EuraStudy
Samenvattingen/Bedrijfseconomie/Personeelsbeleid
Samenvattingen · BedrijfseconomieNL · VWO

Personeelsbeleid

Mensen zijn de belangrijkste én vaak duurste productiefactor. Dit onderwerp behandelt de personeelsplanning, werving en selectie, de beloning met de weg van brutoloon via nettoloon naar loonkosten voor de werkgever, de motivatie en het leiderschap (Maslow en Herzberg) en de personeelskengetallen zoals verloop en ziekteverzuim. Deze stof wordt vooral in het schoolexamen getoetst, maar het rekenen aan lonen en kengetallen kan overal terugkomen.

4 Onderdelen·~13 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 3

T·0777 / 16
Examenprofiel
Personeelsplanning, werving en selectie beschrijven (domein C2).Van brutoloon naar nettoloon en naar loonkosten voor de werkgever rekenen.Motivatietheorieën (Maslow, Herzberg) toepassen op een werksituatie.Personeelskengetallen (verloop, ziekteverzuim, arbeidsproductiviteit) berekenen en interpreteren.
Operatoren:berekenbepaalleg uitverklaarinterpreteerbeoordeel

basisniveau

Voor iedereen: werving en selectie, de opbouw van het loon en de kengetallen verloop en verzuim horen tot domein C2.

verhoogd niveau

Verdieping: de wig tussen loonkosten en nettoloon doorrekenen en motivatietheorieën gebruiken om personeelsbeleid te onderbouwen.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Personeelsbeleid
    • 01Personeelsplanning, werving en selectie○
    • 02Beloning: van brutoloon naar loonkosten◐
    • 03Motivatie en leiderschap◐
    • 04Personeelskengetallen◐
§ 01

Personeelsplanning, werving en selectie#

●○○BasisLPexamenblad-bedrijfseconomie-domein-C2

Kernpunten

Personeelsbeleid begint met personeelsplanning: het vooruitkijken naar hoeveel en welke medewerkers de organisatie in de toekomst nodig heeft, en dat vergelijken met wie er nu al is. Het verschil tussen de gewenste en de aanwezige bezetting is de personeelsbehoefte. Die kan positief zijn (er moeten mensen bij, door groei of vertrek) of negatief (er is een overschot, dat door natuurlijk verloop of ontslag wordt weggewerkt). Goede planning voorkomt zowel onderbezetting (werk blijft liggen) als overbezetting (te hoge loonkosten). Afb. 1 toont de stappen van behoefte tot introductie.

Van personeelsbehoefte tot introductie

Werving en selectieGraaf, personeelsbehoefte → vacature, vacature → werving, werving → selectie, selectie → aanstelling, aanstelling → introductiepersoneelsbehoeftevacaturewervingselectieaanstellingintroductietekortintern/externkandidatenkeuzecontract
Afb. 1Afb. 1 — De keten van personeelsbeleid: van het vaststellen van de behoefte, via werving en selectie, naar de aanstelling en de introductie van de nieuwe medewerker.
Als er een tekort is, ontstaat een vacature en volgt de werving: het aantrekken van kandidaten. Dat kan intern (een huidige medewerker doorschuift of promotie maakt) of extern (iemand van buiten aannemen). Interne werving is goedkoper, sneller en motiverend (er is doorgroei mogelijk) en je kent de kandidaat al, maar het levert geen nieuw bloed op en verschuift het tekort alleen. Externe werving haalt nieuwe kennis en frisse ideeën binnen en vergroot de keuze, maar is duurder en risicovoller omdat je de nieuwkomer minder goed kent.
Op de werving volgt de selectie: uit de kandidaten de meest geschikte kiezen. Dat gebeurt met sollicitatiegesprekken, cv-beoordeling, referenties en soms tests of een assessment. Het doel is de kandidaat te vinden wiens kwaliteiten het best passen bij de functie-eisen. Selectie is een afweging tussen twee soorten fouten: een verkeerde kandidaat aannemen (dure vergissing) of juist een geschikte kandidaat afwijzen. Een zorgvuldige, maar niet eindeloze procedure probeert beide risico's klein te houden.
Na de keuze volgen de aanstelling (het arbeidscontract, met afspraken over functie, loon en arbeidsvoorwaarden) en de introductie of inwerkperiode, waarin de nieuwe medewerker de organisatie en het werk leert kennen. Een goede introductie loont: ze verkort de tijd tot iemand volwaardig meedraait en verkleint de kans dat de nieuweling snel weer vertrekt (wat het hele wervingsproces — en de kosten — opnieuw start). Werving en selectie zijn dus geen losse handelingen maar een keten die begint bij de planning en eindigt bij een ingewerkte, gemotiveerde medewerker.
personeelsbehoefte=gewenste bezetting−aanwezige bezetting\text{personeelsbehoefte}=\text{gewenste bezetting}-\text{aanwezige bezetting}personeelsbehoefte=gewenste bezetting−aanwezige bezetting

Personeelsbehoefte

Positief = tekort (werven); negatief = overschot (afbouwen).

Uitgewerkt voorbeeld

Personeelsbehoefte en de wervingskeuze

Een bedrijf wil volgend jaar 45 productiemedewerkers hebben. Nu zijn er 40, maar 6 gaan met pensioen. Bereken de personeelsbehoefte. Geef één reden om intern en één om extern te werven.

  1. 01Aanwezig na pensioen

    40−6=3440-6=3440−6=34 medewerkers blijven over.

  2. 02Personeelsbehoefte

    45−34=1145-34=1145−34=11 nieuwe medewerkers nodig.

    45−(40−6)=1145-(40-6)=1145−(40−6)=11
  3. 03Intern werven

    Bijvoorbeeld: goedkoper, sneller en motiverend (doorgroeimogelijkheid), en de kandidaat is bekend.

  4. 04Extern werven

    Bijvoorbeeld: nieuwe kennis en frisse ideeën, en een grotere keuze uit kandidaten.

Resultaat: De personeelsbehoefte is 11 nieuwe medewerkers; intern werven is goedkoper en motiverend, extern werven haalt nieuwe kennis en een grotere keuze binnen.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de personeelsbehoefte berekenen en de stappen van werving en selectie beschrijven.
  • Examendoel: interne en externe werving vergelijken op kosten, snelheid, risico en vernieuwing.

Veelgemaakte fouten

  • Vergeten het te verwachten vertrek (pensioen, verloop) mee te nemen bij het bepalen van de personeelsbehoefte.
  • Interne werving zien als 'gratis' terwijl het het tekort alleen verschuift; de doorgeschoven functie moet ook weer worden ingevuld.

Actieve herhaling

Een winkelketen wil van 120 naar 140 verkoopmedewerkers, maar verwacht dat 15 mensen dit jaar vertrekken. Bereken de personeelsbehoefte en beargumenteer of de keten beter intern of extern kan werven.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein C2 (personeelsbeleid) (CvTE / Examenblad)

§ 02

Beloning: van brutoloon naar loonkosten#

●●○StandaardLPexamenblad-bedrijfseconomie-domein-C2

Kernpunten

Rond het loon staan drie bedragen die je scherp uit elkaar moet houden. Het brutoloon is het afgesproken loon vóór inhoudingen. Het nettoloon is wat de werknemer daadwerkelijk op zijn rekening krijgt: het brutoloon min de loonheffing (loonbelasting en premies volksverzekeringen) en de werknemersdelen van pensioen- en andere premies. De loonkosten voor de werkgever zijn juist méér dan het brutoloon: bovenop het bruto betaalt de werkgever nog werkgeverspremies en pensioenbijdragen. In Afb. 2 zie je de hele keten, van de loonkosten van de werkgever tot het nettoloon van de werknemer.

Van loonkosten naar nettoloon

Bruto, netto en loonkostenTabel met 2 kolommen en 6 rijen, Gegevens: post · bedrag (€); loonkosten werkgever · 3900; af: werkgeverspremies · -900; brutoloon · 3000; af: loonheffing (werknemer) · -800; af: pensioenpremie werknemer · -150; nettoloon · 2050, gemarkeerde cel: 2050POSTBEDRAG (€)loonkosten werkgever3900af: werkgeverspremies-900brutoloon3000af: loonheffing (werknemer)-800af: pensioenpremie werknemer-150nettoloon2050
Afb. 2Afb. 2 — De loonketen: loonkosten €3900 − werkgeverspremies €900 = brutoloon €3000; daarvan af loonheffing €800 en pensioenpremie €150 = nettoloon €2050. De wig is €1850.
Het cruciale inzicht is dat wat de werkgever betaalt (de loonkosten) en wat de werknemer overhoudt (het nettoloon) ver uit elkaar liggen. Het verschil daartussen — de loonheffing en alle premies — heet de wig: het is het deel dat naar de overheid en de sociale fondsen gaat en dat noch bij de werkgever, noch bij de werknemer terechtkomt. In het voorbeeld van Afb. 2 kost een werknemer de werkgever €3900, terwijl de werknemer €2050 netto ontvangt; de wig van €1850 gaat op aan belasting en premies.
Naast het loon in geld zijn er de arbeidsvoorwaarden, verdeeld in primaire en secundaire voorwaarden. De primaire arbeidsvoorwaarden zijn het loon en de werktijd; de secundaire arbeidsvoorwaarden zijn de extra's zoals pensioen, vakantiedagen, een auto van de zaak, reiskostenvergoeding, scholing en flexibele werktijden. Veel van deze afspraken staan in een cao (collectieve arbeidsovereenkomst): een pakket afspraken tussen werkgevers(organisaties) en vakbonden dat voor een hele bedrijfstak of onderneming geldt, zodat niet elke werknemer apart hoeft te onderhandelen.
Voor de werkgever zijn de loonkosten vaak de grootste kostenpost, en het is deze — niet het brutoloon of het nettoloon — die telt in de kostprijs en de winstberekening. Een verhoging van het brutoloon werkt via de werkgeverspremies versterkt door in de loonkosten. Daarom kijkt een onderneming bij het aannemen van personeel en het bepalen van prijzen naar de volledige loonkosten per medewerker (inclusief vakantiegeld en werkgeverslasten), niet alleen naar het afgesproken brutoloon. Zo verbindt de beloning het personeelsbeleid met de kosten- en kostprijsvraagstukken verderop in het programma.
nettoloon=brutoloon−loonheffing−premies werknemer\text{nettoloon}=\text{brutoloon}-\text{loonheffing}-\text{premies werknemer}nettoloon=brutoloon−loonheffing−premies werknemer

Nettoloon

Wat de werknemer daadwerkelijk ontvangt.

loonkosten werkgever=brutoloon+werkgeverspremies\text{loonkosten werkgever}=\text{brutoloon}+\text{werkgeverspremies}loonkosten werkgever=brutoloon+werkgeverspremies

Loonkosten

Wat de werknemer de werkgever kost — meer dan het brutoloon.

wig=loonkosten werkgever−nettoloon\text{wig}=\text{loonkosten werkgever}-\text{nettoloon}wig=loonkosten werkgever−nettoloon

De wig

Het deel dat naar belasting en premies gaat.

Uitgewerkt voorbeeld

Nettoloon en loonkosten berekenen

Een werknemer heeft een brutoloon van €2800 per maand. De loonheffing is 28% van het brutoloon en de pensioenpremie van de werknemer is €140. De werkgeverslasten zijn 25% van het brutoloon. Bereken het nettoloon, de loonkosten voor de werkgever en de wig.

  1. 01Loonheffing

    0,28×2800= EUR7840{,}28\times2800=\,\text{EUR}7840,28×2800=EUR784.

  2. 02Nettoloon

    2800−784−140= EUR18762800-784-140=\,\text{EUR}18762800−784−140=EUR1876.

    2800−784−140=18762800-784-140=18762800−784−140=1876
  3. 03Loonkosten werkgever

    2800+0,25×2800=2800+700= EUR35002800+0{,}25\times2800=2800+700=\,\text{EUR}35002800+0,25×2800=2800+700=EUR3500.

  4. 04Wig

    3500−1876= EUR16243500-1876=\,\text{EUR}16243500−1876=EUR1624: dat gaat op aan belasting en premies.

Resultaat: Het nettoloon is €1876, de loonkosten voor de werkgever €3500 en de wig €1624 — bijna de helft van de loonkosten komt niet bij de werknemer terecht.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: van brutoloon naar nettoloon en naar loonkosten rekenen en de wig bepalen.
  • Examendoel: primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden en de rol van de cao herkennen.

Veelgemaakte fouten

  • Loonkosten en brutoloon gelijkstellen; de werkgever betaalt bovenop het bruto nog werkgeverspremies.
  • Het nettoloon gebruiken in de kostprijs- of winstberekening; daarin tellen de volledige loonkosten van de werkgever.

Actieve herhaling

Een medewerker verdient €3200 bruto. De loonheffing is 30%, de werknemerspremies €180 en de werkgeverslasten 22% van het brutoloon. Bereken het nettoloon, de loonkosten en de wig.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein C2 (personeelsbeleid) (CvTE / Examenblad)

§ 03

Motivatie en leiderschap#

●●○StandaardLPexamenblad-bedrijfseconomie-domein-C2

Kernpunten

Gemotiveerde medewerkers werken beter, blijven langer en verzuimen minder, dus motivatie is een economisch belang, geen bijzaak. Een klassiek denkkader is de behoeftehiërarchie van Maslow: mensen worden gedreven door behoeften die in lagen zijn opgebouwd, van basaal naar hoog. Onderaan staan de fysiologische behoeften (eten, onderdak), daarboven de behoefte aan veiligheid en zekerheid, dan de sociale behoefte (erbij horen), vervolgens de behoefte aan waardering en erkenning, en bovenaan de zelfontplooiing (het beste uit jezelf halen). Afb. 3 toont deze piramide.

De behoeftehiërarchie van Maslow

Behoeftehiërarchie van Maslowpiramide, 5 niveaus, Gegevens: fysiologisch (salaris), veiligheid (vast contract), sociaal (teamsfeer), waardering (erkenning), zelfontplooiing (uitdaging)fysiologisch (salaris)veiligheid (vast contract)sociaal (teamsfeer)waardering (erkenning)zelfontplooiing (uitdaging)
Afb. 3Afb. 3 — De behoeftepiramide van Maslow. Een hogere behoefte gaat pas motiveren als de lagere in redelijke mate vervuld zijn; op het werk vertaalt elke laag zich in een arbeidsvoorwaarde.
Het idee van Maslow is dat een hogere behoefte pas gaat motiveren als de lagere in redelijke mate zijn vervuld: iemand die vreest zijn baan te verliezen (veiligheid), ligt niet wakker van zelfontplooiing. Vertaald naar het werk: het salaris dekt de fysiologische behoefte, een vast contract de veiligheid, een goede teamsfeer de sociale behoefte, complimenten en promotie de waardering, en uitdagend, zelfstandig werk de zelfontplooiing. Een werkgever die alleen op loon inzet, raakt de hogere behoeften niet en laat motivatie liggen.
Herzberg verfijnde dit met een tweedeling. Hij onderscheidde hygiënefactoren — zaken als salaris, arbeidsomstandigheden en werkzekerheid — die, als ze onvoldoende zijn, ontevredenheid veroorzaken, maar die bij verbetering nauwelijks échte motivatie opleveren; en motivatoren — zaken als erkenning, verantwoordelijkheid, uitdagend werk en groei — die wél tot echte tevredenheid en inzet leiden. De les: een hoger loon voorkomt ontevredenheid, maar mensen ga je pas echt motiveren met interessant werk, waardering en ontwikkeling.
Motivatie hangt ook samen met de stijl van leidinggeven. Grofweg loopt die van sturend/autoritair (de leider beslist en geeft opdrachten) naar ondersteunend/participatief (de leider betrekt medewerkers en laat ruimte). Welke stijl werkt, hangt af van de situatie: bij onervaren medewerkers of crises past meer sturing, bij ervaren, gemotiveerde professionals past meer ruimte en delegatie. Goed leiderschap sluit aan bij de behoeften en de rijpheid van de medewerkers — en versterkt zo de motivatie die met loon alleen niet te kopen is.
Uitgewerkt voorbeeld

Motivatie verklaren met Maslow en Herzberg

Een goedbetaalde medewerker klaagt dat zijn werk saai is en dat niemand ooit ziet wat hij doet; hij overweegt te vertrekken. Verklaar met Maslow en Herzberg waarom een loonsverhoging dit waarschijnlijk niet oplost, en noem een betere maatregel.

  1. 01Maslow

    De lagere behoeften (loon, zekerheid) zijn al vervuld; het probleem zit in de hogere behoeften: waardering en zelfontplooiing.

  2. 02Herzberg

    Salaris is een hygiënefactor: meer loon voorkomt ontevredenheid maar motiveert nauwelijks. De medewerker mist motivatoren.

  3. 03Waarom loon niet helpt

    Een loonsverhoging raakt niet de oorzaak (saai werk, geen erkenning); de ontevredenheid over die motivatoren blijft.

  4. 04Betere maatregel

    Geef uitdagender werk, meer verantwoordelijkheid en erkenning (motivatoren) — dat spreekt de hogere behoeften aan.

Resultaat: Loon is een hygiënefactor die al vervuld is; de medewerker mist motivatoren (uitdaging, erkenning). Meer verantwoordelijkheid en waardering motiveren hem beter dan een loonsverhoging.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de behoeftehiërarchie van Maslow en het onderscheid hygiënefactoren/motivatoren (Herzberg) toepassen op een werksituatie.
  • Examendoel: beredeneren welke leiderschapsstijl bij een situatie past en hoe die de motivatie beïnvloedt.

Veelgemaakte fouten

  • Aannemen dat een hoger loon altijd de beste motivator is; volgens Herzberg voorkomt loon vooral ontevredenheid (hygiënefactor).
  • De lagen van Maslow als los lijstje zien in plaats van als hiërarchie: hogere behoeften motiveren pas als de lagere vervuld zijn.

Actieve herhaling

Een team ervaren, zelfstandige specialisten wordt streng en detaillistisch aangestuurd door een nieuwe, autoritaire manager; de motivatie daalt. Verklaar dit met de begrippen leiderschapsstijl en (Herzbergs) motivatoren en geef een advies.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein C2 (personeelsbeleid) (CvTE / Examenblad)

§ 04

Personeelskengetallen#

●●○StandaardLPexamenblad-bedrijfseconomie-domein-C2

Kernpunten

Om het personeelsbeleid te sturen, meet een organisatie een paar kengetallen. Het personeelsverloop geeft aan welk deel van het personeel in een periode vertrekt: verloop =aantal vertrokken medewerkersgemiddeld personeelsbestand×100%=\frac{\text{aantal vertrokken medewerkers}}{\text{gemiddeld personeelsbestand}}\times100\%=gemiddeld personeelsbestandaantal vertrokken medewerkers​×100%. Een hoog verloop is duur — telkens moet er opnieuw geworven, geselecteerd en ingewerkt worden — en kan wijzen op ontevredenheid, slechte arbeidsvoorwaarden of gebrek aan doorgroei. Een zeker verloop is normaal en gezond (nieuw bloed), maar een uitschieter is een alarmsignaal. Afb. 4 zet de belangrijkste kengetallen met hun formule op een rij.

Personeelskengetallen

PersoneelskengetallenTabel met 3 kolommen en 3 rijen, Gegevens: kengetal · berekening · uitkomst; personeelsverloop · 12 vertrokken / 150 gem. bestand · 8%; ziekteverzuim · 1650 dagen / 33.000 werkdagen · 5%; arbeidsproductiviteit · €3.000.000 omzet / 25 fte · €120.000 per fteKENGETALBEREKENINGUITKOMSTpersoneelsverloop12 vertrokken /150 gem.bestand8%ziekteverzuim1650 dagen /33.000 werkdagen5%arbeidsproductiviteit€3.000.000 omzet / 25 fte€120.000 per fte
Afb. 4Afb. 4 — Kengetallen voor het personeelsbeleid, met per kengetal de formule en een uitgewerkt voorbeeld.
Het ziekteverzuim meet welk deel van de beschikbare werktijd verloren gaat door ziekte: verzuim =verzuimde (ziekte)dagenbeschikbare werkdagen×100%=\frac{\text{verzuimde (ziekte)dagen}}{\text{beschikbare werkdagen}}\times100\%=beschikbare werkdagenverzuimde (ziekte)dagen​×100%. Ook dit is een kostenpost (doorbetaald loon, vervanging, productieverlies) en een signaal: structureel hoog verzuim kan wijzen op te hoge werkdruk, slechte arbeidsomstandigheden of lage betrokkenheid. Door het verzuim te volgen en de oorzaken aan te pakken, kan een organisatie zowel de kosten drukken als het welzijn verbeteren — belangen die hier samenvallen.
De arbeidsproductiviteit meet hoeveel een medewerker gemiddeld produceert: arbeidsproductiviteit =totale productieaantal fte=\frac{\text{totale productie}}{\text{aantal fte}}=aantal ftetotale productie​, waarbij fte staat voor fulltime-equivalent (een voltijdbaan). Ze laat zien hoe efficiënt de factor arbeid wordt ingezet. Een stijgende arbeidsproductiviteit — door betere machines, scholing of organisatie — verlaagt de loonkosten per product en versterkt de concurrentiepositie. Let bij het rekenen op deeltijders: twee medewerkers die elk halve dagen werken, tellen samen als één fte.
Kengetallen krijgen pas betekenis in vergelijking: met eerdere jaren (ontwikkeling in de tijd), met andere afdelingen, of met het branchegemiddelde (benchmark). Een verloop van 8% zegt weinig totdat je weet of de branche gemiddeld 5% of 15% is. Bovendien moet je de getallen interpreteren, niet alleen berekenen: een stijgend verloop kan komen door een krappe arbeidsmarkt (mensen kunnen makkelijk overstappen) of door intern ongenoegen — pas met de context erbij trek je de juiste conclusie. Zo verbinden de personeelskengetallen het rekenen uit het vaardighedenhoofdstuk met het beoordelen van beleid.
personeelsverloop=aantal vertrokken medewerkersgemiddeld personeelsbestand×100%\text{personeelsverloop}=\frac{\text{aantal vertrokken medewerkers}}{\text{gemiddeld personeelsbestand}}\times100\%personeelsverloop=gemiddeld personeelsbestandaantal vertrokken medewerkers​×100%

Personeelsverloop

Het deel van het personeel dat in een periode vertrekt.

ziekteverzuim=verzuimde werkdagenbeschikbare werkdagen×100%\text{ziekteverzuim}=\frac{\text{verzuimde werkdagen}}{\text{beschikbare werkdagen}}\times100\%ziekteverzuim=beschikbare werkdagenverzuimde werkdagen​×100%

Ziekteverzuim

Het deel van de werktijd dat door ziekte verloren gaat.

arbeidsproductiviteit=totale productieaantal fte\text{arbeidsproductiviteit}=\frac{\text{totale productie}}{\text{aantal fte}}arbeidsproductiviteit=aantal ftetotale productie​

Arbeidsproductiviteit

De gemiddelde productie per voltijdbaan (fte).

Uitgewerkt voorbeeld

Verloop en verzuim berekenen

Een onderneming heeft een gemiddeld personeelsbestand van 150 medewerkers; dit jaar vertrokken er 12. De 150 medewerkers hebben samen 33.000 beschikbare werkdagen, waarvan 1650 verzuimd zijn door ziekte. Bereken het personeelsverloop en het ziekteverzuim.

  1. 01Personeelsverloop

    12150×100%=8%\frac{12}{150}\times100\%=8\%15012​×100%=8%.

    12150×100%=8%\frac{12}{150}\times100\%=8\%15012​×100%=8%
  2. 02Ziekteverzuim

    165033000×100%=5%\frac{1650}{33000}\times100\%=5\%330001650​×100%=5%.

    165033000×100%=5%\frac{1650}{33000}\times100\%=5\%330001650​×100%=5%
  3. 03Interpretatie

    Of 8% verloop en 5% verzuim hoog zijn, blijkt pas uit een vergelijking met eerdere jaren of het branchegemiddelde.

Resultaat: Het personeelsverloop is 8% en het ziekteverzuim 5%; om te beoordelen of dat hoog is, vergelijk je met eerdere jaren of de branche.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: personeelsverloop, ziekteverzuim en arbeidsproductiviteit berekenen.
  • Examendoel: de kengetallen interpreteren in vergelijking met eerdere jaren of een benchmark en er beleid aan koppelen.

Veelgemaakte fouten

  • Bij de arbeidsproductiviteit deeltijders als hele medewerkers tellen in plaats van als fte's.
  • Een kengetal beoordelen zonder vergelijkingsmaatstaf; een percentage zegt pas iets ten opzichte van eerdere jaren of de branche.

Actieve herhaling

Een bedrijf met gemiddeld 80 medewerkers zag er dit jaar 10 vertrekken. De totale productie is 96.000 stuks bij 60 fte. Bereken het personeelsverloop en de arbeidsproductiviteit per fte.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein C2 (personeelsbeleid) (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Personeelsplanning, werving en selectie○
    • 02Beloning: van brutoloon naar loonkosten◐
    • 03Motivatie en leiderschap◐
    • 04Personeelskengetallen◐

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Personeelsbeleid

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~13
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein C2 (personeelsbeleid)

Vorig onderwerp

Interne organisatie

Volgend onderwerp

Investeren

EuraStudy·Samenvattingen T·07·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.