EuraStudy
Samenvattingen/Wiskunde B/Veranderingen, toenamediagrammen en differentiequotiënt
Samenvattingen · Wiskunde BNL · HAVO

Veranderingen, toenamediagrammen en differentiequotiënt

Dit onderwerp bouwt de hele ladder van verandering op die naar de afgeleide leidt. Je begint met de toename (differentie) tussen twee waarden en het toenamediagram, gaat verder met de gemiddelde veranderingssnelheid als helling van de koorde, formuleert die met het differentiequotiënt, en eindigt met de momentane veranderingssnelheid als helling van de raaklijn — de limiet van het differentiequotiënt wanneer het interval naar nul krimpt. Dit is de directe opmaat naar de differentiaalrekening.

3 Onderdelen·~14 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 1 · Verdieping 1

T·0999 / 12
Examenprofiel
Toenames (differenties) berekenen, een toenamediagram tekenen en lezen.De gemiddelde veranderingssnelheid over een interval berekenen als helling van de koorde.Het differentiequotiënt \dfrac{f(a+h)-f(a)}{h} opstellen en interpreteren.De momentane veranderingssnelheid bepalen als limietwaarde van het differentiequotiënt (helling van de raaklijn).
Operatoren:berekentekenbenaderinterpreteerstel opberedeneer

basisniveau

Bereken toenames en gemiddelde veranderingssnelheden foutloos en herken ze als hellingen van koorden.

verhoogd niveau

Bepaal de momentane veranderingssnelheid met het differentiequotiënt en de limiet, en koppel die aan de raaklijn.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Veranderingen, toenamediagrammen en differentiequotiënt
    • 01Differenties en het toenamediagram○
    • 02Gemiddelde veranderingssnelheid: de helling van de koorde◐
    • 03Het differentiequotiënt en de momentane veranderingssnelheid●
§ 01

Differenties en het toenamediagram#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Toenamediagram van f(x) = x²

Toenamediagram van f(x)=x²Kolomdiagram: toename Δf naar interval, Gegevens: toename Δf · 0–1: 1; toename Δf · 1–2: 3; toename Δf · 2–3: 5; toename Δf · 3–4: 7012345670–11–22–33–41357toename Δfinterval
Afb. 1Het toenamediagram van f(x) = x²: de toenames 1, 3, 5, 7 worden steeds groter. De functie stijgt en wordt bovendien steeds steiler — typisch parabolisch gedrag.

Kernpunten

Het hele domein van de differentiaalrekening draait om één vraag: hóe verandert een grootheid? De eenvoudigste maat daarvoor is de toename, een differentie (verschil) tussen twee opeenvolgende waarden. Voor een functie is de toename over een stap van x=ax = ax=a naar x=bx = bx=b gelijk aan Δy=f(b)−f(a)\Delta y = f(b) - f(a)Δy=f(b)−f(a), oftewel de nieuwe waarde min de oude. De Griekse hoofdletter Δ\DeltaΔ (delta) spreek je uit als „verschil van”. Het teken van de toename draagt de belangrijkste informatie: is Δy\Delta yΔy positief, dan stijgt de grootheid over die stap; is hij negatief, dan daalt ze; is hij nul, dan blijft ze gelijk. De grootte van de toename vertelt hóevéél er verandert.
Een toenamediagram is een staafdiagram waarin elke staaf niet een wáárde van de grootheid weergeeft, maar de toename over één interval. Op de horizontale as staan de intervallen en de hoogte van elke staaf is de bijbehorende toename Δy\Delta yΔy. Waar een gewone grafiek laat zien hóe groot de grootheid is, laat het toenamediagram zien hóevéél en in welke richting ze per stap verandert. Een positieve toename wordt een staaf boven de as (de grootheid stijgt daar), een negatieve toename een staaf onder de as (de grootheid daalt daar). Zo zie je in één oogopslag het ritme van de verandering, los van het niveau van de grootheid zelf.
Het aflezen van een toenamediagram gaat via de hoogte en het teken van elke staaf. Een hoge staaf betekent een grote verandering — daar verloopt de stijging of daling steil; een lage staaf betekent dat de grootheid nauwelijks beweegt. Het sleutelmoment is de tekenwisseling: slaan de staven om van boven naar onder de as, dan zit dáár een top (maximum) van de oorspronkelijke grootheid; slaan ze om van onder naar boven, dan ligt daar een dal (minimum). In de figuur, het toenamediagram van f(x)=x2f(x) = x^2f(x)=x2 op de intervallen [0,1][0,1][0,1] tot en met [3,4][3,4][3,4], zie je dat de toenames 1,3,5,71, 3, 5, 71,3,5,7 steeds groter worden: de functie stijgt en wordt bovendien steeds steiler — precies het gedrag van een parabool die naar rechts oploopt.
Het is belangrijk te beseffen dat het toenamediagram níét de grafiek van de grootheid zelf is, maar de grafiek van haar verandering. Dat verschil verklaart een paar standaardgevallen. Bij een constante grootheid zijn alle toenames nul, dus alle staven verdwijnen. Bij een lineair verband met vaste helling is de toename elke stap even groot, dus krijg je staven van gelíjke hoogte. En bij een grootheid die steeds sneller stijgt, worden de staven steeds hoger — zoals bij de parabool in de figuur. Juist het geval „staven van gelijke hoogte bij lineair” maakt de brug naar de volgende paragraaf: bij intervallen van lengte 1 is de toename per stap meteen de gemiddelde veranderingssnelheid.
Het toenamediagram is daarmee niet alleen een handig leesinstrument om te zien wáár en hóe snel een grootheid verandert, maar ook de eerste trede van de ladder die naar de afgeleide leidt. Door telkens het teken én de hoogte van de staven te benoemen, vertaal je een tabel met waarden naar een beeld van de verandering, en herken je toppen en dalen zonder de oorspronkelijke grafiek te tekenen. In de volgende paragrafen verfijnen we de maat voor verandering steeds verder: van de toename per interval naar de gemiddelde snelheid per eenheid, en uiteindelijk naar de momentane snelheid op één moment.
Δy=f(b)−f(a)\Delta y = f(b) - f(a)Δy=f(b)−f(a)

toename (differentie)

De toename over een interval is de functiewaarde aan het eind min die aan het begin; het teken geeft de richting van de verandering.

Uitgewerkt voorbeeld

Toenames berekenen uit een functie

Gegeven is f(x)=x2f(x) = x^2f(x)=x2. Bereken de toenames over [0,1][0,1][0,1], [1,2][1,2][1,2], [2,3][2,3][2,3] en [3,4][3,4][3,4] en beschrijf het verloop.

  1. 01Stap 1 — Bereken de functiewaarden

    Vul de grenzen in: f(0)=0, f(1)=1, f(2)=4, f(3)=9, f(4)=16.

    f(0)=0, f(1)=1, f(2)=4, f(3)=9, f(4)=16f(0)=0,\ f(1)=1,\ f(2)=4,\ f(3)=9,\ f(4)=16f(0)=0, f(1)=1, f(2)=4, f(3)=9, f(4)=16
  2. 02Stap 2 — Bereken de toenames per interval

    Trek telkens de beginwaarde van de eindwaarde af.

    f(1)−f(0)=1,f(2)−f(1)=3,f(3)−f(2)=5,f(4)−f(3)=7f(1)-f(0)=1,\quad f(2)-f(1)=3,\quad f(3)-f(2)=5,\quad f(4)-f(3)=7f(1)−f(0)=1,f(2)−f(1)=3,f(3)−f(2)=5,f(4)−f(3)=7
  3. 03Stap 3 — Beschrijf het verloop

    De toenames 1, 3, 5, 7 zijn allemaal positief en worden steeds groter.

    Δy:1, 3, 5, 7 (alle positief, toenemend)\Delta y: 1,\ 3,\ 5,\ 7 \ (\text{alle positief, toenemend})Δy:1, 3, 5, 7 (alle positief, toenemend)

Resultaat: Resultaat: de toenames zijn 1,3,5,71, 3, 5, 71,3,5,7 — allemaal positief, dus fff stijgt op dit hele bereik, en steeds sneller (de staven worden hoger). Dat past bij de parabool f(x)=x2f(x) = x^2f(x)=x2, die naar rechts steeds steiler omhoogloopt.

Eindexamen-focus

  • Je moet uit een functie of tabel de toenames Δy=f(b)−f(a)\Delta y = f(b) - f(a)Δy=f(b)−f(a) berekenen en aan het teken zien of de grootheid stijgt of daalt.
  • Het CE verwacht dat je een toenamediagram tekent en eruit afleest waar een grootheid het snelst verandert of een top of dal heeft.

Veelgemaakte fouten

  • De aftrekking omdraaien en f(a)−f(b)f(a) - f(b)f(a)−f(b) rekenen, zodat alle tekens — en daarmee stijgen en dalen — omklappen.
  • De toename (een absoluut verschil) verwarren met een groeipercentage of groeifactor.
  • Bij nnn waarden nnn staven tekenen in plaats van n−1n-1n−1; elke staaf hoort bij een interval, niet bij één punt.

Actieve herhaling

Gegeven is f(x)=x2f(x) = x^2f(x)=x2. Bereken de toenames over de intervallen [0,1][0,1][0,1], [1,2][1,2][1,2], [2,3][2,3][2,3] en [3,4][3,4][3,4], teken het toenamediagram en beschrijf het verloop.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma wiskunde B (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 02

Gemiddelde veranderingssnelheid: de helling van de koorde#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Koorde bij de parabool f(x) = x²

Gemiddelde veranderingssnelheid als koordeSchaubild von f(x)=x², Nullstellen bei x = 0, y-Achsenabschnitt bei y = 0, steigend, im Bereich x von 0 bis 40.511.522.533.54246810A(1,1)B(3,9)koorde, helling4f(x) = x²yx
Afb. 2De gemiddelde veranderingssnelheid van f(x) = x² over [1, 3] is de helling van de koorde door A(1,1) en B(3,9): de koorde stijgt 8 in y over 2 in x, dus de helling is 8/2 = 4.

Kernpunten

De toename Δy\Delta yΔy vertelt hoeveel een grootheid verandert, maar niet hóe snel dat gaat ten opzichte van de horizontale as. Een toename van 16 over een interval van 4 is heel iets anders dan dezelfde toename over een interval van 1. Om veranderingen over verschillend grote intervallen eerlijk te kunnen vergelijken, deel je de toename door de bijbehorende stap: de gemiddelde veranderingssnelheid over [a,b][a, b][a,b] is ΔyΔx=f(b)−f(a)b−a\dfrac{\Delta y}{\Delta x} = \dfrac{f(b) - f(a)}{b - a}ΔxΔy​=b−af(b)−f(a)​. Je leest dit als „de verandering van yyy per eenheid xxx, gemiddeld over het interval”, en de eenheid is dan ook altijd een yyy-eenheid per xxx-eenheid.
Deze breuk heeft een heldere meetkundige betekenis: het is precies de helling (richtingscoëfficiënt) van de rechte lijn door de twee punten (a,f(a))(a, f(a))(a,f(a)) en (b,f(b))(b, f(b))(b,f(b)) op de grafiek. Die verbindingslijn heet de koorde (of secans). De helling van een lijn is immers verticale verandering gedeeld door horizontale verandering, en dat is letterlijk ΔyΔx\dfrac{\Delta y}{\Delta x}ΔxΔy​. Daarom mag je „de gemiddelde veranderingssnelheid over [a,b][a, b][a,b]” en „de helling van de koorde over [a,b][a, b][a,b]” als twee namen voor hetzelfde beschouwen. In de figuur zie je die koorde getekend bij de parabool f(x)=x2f(x) = x^2f(x)=x2; de steilheid ervan ís de gemiddelde veranderingssnelheid.
Het uitrekenen gaat in vaste stappen: bepaal de grenzen aaa en bbb, bereken f(a)f(a)f(a) en f(b)f(b)f(b), en deel het verschil van die waarden door het verschil van de grenzen — teller en noemer in dezelfde volgorde (f(b)−f(a)f(b) - f(a)f(b)−f(a) boven, b−ab - ab−a onder). Voor f(x)=x2f(x) = x^2f(x)=x2 over [1,3][1, 3][1,3] geeft dat f(3)−f(1)3−1=9−12=4\dfrac{f(3) - f(1)}{3 - 1} = \dfrac{9 - 1}{2} = 43−1f(3)−f(1)​=29−1​=4: de koorde door (1,1)(1, 1)(1,1) en (3,9)(3, 9)(3,9) heeft helling 4. De uitkomst is een gemíddelde over het hele interval: binnen [a,b][a, b][a,b] kan de grootheid sneller en langzamer veranderen, maar de koorde vat dat samen tot één gemiddelde helling.
Het teken en de grootte interpreteer je net als bij de toename. Een positieve gemiddelde veranderingssnelheid betekent dat de grootheid gemiddeld stijgt over het interval, een negatieve dat ze daalt; hoe groter de absolute waarde, hoe steiler de koorde en hoe sneller de gemiddelde verandering. Er is bovendien een brug naar de vorige paragraaf: omdat de gemiddelde veranderingssnelheid gelijk is aan ΔyΔx\dfrac{\Delta y}{\Delta x}ΔxΔy​, is ze bij intervallen van lengte 1 (dus Δx=1\Delta x = 1Δx=1) precies gelijk aan de toename Δy\Delta yΔy zelf. Een toenamediagram met stappen van 1 is daardoor tegelijk een diagram van de gemiddelde veranderingssnelheden per eenheid.
Toch blijft de gemiddelde veranderingssnelheid een gemiddelde over een heel interval. Wil je weten hoe snel een grootheid verandert op één precies moment — de snelheid „op dit ogenblik” — dan schiet de koorde tekort en moet je het interval laten krimpen. Dat is de stap naar de momentane veranderingssnelheid verderop, waar de koorde overgaat in de raaklijn. De gemiddelde veranderingssnelheid is daarmee de tweede trede van de ladder: ze schaalt de ruwe toename tot een snelheid per eenheid, en bereidt de overgang naar het differentiequotiënt en de afgeleide voor.
ΔyΔx=f(b)−f(a)b−a\frac{\Delta y}{\Delta x} = \frac{f(b) - f(a)}{b - a}ΔxΔy​=b−af(b)−f(a)​

gemiddelde veranderingssnelheid = helling van de koorde

Het verschil van de functiewaarden gedeeld door het verschil van de grenzen; dat is precies de helling van de koorde door de twee randpunten.

Uitgewerkt voorbeeld

Gemiddelde veranderingssnelheid berekenen

Gegeven is f(x)=x2f(x) = x^2f(x)=x2. Bereken de gemiddelde veranderingssnelheid over [1,3][1, 3][1,3].

  1. 01Stap 1 — Bereken de functiewaarden aan de randen

    Vul de grenzen in de functie in om de twee punten van de koorde te vinden.

    f(1)=12=1,f(3)=32=9f(1) = 1^2 = 1, \qquad f(3) = 3^2 = 9f(1)=12=1,f(3)=32=9
  2. 02Stap 2 — Bereken de toename en de stap

    Bepaal Δy en Δx.

    Δy=9−1=8,Δx=3−1=2\Delta y = 9 - 1 = 8, \qquad \Delta x = 3 - 1 = 2Δy=9−1=8,Δx=3−1=2
  3. 03Stap 3 — Deel de toename door de stap

    Dit is de helling van de koorde door (1,1) en (3,9).

    f(3)−f(1)3−1=82=4\frac{f(3) - f(1)}{3 - 1} = \frac{8}{2} = 43−1f(3)−f(1)​=28​=4

Resultaat: Resultaat: de gemiddelde veranderingssnelheid over [1,3][1, 3][1,3] is 4. Dat betekent dat yyy over dit interval gemiddeld met 4 per eenheid xxx toeneemt, en dat is precies de helling van de koorde door (1,1)(1, 1)(1,1) en (3,9)(3, 9)(3,9).

Eindexamen-focus

  • Je moet de gemiddelde veranderingssnelheid f(b)−f(a)b−a\dfrac{f(b) - f(a)}{b - a}b−af(b)−f(a)​ over een interval berekenen en herkennen als de helling van de koorde.
  • Het CE verwacht dat je de uitkomst in context interpreteert (bijvoorbeeld als gemiddelde snelheid of groei) en aan het teken stijgen of dalen afleest.

Veelgemaakte fouten

  • Wel de toename f(b)−f(a)f(b) - f(a)f(b)−f(a) berekenen maar vergeten te delen door b−ab - ab−a, zodat je een toename in plaats van een snelheid geeft.
  • Teller en noemer in tegengestelde volgorde nemen, waardoor het teken omklapt.
  • De koorde (twee punten, gemiddelde snelheid) verwarren met de raaklijn (één punt, momentane snelheid).

Actieve herhaling

Gegeven is f(x)=x2f(x) = x^2f(x)=x2. Bereken de gemiddelde veranderingssnelheid over [1,3][1, 3][1,3] en leg uit dat deze gelijk is aan de helling van de koorde door (1,1)(1, 1)(1,1) en (3,9)(3, 9)(3,9).

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma wiskunde B (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 03

Het differentiequotiënt en de momentane veranderingssnelheid#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl

Raaklijn en koorde bij f(x) = x²

Momentane veranderingssnelheidSchaubild von f(x)=x², Nullstellen bei x = 0, y-Achsenabschnitt bei y = 0, steigend, im Bereich x von 0 bis 40.511.522.533.54246810raakpunt (2,4)Braaklijn,helling 4koorde, helling5f(x) = x²yx
Afb. 3In het raakpunt (2,4) heeft de raaklijn helling 4: de momentane veranderingssnelheid in x = 2. De koorde naar B(3,9) heeft helling 5 en is iets te steil; krimpt het interval, dan zakt de koordehelling naar 4.

Kernpunten

De gemiddelde veranderingssnelheid vat de verandering samen over een heel interval, maar vaak wil je de snelheid op één precies moment weten: hoe hard verandert fff op exact x=ax = ax=a? Die snelheid in één punt heet de momentane veranderingssnelheid. Je kunt ze niet rechtstreeks met ΔyΔx\dfrac{\Delta y}{\Delta x}ΔxΔy​ uitrekenen, want over een interval van lengte nul zouden zowel teller als noemer nul worden, en delen door nul mag niet. De oplossing is benaderen: bereken de gemiddelde veranderingssnelheid over een steeds kleiner interval rond het punt en kijk naar welk getal die benadering toe kruipt.
Die benadering schrijf je met het differentiequotiënt: f(a+h)−f(a)h\dfrac{f(a + h) - f(a)}{h}hf(a+h)−f(a)​, waarbij hhh de (kleine) stapgrootte is. Dit is gewoon de gemiddelde veranderingssnelheid over het interval [a,a+h][a, a + h][a,a+h] — de helling van de koorde van (a,f(a))(a, f(a))(a,f(a)) naar (a+h,f(a+h))(a + h, f(a + h))(a+h,f(a+h)). Het bijzondere is wat er gebeurt als je hhh kleiner en kleiner maakt: het rechterpunt schuift naar het raakpunt toe, de koorde draait mee, en haar helling kruipt naar een vaste waarde. Dat is de kern van de differentiaalrekening: een limietovergang van koorde naar raaklijn.
Meetkundig is de momentane veranderingssnelheid de helling van de raaklijn aan de grafiek in het punt (a,f(a))(a, f(a))(a,f(a)) — de lijn die de grafiek daar net aanraakt en dezelfde richting heeft als de kromme. In de figuur zie je dit bij f(x)=x2f(x) = x^2f(x)=x2 in het raakpunt (2,4)(2, 4)(2,4): de raaklijn heeft helling 4, terwijl de koorde naar (3,9)(3, 9)(3,9) helling 5 heeft. De koorde is dus net iets te steil; schuif je het rechterpunt naar het raakpunt toe (maak je hhh kleiner), dan zakt de koordehelling van 5 naar de 4 van de raaklijn. Koorde en raaklijn verschillen alleen in dat ene punt versus twee punten — en de raaklijn is de grens van de koorde.
Voor f(x)=x2f(x) = x^2f(x)=x2 kun je de limiet zelfs exact uitrekenen, en dat laat de hele machinerie mooi zien. Het differentiequotiënt in x=ax = ax=a is (a+h)2−a2h\dfrac{(a+h)^2 - a^2}{h}h(a+h)2−a2​. Werk de teller uit met het merkwaardige product: (a+h)2−a2=a2+2ah+h2−a2=2ah+h2(a+h)^2 - a^2 = a^2 + 2ah + h^2 - a^2 = 2ah + h^2(a+h)2−a2=a2+2ah+h2−a2=2ah+h2. Deel door hhh: 2ah+h2h=2a+h\dfrac{2ah + h^2}{h} = 2a + hh2ah+h2​=2a+h. Laat je nu hhh naar nul gaan, dan blijft er 2a2a2a over. De momentane veranderingssnelheid van x2x^2x2 in een willekeurig punt aaa is dus 2a2a2a — in a=2a = 2a=2 inderdaad 444, precies de helling van de raaklijn in de figuur. Dit is de eerste keer dat je een afgeleide via de limiet berekent.
Daarmee staat de hele ladder van dit onderwerp overeind. Je begon met de toename Δy\Delta yΔy tussen twee waarden, maakte die zichtbaar in een toenamediagram, schaalde haar tot de gemiddelde veranderingssnelheid ΔyΔx\dfrac{\Delta y}{\Delta x}ΔxΔy​ (de helling van de koorde), en laat nu het interval krimpen tot de momentane veranderingssnelheid (de helling van de raaklijn). Die laatste, de limiet van het differentiequotiënt als h→0h \to 0h→0, is precies de afgeleide f′(a)f'(a)f′(a) — het onderwerp van de volgende hoofdstukken. Wie deze samenhang doorziet, begrijpt waar de afgeleide vandaan komt en waarom ze de snelheid van verandering meet.
f(a+h)−f(a)h→ h→0 f′(a)\frac{f(a + h) - f(a)}{h} \quad \xrightarrow{\ h \to 0\ } \quad f'(a)hf(a+h)−f(a)​ h→0 ​f′(a)

differentiequotiënt en zijn limiet

Het differentiequotiënt is de helling van de koorde over [a, a+h]; de limiet voor h → 0 is de momentane veranderingssnelheid, de afgeleide in a.

Uitgewerkt voorbeeld

De momentane veranderingssnelheid exact bepalen met de limiet

Gegeven is f(x)=x2f(x) = x^2f(x)=x2. Bepaal de momentane veranderingssnelheid in x=2x = 2x=2 via het differentiequotiënt en de limiet.

  1. 01Stap 1 — Stel het differentiequotiënt op

    Vul a = 2 in en werk de teller uit met (2+h)² = 4 + 4h + h².

    f(2+h)−f(2)h=(2+h)2−4h=4+4h+h2−4h\frac{f(2+h) - f(2)}{h} = \frac{(2+h)^2 - 4}{h} = \frac{4 + 4h + h^2 - 4}{h}hf(2+h)−f(2)​=h(2+h)2−4​=h4+4h+h2−4​
  2. 02Stap 2 — Vereenvoudig

    De 4 valt weg; deel teller en noemer door h.

    4h+h2h=h(4+h)h=4+h\frac{4h + h^2}{h} = \frac{h(4 + h)}{h} = 4 + hh4h+h2​=hh(4+h)​=4+h
  3. 03Stap 3 — Laat h naar nul gaan

    Nu er geen h meer in de noemer staat, mag je h = 0 nemen.

    lim⁡h→0 (4+h)=4\lim_{h \to 0}\,(4 + h) = 4h→0lim​(4+h)=4

Resultaat: Resultaat: de momentane veranderingssnelheid van f(x)=x2f(x) = x^2f(x)=x2 in x=2x = 2x=2 is 4. Dat is de helling van de raaklijn in (2,4)(2, 4)(2,4), de limietwaarde waar de koordehellingen 5,4,5,4,1,…5, 4{,}5, 4{,}1, \ldots5,4,5,4,1,… naartoe kruipen.

Eindexamen-focus

  • Je moet de momentane veranderingssnelheid benaderen met het differentiequotiënt f(a+h)−f(a)h\dfrac{f(a+h)-f(a)}{h}hf(a+h)−f(a)​ voor steeds kleinere hhh, of via de limiet exact bepalen.
  • Het CE verwacht dat je koorde en raaklijn onderscheidt: de koorde geeft een gemiddelde over een interval, de raaklijn de snelheid op één moment.

Veelgemaakte fouten

  • Meteen h=0h = 0h=0 invullen in het differentiequotiënt; dat geeft delen door nul. Je moet hhh klein máken, niet precies nul.
  • Bij het uitwerken van (a+h)2(a+h)^2(a+h)2 de dubbele productterm 2ah2ah2ah vergeten.
  • De helling van de raaklijn verwarren met de functiewaarde in het punt, of een te groot interval blijven gebruiken.

Actieve herhaling

Gegeven is f(x)=x2f(x) = x^2f(x)=x2. Stel het differentiequotiënt in x=2x = 2x=2 op, vereenvoudig het tot 4+h4 + h4+h en bepaal de momentane veranderingssnelheid door hhh naar nul te laten gaan.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma wiskunde B (HAVO) (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01Differenties en het toenamediagram○
    • 02Gemiddelde veranderingssnelheid: de helling van de koorde◐
    • 03Het differentiequotiënt en de momentane veranderingssnelheid●

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Veranderingen, toenamediagrammen en differentiequotiënt

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~14
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma wiskunde B (HAVO)

Vorig onderwerp

Algebraïsche methoden: vergelijkingen van lijnen en cirkels

Volgend onderwerp

Afgeleide functies en de hellinggrafiek

EuraStudy·Samenvattingen T·09·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.