EuraStudy
Samenvattingen/Wiskunde B/Evenredigheidsverbanden
Samenvattingen · Wiskunde BNL · HAVO

Evenredigheidsverbanden

Een evenredigheidsverband beschrijft hoe twee grootheden in een vaste verhouding met elkaar samenhangen. In dit onderwerp leer je de vier hoofdtypen kennen: recht evenredig (y=kxy = kxy=kx), omgekeerd evenredig (y=k/xy = k/xy=k/x), kwadratisch (of hogere-macht) evenredig (y=kxny = kx^ny=kxn) en het wortelverband (y=kxy = k\sqrt{x}y=kx​). Je leert ze herkennen aan hun grafiek en aan hun rekenkundige eigenschap, en je leert de evenredigheidsfactor kkk uit gegevens bepalen.

3 Onderdelen·~14 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2

T·0555 / 12
Examenprofiel
Recht en omgekeerd evenredige verbanden herkennen, beschrijven en grafisch weergeven.Machts- en wortelverbanden (y = kx^n, y = k\sqrt{x}) herkennen aan hun grafiek en eigenschap.De evenredigheidsfactor k bepalen uit een gegeven waardenpaar.Evenredigheidsverbanden toepassen om voorspellingen te doen en te redeneren over schaal.
Operatoren:bepaalberekenstel opleg uittoon aanvoorspel

basisniveau

Herken de vier typen evenredigheid aan hun grafiek en bepaal de evenredigheidsfactor uit één waardenpaar.

verhoogd niveau

Redeneer met de definiërende eigenschap (vast quotiënt of vast product) en gebruik die om voorspellingen exact te onderbouwen.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Evenredigheidsverbanden
    • 01Recht evenredige verbanden○
    • 02Omgekeerd evenredige verbanden◐
    • 03Machts- en wortelverbanden◐
§ 01

Recht evenredige verbanden#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Recht evenredig verband y = 2x

Recht evenredig verbandSchaubild von y=2x, Nullstellen bei x = 0, y-Achsenabschnitt bei y = 0, steigend, im Bereich x von 0 bis 512345246810Oy = 2xyx
Afb. 1Het recht evenredige verband y = 2x is een rechte lijn door de oorsprong. Bij elk punt is y/x = 2 (de evenredigheidsfactor); de lijn gaat door (1,2) en (3,6).

Kernpunten

Twee grootheden xxx en yyy zijn recht evenredig als ze in een vaste verhouding tot elkaar staan: wordt xxx twee keer zo groot, dan wordt yyy ook twee keer zo groot. In formulevorm betekent dit y=kxy = kxy=kx, waarbij kkk de evenredigheidsconstante (of evenredigheidsfactor) heet. De definiërende eigenschap is dat het quotiënt yx\dfrac{y}{x}xy​ altijd dezelfde waarde kkk heeft, voor elk waardenpaar. Dat geeft je een snelle test: deel bij een tabel telkens yyy door xxx — komt er steeds hetzelfde getal uit, dan is het verband recht evenredig en is dat getal de constante kkk.
De grafiek van een recht evenredig verband is altijd een rechte lijn dóór de oorsprong, met richtingscoëfficiënt kkk. Dat de lijn door de oorsprong gaat, is geen toeval maar een logisch gevolg van de definitie: als x=0x = 0x=0, dan is y=k⋅0=0y = k\cdot 0 = 0y=k⋅0=0. Hierin verschilt een recht evenredig verband van een algemeen lineair verband y=ax+by = ax + by=ax+b: bij recht evenredig is de constante bbb gelijk aan nul. Een lijn die de yyy-as op een andere hoogte snijdt, hoort dus wél bij een lineair verband maar níét bij een recht evenredig verband. Dit onderscheid is belangrijk en wordt vaak verward.
De evenredigheidsfactor kkk heeft in toepassingen een concrete betekenis: het is de hoeveelheid yyy per eenheid xxx. Kost 1 kilogram appels € 2,50, dan is de prijs recht evenredig met het gewicht met k=2,50k = 2{,}50k=2,50 euro per kilogram, en geldt prijs =2,50⋅= 2{,}50 \cdot=2,50⋅ gewicht. Met die ene constante kun je elke waarde voorspellen: 4 kilogram kost 2,50⋅4=102{,}50 \cdot 4 = 102,50⋅4=10 euro. Recht evenredige verbanden duiken overal op waar een vaste prijs, snelheid of dichtheid in het spel is, en je herkent ze aan formuleringen als „per”, „voor elke” of „evenredig met”.
Om een recht evenredig verband op te stellen heb je maar één waardenpaar nodig (anders dan de oorsprong): de constante volgt uit k=yxk = \dfrac{y}{x}k=xy​. Weet je dat y=12y = 12y=12 als x=4x = 4x=4, dan is k=124=3k = \dfrac{12}{4} = 3k=412​=3 en is het verband y=3xy = 3xy=3x. Daarna kun je elke andere waarde berekenen. Deze efficiëntie — één punt legt het hele verband vast — komt doordat de tweede „verankering” (door de oorsprong) al vastligt. Controleer je opgestelde verband door het gegeven punt erin in te vullen; krijg je de juiste yyy terug, dan klopt je constante.
In de figuur zie je het verband y=2xy = 2xy=2x: een rechte lijn door de oorsprong, door de punten (1,2)(1, 2)(1,2) en (3,6)(3, 6)(3,6). Bij elk punt is het quotiënt yx\dfrac{y}{x}xy​ gelijk aan 2, de evenredigheidsfactor. Merk op dat een stap van 1 naar rechts steeds 2 omhoog betekent — dat is precies de richtingscoëfficiënt. Door de drie kenmerken samen te nemen — vaste verhouding yx=k\dfrac{y}{x} = kxy​=k, rechte lijn door de oorsprong, en betekenis „yyy per xxx” — herken en gebruik je recht evenredige verbanden moeiteloos.
y=kx,k=yx (constant)y = kx, \qquad k = \frac{y}{x} \ (\text{constant})y=kx,k=xy​ (constant)

recht evenredig verband

y en x zijn recht evenredig als hun quotiënt constant is; de grafiek is een rechte lijn door de oorsprong met richtingscoëfficiënt k.

Uitgewerkt voorbeeld

Een recht evenredig verband opstellen en gebruiken

Een auto rijdt met constante snelheid en legt in 3 uur 240 km af. Stel het verband tussen afstand sss en tijd ttt op en bereken sss na 5 uur.

  1. 01Stap 1 — Bepaal de evenredigheidsfactor

    Bij constante snelheid is de afstand recht evenredig met de tijd. De factor is de afstand per uur.

    k=st=2403=80 (km per uur)k = \frac{s}{t} = \frac{240}{3} = 80 \ \text{(km per uur)}k=ts​=3240​=80 (km per uur)
  2. 02Stap 2 — Stel het verband op

    Vul de factor in de standaardvorm s = k·t in.

    s=80 ts = 80\,ts=80t
  3. 03Stap 3 — Bereken de afstand na 5 uur

    Vul t = 5 in het verband in.

    s=80⋅5=400 kms = 80\cdot 5 = 400 \ \text{km}s=80⋅5=400 km

Resultaat: Resultaat: s=80 ts = 80\,ts=80t, dus na 5 uur is de afgelegde afstand 400 km. Omdat het quotiënt st=80\dfrac{s}{t} = 80ts​=80 constant is, is de afstand recht evenredig met de tijd.

Eindexamen-focus

  • Je moet een recht evenredig verband herkennen aan het vaste quotiënt yx=k\dfrac{y}{x} = kxy​=k en aan de rechte lijn door de oorsprong.
  • Het CE verwacht dat je het verband y=kxy = kxy=kx opstelt uit één waardenpaar en er voorspellingen mee doet.

Veelgemaakte fouten

  • Een recht evenredig verband verwarren met een algemeen lineair verband y=ax+by = ax + by=ax+b; bij recht evenredig is b=0b = 0b=0 (de lijn gaat door de oorsprong).
  • Het quotiënt verkeerd om nemen (xy\dfrac{x}{y}yx​ in plaats van yx\dfrac{y}{x}xy​), zodat je de reciproke van kkk vindt.
  • Denken dat elke stijgende rechte lijn recht evenredig is, ook als hij de yyy-as boven of onder de oorsprong snijdt.

Actieve herhaling

Een auto rijdt met constante snelheid en legt in 3 uur 240 km af. Toon aan dat de afgelegde afstand recht evenredig is met de tijd, bepaal de evenredigheidsfactor en bereken de afstand na 5 uur.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma wiskunde B (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 02

Omgekeerd evenredige verbanden#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Omgekeerd evenredig verband y = 6/x

Omgekeerd evenredig verbandSchaubild von y=6/x, fallend, im Bereich x von 0.4 bis 8, waagerechte Asymptote bei y = 01234567824681012y = 0y = 6/xyx
Afb. 2Het omgekeerd evenredige verband y = 6/x is een dalende hyperbool. Bij elk punt is het product x·y = 6 (de constante); de grafiek gaat door (1,6), (2,3) en (6,1).

Kernpunten

Twee grootheden zijn omgekeerd evenredig als de ene zoveel keer kleiner wordt als de andere groter: verdubbel je xxx, dan halveert yyy. De formule is y=kxy = \dfrac{k}{x}y=xk​, en de definiërende eigenschap is dat het próduct x⋅yx\cdot yx⋅y altijd dezelfde waarde kkk heeft. Dat geeft de herkenningstest: vermenigvuldig bij een tabel telkens xxx en yyy — komt er steeds hetzelfde getal uit, dan is het verband omgekeerd evenredig en is dat product de constante kkk. Waar recht evenredig om een vast quotiënt draait, draait omgekeerd evenredig om een vast product.
De grafiek van een omgekeerd evenredig verband is een hyperbool — dezelfde kromme die je bij de gebroken functies hebt leren kennen, want kx\dfrac{k}{x}xk​ is een gebroken functie. Voor k>0k > 0k>0 ligt de grafiek in het eerste kwadrant (bij positieve xxx): hij daalt van heel hoog bij kleine xxx naar bijna nul bij grote xxx. De assen zijn de asymptoten: de verticale as x=0x = 0x=0 (delen door nul mag niet) en de horizontale as y=0y = 0y=0 (de waarde wordt nooit precies nul). Dat strookt met de intuïtie: hoe groter xxx, hoe kleiner yyy, zonder ooit nul te worden.
Het verschil met een recht evenredig verband is fundamenteel en zit in de vraag „wat blijft constant?”. Bij recht evenredig blijft het quotiënt yx\dfrac{y}{x}xy​ gelijk; bij omgekeerd evenredig blijft het product x⋅yx\cdot yx⋅y gelijk. Daardoor is de grafiek bij recht evenredig een rechte lijn en bij omgekeerd evenredig een dalende hyperbool. Toepassingen van omgekeerde evenredigheid herken je aan situaties met een vaste „totale hoeveelheid die verdeeld wordt”: bij een vaste afstand zijn snelheid en reistijd omgekeerd evenredig (sneller rijden, korter onderweg), en bij een vast werk zijn het aantal werkers en de benodigde tijd omgekeerd evenredig.
Om zo'n verband op te stellen bepaal je de constante uit één waardenpaar via k=x⋅yk = x\cdot yk=x⋅y. Weet je dat y=3y = 3y=3 als x=2x = 2x=2, dan is k=2⋅3=6k = 2\cdot 3 = 6k=2⋅3=6 en is het verband y=6xy = \dfrac{6}{x}y=x6​. Wil je daarna een nieuwe waarde, dan deel je kkk door de gegeven xxx, of — handig bij omgekeerde evenredigheid — gebruik je dat het product behouden blijft: als xxx met factor 3 toeneemt, neemt yyy met factor 3 af. Die „behoud van product”-redenering laat je snel rekenen zonder telkens kkk apart in te vullen.
In de figuur zie je het verband y=6xy = \dfrac{6}{x}y=x6​ met de punten (1,6)(1, 6)(1,6), (2,3)(2, 3)(2,3) en (6,1)(6, 1)(6,1). Controleer dat bij elk punt het product x⋅y=6x\cdot y = 6x⋅y=6 is — dat is de constante kkk. De grafiek nadert de assen maar raakt ze nooit. Door telkens te vragen of het quotiënt óf het product constant is, onderscheid je recht en omgekeerd evenredig feilloos, en kies je de juiste formule, grafiekvorm en rekenstrategie.
y=kx,x⋅y=k (constant)y = \frac{k}{x}, \qquad x\cdot y = k \ (\text{constant})y=xk​,x⋅y=k (constant)

omgekeerd evenredig verband

y en x zijn omgekeerd evenredig als hun product constant is; de grafiek is een hyperbool met de assen als asymptoten.

Uitgewerkt voorbeeld

Een omgekeerd evenredig verband opstellen en gebruiken

Voor een vaste afstand zijn snelheid vvv en reistijd ttt omgekeerd evenredig. Bij v=60v = 60v=60 km/u is t=4t = 4t=4 uur. Bepaal de reistijd bij v=80v = 80v=80 km/u.

  1. 01Stap 1 — Bepaal de constante uit het product

    Bij omgekeerde evenredigheid is het product v·t constant; dat product is hier de vaste afstand.

    k=v⋅t=60⋅4=240 (km)k = v\cdot t = 60\cdot 4 = 240 \ \text{(km)}k=v⋅t=60⋅4=240 (km)
  2. 02Stap 2 — Stel het verband op

    Vul de constante in de standaardvorm t = k/v in.

    t=240vt = \frac{240}{v}t=v240​
  3. 03Stap 3 — Bereken de reistijd bij v = 80

    Vul v = 80 in. (Controle met behoud van product: 80·3 = 240, klopt.)

    t=24080=3 uurt = \frac{240}{80} = 3 \ \text{uur}t=80240​=3 uur

Resultaat: Resultaat: t=240vt = \dfrac{240}{v}t=v240​, dus bij 80 km/u is de reistijd 3 uur. Het product v⋅t=240v\cdot t = 240v⋅t=240 km (de afstand) blijft behouden: harder rijden geeft een evenredig kortere reistijd.

Eindexamen-focus

  • Je moet een omgekeerd evenredig verband herkennen aan het vaste product x⋅y=kx\cdot y = kx⋅y=k en aan de hyperboolgrafiek met de assen als asymptoten.
  • Het CE verwacht dat je y=kxy = \dfrac{k}{x}y=xk​ opstelt uit één waardenpaar en met behoud van het product nieuwe waarden berekent.

Veelgemaakte fouten

  • Omgekeerd en recht evenredig verwarren: bij omgekeerd evenredig is het próduct constant, niet het quotiënt.
  • De constante uit het quotiënt halen (yx\dfrac{y}{x}xy​) terwijl je het product x⋅yx\cdot yx⋅y nodig hebt.
  • Denken dat de grafiek de assen ergens snijdt; x=0x = 0x=0 en y=0y = 0y=0 zijn asymptoten.

Actieve herhaling

Voor een vaste afstand zijn de snelheid vvv en de reistijd ttt omgekeerd evenredig. Bij v=60v = 60v=60 km/u is t=4t = 4t=4 uur. Stel het verband op en bereken de reistijd bij v=80v = 80v=80 km/u.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma wiskunde B (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 03

Machts- en wortelverbanden#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kwadratisch evenredig verband y = 0,5x²

Kwadratisch evenredig verbandSchaubild von y=0,5x², Nullstellen bei x = 0, y-Achsenabschnitt bei y = 0, steigend, im Bereich x von 0 bis 51234524681012y = 0,5x²yx
Afb. 3Het kwadratisch evenredige verband y = 0,5x² (een parabool door de oorsprong). Verdubbelt x van 2 naar 4, dan wordt y vier keer zo groot: van 2 naar 8.

Kernpunten

Naast recht en omgekeerd evenredig bestaan er verbanden waarin yyy evenredig is met een mácht van xxx: y=kxny = kx^ny=kxn. Bij n=2n = 2n=2 spreek je van een kwadratisch evenredig verband (y=kx2y = kx^2y=kx2), bij hogere gehele nnn van een machtsverband, en bij n=12n = \tfrac12n=21​ van een wortelverband (y=kxy = k\sqrt{x}y=kx​). De gemeenschappelijke eigenschap is dat yyy verandert volgens een vaste macht van de schaal waarmee xxx verandert. Verdubbel je xxx bij y=kx2y = kx^2y=kx2, dan wordt yyy vier keer zo groot (22=42^2 = 422=4); verdrievoudig je xxx, dan wordt yyy negen keer zo groot. De exponent nnn bepaalt dus hoe sterk yyy op een schaalverandering van xxx reageert.
Het kwadratisch evenredige verband y=kx2y = kx^2y=kx2 heeft als grafiek een parabool door de oorsprong (een halve parabool als xxx alleen positief kan zijn). Het komt veel voor in meetkundige en natuurkundige contexten: de oppervlakte van een vierkant is evenredig met het kwadraat van de zijde, en de remweg van een auto met het kwadraat van de snelheid. De definiërende rekentest is dat yx2\dfrac{y}{x^2}x2y​ constant is — deel yyy door x2x^2x2, en je vindt telkens dezelfde kkk. Het sterke „op schaal” effect (twee keer zo groot in xxx, vier keer zo groot in yyy) is precies wat zulke verbanden zo kenmerkend maakt.
Het wortelverband y=kxy = k\sqrt{x}y=kx​ is in zekere zin het tegenovergestelde: hier reageert yyy juist gedempt op een verandering van xxx. Maak je xxx vier keer zo groot, dan wordt yyy maar twee keer zo groot (4=2\sqrt{4} = 24​=2). De grafiek is een (halve) wortelkromme die steeds flauwer stijgt, met domein x≥0x \ge 0x≥0. Wortelverbanden treden op waar een grootheid met de wortel van een andere meegroeit, bijvoorbeeld de tijd die een slinger nodig heeft in verhouding tot de wortel van zijn lengte. De rekentest is dat yx\dfrac{y}{\sqrt{x}}x​y​ constant is.
Bij al deze verbanden bepaal je de constante kkk uit één waardenpaar door yyy te delen door de juiste macht van xxx: k=yxnk = \dfrac{y}{x^n}k=xny​. Voor y=kx2y = kx^2y=kx2 met het punt (2,2)(2, 2)(2,2) is k=222=24=0,5k = \dfrac{2}{2^2} = \dfrac{2}{4} = 0{,}5k=222​=42​=0,5, dus y=0,5x2y = 0{,}5x^2y=0,5x2. De kunst is om eerst het tYpe verband te herkennen (welke macht?) en dan pas de constante te bepalen — want deel je door de verkeerde macht, dan krijg je geen constante uitkomst. Een handige check is daarom: probeer een paar waardenparen met de vermoede macht en kijk of yxn\dfrac{y}{x^n}xny​ echt constant blijft.
Door de vier typen naast elkaar te zetten — recht evenredig (n=1n = 1n=1), kwadratisch evenredig (n=2n = 2n=2), wortelverband (n=12n = \tfrac12n=21​) en omgekeerd evenredig (n=−1n = -1n=−1) — zie je dat ze allemaal speciale gevallen van y=kxny = kx^ny=kxn zijn, met telkens een andere exponent. De exponent bepaalt de grafiekvorm (lijn, parabool, wortelkromme of hyperbool) én de schaalregel (hoe yyy op een factor in xxx reageert). Wie deze familie als geheel begrijpt, herkent in een tabel of grafiek snel om welk type het gaat, kiest de bijbehorende rekentest voor kkk, en kan met het verband betrouwbaar voorspellen en redeneren.
y=kxn,k=yxny = kx^n, \qquad k = \frac{y}{x^n}y=kxn,k=xny​

machtsverband (algemeen)

Recht evenredig (n=1), kwadratisch evenredig (n=2), wortelverband (n=½) en omgekeerd evenredig (n=−1) zijn allemaal speciale gevallen.

x→c⋅x ⇒ y→c n⋅yx \to c\cdot x \ \Rightarrow\ y \to c^{\,n}\cdot yx→c⋅x ⇒ y→cn⋅y

schaalregel

Vermenigvuldig je x met een factor c, dan verandert y met de factor cⁿ; bij n = 2 dus met c².

Uitgewerkt voorbeeld

Een kwadratisch evenredig verband gebruiken

De remweg sss is kwadratisch evenredig met de snelheid vvv. Bij v=50v = 50v=50 is s=12,5s = 12{,}5s=12,5 m. Bepaal sss bij v=100v = 100v=100 km/u.

  1. 01Stap 1 — Bepaal de constante

    Bij een kwadratisch evenredig verband is s/v² constant. Reken k uit het gegeven paar.

    k=sv2=12,5502=12,52500=0,005k = \frac{s}{v^2} = \frac{12{,}5}{50^2} = \frac{12{,}5}{2500} = 0{,}005k=v2s​=50212,5​=250012,5​=0,005
  2. 02Stap 2 — Stel het verband op

    Vul de constante in de vorm s = k·v² in.

    s=0,005 v2s = 0{,}005\,v^2s=0,005v2
  3. 03Stap 3 — Bereken s bij v = 100

    Vul v = 100 in. Let op: de snelheid verdubbelt, dus de remweg wordt 2² = 4 keer zo groot.

    s=0,005⋅1002=0,005⋅10000=50 ms = 0{,}005\cdot 100^2 = 0{,}005\cdot 10000 = 50 \ \text{m}s=0,005⋅1002=0,005⋅10000=50 m

Resultaat: Resultaat: s=0,005 v2s = 0{,}005\,v^2s=0,005v2, dus bij 100 km/u is de remweg 50 m. Doordat de snelheid verdubbelde, werd de remweg vier keer zo groot (van 12,5 naar 50 m) — de schaalregel c2c^2c2 in actie.

Eindexamen-focus

  • Je moet machts- en wortelverbanden (y=kx2y = kx^2y=kx2, y=kxy = k\sqrt{x}y=kx​) herkennen aan hun grafiek en aan de schaalregel (factor in xxx wordt xnx^nxn-factor in yyy).
  • Het CE verwacht dat je de constante k=yxnk = \dfrac{y}{x^n}k=xny​ bepaalt uit een waardenpaar en het verband gebruikt om te voorspellen.

Veelgemaakte fouten

  • Bij y=kx2y = kx^2y=kx2 denken dat yyy verdubbelt als xxx verdubbelt; yyy wordt juist vier keer zo groot.
  • De constante uit yx\dfrac{y}{x}xy​ halen bij een kwadratisch of wortelverband, in plaats van uit yx2\dfrac{y}{x^2}x2y​ respectievelijk yx\dfrac{y}{\sqrt{x}}x​y​.
  • Het domein van een wortelverband vergeten: x\sqrt{x}x​ vraagt x≥0x \ge 0x≥0.

Actieve herhaling

De remweg sss van een auto is kwadratisch evenredig met de snelheid vvv. Bij v=50v = 50v=50 km/u is s=12,5s = 12{,}5s=12,5 m. Stel het verband op en bepaal de remweg bij v=100v = 100v=100 km/u.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma wiskunde B (HAVO) (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01Recht evenredige verbanden○
    • 02Omgekeerd evenredige verbanden◐
    • 03Machts- en wortelverbanden◐

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Evenredigheidsverbanden

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~14
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma wiskunde B (HAVO)

Vorig onderwerp

Vergelijkingen en ongelijkheden

Volgend onderwerp

Periodieke (goniometrische) functies

EuraStudy·Samenvattingen T·05·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.