapitaal. De totale opbrengst van de emissie is de uitgiftekoers maal het aantal aandelen: 10.000× EUR13= EUR130.00010.000\times\,\text{EUR}13=\,\text{EUR}130.00010.000×EUR13=EUR130.000, te splitsen in €100.000 aandelenkapitaal en €30.000 agioreserve.
Naast het aandelenkapitaal en de agioreserve groeit het eigen vermogen door reserves die uit ingehouden winst ontstaan. Wat een onderneming van haar winst niet als dividend uitkeert, voegt zij toe aan de algemene reserve (winstreserve). Zo bouwt de onderneming, jaar na jaar, eigen vermogen op zonder nieuwe aandelen uit te geven. Het totale eigen vermogen van een bv is dus de som van het aandelenkapitaal, de agioreserve en de algemene (winst)reserve. Reserves zijn geen ‘potje geld’ maar een deel van het eigen vermogen; het bijbehorende geld kan allang in machines of voorraad zitten.
Het onderscheid tussen aandelenkapitaal en reserves is belangrijk bij het lezen van een balans. Het aandelenkapitaal ligt vast (het verandert alleen bij een nieuwe emissie of een terugkoop), terwijl de reserves meebewegen met de winstinhouding en verliezen. Een groeiend reservebedrag wijst op winstgevende jaren waarin veel is ingehouden; een dalende of negatieve reserve op verliesjaren. Voor de solvabiliteit (kan de onderneming op lange termijn aan haar verplichtingen voldoen?) telt het totale eigen vermogen — kapitaal én reserves — als buffer tegen tegenvallers.
aandelenkapitaal=aantal aandelen×nominale waarde\text{aandelenkapitaal}=\text{aantal aandelen}\times\text{nominale waarde}aandelenkapitaal=aantal aandelen×nominale waarde

Aandelenkapitaal

Het geplaatste kapitaal tegen de nominale waarde.

agio=(uitgiftekoers−nominale waarde)×aantal aandelen\text{agio}=(\text{uitgiftekoers}-\text{nominale waarde})\times\text{aantal aandelen}agio=(uitgiftekoers−nominale waarde)×aantal aandelen

Agio(reserve)

De meeropbrengst boven de nominale waarde, apart geboekt als eigen vermogen.

eigen vermogen=aandelenkapitaal+agioreserve+algemene reserve\text{eigen vermogen}=\text{aandelenkapitaal}+\text{agioreserve}+\text{algemene reserve}eigen vermogen=aandelenkapitaal+agioreserve+algemene reserve

Eigen vermogen van een bv

Vast kapitaal plus de uit winst opgebouwde reserves.

Uitgewerkt voorbeeld

Aandelenkapitaal, agio en eigen vermogen

Een bv geeft 8.000 aandelen met een nominale waarde van €5 uit tegen een koers van €8. Enkele jaren later is er €40.000 winst ingehouden in de algemene reserve. Bereken het aandelenkapitaal, de agioreserve, de emissieopbrengst en het eigen vermogen na de winstinhouding.

  1. 01Aandelenkapitaal

    8000× EUR5= EUR40.0008000\times\,\text{EUR}5=\,\text{EUR}40.0008000×EUR5=EUR40.000.

  2. 02Agioreserve

    (8−5)×8000=3×8000= EUR24.000(8-5)\times8000=3\times8000=\,\text{EUR}24.000(8−5)×8000=3×8000=EUR24.000.

  3. 03Emissieopbrengst

    8000× EUR8= EUR64.0008000\times\,\text{EUR}8=\,\text{EUR}64.0008000×EUR8=EUR64.000 (= €40.000 + €24.000).

  4. 04Eigen vermogen

    40.000+24.000+40.000= EUR104.00040.000+24.000+40.000=\,\text{EUR}104.00040.000+24.000+40.000=EUR104.000 (aandelenkapitaal + agioreserve + algemene reserve).

Resultaat: Aandelenkapitaal €40.000, agioreserve €24.000, emissieopbrengst €64.000 en na winstinhouding een eigen vermogen van €104.000.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: het aandelenkapitaal en de agioreserve berekenen uit het aantal aandelen, de nominale waarde en de uitgiftekoers.
  • Examendoel: het eigen vermogen opbouwen uit aandelenkapitaal, agioreserve en algemene reserve.

Veelgemaakte fouten

  • De emissieopbrengst gelijkstellen aan het aandelenkapitaal; de meeropbrengst boven de nominale waarde is agio en hoort apart.
  • Reserves zien als een voorraad geld; een reserve is een deel van het eigen vermogen, niet per se beschikbaar geld.

Actieve herhaling

Een bv plaatst 20.000 aandelen van nominaal €10 tegen een uitgiftekoers van €14. Bereken het aandelenkapitaal, de agioreserve en de totale emissieopbrengst. Bereken het eigen vermogen als er daarna nog €90.000 aan de algemene reserve is toegevoegd.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein B3 (van eenmanszaak naar rechtspersoon) (CvTE / Examenblad)

§ 04

Dividend, winstbestemming en fiscaliteit#

●●○StandaardLPexamenblad-bedrijfseconomie-domein-B3

Kernpunten

Nadat een bv haar winst heeft bepaald en vennootschapsbelasting heeft betaald, blijft de nettowinst (winst na belasting) over. De AVA beslist wat daarmee gebeurt — de winstbestemming. De winst wordt verdeeld over twee bestemmingen: een deel wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders als dividend, en een deel wordt ingehouden en toegevoegd aan de algemene reserve om het eigen vermogen te versterken. In Afb. 4 wordt van €90.000 nettowinst €20.000 als dividend uitgekeerd en €70.000 gereserveerd.

Winstbestemming van een bv

WinstbestemmingTabel met 2 kolommen en 3 rijen, Gegevens: winstbestemming · bedrag (€); nettowinst (na belasting) · 90000; af: dividend (20% × €10 × 10.000) · -20000; toevoeging algemene reserve · 70000, gemarkeerde cel: 70000WINSTBESTEMMINGBEDRAG (€)nettowinst (na belasting)90000af: dividend (20% × €10 ×10.000)-20000toevoeging algemene reserve70000
Afb. 4Afb. 4 — Winstbestemming: €90.000 nettowinst wordt verdeeld in €20.000 dividend (20% van nominaal €10 op 10.000 aandelen) en €70.000 toevoeging aan de algemene reserve.
Het dividend wordt vaak uitgedrukt als een percentage van de nominale waarde of als een bedrag per aandeel. Keert de bv een dividend van 20% (van nominaal €10) uit, dan is dat €2 per aandeel; bij 10.000 aandelen is het totale dividend 10.000× EUR2= EUR20.00010.000\times\,\text{EUR}2=\,\text{EUR}20.00010.000×EUR2=EUR20.000. De aandeelhouder ontvangt dat dividend naar rato van zijn aandelenbezit. Reserveert de onderneming veel en keert ze weinig uit, dan groeit het eigen vermogen sneller (goed voor de solvabiliteit en toekomstige investeringen), maar krijgen de aandeelhouders op korte termijn minder contant rendement — een klassieke afweging.
De fiscale behandeling verschilt wezenlijk van die van een eenmanszaak. De bv betaalt eerst vennootschapsbelasting (Vpb) over haar winst; keert zij daarna dividend uit, dan wordt dat bij de aandeelhouder nog eens belast. Dit is de zogenoemde dubbele heffing op winst die als dividend naar de eigenaar gaat. Bij de eenmanszaak wordt de winst daarentegen éénmaal belast, met inkomstenbelasting bij de ondernemer, die bovendien ondernemersaftrekken heeft. Bij lage winsten is de eenmanszaak fiscaal vaak gunstiger; naarmate de winst stijgt, wordt de bv (met haar vaste Vpb-tarief en beperkte aansprakelijkheid) aantrekkelijker.
De winstbestemming raakt zo aan meer dan alleen de aandeelhouders. Wat wordt gereserveerd, blijft in de onderneming en kan investeringen financieren zonder dat er nieuw vermogen hoeft te worden aangetrokken (interne financiering). Wat als dividend wordt uitgekeerd, verlaat de onderneming en verlaagt zowel het eigen vermogen als de liquide middelen. De directie moet dus balanceren tussen tevreden aandeelhouders (die dividend willen) en een sterke, groeikrachtige onderneming (die reserves nodig heeft). Dit dividendbeleid is een kernkeuze in het financiële beleid van elke vennootschap.
totaal dividend=dividend per aandeel×aantal aandelen\text{totaal dividend}=\text{dividend per aandeel}\times\text{aantal aandelen}totaal dividend=dividend per aandeel×aantal aandelen

Totaal dividend

Dividend per aandeel = dividendpercentage × nominale waarde.

nettowinst=dividend+toevoeging aan de reserve\text{nettowinst}=\text{dividend}+\text{toevoeging aan de reserve}nettowinst=dividend+toevoeging aan de reserve

Winstbestemming

De winst na belasting wordt verdeeld over uitkeren (dividend) en inhouden (reserve).

Uitgewerkt voorbeeld

Vennootschapsbelasting en winstbestemming

Een bv maakt €150.000 fiscale winst. In dit voorbeeld geldt een vennootschapsbelastingtarief van 25,8%. Van de nettowinst wordt een dividend van €4 per aandeel uitgekeerd op 15.000 aandelen; de rest gaat naar de reserve. Bereken de vennootschapsbelasting, de nettowinst, het totale dividend en de toevoeging aan de reserve.

  1. 01Vennootschapsbelasting

    0,258×150.000= EUR38.7000{,}258\times150.000=\,\text{EUR}38.7000,258×150.000=EUR38.700.

    0,258×150000=387000{,}258\times150000=387000,258×150000=38700
  2. 02Nettowinst

    150.000−38.700= EUR111.300150.000-38.700=\,\text{EUR}111.300150.000−38.700=EUR111.300.

  3. 03Totaal dividend

    4×15.000= EUR60.0004\times15.000=\,\text{EUR}60.0004×15.000=EUR60.000.

  4. 04Toevoeging reserve

    111.300−60.000= EUR51.300111.300-60.000=\,\text{EUR}51.300111.300−60.000=EUR51.300.

Resultaat: De bv betaalt €38.700 vennootschapsbelasting, houdt €111.300 nettowinst over, keert €60.000 dividend uit en voegt €51.300 aan de reserve toe.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: het totale dividend en de toevoeging aan de reserve berekenen uit de nettowinst en het dividendbeleid.
  • Examendoel: het fiscale verschil tussen de eenmanszaak (inkomstenbelasting) en de bv (vennootschapsbelasting + dividendheffing) uitleggen.

Veelgemaakte fouten

  • Het dividend berekenen over de beurskoers of de emissiekoers in plaats van over de nominale waarde (bij een percentage-dividend).
  • De toevoeging aan de reserve zien als een uitgave; het is ingehouden winst die het eigen vermogen versterkt, geen geld dat de onderneming verlaat.

Actieve herhaling

Een bv met 25.000 aandelen (nominaal €10) maakt €200.000 nettowinst en keert 15% dividend uit. Bereken het totale dividend, het dividend per aandeel en de toevoeging aan de algemene reserve. Leg uit welk effect een hogere reservering heeft op de solvabiliteit.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein B3 (van eenmanszaak naar rechtspersoon) (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Rechtsvormen en aansprakelijkheid○
    • 02De bv en de nv: aandelen en aandeelhouders◐
    • 03Aandelenvermogen, agio en reserves◐
    • 04Dividend, winstbestemming en fiscaliteit◐

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Van eenmanszaak naar rechtspersoon

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~14
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein B3 (van eenmanszaak naar rechtspersoon)

Vorig onderwerp

De oprichting van een eenmanszaak

Volgend onderwerp

Perspectief op de organisatie

EuraStudy·Samenvattingen T·04·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.