EuraStudy
Samenvattingen/Tekenen/Praktijk: werkproces, reflectie en presentatie (werkstuk en dossier)
Samenvattingen · TekenenNL · HAVO

Praktijk: werkproces, reflectie en presentatie (werkstuk en dossier)

Dit onderwerp hoort bij het schoolexamen: het volledige werkproces en de verantwoording ervan. Je leert de fasen van een beeldend werkproces (oriënteren, onderzoeken, uitvoeren, evalueren), hoe je op je proces en product reflecteert, en hoe je alles vastlegt in een procesdossier en presenteert. Ook zie je hoe het schoolexamen doorgaans wordt beoordeeld; de precieze criteria en weging legt je school vast in het PTA.

4 Onderdelen·~17 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·131313 / 13
Examenprofiel
Praktijk (schoolexamen): een volledig werkproces doorlopen van oriëntatie tot afgerond werkstukReflecteren op het eigen proces en product met het begrippenapparaatHet werkproces vastleggen en verantwoorden in een procesdossierEigen werk presenteren en toelichten
Operatoren:doorloopreflecteerverantwoorddocumenteerpresenteerevalueer

basisniveau

Het werkproces, het dossier en de presentatie horen bij het schoolexamen; de school bepaalt de opdrachten, de dossiereisen en de beoordelingscriteria in het PTA.

verhoogd niveau

Wie zich verdiept, reflecteert scherper en verantwoordt de eigen keuzes uitgebreider met vaktaal.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Praktijk: werkproces, reflectie en presentatie (werkstuk en dossier)
    • 01Het werkproces in fasen○
    • 02Reflectie en evaluatie◐
    • 03Het procesdossier en de presentatie◐
    • 04De beoordeling van het schoolexamen●
§ 01

Het werkproces in fasen#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Kernpunten

Een beeldend werkstuk ontstaat niet in één keer maar via een werkproces met herkenbare fasen, en het beheersen van dat proces is een kerndoel van het schoolexamen (zie Afb. 1). De eerste fase is het oriënteren: je verkent de opdracht of het thema, verzamelt eerste indrukken en bepaalt de richting van je onderzoek. De tweede is het onderzoeken: je doet beeldend onderzoek, schetst en experimenteert (de vaardigheden van het vorige onderwerp). De derde is het uitvoeren: je kiest een richting en werkt die planmatig uit tot een afgerond werk. De vierde is het evalueren: je kijkt terug op proces en product en trekt conclusies. Deze fasen geven je werk structuur en voorkomen dat je stuurloos begint. Op de praktijk laat je zien dat je een werkproces bewust en gestructureerd doorloopt.

Het werkproces als cyclus

De werkprocescyclusGraaf, Oriënteren → Onderzoeken, Onderzoeken → Uitvoeren, Uitvoeren → Evalueren, Evalueren → OriënterenOriënterenOnderzoekenUitvoerenEvaluerenbijsturen
Afb. 1Afb. 1 — Het werkproces verloopt cyclisch: oriënteren, onderzoeken, uitvoeren en evalueren wisselen elkaar af en sturen elkaar bij.
Het werkproces verloopt zelden strikt rechtlijnig maar eerder cyclisch, en dat besef maakt je een flexibelere maker. Vaak keer je tijdens het uitvoeren terug naar het onderzoek — bijvoorbeeld omdat een gekozen aanpak toch niet werkt en je opnieuw moet verkennen — of stel je op grond van een tussentijdse evaluatie je richting bij. De fasen zijn dus geen eenmalige, elkaar netjes opvolgende stappen maar terugkerende bewegingen: onderzoeken, uitvoeren en evalueren wisselen elkaar af tot het werk af is. Deze cyclische, bijsturende manier van werken is normaal en zelfs wenselijk: ze laat zien dat je op je eigen werk reageert. Op de praktijk is het herkennen en benoemen van deze heen-en-weerbeweging in je proces een teken van een bewuste werkhouding.
Elke fase vraagt een andere houding en levert een ander soort werk op, en het is nuttig die te onderscheiden. Het oriënteren en onderzoeken vraagt een open, nieuwsgierige, verkennende houding (divergeren): veel proberen, weinig oordelen. Het kiezen en uitvoeren vraagt juist een gerichte, besluitvaardige houding (convergeren): knopen doorhakken en volhouden. Het evalueren vraagt een kritische, afstandelijke houding: eerlijk terugkijken op wat wel en niet lukte. Wie deze houdingen door elkaar haalt — te vroeg oordelen in het onderzoek, of nooit durven kiezen bij het uitvoeren — loopt vast. Op de praktijk laat je zien dat je per fase de passende houding kunt aannemen en op het juiste moment kunt overschakelen.
Het bewust doorlopen van het werkproces is minstens zo belangrijk als het eindwerk zelf, en dat verklaart waarom het schoolexamen niet alleen het product maar ook het proces beoordeelt. Een technisch verzorgd eindwerk zonder zichtbaar onderzoek en zonder verantwoorde keuzes scoort lager dan een werk dat aantoonbaar uit een grondig, doordacht proces voortkomt. Daarom leg je je hele proces vast in een procesdossier (zie verderop), zodat je oriëntatie, onderzoek, keuzes en evaluatie zichtbaar en beoordeelbaar worden. Op de praktijk toon je zo dat je niet alleen een werk kunt máken, maar dat je de weg ernaartoe kunt sturen en verantwoorden — precies de zelfstandige, onderzoekende werkhouding die het vak beoogt. De volgende onderdelen werken de reflectie, het dossier en de beoordeling verder uit.
Uitgewerkt voorbeeld

Een werkproces in fasen beschrijven

Beschrijf het werkproces van een zelfportret in de vier fasen en geef een moment aan waarop je terugkeerde naar een eerdere fase.

  1. 01Oriënteren

    Je verkent het thema zelfportret: wat wil je over jezelf laten zien, welke sfeer, welk standpunt? Je verzamelt eerste ideeën.

  2. 02Onderzoeken

    Je maakt schetsen van verschillende poses en lichtvallen en experimenteert met technieken om de gewenste sfeer te bereiken.

  3. 03Uitvoeren

    Je kiest de sterkste opzet en werkt het portret planmatig uit, van de globale opzet naar het licht en de details.

  4. 04Terugkeren en evalueren

    Tijdens het uitwerken merk je dat het licht te vlak is; je keert terug naar het onderzoek, probeert een sterker zijlicht, en werkt dat dan uit. Ten slotte evalueer je proces en resultaat.

Resultaat: Het zelfportret ontstaat via oriënteren, onderzoeken, uitvoeren en evalueren, met een bewuste terugkeer naar het onderzoek toen het licht niet werkte; het cyclische, bijsturende proces is zo zichtbaar en verantwoord.

Eindexamen-focus

  • De fasen van het werkproces (oriënteren, onderzoeken, uitvoeren, evalueren) herkennen en gestructureerd doorlopen.
  • Het cyclische, bijsturende karakter van het proces herkennen en per fase de passende houding aannemen.

Veelgemaakte fouten

  • Meteen aan het eindwerk beginnen zonder oriëntatie en onderzoek, waardoor het proces niet zichtbaar en het werk oppervlakkig wordt.
  • Het proces als een strikt rechte lijn zien en niet durven terugkeren naar een eerdere fase als dat nodig is.

Actieve herhaling

Beschrijf voor een eigen opdracht je werkproces in de vier fasen (oriënteren, onderzoeken, uitvoeren, evalueren). Geef per fase aan wat je deed en op welk moment je terugkeerde naar een eerdere fase.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (tekenen) havo — praktijk: het werkproces (CvTE / Examenblad)

§ 02

Reflectie en evaluatie#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Reflecteren is het met afstand en argumenten terugkijken op je eigen werk en werkproces, en het is een vaardigheid die het schoolexamen uitdrukkelijk beoordeelt (zie Afb. 2). Reflecteren is meer dan zeggen of je iets 'mooi' of 'gelukt' vindt: het is analyseren wat er is gebeurd, verklaren waarom, en daaruit leren voor de toekomst. Je onderscheidt daarbij de reflectie op het product (het afgeronde werk: is het geworden wat je wilde, werken de beeldaspecten samen?) van de reflectie op het proces (de weg ernaartoe: verliep het onderzoek grondig, koos je goed, waar liep je vast?). Beide zijn belangrijk: een geslaagd werk kan uit een rommelig proces komen, en een mooi proces kan op een tegenvallend werk uitlopen. Op de praktijk laat je zien dat je op beide gericht en eerlijk kunt terugkijken.

De stappen van reflectie

De reflectiestappenGraaf, Terugkijken (wat deed ik?) → Analyseren (waarom zo?), Analyseren (waarom zo?) → Beargumenteerd oordelen, Beargumenteerd oordelen → Vooruitkijken (wat leer ik?)Terugkijken (watdeed ik?)Analyseren(waarom zo?)BeargumenteerdoordelenVooruitkijken(wat leer ik?)
Afb. 2Afb. 2 — Reflectie verloopt in stappen: van feitelijk terugkijken via analyse en beargumenteerd oordeel naar een vooruitblik.
Goede reflectie verloopt in herkenbare stappen, en die structuur helpt je van een oppervlakkige naar een diepe terugblik te komen. Eerst kijk je terug en beschrijf je feitelijk wat je deed en wat het resultaat is. Dan analyseer je: waarom pakte iets goed of minder goed uit, welke keuze had welk gevolg? Vervolgens oordeel je beargumenteerd: in hoeverre is je doel bereikt, en waaraan meet je dat af? Ten slotte kijk je vooruit: wat neem je hiervan mee, wat zou je een volgende keer anders doen? Deze opbouw — terugkijken, analyseren, oordelen, vooruitkijken — voorkomt dat je in vage indrukken blijft steken. Op de praktijk maakt een reflectie die deze stappen zichtbaar doorloopt, het verschil tussen een losse mening en een echte evaluatie.
Sterke reflectie gebruikt het begrippenapparaat van het vak, en juist daarin komen het beschouwen en het maken opnieuw samen. Wanneer je je eigen werk beoordeelt, doe je dat het overtuigendst met dezelfde vaktaal waarmee je op het centraal examen andermans werk analyseert: 'de compositie is te symmetrisch geworden, waardoor het werk statisch oogt', of 'het complementaire contrast geeft precies de nadruk die ik wilde'. Zo verantwoord je je oordeel met controleerbare waarnemingen in plaats van met smaak. Dit maakt je reflectie niet alleen geloofwaardiger maar ook leerzamer: je benoemt precies welk beeldaspect wel of niet werkte. Op de praktijk til je je reflectie naar een hoger niveau door consequent met vaktermen over je eigen werk te spreken.
Reflectie is bovendien geen eenmalige afsluiting maar loopt door het hele werkproces heen, en dat inzicht maakt haar tot een sturingsinstrument. Tussentijds evalueren — even afstand nemen en beoordelen of je nog op koers ligt — helpt je bijsturen voordat het te laat is; de eindreflectie sluit het werk af en oogst de leerinzichten. Deze doorlopende, kritische zelfbevraging is precies de zelfstandige, onderzoekende houding die het vak wil ontwikkelen. In je procesdossier maak je je reflectie zichtbaar, zowel de tussentijdse bijstellingen als de eindevaluatie, zodat de examinator je leerproces kan volgen. Op de praktijk toon je met een doorlopende, in vaktaal onderbouwde reflectie dat je niet alleen maakt, maar ook bewust leert van wat je maakt — de kern van dit onderdeel, dat in het procesdossier van het volgende onderwerp wordt vastgelegd.
Uitgewerkt voorbeeld

Een reflectie met vaktaal opbouwen

Reflecteer op een eigen landschapsschildering die vlakker uitpakte dan je wilde. Doorloop de vier stappen met vaktaal.

  1. 01Terugkijken

    Beschrijf feitelijk: je maakte een landschap in koele kleuren en wilde diepte, maar het geheel oogt vlak.

  2. 02Analyseren

    Analyseer met vaktaal: je gebruikte in voor- en achtergrond bijna dezelfde toonwaarde en verzadiging, waardoor het atmosferisch perspectief onvoldoende werkt.

  3. 03Oordelen

    Oordeel beargumenteerd: het doel (diepte) is maar deels bereikt; de compositie klopt, maar de ruimtewerking schiet tekort door het gebrek aan kleur- en toonverschil.

  4. 04Vooruitkijken

    Trek een leerinzicht: een volgende keer maak ik de voorgrond warmer, scherper en donkerder en de verte koeler, lichter en waziger om het atmosferisch perspectief te versterken.

Resultaat: De reflectie doorloopt alle stappen en verklaart het tegenvallende resultaat met vaktaal (te weinig verschil in toon en verzadiging voor het atmosferisch perspectief); het leerinzicht is concreet en toepasbaar.

Eindexamen-focus

  • Reflecteren op product én proces via de stappen terugkijken, analyseren, beargumenteerd oordelen en vooruitkijken.
  • De eigen keuzes en het resultaat met het begrippenapparaat (vaktaal) verantwoorden in plaats van met smaak.

Veelgemaakte fouten

  • Reflectie beperken tot een smaakoordeel ('ik vind het mooi/gelukt') zonder analyse, argumentatie of vaktaal.
  • Alleen reflecteren op het product en de reflectie op het proces (onderzoek, keuzes, vastlopen) overslaan.

Actieve herhaling

Schrijf een reflectie op een eigen werk. Doorloop de vier stappen (terugkijken, analyseren, oordelen, vooruitkijken) en gebruik in je analyse minstens twee beeldaspecten met vaktaal.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (tekenen) havo — praktijk: reflectie en evaluatie (CvTE / Examenblad)

§ 03

Het procesdossier en de presentatie#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Het procesdossier (soms procesboek, schetsboek of portfolio genoemd) is de plek waar je je hele werkproces vastlegt, en het is een centraal onderdeel van de schoolexamenbeoordeling (zie Afb. 3). Waar het eindwerk het resultaat toont, toont het dossier de weg ernaartoe: je oriëntatie, je onderzoek en bronnen, je schetsen en experimenten, je keuzes en verantwoording, en je reflectie. Doordat het beeldend proces grotendeels onzichtbaar zou blijven als je alleen het eindwerk inlevert, maakt het dossier je denken, onderzoeken en beslissen zichtbaar en beoordeelbaar. Een goed dossier is geen nette bloemlezing achteraf, maar een eerlijke, meegroeiende documentatie van het echte proces — inclusief de zoekende en mislukte pogingen. Op de praktijk laat je met je dossier zien hoe je tot je werk bent gekomen.

Onderdelen van het procesdossier

Het procesdossierTabel met 3 kolommen en 6 rijen, Gegevens: Onderdeel · Wat erin staat · Waarom; Onderzoek & bronnen · Verzamelde en geanalyseerde beelden · Toont de basis van het werk; Schetsen · Idee- en compositieschetsen · Toont de ideeontwikkeling; Experimenten · Materiaal- en techniekproeven · Toont de verkenning van middelen; Keuzes & verantwoording · Gemaakte keuzes met argumenten · Maakt het proces navolgbaar; Eindwerk · Het afgeronde werkstuk · Toont het resultaat; Reflectie · Terugblik op proces en product · Toont het leerinzicht, gemarkeerde cel: Maakt het proces navolgbaarONDERDEELWAT ERIN STAATWAAROMOnderzoek & bronnenVerzamelde en geanalyseerdebeeldenToont de basis van het werkSchetsenIdee- en compositieschetsenToont de ideeontwikkelingExperimentenMateriaal-en techniekproevenToont de verkenning vanmiddelenKeuzes & verantwoordingGemaakte keuzes metargumentenMaakt het proces navolgbaarEindwerkHet afgeronde werkstukToont het resultaatReflectieTerugblik op proces enproductToont het leerinzicht
Afb. 3Afb. 3 — De onderdelen van een procesdossier; samen maken ze het werkproces zichtbaar en beoordeelbaar.
Een sterk procesdossier bevat een aantal herkenbare onderdelen, en het is nuttig te weten wat erin hoort. Er staan je onderzoek en bronnen in (de beelden die je verzamelde en analyseerde), je schetsen (de idee- en compositieontwikkeling), je experimenten (de materiaal- en techniekproeven), je keuzes met verantwoording (welke richting koos je en waarom), je eindwerk, en je reflectie (de tussentijdse en de eindevaluatie). Samen vertellen die onderdelen het verhaal van je proces. Belangrijk is dat het dossier niet alleen laat zien wát je maakte maar ook wát je dacht: korte aantekeningen bij je schetsen en experimenten maken je keuzes navolgbaar. Op de praktijk zorg je dat je dossier volledig en samenhangend is, zodat de examinator je hele proces kan volgen.
Naast het documenteren hoort bij dit onderdeel het presenteren: het bewust tonen en toelichten van je werk aan anderen. Presenteren is een vaardigheid op zich: je kiest hoe je je werk laat zien (de opstelling, de volgorde, de context) en hoe je het toelicht (mondeling of schriftelijk, met welke argumenten). Een goede presentatie helpt de kijker je werk te begrijpen: je legt uit wat je wilde, welke keuzes je maakte en hoe die het resultaat bepaalden — opnieuw met vaktaal. De manier waarop je je werk presenteert, kan de betekenis ervan zelfs versterken, net zoals de museale of ruimtelijke presentatie bij de hedendaagse kunst betekenis toevoegt. Op de praktijk laat je met je presentatie zien dat je je eigen werk kunt duiden en overbrengen.
Het dossier en de presentatie sluiten het werkproces af en verbinden de hele praktijk met het begrippenapparaat, en daarmee ronden ze dit vak af. In je dossier en toelichting gebruik je consequent de vaktaal die je voor het centraal examen leert: je beschrijft je eigen werk in termen van voorstelling, vormgeving (de beeldaspecten) en betekenis, en je verantwoordt je keuzes ermee. Zo blijkt dat het beschouwen en het maken twee kanten van hetzelfde vak zijn: wie zelf onderzoekt, kiest, maakt en verantwoordt, begrijpt de keuzes van andere kunstenaars dieper, en omgekeerd. Op de praktijk toont een goed verzorgd, met vaktaal onderbouwd dossier en een heldere presentatie dat je het volledige vak — van waarnemen en beschouwen tot maken en verantwoorden — beheerst. Hoe dit alles wordt beoordeeld, behandelt het laatste onderdeel.
Uitgewerkt voorbeeld

Een dossier opbouwen

Beschrijf hoe je een procesdossier opbouwt voor een schilderopdracht rond het thema 'de stad', zodat je proces zichtbaar wordt.

  1. 01Onderzoek & bronnen

    Neem je verzamelde stadsbeelden en je analyses ervan op; noteer wat je opviel (ritme van ramen, licht in straten).

  2. 02Schetsen & experimenten

    Voeg je compositieschetsen en je materiaalproeven toe, met korte aantekeningen over wat wel en niet werkte.

  3. 03Keuzes & eindwerk

    Leg vast welke richting je koos en waarom, en presenteer het afgeronde schilderij.

  4. 04Reflectie

    Sluit af met een reflectie in vaktaal op proces en product, inclusief wat je een volgende keer anders zou doen.

Resultaat: Het dossier bevat onderzoek, schetsen, experimenten, keuzes, eindwerk en reflectie met aantekeningen; daardoor is het hele proces — van verzamelen tot afronden — zichtbaar, navolgbaar en beoordeelbaar.

Eindexamen-focus

  • Een volledig, samenhangend procesdossier samenstellen dat onderzoek, schetsen, experimenten, keuzes, eindwerk en reflectie bevat.
  • Eigen werk presenteren en met vaktaal (voorstelling, vormgeving, betekenis) toelichten.

Veelgemaakte fouten

  • Het dossier achteraf als een nette bloemlezing samenstellen en de zoekende, mislukte pogingen weglaten, waardoor het echte proces onzichtbaar blijft.
  • Bij schetsen en experimenten geen aantekeningen maken, waardoor je keuzes voor de examinator niet navolgbaar zijn.

Actieve herhaling

Stel de inhoudsopgave van je procesdossier op voor één opdracht. Geef per onderdeel (onderzoek, schetsen, experimenten, keuzes, eindwerk, reflectie) aan wat je erin opneemt en waarom dat je proces zichtbaar maakt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (tekenen) havo — praktijk: procesdossier en presentatie (CvTE / Examenblad)

§ 04

De beoordeling van het schoolexamen#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl

Kernpunten

Het praktijkgedeelte van het schoolexamen wordt op meer beoordeeld dan alleen de fraaiheid van het eindwerk, en het is nuttig te weten waar de school naar kijkt (zie Afb. 4). De precieze criteria en hun weging legt elke school vast in haar programma van toetsing en afsluiting (PTA), maar in grote lijnen keren enkele beoordelingsaspecten steeds terug. Het gaat om je onderzoekend vermogen (hoe breed en diep onderzoek en experimenteer je), je technische beheersing (hoe vaardig ga je met materiaal en techniek om), je vormgeving (hoe bewust en samenhangend zet je de beeldaspecten in), je eigenheid (hoe origineel en persoonlijk zijn je keuzes), je reflectie en verantwoording (hoe goed kijk je terug en onderbouw je), en de kwaliteit van je procesdossier (hoe volledig en navolgbaar is het). Op de praktijk help je jezelf door je werk tegen deze aspecten te leggen.

Beoordelingsaspecten van de praktijk

BeoordelingsaspectenTabel met 2 kolommen en 6 rijen, Gegevens: Aspect · Wat wordt beoordeeld; Onderzoekend vermogen · Breedte en diepte van onderzoek en experiment; Technische beheersing · Vaardigheid met materiaal en techniek; Vormgeving · Bewuste, samenhangende inzet van de beeldaspecten; Eigenheid · Originaliteit en persoonlijke keuzes; Reflectie & verantwoording · Kwaliteit van de terugblik en de argumentatie; Procesdossier · Volledigheid en navolgbaarheid van het proces, gemarkeerde cel: Breedte en diepte van onderzoek en experimentASPECTWAT WORDT BEOORDEELDOnderzoekend vermogenBreedte en diepte vanonderzoek en experimentTechnische beheersingVaardigheid met materiaal entechniekVormgevingBewuste, samenhangende inzetvan de beeldaspectenEigenheidOriginaliteit enpersoonlijke keuzesReflectie & verantwoordingKwaliteit van de terugbliken de argumentatieProcesdossierVolledigheid ennavolgbaarheid van hetproces
Afb. 4Afb. 4 — De terugkerende beoordelingsaspecten van de praktijk; de precieze weging staat in het PTA van de school.
Dat het proces meetelt naast het product is een bewuste keuze met een belangrijke reden, en het begrijpen daarvan helpt je gerichter werken. Twee leerlingen kunnen een even fraai eindwerk inleveren, maar als de een dat bereikte via een grondig onderzoek met verantwoorde keuzes en de ander via een gelukkige gok, verschilt hun leerprestatie enorm. Door het proces te beoordelen, waardeert de school de vaardigheden die het vak wil ontwikkelen: onderzoeken, kiezen, reflecteren en verantwoorden. Dit betekent ook dat een minder geslaagd eindwerk toch goed kan scoren als het proces sterk en het leerinzicht groot is. Op de praktijk loont het daarom altijd om je proces zichtbaar en verantwoord te maken, ook — juist — als het eindresultaat tegenvalt.
De beoordelingsaspecten sluiten aan bij alles wat je in de praktijkonderwerpen hebt geleerd, en dat maakt ze tot een handige checklist voor je eigen werk. Het onderzoekend vermogen komt terug in je beeldend onderzoek, schetsen en experimenten; de technische beheersing in je teken- en schildervaardigheid; de vormgeving in je bewuste inzet van de beeldaspecten; de reflectie in je evaluaties; en het dossier verzamelt dit alles. Door tijdens het werken deze aspecten in de gaten te houden, stuur je je proces gericht: heb ik genoeg onderzocht, mijn keuzes verantwoord, met vaktaal gereflecteerd? Op de praktijk gebruik je de beoordelingsaspecten dus niet pas achteraf, maar als kompas tijdens je hele werkproces.
Het geheel van proces, product, reflectie en dossier vormt de afronding van het vak tekenen, en het brengt de twee helften van het eindexamen samen. Het schoolexamen (de praktijk) en het centraal examen (kunst beschouwen) zijn geen losse werelden: in je praktijk pas je hetzelfde begrippenapparaat toe dat je bij het beschouwen leert, en je reflectie en verantwoording zijn beschouwing van je eigen werk. Het eindcijfer combineert doorgaans het centraal examen en het schoolexamen tot één gemiddelde, volgens de regels van het PTA en de slaag-zakregeling. Zo beoordeelt het vak je vermogen om beeldende kunst te begrijpen én zelf te maken en te verantwoorden. Op de praktijk laat je met een sterk, verantwoord en gereflecteerd geheel zien dat je het volledige vak beheerst — van waarnemen en beschouwen tot onderzoeken, maken en presenteren.
Uitgewerkt voorbeeld

Jezelf beoordelen op de aspecten

Beoordeel een eigen werk op de aspecten onderzoek, vormgeving en reflectie en noem per aspect een verbeterpunt.

  1. 01Onderzoek

    Beoordeel je onderzoek: heb je breed verkend en geëxperimenteerd, of ben je te snel gaan uitwerken? Verbeterpunt: meer varianten schetsen voordat je kiest.

  2. 02Vormgeving

    Beoordeel de inzet van de beeldaspecten: werken compositie, kleur en licht samen aan je doel? Verbeterpunt: het kleurcontrast bewuster inzetten voor nadruk.

  3. 03Reflectie

    Beoordeel je reflectie: gebruik je vaktaal en analyseer je oorzaken, of blijf je bij smaak? Verbeterpunt: elke conclusie aan een concreet beeldaspect koppelen.

  4. 04Vat samen

    Weeg de aspecten samen tot een eerlijk zelfoordeel en formuleer wat je het eerst zou aanpakken.

Resultaat: De zelfbeoordeling loopt per aspect langs onderzoek, vormgeving en reflectie, met een concreet verbeterpunt bij elk; zo gebruik je de beoordelingsaspecten als kompas voor je verdere ontwikkeling.

Eindexamen-focus

  • De terugkerende beoordelingsaspecten (onderzoek, techniek, vormgeving, eigenheid, reflectie, dossier) herkennen en op het eigen werk toepassen.
  • Begrijpen dat proces en product samen worden beoordeeld en het proces zichtbaar en verantwoord maken.

Veelgemaakte fouten

  • Alleen op het mooie eindwerk mikken en het onderzoek, de reflectie en het dossier verwaarlozen, waardoor je op de procesaspecten laag scoort.
  • De beoordelingsaspecten pas na afloop bekijken in plaats van ze tijdens het werkproces als kompas te gebruiken.

Actieve herhaling

Leg je laatste eigen werk naast de zes beoordelingsaspecten (onderzoek, techniek, vormgeving, eigenheid, reflectie, dossier). Beoordeel jezelf per aspect met een korte, onderbouwde toelichting en noem één verbeterpunt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (tekenen) havo — praktijk: beoordeling schoolexamen (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Het werkproces in fasen○
    • 02Reflectie en evaluatie◐
    • 03Het procesdossier en de presentatie◐
    • 04De beoordeling van het schoolexamen●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Praktijk: werkproces, reflectie en presentatie (werkstuk en dossier)

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~17
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma beeldende vakken (tekenen) havo — praktijk: het werkproces

Vorig onderwerp

Praktijk: beeldend onderzoek, schetsen en experiment

EuraStudy·Samenvattingen T·13·MMXXVI

Laatste onderwerp van dit vak — terug naar het vakoverzicht.