EuraStudy
Samenvattingen/Tekenen/Kunstgeschiedenis: moderne kunst en avant-garde (twintigste eeuw)
Samenvattingen · TekenenNL · HAVO

Kunstgeschiedenis: moderne kunst en avant-garde (twintigste eeuw)

Dit onderwerp behandelt de avant-garde: de opeenvolgende vernieuwingsbewegingen van de twintigste eeuw die radicaal breken met de traditie van de nabootsing. Je leert de belangrijkste stromingen — fauvisme, kubisme, expressionisme, De Stijl, dada, surrealisme en abstract expressionisme — met hun kernideeën en makers als Picasso, Matisse, Kandinsky, Mondriaan, Duchamp, Dalí en Pollock. Zo begrijp je hoe kunst zich losmaakt van de zichtbare werkelijkheid.

4 Onderdelen·~18 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 1 · Verdieping 2

T·0999 / 13
Examenprofiel
De belangrijkste avant-gardestromingen van de twintigste eeuw herkennen en ordenenHet kubisme (Picasso, Braque) begrijpen: meerdere gezichtspunten tegelijk en de breuk met het perspectiefExpressionisme, De Stijl, dada en surrealisme aan hun kernidee en makers koppelenUitleggen hoe de avant-garde breekt met de nabootsing en de weg naar de abstractie opent
Operatoren:benoembeschrijfleg uitverklaarvergelijkdateer op stijl

basisniveau

De moderne stromingen horen tot de kunsthistorische stof van het centraal examen; je moet ze op stijl kunnen herkennen en aan hun kernidee koppelen.

verhoogd niveau

In eigen werk kun je met een avant-garde-benadering experimenteren: abstraheren, vervormen, of het toeval en de verbeelding inzetten.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Kunstgeschiedenis: moderne kunst en avant-garde (twintigste eeuw)
    • 01Overzicht: de avant-garde en de breuk met de traditie○
    • 02Kubisme en de weg naar de abstractie●
    • 03Expressionisme, dada en surrealisme◐
    • 04De avant-garde-houding en de invloedketens●
§ 01

Overzicht: de avant-garde en de breuk met de traditie#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Kernpunten

De twintigste-eeuwse kunst wordt gekenmerkt door de avant-garde: opeenvolgende bewegingen die bewust en radicaal breken met de kunsttraditie, en dat overkoepelende begrip is het beste startpunt (zie Afb. 1). 'Avant-garde' is een militaire term voor de voorhoede — de kunstenaars die vooroplopen en het onbekende betreden. Waar de kunst eeuwenlang de zichtbare werkelijkheid nabootste, stellen de avant-gardisten die opdracht ter discussie: waarom zou kunst de wereld moeten afbeelden? Ze experimenteren met vorm, kleur, materiaal en idee, en verwerpen de academische regels. Deze houding leidt tot een stroom van nieuwe stromingen (de '-ismen') die elkaar in hoog tempo opvolgen en vaak met een manifest hun programma verkondigen. Op het examen is het besef dat de moderne kunst een reeks bewuste breuken is, de sleutel tot al deze bewegingen.

Tijdlijn van de avant-garde

De avant-garde, 1900–1965Tijdlijn van 1900 tot 1965, 1905: Fauvisme (Matisse), 1907: Kubisme: Les Demoiselles d'Avignon, 1917: Duchamp, Fontein; De Stijl, 1924: Surrealistisch manifest (Breton), 1937: Picasso, Guernica, 1950: Abstract expressionisme (Pollock), 1905–1925: Fauvisme & expressionisme, 1907–1920: Kubisme, 1916–1945: Dada & surrealisme, 1917–1960: Abstractie19001965jaarFauvisme &expressionismeKubismeDada & surrealismeAbstractie1905Fauvisme(Matisse)1907Kubisme: LesDemoiselles d'A…1917Duchamp,Fontein; De Sti…1924Surrealistischmanifest (Breto…1937Picasso,Guernica1950Abstractexpressionisme …
Afb. 1Afb. 1 — De avant-garde in de twintigste eeuw: fauvisme en kubisme aan het begin, dada en surrealisme tussen de wereldoorlogen, en het abstract expressionisme na 1945.
De vernieuwing wordt aangejaagd door grote veranderingen in de wereld, en het benoemen daarvan verklaart waaróm de kunst zo radicaal verandert. De fotografie en de film nemen de nabootsende taak over; de wetenschap (relativiteit, psychoanalyse) verandert het wereldbeeld; de industrialisatie, de wereldsteden en vooral de verwoestende Eerste Wereldoorlog schudden de oude zekerheden door elkaar. In die ontwortelde wereld zoeken kunstenaars nieuwe manieren om betekenis te geven: sommigen naar een zuivere, universele vorm, anderen naar de rauwe emotie, weer anderen naar het toeval of de droom. De moderne kunst is dus geen willekeurige rebellie maar een antwoord op een snel veranderende, vaak schokkende moderne tijd. Deze context geeft je op het examen het waarom achter de vorm.
De vele stromingen laten zich ordenen naar de richting die ze inslaan, en die ordening maakt het overzicht hanteerbaar. Een groep zoekt de weg naar de abstractie en de zuivere vorm: het kubisme fragmenteert de werkelijkheid, De Stijl reduceert haar tot rechte lijnen en primaire kleuren, en het abstract expressionisme geeft de afbeelding helemaal op. Een andere groep zoekt de directe uitdrukking van het gevoel: het fauvisme bevrijdt de kleur, het expressionisme vervormt de vorm om emotie over te brengen. Een derde groep verkent het toeval, de verbeelding en het onbewuste: dada verwerpt de kunst zelf, het surrealisme schildert de droomwereld. Op het examen helpt deze driedeling — vorm, gevoel, verbeelding — je om een onbekend modern werk in de juiste hoek te plaatsen.
Kenmerkend voor de hele avant-garde is de razendsnelle opeenvolging en de internationale spreiding, en dat onderscheidt de twintigste eeuw scherp van de trage stijlontwikkeling van vroeger. In enkele decennia volgen fauvisme (1905), kubisme (1907), abstractie (rond 1910), De Stijl en dada (rond 1917), surrealisme (1924) en na de Tweede Wereldoorlog het abstract expressionisme elkaar op, met centra in Parijs, Duitsland, Nederland, Rusland en later New York. Elke beweging reageert op de vorige — als voortzetting of als tegenstelling — en dwingt de kunst telkens opnieuw haar grenzen te heroverwegen. Op het examen kun je zo een werk niet alleen aan een stroming koppelen, maar ook plaatsen in deze snelle keten van vernieuwing, die in de volgende onderdelen stroming voor stroming wordt uitgewerkt.
Uitgewerkt voorbeeld

Stromingen ordenen naar richting

Orden kubisme, expressionisme en surrealisme in de driedeling vorm, gevoel en verbeelding en licht je keuze toe.

  1. 01Kubisme

    Het kubisme fragmenteert de werkelijkheid tot vlakken en toont meerdere gezichtspunten tegelijk: het hoort bij de richting vorm en abstractie.

  2. 02Expressionisme

    Het expressionisme vervormt de vorm en gebruikt felle kleur om innerlijke emotie over te brengen: het hoort bij de richting gevoel en expressie.

  3. 03Surrealisme

    Het surrealisme beeldt droomachtige, onlogische scènes uit het onbewuste af: het hoort bij de richting verbeelding en droom.

  4. 04Formuleer

    De driedeling ordent de stromingen naar wat ze zoeken: de zuivere vorm, de rauwe emotie of de verbeelding.

Resultaat: Kubisme = vorm/abstractie, expressionisme = gevoel/expressie, surrealisme = verbeelding/droom; de driedeling plaatst elke stroming naar haar kernstreven.

Eindexamen-focus

  • De avant-garde begrijpen als een reeks bewuste breuken met de traditie van de nabootsing.
  • De moderne stromingen globaal ordenen naar richting (vorm/abstractie, gevoel/expressie, verbeelding/onbewuste).

Veelgemaakte fouten

  • De moderne stromingen als willekeurige of 'kinderlijke' rebellie zien in plaats van als doordachte reacties op een veranderende wereld.
  • De stromingen alleen op naam kennen zonder ze aan een kernidee of richting te koppelen.

Actieve herhaling

Orden de stromingen kubisme, expressionisme en surrealisme in de driedeling vorm/gevoel/verbeelding en licht per stroming je keuze toe met het kernidee.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (tekenen) havo — de moderne kunst en avant-garde (CvTE / Examenblad)

§ 02

Kubisme en de weg naar de abstractie#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl

Kernpunten

Het kubisme (vanaf 1907) is een van de meest ingrijpende vernieuwingen in de kunstgeschiedenis, omdat het radicaal breekt met het eeuwenoude perspectief en de eenduidige blik. Pablo Picasso en Georges Braque ontwikkelen het samen: in plaats van een voorwerp vanuit één gezichtspunt weer te geven, tonen ze het vanuit meerdere gezichtspunten tegelijk, samengebracht op één plat vlak. Een gezicht laat tegelijk het profiel én het vooraanzicht zien; een fles wordt in facetten ontleed en herschikt. Zo geven de kubisten niet weer hoe iets er op één moment vanuit één punt uitziet, maar hoe je het in de tijd en vanuit alle kanten kent. Picasso's Les Demoiselles d'Avignon (1907) geldt als het begin van deze breuk. Op het examen herken je het kubisme aan de fragmentatie in vlakken en het samenbrengen van meerdere gezichtspunten.
Het kubisme kent twee fasen die je moet kunnen onderscheiden. In het analytische kubisme (ongeveer 1909–1912) worden voorwerpen streng ontleed in kleine, hoekige facetten en in gedempte kleuren (bruin, grijs, oker), zodat het onderwerp nauwelijks nog herkenbaar is: de analyse van de vorm staat voorop. In het synthetische kubisme (vanaf ongeveer 1912) worden de vormen weer eenvoudiger en groter, komen de kleuren terug, en plakken de kunstenaars echte materialen — krantenpapier, behang — in het werk (de collage of papier collé). Zo bouwen ze een beeld op uit elementen in plaats van het te ontleden. Deze twee fasen laten zien hoe het kubisme eerst afbreekt en dan opnieuw opbouwt. Op het examen is het onderscheid tussen analytisch (ontleden, gedempt) en synthetisch (opbouwen, collage) een sterk kunsthistorisch punt.
Het kubisme is de springplank naar de volledige abstractie, en die ontwikkeling verbindt de stromingen (zie Afb. 2). Door de werkelijkheid te fragmenteren en het perspectief los te laten, maakt het kubisme de weg vrij voor kunst die helemaal niets meer afbeeldt. In Nederland trekt Piet Mondriaan die lijn door tot het uiterste met De Stijl (neoplasticisme): hij reduceert alles tot horizontale en verticale rechte lijnen, rechthoekige vlakken en de primaire kleuren rood, geel en blauw plus zwart, wit en grijs, op zoek naar een universele, tijdloze harmonie (Compositie met rood, geel en blauw, 1930). Ook de Rus Wassily Kandinsky bereikt rond 1910 de abstractie, maar vanuit het gevoel: bij hem drukken vrije kleuren en vormen een innerlijke, haast muzikale klank uit. Zo lopen er twee wegen naar de abstractie: de geometrische (Mondriaan) en de expressieve (Kandinsky).

Indeling van de moderne stromingen

Drie richtingen van de moderne kunstBoomdiagram, 6 paden, Gegevens: Vorm & abstractie → Kubisme (Picasso, Braque); Vorm & abstractie → De Stijl (Mondriaan); Gevoel & expressie → Fauvisme (Matisse); Gevoel & expressie → Expressionisme (Kirchner); Droom & onbewuste → Dada (Duchamp); Droom & onbewuste → Surrealisme (Dalí)Vorm & abstra…Gevoel & expr…Droom & onbew…Moderne strom…Kubisme (Pica…De Stijl (Mon…Fauvisme (Mat…Expressionism…Dada (Duchamp)Surrealisme (…
Afb. 2Afb. 2 — De moderne stromingen geordend in drie richtingen; het kubisme en De Stijl behoren tot de weg van de vorm naar de abstractie.
De betekenis van het kubisme en de abstractie reikt verder dan de vorm; ze veranderen wat een kunstwerk kan zijn, en dat inzicht hoort bij een volwaardig antwoord. Door de afbeelding los te laten, wordt het schilderij niet langer een venster op de wereld maar een zelfstandig object van lijnen, vlakken en kleuren met een eigen wetmatigheid. Voor Mondriaan is die zuivere vorm geen leegte maar een uitdrukking van een hoger, universeel evenwicht; voor Kandinsky een uitdrukking van het innerlijke gevoel. De abstractie is dus geen 'niets voorstellen' maar een nieuwe manier van betekenis geven, waarin de beeldaspecten zelf de boodschap dragen — precies de kunstopvatting van de abstractie uit het theorie-onderwerp. Op het examen kun je zo een abstract werk waarderen op zijn eigen voorwaarden en het plaatsen in de lijn die van het kubisme naar de volledige abstractie loopt.
Uitgewerkt voorbeeld

Een kubistisch portret analyseren

Leg uit hoe een analytisch-kubistisch portret het perspectief doorbreekt en de weg naar de abstractie opent.

  1. 01Herken de fragmentatie

    Het gezicht is opgebroken in kleine, hoekige facetten en vlakken in gedempte kleuren; de eenduidige vorm is uiteengelegd.

  2. 02Herken de gezichtspunten

    Delen die je normaal niet tegelijk ziet — profiel én vooraanzicht — zijn samengebracht op één plat vlak: meerdere gezichtspunten tegelijk.

  3. 03Benoem de breuk

    Doordat het ene, vaste gezichtspunt is losgelaten, breekt het kubisme met het lineaire perspectief dat sinds de renaissance gold.

  4. 04Leg de lijn naar abstractie

    Door de werkelijkheid zo te ontleden en het perspectief op te geven, komt de afbeelding steeds losser van de zichtbare wereld — de weg naar de volledige abstractie.

Resultaat: De fragmentatie in facetten en de meerdere gezichtspunten breken met het vaste perspectief; door de werkelijkheid zo te ontleden zet het kubisme de stap naar een kunst die zich losmaakt van de afbeelding — richting de abstractie.

Eindexamen-focus

  • Het kubisme herkennen aan de fragmentatie in vlakken en de meerdere gezichtspunten, en de breuk met het perspectief benoemen.
  • Het analytische en het synthetische kubisme onderscheiden en de lijn naar de abstractie (Mondriaan, Kandinsky) volgen.

Veelgemaakte fouten

  • Het kubisme beschrijven als 'slordig' of 'onaf' in plaats van als een bewuste weergave van meerdere gezichtspunten tegelijk.
  • De geometrische abstractie van Mondriaan verwarren met de expressieve abstractie van Kandinsky (koele orde tegenover gevoelsmatige klank).

Actieve herhaling

Je krijgt een analytisch-kubistisch portret. Leg uit hoe de meerdere gezichtspunten en de fragmentatie het perspectief doorbreken, en beschrijf hoe deze aanpak de weg naar de abstractie opent.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (tekenen) havo — kubisme en abstractie (CvTE / Examenblad)

§ 03

Expressionisme, dada en surrealisme#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Naast de weg naar de vorm en de abstractie loopt in de moderne kunst de weg van het gevoel, en die begint bij het fauvisme en het expressionisme. Het fauvisme (rond 1905), met Henri Matisse als voorman, bevrijdt de kleur van haar beschrijvende taak: de kleuren zijn fel, zuiver en onnatuurlijk (een groen gezicht, een rode boom), gekozen om een gevoel of decoratieve harmonie op te roepen in plaats van de werkelijkheid weer te geven (Matisse, La danse, 1909–1910). Het expressionisme, vooral in Duitsland (de groepen Die Brücke en Der Blaue Reiter), gaat verder: het vervormt niet alleen de kleur maar ook de vorm — hoekige gezichten, scheve ruimten, een heftige toets — om innerlijke emotie, angst of maatschappelijke onrust uit te drukken. Op het examen herken je deze stromingen aan de onnatuurlijke, expressieve kleur en de vervorming ten dienste van het gevoel.
Een radicaal andere reactie op de moderne wereld — en vooral op de verwoestende Eerste Wereldoorlog — is dada, een anti-kunstbeweging die de kunst en de burgerlijke cultuur zelf op de hak neemt. Voor de dadaïsten had de zogenaamd beschaafde wereld tot massaslachting geleid; met provocatie, onzin, toeval en spot wilden zij die cultuur ontmaskeren. De beroemdste dadaïst is Marcel Duchamp, die met zijn readymades gewone gebruiksvoorwerpen tot kunst verklaarde: zijn Fontein (1917) is een omgekeerd, gesigneerd urinoir dat hij als kunstwerk inzond. Daarmee stelde hij de fundamentele vraag wat kunst eigenlijk tot kunst maakt — de keuze en het idee van de kunstenaar, of het vakmanschap? Op het examen is dada het schoolvoorbeeld van kunst als idee en provocatie in plaats van als mooi gemaakt object.
Uit dada komt het surrealisme voort (het manifest van André Breton verschijnt in 1924), dat niet de kunst wil vernietigen maar de wereld van de droom, de fantasie en het onbewuste wil verkennen. Geïnspireerd door de psychoanalyse van Freud zoeken de surrealisten naar wat onder de rationele oppervlakte schuilt: verlangens, angsten en droombeelden. Salvador Dalí schildert met een fotografisch precieze techniek onmogelijke, droomachtige taferelen (smeltende klokken in De volharding der herinnering, 1931); René Magritte confronteert de kijker met raadselachtige beeldparadoxen die de verhouding tussen beeld, woord en werkelijkheid bevragen (Ceci n'est pas une pipe, 1929). Op het examen herken je het surrealisme aan de onlogische, droomachtige combinaties van herkenbare, maar onmogelijk samengebrachte beelden.
Deze drie stromingen — expressionisme, dada en surrealisme — delen dat ze de nadruk verleggen van de uiterlijke werkelijkheid naar de innerlijke: het gevoel, de kritiek, de droom, het onbewuste (zie Afb. 3). Daarmee vormen ze samen de tegenpool van de kubistisch-abstracte weg naar de zuivere vorm. Ze hangen ook samen met hun tijd: het expressionisme met de spanningen van de vroege eeuw, dada en surrealisme met de ontreddering na de wereldoorlog. Na de Tweede Wereldoorlog verschuift het zwaartepunt van de kunst naar New York, waar het abstract expressionisme ontstaat: Jackson Pollock giet en druipt verf in grote, energieke gebaren over het doek (action painting), en Mark Rothko schildert grote, zwevende kleurvlakken (color field). Zo komen aan het midden van de eeuw de weg van de vorm en de weg van het gevoel samen in een monumentale, volledig abstracte, maar diep expressieve kunst.

Stromingen van gevoel en verbeelding

Gevoel, protest en droomTabel met 4 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Stroming · Kernidee · Kenmerk · Voorbeeld (jaar); Fauvisme · Bevrijde, expressieve kleur · Felle, onnatuurlijke kleurvlakken · Matisse, La danse (1909–1910); Expressionisme · Innerlijke emotie · Vervorming, felle kleur, heftige toets · Die Brücke; Kirchner; Dada · Anti-kunst en provocatie · Readymade, toeval, spot · Duchamp, Fontein (1917); Surrealisme · Droom en onbewuste · Onlogische, droomachtige beelden · Dalí, De volharding der herinnering (1931), gemarkeerde cel: Anti-kunst en provocatieSTROMINGKERNIDEEKENMERKVOORBEELD (JAAR)FauvismeBevrijde, expressieve kleurFelle, onnatuurlijkekleurvlakkenMatisse, La danse(1909–1910)ExpressionismeInnerlijke emotieVervorming, felle kleur,heftige toetsDie Brücke; KirchnerDadaAnti-kunst en provocatieReadymade, toeval, spotDuchamp, Fontein (1917)SurrealismeDroom en onbewusteOnlogische, droomachtigebeeldenDalí, De volharding derherinnering (1931)
Afb. 3Afb. 3 — Vier stromingen die de innerlijke werkelijkheid verkennen — gevoel, protest, droom — elk met een sleutelwerk.
Uitgewerkt voorbeeld

Dada en surrealisme onderscheiden

Benoem van Duchamps Fontein (1917) en Dalí's De volharding der herinnering (1931) de stroming en het kernidee en leg het verschil in houding uit.

  1. 01Analyseer de Fontein

    Een gewoon urinoir wordt gesigneerd en als kunst ingezonden: geen vakmanschap maar een keuze en een idee. Dit is dada.

  2. 02Benoem het dada-idee

    Dada is anti-kunst en provocatie: het stelt de vraag wat kunst tot kunst maakt en bespot de burgerlijke cultuur.

  3. 03Analyseer de smeltende klokken

    Precies geschilderde maar onmogelijke, droomachtige beelden (smeltende klokken in een leeg landschap): dit is surrealisme.

  4. 04Benoem het surrealistische idee

    Het surrealisme verkent de droom en het onbewuste; het schildert een innerlijke, onlogische werkelijkheid.

Resultaat: Duchamps Fontein is dada (anti-kunst, kunst als idee en provocatie); Dalí's smeltende klokken zijn surrealisme (de droom en het onbewuste). Dada bevraagt de kunst zelf, het surrealisme verbeeldt de innerlijke werkelijkheid.

Eindexamen-focus

  • Fauvisme en expressionisme herkennen aan de onnatuurlijke, expressieve kleur en de vervorming ten dienste van het gevoel.
  • Dada (kunst als idee/provocatie, de readymade) en surrealisme (droom, onbewuste) aan hun kernidee en makers koppelen.

Veelgemaakte fouten

  • Expressionisme en fauvisme gelijkstellen: het fauvisme draait vooral om de bevrijde kleur, het expressionisme ook om de vervorming en de zware emotie.
  • Dada en surrealisme verwarren: dada is anti-kunst en provocatie, het surrealisme verkent juist de droom en het onbewuste.

Actieve herhaling

Je krijgt Duchamps Fontein (1917) en Dalí's De volharding der herinnering (1931). Benoem per werk de stroming en het kernidee, en leg uit waarin hun houding tegenover kunst en werkelijkheid verschilt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (tekenen) havo — expressionisme, dada en surrealisme (CvTE / Examenblad)

§ 04

De avant-garde-houding en de invloedketens#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl

Kernpunten

Achter alle verschillende moderne stromingen schuilt één gedeelde houding, en het herkennen daarvan geeft samenhang aan het hele onderwerp: de wil om te vernieuwen en de traditie ter discussie te stellen. De avant-gardist gelooft niet dat kunst de zichtbare werkelijkheid moet nabootsen, maar dat elke generatie de kunst opnieuw mag uitvinden. Daarbij hoort een grote nadruk op autonomie (de kunst en de kunstenaar zijn vrij en aan niemand verantwoording schuldig), op het experiment, en op het idee of het concept achter het werk. Deze houding verklaart waarom de moderne kunst zo divers en soms schokkend is: elke beweging test opnieuw wat kunst kan of mag zijn. Op het examen is deze gemeenschappelijke houding de rode draad die de uiteenlopende stromingen met elkaar verbindt.
De moderne kunst is bovendien een aaneenschakeling van invloeden, waarin de ene vernieuwing de volgende mogelijk maakt, en die keten kun je op het examen navertellen (zie Afb. 4). Paul Cézanne, die aan het eind van de negentiende eeuw de vaste, geometrische structuur onder de dingen zoekt, inspireert rechtstreeks het kubisme van Picasso en Braque. Het kubisme, dat het perspectief en de eenduidige vorm loslaat, maakt op zijn beurt de volledige abstractie mogelijk van Mondriaan en Kandinsky. Dada, geboren uit de ontreddering van de oorlog, brengt het surrealisme voort. En al deze bewegingen samen leiden na 1945 tot het abstract expressionisme. Zo is de moderne kunst geen chaos van losse stromingen maar een keten waarin elke schakel op de vorige voortbouwt of ertegen reageert.

Invloedketen naar de abstractie

Invloedketen van de moderne kunstGraaf, Cézanne: structuur (~1900) → Kubisme: meerdere gezichtspunten, Kubisme: meerdere gezichtspunten → Abstractie (Mondriaan, Kandinsky), Kubisme: meerdere gezichtspunten → Breuk met de nabootsing, Abstractie (Mondriaan, Kandinsky) → Breuk met de nabootsingCézanne:structuur(~1900)Kubisme:meerderegezichtspuntenAbstractie(Mondriaan,Kandinsky)Breuk met denabootsinginspireertmaakt mogelijkbreekt metperspectiefvoltooit breuk
Afb. 4Afb. 4 — Een invloedketen van de moderne kunst: Cézanne inspireert het kubisme, dat het perspectief loslaat en zo de abstractie mogelijk maakt.
Het navertellen van zo'n invloedketen is een waardevolle examenvaardigheid, omdat het laat zien dat je de samenhang begrijpt en niet alleen losse feiten kent. Je legt dan uit hóe een vernieuwing de volgende in gang zet: 'doordat Cézanne de dingen als samengestelde geometrische vormen zag, konden Picasso en Braque de stap zetten om die vormen te fragmenteren en vanuit meerdere kanten tegelijk te tonen (kubisme); en doordat het kubisme het perspectief en de herkenbare vorm losliet, kon Mondriaan de laatste stap naar de volledige abstractie zetten'. Elke schakel wordt zo verklaard uit de vorige. Deze redenering in verbanden — invloed, reactie, voortbouwen — is precies wat het examen bij dit onderwerp beloont.
Ten slotte verandert de avant-garde blijvend de rol en de opvatting van kunst, en dat inzicht slaat de brug naar de hedendaagse kunst van het volgende onderwerp. Doordat Duchamp de vraag stelde wat kunst tot kunst maakt, en doordat de abstractie liet zien dat een werk niets hoeft af te beelden, is de kunst na de avant-garde niet meer gebonden aan de nabootsing, aan een vast medium of aan het vakmanschap alleen. Het idee, het concept en de houding van de kunstenaar worden minstens zo belangrijk als het gemaakte object. Deze vrijheid — kunst kan alles zijn, van een geschilderd doek tot een gekozen voorwerp tot een idee — is de erfenis van de avant-garde en het vertrekpunt van de hedendaagse kunst. Op het examen kun je zo de twintigste-eeuwse vernieuwing verbinden met de kunst van vandaag, die je in het volgende onderwerp bestudeert.
Uitgewerkt voorbeeld

Een invloedketen navertellen

Vertel de invloedketen van Cézanne via het kubisme naar de abstractie van Mondriaan na en verklaar elke schakel.

  1. 01Schakel 1 — Cézanne

    Cézanne zoekt de vaste, geometrische structuur onder de zichtbare dingen en ziet ze als samengestelde vormen.

  2. 02Schakel 2 — kubisme

    Doordat Cézanne de dingen als geometrische vormen zag, konden Picasso en Braque die vormen fragmenteren en vanuit meerdere gezichtspunten tegelijk tonen (kubisme).

  3. 03Schakel 3 — abstractie

    Doordat het kubisme het perspectief en de herkenbare vorm losliet, kon Mondriaan de laatste stap zetten naar een kunst die niets meer afbeeldt (abstractie).

  4. 04Verklaar het verband

    Elke schakel maakt de volgende mogelijk: van structuur zoeken, via fragmenteren, naar volledig loslaten van de afbeelding.

Resultaat: Cézanne (structuur) → kubisme (fragmentatie, meerdere gezichtspunten) → Mondriaan (volledige abstractie): elke vernieuwing maakt de volgende mogelijk, en samen breken ze met de nabootsing.

Eindexamen-focus

  • De gedeelde avant-garde-houding (vernieuwing, autonomie, experiment, idee) als rode draad door de stromingen herkennen.
  • Een invloedketen (Cézanne → kubisme → abstractie; dada → surrealisme) navertellen en elke schakel uit de vorige verklaren.

Veelgemaakte fouten

  • De stromingen als losse, onverbonden feiten opsommen zonder de invloed- en reactierelaties ertussen te leggen.
  • De erfenis van de avant-garde (kunst als idee, vrijheid van medium) niet herkennen bij de latere, hedendaagse kunst.

Actieve herhaling

Vertel de invloedketen van Cézanne via het kubisme naar de abstractie van Mondriaan na, en verklaar per schakel hoe de ene vernieuwing de volgende mogelijk maakte.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (tekenen) havo — avant-garde, invloed en samenhang (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Overzicht: de avant-garde en de breuk met de traditie○
    • 02Kubisme en de weg naar de abstractie●
    • 03Expressionisme, dada en surrealisme◐
    • 04De avant-garde-houding en de invloedketens●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Kunstgeschiedenis: moderne kunst en avant-garde (twintigste eeuw)

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~18
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma beeldende vakken (tekenen) havo — de moderne kunst en avant-garde

Vorig onderwerp

Kunstgeschiedenis: negentiende eeuw (romantiek, realisme, impressionisme)

Volgend onderwerp

Kunstgeschiedenis: hedendaagse kunst en vormgeving

EuraStudy·Samenvattingen T·09·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.