EuraStudy
Samenvattingen/Tekenen/Kunstgeschiedenis: negentiende eeuw (romantiek, realisme, impressionisme)
Samenvattingen · TekenenNL · HAVO

Kunstgeschiedenis: negentiende eeuw (romantiek, realisme, impressionisme)

Dit onderwerp behandelt de drie grote stromingen van de negentiende eeuw: de romantiek (gevoel, verbeelding, natuur), het realisme (de ongeïdealiseerde, gewone werkelijkheid) en het impressionisme (licht, atmosfeer en de momentopname). Je leert de kenmerken en sleutelwerken van makers als Goya, Friedrich, Delacroix, Courbet, Millet en Monet, en je ziet hoe deze eeuw — mede door de fotografie en de industrialisatie — de weg naar de moderne kunst opent.

4 Onderdelen·~17 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·0888 / 13
Examenprofiel
De romantiek herkennen aan gevoel, verbeelding, natuur en dramatiek en aan makers als Goya, Friedrich en DelacroixHet realisme herkennen aan de ongeïdealiseerde weergave van de gewone werkelijkheid (Courbet, Millet)Het impressionisme herkennen aan licht, atmosfeer, losse toets en de momentopname (Monet, Renoir, Degas)De invloed van fotografie en industrialisatie op de kunst van de negentiende eeuw uitleggen
Operatoren:benoembeschrijfleg uitverklaarvergelijkdateer op stijl

basisniveau

De negentiende-eeuwse stromingen horen tot de kunsthistorische stof van het centraal examen; je moet werken op stijl kunnen herkennen, dateren en vergelijken.

verhoogd niveau

In eigen werk kun je een impressionistische, op licht en toets gerichte aanpak of een realistische, waarnemende aanpak bewust kiezen.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Kunstgeschiedenis: negentiende eeuw (romantiek, realisme, impressionisme)
    • 01Overzicht: een eeuw van snelle verandering○
    • 02De romantiek: gevoel, verbeelding en natuur◐
    • 03Het realisme: de gewone werkelijkheid◐
    • 04Het impressionisme: licht, atmosfeer en het moment●
§ 01

Overzicht: een eeuw van snelle verandering#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Kernpunten

De negentiende eeuw is een tijd van ingrijpende maatschappelijke veranderingen die zich rechtstreeks in de kunst weerspiegelen, en een globaal overzicht helpt je de stromingen te ordenen (zie Afb. 1). De industriële revolutie verandert het landschap, de steden en het werk; de burgerij wordt de belangrijkste opdrachtgever en koper; en oude zekerheden — kerk, adel, traditie — verliezen hun greep. Tegelijk maakt de uitvinding van de fotografie (rond 1839) een einde aan het monopolie van de schilderkunst op de getrouwe weergave. In deze eeuw volgen de stromingen elkaar sneller op dan ooit: romantiek, realisme en impressionisme reageren op elkaar en op hun tijd. Op het examen helpt dit kader je een werk te dateren en te begrijpen waaróp het reageert.

Tijdlijn van de negentiende-eeuwse stromingen

De negentiende eeuw, 1800–1910Tijdlijn van 1800 tot 1910, 1814: Goya, De derde mei 1808, 1830: Delacroix, De vrijheid leidt het volk, 1850: Courbet, Begrafenis te Ornans, 1857: Millet, De arenleessters, 1872: Monet, Impression, soleil levant, 1886: Seurat, La Grande Jatte, 1889: Van Gogh, De sterrennacht, 1800–1850: Romantiek, 1840–1880: Realisme, 1870–1895: Impressionisme, 1885–1905: Post-impressionisme18001910jaarRomantiekRealismeImpressionismePost-impressionisme1814Goya, De derdemei 18081830Delacroix, Devrijheid leidt …1850Courbet,Begrafenis te O…1857Millet, Dearenleessters1872Monet,Impression, sol…1886Seurat, LaGrande Jatte1889Van Gogh, Desterrennacht
Afb. 1Afb. 1 — De negentiende-eeuwse stromingen met sleutelwerken: van de romantiek van Goya en Delacroix via het realisme van Courbet naar het impressionisme van Monet en het post-impressionisme.
De drie hoofdstromingen laten zich onderscheiden aan hun houding tegenover de werkelijkheid, en dat is het handigste ordeningsprincipe. De romantiek (grofweg 1800–1850) keert zich naar binnen en naar de verbeelding: gevoel, hartstocht, de overweldigende natuur en het verleden zijn haar onderwerpen. Het realisme (grofweg 1840–1880) keert zich juist naar buiten, naar de nuchtere, alledaagse werkelijkheid van gewone mensen en arbeid, zonder idealisering. Het impressionisme (grofweg 1870–1890) richt zich op de zintuiglijke waarneming: hoe het licht en de atmosfeer een tafereel op één moment doen verschijnen. Zo verschuift de aandacht van het innerlijk gevoel (romantiek) via de sociale werkelijkheid (realisme) naar de vluchtige zintuiglijke indruk (impressionisme).
Deze stromingen lossen elkaar niet netjes af maar overlappen en reageren op elkaar, en dat inzicht maakt je tijdsbeeld genuanceerder. Het realisme is deels een reactie op de romantiek: tegenover de heroïsche, dramatische verbeelding stelt het de nuchtere waarheid van het dagelijks leven. Het impressionisme bouwt weer voort op het realisme (de gewone, moderne onderwerpen) maar voegt de radicale aandacht voor licht en toets toe. Aan het eind van de eeuw ontstaat uit het impressionisme het post-impressionisme (Van Gogh, Cézanne, Seurat), dat de deur naar de twintigste-eeuwse moderne kunst openzet. Op het examen kun je zo niet alleen een werk in een stroming plaatsen, maar ook uitleggen op welke voorganger het reageert of voortbouwt.
Twee externe factoren verklaren veel van de veranderingen in deze eeuw, en het benoemen ervan tilt je analyse op. De fotografie neemt de documentaire, nabootsende taak van de schilderkunst deels over; schilders zoeken daardoor naar wat de fotografie niet kan — de persoonlijke indruk, het gevoel, het licht, de vluchtige beweging. De industrialisatie en de opkomst van de moderne stad leveren nieuwe onderwerpen (treinstations, boulevards, fabrieken, vrijetijdsbesteding) en nieuwe middelen (verf in tubes, waardoor buiten schilderen makkelijker wordt). Zo hangt de vorm van de kunst samen met de techniek en de samenleving van haar tijd. Met dit overzicht op zak ga je nu de drie stromingen één voor één bekijken, te beginnen bij de romantiek.
Uitgewerkt voorbeeld

De invloed van de fotografie uitleggen

Leg uit hoe de fotografie de schilderkunst van de negentiende eeuw beïnvloedde en noem per stroming een passend onderwerp.

  1. 01Bepaal wat de fotografie overnam

    De fotografie kon vanaf circa 1839 de werkelijkheid getrouw en snel vastleggen; ze nam daarmee de documentaire, nabootsende taak van de schilderkunst deels over.

  2. 02Bepaal de reactie

    Schilders zochten naar wat de fotografie (nog) niet kon: het persoonlijke gevoel, de vluchtige lichtindruk, de subjectieve beleving.

  3. 03Koppel de onderwerpen

    Romantiek: de overweldigende natuur of een heroïsche gebeurtenis; realisme: gewone arbeiders of boeren; impressionisme: een boulevard of een tuin in wisselend licht.

  4. 04Formuleer

    De fotografie duwde de schilderkunst weg van de kale nabootsing en naar het gevoel, het licht en de persoonlijke indruk.

Resultaat: De fotografie nam de getrouwe weergave over, waardoor schilders zich richtten op gevoel, licht en persoonlijke indruk; romantiek koos de natuur, realisme de arbeider, impressionisme de lichtindruk van het moderne leven.

Eindexamen-focus

  • De drie stromingen (romantiek, realisme, impressionisme) ordenen naar hun houding tegenover de werkelijkheid.
  • De invloed van fotografie en industrialisatie op de negentiende-eeuwse kunst benoemen.

Veelgemaakte fouten

  • De stromingen als strikt gescheiden en elkaar netjes aflossend zien in plaats van als overlappende, op elkaar reagerende bewegingen.
  • De maatschappelijke context (fotografie, industrialisatie, burgerij) weglaten en de stijlveranderingen als toeval presenteren.

Actieve herhaling

Leg in het kort uit hoe de uitvinding van de fotografie de negentiende-eeuwse schilderkunst beïnvloedde, en noem per stroming (romantiek, realisme, impressionisme) één onderwerp dat bij die stroming past.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (tekenen) havo — de negentiende eeuw (CvTE / Examenblad)

§ 02

De romantiek: gevoel, verbeelding en natuur#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kenmerken van de romantiek

Kenmerken van de romantiekTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Kenmerk · Toelichting · Sleutelwerk (jaar); Gevoel & verbeelding · Hartstocht, verlangen, het innerlijk · Delacroix, De vrijheid leidt het volk (1830); Verheven natuur · De mens klein tegenover de grootse natuur · Friedrich, De wandelaar boven de nevelzee (ca. 1818); Drama & aanklacht · Heroïek, tragiek, engagement · Goya, De derde mei 1808 (1814); Dynamische vorm · Diagonalen, warme kleuren, sterk licht · Géricault, Het vlot van de Medusa (1818–1819), gemarkeerde cel: De mens klein tegenover de grootse natuurKENMERKTOELICHTINGSLEUTELWERK (JAAR)Gevoel & verbeeldingHartstocht, verlangen, hetinnerlijkDelacroix, De vrijheid leidthet volk (1830)Verheven natuurDe mens klein tegenover degrootse natuurFriedrich, De wandelaarboven de nevelzee (ca. 1818)Drama & aanklachtHeroïek, tragiek, engagementGoya, De derde mei 1808(1814)Dynamische vormDiagonalen, warme kleuren,sterk lichtGéricault, Het vlot van deMedusa (1818–1819)
Afb. 2Afb. 2 — De belangrijkste kenmerken van de romantiek met sleutelwerken; gevoel en verbeelding staan voorop.

Kernpunten

De romantiek (ongeveer 1800–1850) stelt het gevoel, de verbeelding en het individu boven de rede en de regels, en dat is de kern waaraan je haar herkent. Als reactie op de koele redelijkheid van de Verlichting en het strakke classicisme zoekt de romanticus het hartstochtelijke, het verhevene en het onbegrijpelijke. De onderwerpen zijn navenant: de overweldigende, ongetemde natuur (bergen, stormen, ruïnes), heroïsche of tragische gebeurtenissen, het verre verleden en exotische oorden, en sterke emoties als angst, verlangen en eenzaamheid. De kunstenaar geldt niet langer als vakman in dienst van een opdracht, maar als een geniale, gevoelige ziel die zijn innerlijke wereld uitdrukt. Op het examen herken je de romantiek aan deze nadruk op gevoel, verbeelding en de meeslepende natuur.
In de vormgeving werkt de romantiek met dramatische middelen die het gevoel versterken, en die kun je met het begrippenapparaat benoemen. De composities zijn vaak dynamisch en diagonaal, de kleuren warm en meeslepend, het licht sterk en stemmingsvol, en de toets kan los en beweeglijk zijn. De Fransman Eugène Delacroix belichaamt deze schilderkunst: in De vrijheid leidt het volk (1830) voert een woelige, diagonale compositie met felle kleuren en heroïsche figuren de emotie van de opstand ten top. De Spanjaard Francisco Goya klaagt in De derde mei 1808 (1814) het oorlogsgeweld aan met een schrijnend licht-donkercontrast en een radeloos gebaar. Deze werken tonen hoe de romantiek de vorm inzet om de kijker emotioneel mee te slepen.
Een centraal thema van de romantiek is de verhouding tussen de kleine mens en de grootse, verheven natuur (het sublieme), en dat thema levert enkele van haar beroemdste beelden op. De Duitse schilder Caspar David Friedrich verbeeldt het in De wandelaar boven de nevelzee (ca. 1818): een eenzame figuur staat met de rug naar ons toe op een rots en overziet een oneindig, in nevel gehulde bergwereld. De mens is klein en nietig tegenover de overweldigende, haast religieuze natuur, die ontzag en verlangen oproept. Dit gevoel van het sublieme — de mengeling van schoonheid en ontzagwekkende grootsheid — is typisch romantisch. Op het examen herken je het aan de nadruk op de weidse, machtige natuur en de daarin verzonken, in gepeins verloren mens.
De romantiek is ook maatschappelijk en politiek geladen, en dat verbindt haar met haar tijd. In een eeuw van revoluties, opkomend nationalisme en snelle industrialisatie geeft de romantiek stem aan idealen, aan verzet en aan heimwee naar een verloren, natuurlijke wereld. Delacroix' Vrijheid is een politiek statement; Goya's aanklacht is geëngageerd; Friedrichs natuur is deels een vlucht uit de verstedelijkende, industriële werkelijkheid. Zo is de romantiek niet louter gevoelsontboezeming maar ook een houding tegenover de moderne tijd. Op het examen kun je een romantisch werk daarom niet alleen dateren aan zijn gevoelvolle vorm en onderwerp, maar ook verklaren vanuit de spanningen van zijn tijd — precies de context die het volgende, nuchtere realisme zou uitdagen.
Uitgewerkt voorbeeld

Het sublieme bij Friedrich

Benoem in Friedrichs De wandelaar boven de nevelzee (ca. 1818) twee romantische kenmerken en leg uit hoe het werk het sublieme oproept.

  1. 01Analyseer het onderwerp

    Een eenzame figuur staat op een rots en overziet een oneindige, in nevel gehulde bergwereld: de mens tegenover de overweldigende natuur.

  2. 02Analyseer de vormgeving

    De figuur is klein en centraal geplaatst met de rug naar ons; de weidse, wazige verte en het atmosferisch perspectief maken de natuur eindeloos en verheven.

  3. 03Koppel aan het sublieme

    De mengeling van schoonheid en ontzagwekkende grootsheid roept ontzag en verlangen op — het romantische gevoel van het sublieme.

  4. 04Formuleer

    Onderwerp (mens tegenover verheven natuur) en vorm (kleine figuur in een weidse, wazige ruimte) werken samen om het sublieme op te roepen.

Resultaat: De kleine, verzonken figuur tegenover de oneindige nevelzee (onderwerp) en de weidse, atmosferische ruimte (vorm) roepen samen het sublieme op: twee kenmerken die het werk onmiskenbaar romantisch maken.

Eindexamen-focus

  • De romantiek herkennen aan gevoel, verbeelding, de verheven natuur, dramatiek en heroïsche of tragische onderwerpen.
  • Romantische werken (Delacroix, Goya, Friedrich) aan hun vormmiddelen en thema's koppelen.

Veelgemaakte fouten

  • De romantiek reduceren tot 'mooie natuur' en de dramatiek, het gevoel en de politieke lading missen.
  • Romantiek en realisme verwarren: de romantiek idealiseert en dramatiseert, het realisme toont de nuchtere werkelijkheid.

Actieve herhaling

Je krijgt Friedrichs De wandelaar boven de nevelzee (ca. 1818). Benoem twee romantische kenmerken (onderwerp en vormgeving) en leg uit hoe het werk het gevoel van het sublieme oproept.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (tekenen) havo — de romantiek (CvTE / Examenblad)

§ 03

Het realisme: de gewone werkelijkheid#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Het realisme (ongeveer 1840–1880) is een bewuste reactie op de romantiek: in plaats van te dromen, te idealiseren of te dramatiseren, wil de realist de nuchtere, alledaagse werkelijkheid tonen zoals zij is. De onderwerpen zijn niet langer heroïsch of exotisch maar gewoon en tijdgebonden: boeren die zwoegen op het land, arbeiders, wevers, gewone mensen in gewone omstandigheden. De realist idealiseert niet — hij laat de armoede, de vermoeidheid en het harde werk ongeschminkt zien. Deze keuze is ook sociaal en politiek geladen: door de gewone werkende mens groot en serieus af te beelden, geeft het realisme hem waardigheid en vraagt het aandacht voor zijn lot. Op het examen herken je het realisme aan deze ongeïdealiseerde weergave van het alledaagse en de aandacht voor de gewone mens.
De Fransman Gustave Courbet is de voorman van het realisme en formuleert het programma scherp: hij wil alleen schilderen wat hij met eigen ogen ziet, geen engelen of goden die hij nooit heeft waargenomen. In De steenkloppers (1849) toont hij twee arbeiders bij het zware, eentonige werk van het stenen kloppen, levensgroot en zonder verfraaiing. In Een begrafenis te Ornans (1849–1850) schildert hij een gewone dorpsbegrafenis op het enorme formaat dat tot dan aan verheven historiestukken was voorbehouden — een provocatie die het alledaagse tot een waardig onderwerp verheft. Op het examen is Courbet het schoolvoorbeeld: het ongeïdealiseerde onderwerp op groot, serieus formaat is zijn handtekening.
Naast Courbet toont Jean-François Millet de waardigheid van de boerenarbeid met een ingetogen, haast plechtige toon. In De arenleessters (1857) bukken drie arme vrouwen zich in een geoogst veld om de achtergebleven aren te verzamelen — het schamele recht van de allerarmsten. Millet monumentaliseert hun zware, nederige werk zonder het te verfraaien of sentimenteel te maken. Zo verbindt het realisme de nuchtere waarneming met een sociaal geweten: het kijkt naar wie eerder onzichtbaar bleef. Deze aandacht voor arbeid en armoede past bij een tijd van industrialisatie en sociale spanning, en verankert het realisme in zijn maatschappelijke context. Op het examen kun je zo de vorm (ongeïdealiseerd, monumentaal) aan de betekenis (waardigheid van de arbeid) koppelen.
Het realisme staat op een scharnierpunt in de eeuw en bereidt het impressionisme voor, en het benoemen van dat verband hoort bij een grondig antwoord (zie Afb. 3). Door zich te richten op het gewone, moderne, waarneembare leven — en niet op verheven of verzonnen onderwerpen — legt het realisme de basis waarop het impressionisme voortbouwt. Ook de fotografie speelt mee: haar nuchtere, ongecomponeerde blik op de werkelijkheid moedigt de aandacht voor het gewone en het toevallige aan. Waar het realisme echter nog met een gladde, waarnemende techniek werkt, zullen de impressionisten de aandacht verleggen van wát je ziet naar hóe het licht het op een bepaald moment doet verschijnen. Op het examen kun je het realisme zo plaatsen als de brug tussen de romantiek en het impressionisme: nuchter van onderwerp, maar nog traditioneel van techniek.

De plaats van het realisme

Het realisme in de eeuwGraaf, Academie: geïdealiseerde kunst → Realisme: de gewone werkelijkheid, Fotografie (vanaf ~1839) → Realisme: de gewone werkelijkheid, Realisme: de gewone werkelijkheid → Impressionisme: licht & moment, Fotografie (vanaf ~1839) → Impressionisme: licht & momentAcademie:geïdealiseerdekunstFotografie(vanaf ~1839)Realisme: degewonewerkelijkheidImpressionisme:licht & momentrealismeverwerptstimuleertwaarnemingleidt naardaagt uit
Afb. 3Afb. 3 — Het realisme verwerpt de geïdealiseerde academiekunst, wordt gesteund door de nuchtere blik van de fotografie en leidt naar het impressionisme.
Uitgewerkt voorbeeld

Romantiek en realisme onderscheiden

Vergelijk Delacroix' De vrijheid leidt het volk (1830) met Courbets De steenkloppers (1849) op onderwerp en toon.

  1. 01Analyseer het onderwerp

    Delacroix toont een heroïsche, allegorische opstand met een symbolische vrouwenfiguur; Courbet toont twee anonieme arbeiders bij eentonig, zwaar werk.

  2. 02Analyseer de toon

    Delacroix dramatiseert en verheft (romantiek); Courbet toont nuchter en ongeïdealiseerd, zonder heroïek (realisme).

  3. 03Koppel aan de stroming

    Het verheven, gedramatiseerde onderwerp hoort bij de romantiek; het gewone, waarheidsgetrouwe onderwerp bij het realisme.

  4. 04Verklaar

    Het realisme reageert op de romantiek: tegenover de heroïek stelt het de nuchtere waardigheid van de gewone werkende mens.

Resultaat: Delacroix idealiseert en dramatiseert (romantiek), Courbet toont de nuchtere werkelijkheid van de arbeid (realisme); het verschil in onderwerp en toon markeert de overgang van romantiek naar realisme.

Eindexamen-focus

  • Het realisme herkennen aan de ongeïdealiseerde weergave van gewone mensen, arbeid en het alledaagse.
  • De sociale en maatschappelijke lading van het realisme (waardigheid van de arbeid) benoemen en aan Courbet en Millet koppelen.

Veelgemaakte fouten

  • Realisme verwarren met 'realistisch geschilderd' in het algemeen: het realisme is een negentiende-eeuwse stroming met een sociaal-nuchter programma, niet elke natuurgetrouwe techniek.
  • De maatschappelijke betekenis van het gekozen onderwerp (arbeid, armoede) negeren en alleen de techniek beschrijven.

Actieve herhaling

Vergelijk Delacroix' heroïsche De vrijheid leidt het volk (1830) met Courbets nuchtere De steenkloppers (1849). Leg uit hoe onderwerp en toon het verschil tussen romantiek en realisme laten zien.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (tekenen) havo — het realisme (CvTE / Examenblad)

§ 04

Het impressionisme: licht, atmosfeer en het moment#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl

Kenmerken van het impressionisme

Kenmerken van het impressionismeTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Kenmerk · Toelichting · Voorbeeld; Losse toets · Korte, zichtbare verfstreken · Monet, Impression, soleil levant (1872); Heldere kleur · Zuivere, ongemengde kleuren; kleurige schaduw · Monet, Kathedraal van Rouen-serie (1892–1894); Licht & moment · De vluchtige lichtindruk van een ogenblik · En plein air geschilderde taferelen; Modern onderwerp · Boulevards, cafés, vrije tijd, stations · Renoir, Degas, taferelen van het stadsleven, gemarkeerde cel: De vluchtige lichtindruk van een ogenblikKENMERKTOELICHTINGVOORBEELDLosse toetsKorte, zichtbare verfstrekenMonet, Impression, soleillevant (1872)Heldere kleurZuivere, ongemengde kleuren;kleurige schaduwMonet, Kathedraal van Rouen-serie (1892–1894)Licht & momentDe vluchtige lichtindruk vaneen ogenblikEn plein air geschilderdetaferelenModern onderwerpBoulevards, cafés, vrijetijd, stationsRenoir, Degas, taferelen vanhet stadsleven
Afb. 4Afb. 4 — De belangrijkste kenmerken van het impressionisme; de vluchtige lichtindruk van het moderne leven staat centraal.

Kernpunten

Het impressionisme (ongeveer 1870–1890) verlegt de aandacht van wát je ziet naar hóe het licht en de atmosfeer een tafereel op één vluchtig moment doen verschijnen, en dat is de sleutel tot deze stroming. De impressionisten willen de directe, zintuiglijke indruk (de 'impressie') van een ogenblik vangen: het trillende zonlicht op het water, de reflectie in een plas, de damp boven een station. Om die vluchtigheid te vatten, schilderen ze snel en vaak buiten (en plein air), met losse, korte, zichtbare toetsen en heldere, ongemengde kleuren die op het doek naast elkaar worden gezet. De naam komt van Claude Monets Impression, soleil levant (Impressie, zonsopkomst, 1872), waarvan een criticus spottend de hele groep 'impressionisten' noemde. Op het examen herken je de stroming aan de losse toets, de lichte kleuren en de nadruk op licht en moment.
De vorm van het impressionisme is radicaal vernieuwend en breekt met de gladde, afgewerkte academiekunst, en die vormkenmerken moet je precies kunnen benoemen. De toets is los en zichtbaar: van dichtbij zie je losse verfstreken, van een afstand versmelten ze tot een trillend, levend geheel. De kleuren zijn helder en zuiver; schaduwen worden niet zwart of bruin geschilderd maar met kleur (blauw, violet), omdat ook de schaduw kleur van het licht opvangt. De onderwerpen zijn het moderne, alledaagse leven: boulevards, cafés, tuinen, treinstations en de vrije tijd van de burgerij. Doordat het licht zelf het onderwerp wordt, schildert Monet hetzelfde motief — een hooiberg, de kathedraal van Rouen — telkens opnieuw onder andere lichtomstandigheden (de Kathedraal van Rouen-serie, 1892–1894). Op het examen zijn de losse toets en de kleurige schaduwen sterke herkenningspunten.
Naast Monet dragen andere kunstenaars het impressionisme, elk met een eigen accent, en het is nuttig ze te kennen. Pierre-Auguste Renoir schildert het vrolijke, zonnige gezelschapsleven met warme kleuren en een zachte toets. Edgar Degas kiest ongewone, aangesneden composities — danseressen achter de coulissen, een moment uit de beweging gegrepen — mede onder invloed van de fotografie en de Japanse prentkunst, die met hun onverwachte uitsneden de westerse compositie vernieuwden. Édouard Manet geldt als een belangrijke wegbereider die met werken als Le déjeuner sur l'herbe (Het ontbijt in het gras, 1863) de conventies doorbrak. Samen maken zij het impressionisme tot een beweging die de moderne, stedelijke wereld met een nieuwe, lichtgevoelige blik vastlegt.
Aan het einde van de eeuw komt uit het impressionisme het post-impressionisme voort, dat de vernieuwing verder doorvoert en de brug naar de moderne kunst slaat (zie Afb. 1). De post-impressionisten behouden de heldere kleur en de zichtbare toets, maar zoeken meer dan de vluchtige indruk: Vincent van Gogh gebruikt de kleur en de dikke, wervelende toets om emotie uit te drukken (De sterrennacht, 1889); Georges Seurat ontwikkelt het pointillisme, waarin het beeld uit talloze kleine, zuivere kleurstippen is opgebouwd (Een zondagmiddag op het eiland La Grande Jatte, 1884–1886); en Paul Cézanne zoekt naar de vaste, onderliggende structuur van de dingen, wat hem tot de wegbereider van het kubisme en 'de vader van de moderne kunst' maakt. Op het examen kun je zo laten zien hoe het impressionisme en zijn nasleep de negentiende eeuw afsluiten en de twintigste-eeuwse avant-garde inluiden.
Uitgewerkt voorbeeld

Een impressionistisch stadsgezicht analyseren

Benoem in een impressionistisch stadsgezicht van Monet drie kenmerken en leg uit hoe ze de indruk van een vluchtig lichtmoment oproepen.

  1. 01Analyseer de toets

    De verf is in losse, korte, zichtbare streken aangebracht; van dichtbij lossen de vormen op, van veraf versmelten ze tot een levend geheel.

  2. 02Analyseer de kleur

    De kleuren zijn helder en zuiver; schaduwen zijn niet zwart maar blauwig of violet, omdat ze het gekleurde licht opvangen.

  3. 03Analyseer het onderwerp

    Het onderwerp is het moderne, alledaagse stadsleven — een boulevard of station op een gewoon moment, geen verheven scène.

  4. 04Koppel aan het effect

    Losse toets, kleurige schaduw en gewoon onderwerp vangen samen niet een tijdloze werkelijkheid maar de vluchtige indruk van dit ene lichtmoment.

Resultaat: De losse toets, de heldere kleurige schaduwen en het gewone moderne onderwerp roepen samen de vluchtige lichtindruk van één ogenblik op — de kern van het impressionisme.

Eindexamen-focus

  • Het impressionisme herkennen aan de losse, zichtbare toets, de heldere kleuren, de kleurige schaduwen en de nadruk op licht en moment.
  • De overgang naar het post-impressionisme (Van Gogh, Seurat, Cézanne) benoemen als brug naar de moderne kunst.

Veelgemaakte fouten

  • Impressionisme en post-impressionisme door elkaar halen: het impressionisme vangt de lichtindruk, het post-impressionisme voegt emotie (Van Gogh) of structuur (Cézanne, Seurat) toe.
  • De kleurige schaduwen over het hoofd zien en schaduw als 'zwart' beschrijven, terwijl de impressionisten juist met kleur schaduwen.

Actieve herhaling

Je krijgt een impressionistisch stadsgezicht van Monet. Benoem drie impressionistische kenmerken (toets, kleur, onderwerp) en leg uit hoe ze samen de indruk van een vluchtig lichtmoment oproepen.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (tekenen) havo — het impressionisme (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Overzicht: een eeuw van snelle verandering○
    • 02De romantiek: gevoel, verbeelding en natuur◐
    • 03Het realisme: de gewone werkelijkheid◐
    • 04Het impressionisme: licht, atmosfeer en het moment●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Kunstgeschiedenis: negentiende eeuw (romantiek, realisme, impressionisme)

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~17
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma beeldende vakken (tekenen) havo — de negentiende eeuw

Vorig onderwerp

Kunstgeschiedenis: renaissance en barok

Volgend onderwerp

Kunstgeschiedenis: moderne kunst en avant-garde (twintigste eeuw)

EuraStudy·Samenvattingen T·08·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.