EuraStudy
Samenvattingen/Spaans/Communicatieve en leesstrategieën
Samenvattingen · SpaansNL · HAVO

Communicatieve en leesstrategieën

Communicatieve strategieën zijn de redmiddelen waarmee je je redt als je woordenschat tekortschiet — bij het lezen én bij het spreken. Bij het lezen leid je de betekenis van een onbekend Spaans woord af uit de context, uit cognaten (cognados) en uit woorddelen, zonder woordenboek; die compenserende leesstrategieën helpen je rechtstreeks op het centraal examen, dat voor Spaans uitsluitend leesvaardigheid toetst. Bij het spreken en in gesprekken omschrijf je wat je bedoelt, vraag je om herhaling of uitleg en win je tijd met vulwoorden — strategieën die bij het schoolexamen horen. Ten slotte hoort er ook een strategie bij het examen zelf: je tijd slim verdelen, alle vragen beantwoorden en je antwoord altijd op de tekst baseren.

3 Onderdelen·~18 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2

T·0222 / 12
Examenprofiel
Compenserende leesstrategieën inzetten — de betekenis van een onbekend Spaans woord afleiden uit de context, uit cognaten (cognados) en uit woorddelen, zonder woordenboek.Compenserende spreek- en gespreksstrategieën inzetten — omschrijven, om herhaling of uitleg vragen en tijd winnen om een Spaans gesprek gaande te houden, ook bij een woordtekort.Strategisch omgaan met het centraal examen leesvaardigheid — je tijd verdelen, alle vragen beantwoorden en elk antwoord baseren op de tekst en de tekstverwijzing.
Operatoren:leid afberedeneeromschrijflos op

basisniveau

Voor het centraal examen: oefen het afleiden van woordbetekenis uit context, cognaten en woorddelen, en de examenaanpak (tijd verdelen, niets blanco, je antwoord op de tekst baseren). De spreek- en gespreksstrategieën horen bij het schoolexamen — train die hardop voor de mondelinge toetsen.

verhoogd niveau

Wie doorstroomt of veel met Spaans te maken krijgt, leunt voortdurend op deze strategieën: in een echt gesprek een woordtekort omzeilen, en in Spaanstalige teksten onbekende woorden zelfstandig ontsleutelen zonder woordenboek.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Communicatieve en leesstrategieën
    • 01Compenserende strategieën bij het lezen○
    • 02Compenserende strategieën bij spreken en gesprekken◐
    • 03Strategisch omgaan met het examen◐
§ 01

Compenserende strategieën bij het lezen#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Onbekend woord — wat doe je?

Onbekend woord — wat doe je?Graaf, Onbekend woord → Cognaat (cognado), Onbekend woord → Context, Onbekend woord → Woorddelen, Onbekend woord → DoorlezenOnbekend woordCognaat(cognado)ContextWoorddelenDoorlezenlijkt hetergens op?wat past hier?voor-/achtervoegsel?niet cruciaal?
Afb. 1Vier routes bij een onbekend woord; de context is meestal de krachtigste — toets je vermoeden altijd aan de zin.

Kernpunten

Een compenserende leesstrategie is een manier om verder te lezen wanneer je een Spaans woord niet kent, zonder dat je naar een woordenboek grijpt. Op het centraal examen Spaans mag je geen woordenboek gebruiken, en dat is ook niet nodig: het examen toetst of je een authentieke tekst begrijpt, niet of je elk los woord kent. Een geoefende lezer raakt dan ook niet in paniek bij een onbekend woord, maar pakt het systematisch aan met vier hulpmiddelen: hij zoekt naar een cognaat (cognado), leidt de betekenis af uit de context, ontleedt het woord in delen, of leest gewoon door als het woord er niet toe doet. Het schema hieronder zet die vier routes naast elkaar, met de context als de krachtigste. Juist omdat het CE uitsluitend leesvaardigheid toetst, zijn deze compenserende leesstrategieën geen bijzaak maar gereedschap waarmee je rechtstreeks punten haalt.
Het eerste en snelste hulpmiddel is de cognaat: een Spaans woord dat zo veel op een Nederlands, Engels of Frans woord lijkt dat je de betekenis meteen herkent. Het Spaans deelt door het Latijn een enorme woordenschat met de andere Europese talen, dus veel woorden zijn vrijwel gratis te begrijpen. Denk aan ‘la información' (de informatie), ‘el problema' (het probleem — let op: mannelijk, ondanks de -a), ‘posible' (mogelijk), ‘importante' (belangrijk), ‘la universidad' (de universiteit) en ‘el restaurante' (het restaurant). Uitgangen zijn vaak voorspelbaar: het Nederlandse -tie wordt in het Spaans -ción (‘la nación', ‘la situación'), en het Nederlandse -teit/-heid wordt vaak -dad (‘la libertad', ‘la ciudad'). Wie deze gelijkenissen actief gebruikt, leest een Spaanse tekst veel sneller, omdat een groot deel van de woorden zichzelf verklaart.
Aan cognaten kleeft echter één valkuil die je op het examen kan misleiden: de valse vriend (‘falso amigo'). Dat is een woord dat précies op een bekend woord lijkt, maar iets heel anders betekent. ‘Embarazada' lijkt op het Engelse embarrassed, maar betekent ‘zwanger'; ‘éxito' lijkt op exit, maar betekent ‘succes'; ‘largo' lijkt op het Engelse large, maar betekent ‘lang'; en ‘sensible' betekent niet verstandig maar ‘gevoelig'. Behandel een herkende cognaat daarom altijd als een vermoeden dat je aan de context toetst: past de vertrouwde betekenis logisch in de zin, dan klopt hij waarschijnlijk; wringt hij, dan heb je vermoedelijk een valse vriend te pakken. Zo combineer je de snelheid van de cognaat met de controle van de context.
De krachtigste strategie, en daarom in het schema benadrukt, is de betekenis afleiden uit de context: de woorden en zinnen rond het onbekende woord. Vaak verraadt de omgeving van een woord wat het ongeveer moet betekenen, ook als je het zelf nooit hebt geleerd. Lees je bijvoorbeeld ‘El perro movía la cola porque estaba contento', dan begrijp je uit ‘perro' (hond), ‘contento' (blij) en ‘movía' (bewoog) dat ‘la cola' iets is wat een blije hond beweegt — een staart. Let daarbij speciaal op signaalwoorden: ‘porque' (omdat) kondigt een reden aan, ‘pero' (maar) een tegenstelling, en een voorbeeld na ‘como' (zoals) geeft je de betekenis vaak cadeau. De context maakt van losse onbekende woorden een begrijpelijk geheel, en op een examenvraag baseer je je antwoord altijd op wat de tekst zegt, niet op een gok.
Helpt de context niet meteen, dan kun je het woord nog in delen ontleden, want Spaanse woorden zijn vaak doorzichtig opgebouwd uit een stam met een voor- of achtervoegsel. Het voorvoegsel ‘in-' maakt een woord ontkennend, net als bij ons (‘posible' → ‘imposible'; ‘útil' → ‘inútil', onnuttig), en ‘des-' draait de betekenis om (‘ordenado' → ‘desordenado', onordelijk; ‘aparecer' → ‘desaparecer', verdwijnen). Het achtervoegsel ‘-mente' maakt van een bijvoeglijk naamwoord een bijwoord, precies als het Nederlandse -lijk of het Engelse -ly: ‘rápido' → ‘rápidamente' (snel), ‘fácil' → ‘fácilmente' (gemakkelijk). En kom je er met geen van deze middelen uit, stel jezelf dan de laatste, bevrijdende vraag: heb ik dit woord echt nodig om de vraag te beantwoorden? Vaak is het antwoord nee en kun je rustig doorlezen, want één onbekend woord hoeft je begrip van de hele tekst niet in de weg te staan.
Uitgewerkt voorbeeld

Een onbekend woord ontsleutelen zonder woordenboek

Je leest: ‘Muchos turistas visitan el museo porque la entrada es gratuita.' Je kent het woord ‘gratuita' niet. Leid de betekenis af zonder woordenboek en benoem welke strategieën je gebruikt.

  1. 01Stap 1 — Oogst de cognaten

    ‘Turistas' (toeristen), ‘visitan' (van visitar, bezoeken) en ‘museo' (museum) zijn cognaten. Daarmee begrijp je de zin al bijna helemaal: veel toeristen bezoeken het museum omdat de toegang … is.

  2. 02Stap 2 — Ontleed het woord

    ‘Gratuita' lijkt sterk op het internationale ‘gratis'; de uitgang -a hoort bij het vrouwelijke ‘la entrada' (de toegang). Dat wijst al richting ‘gratis'.

  3. 03Stap 3 — Toets aan de context

    Het signaalwoord ‘porque' (omdat) geeft de reden waarom de toeristen komen. Een toegang die gratis is, is een logische trekpleister — dus ‘gratuita' = gratis. Vul je dat in, dan klopt de zin.

Resultaat: Via de cognaten, de gelijkenis met ‘gratis' en de reden na ‘porque' leid je af dat ‘gratuita' ‘gratis' betekent — zonder woordenboek. Was het woord onbelangrijk voor de vraag geweest, dan had je het ook gewoon kunnen overslaan.

Eindexamen-focus

  • Het centraal examen Spaans toetst uitsluitend leesvaardigheid en staat geen woordenboek toe; de examenmaker verwacht dat je de betekenis van een onbekend woord zelf afleidt uit de context, uit cognaten en uit woorddelen.
  • Veel Spaanse woorden zijn cognaten die je gratis begrijpt (‘la información', ‘posible'), maar pas op voor valse vrienden (‘éxito' = succes, niet exit) — toets een herkende cognaat altijd aan de context.

Veelgemaakte fouten

  • Bij elk onbekend woord blijven hangen of in paniek raken, terwijl je vaak gewoon kunt doorlezen: één onbekend woord dat niet cruciaal is voor de vraag, hoeft je begrip niet te blokkeren.
  • Een cognaat klakkeloos vertrouwen en zo in een valse vriend trappen — ‘largo' betekent ‘lang', niet ‘large'/groot; controleer de vertrouwde betekenis altijd aan de zin.

Actieve herhaling

Je leest in een Spaanse tekst de zin ‘La contaminación del aire es un problema grave en las grandes ciudades.' Je kent de woorden ‘contaminación' en ‘grave' niet. Leid hun betekenis af zonder woordenboek, en leg per woord uit welke strategie (cognaat, context of woorddelen) je gebruikt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Spaans (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 02

Compenserende strategieën bij spreken en gesprekken#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Redmiddelen op een rij

Redmiddelen (compenserende strategieën)Tabel met 3 kolommen en 5 rijen, Gegevens: Strategie · Spaanse uitdrukking · Wanneer; Omschrijven · Es una cosa para… · woord kwijt; Om herhaling vragen · ¿Puede repetir? · niet verstaan; Tijd winnen · Pues… / Bueno… · nadenken; Om uitleg vragen · ¿Qué significa…? · woord onbekend; Synoniem geven · muy grande (= enorme) · woord te moeilijkSTRATEGIESPAANSE UITDRUKKINGWANNEEROmschrijvenEs una cosa para…woord kwijtOm herhaling vragen¿Puede repetir?niet verstaanTijd winnenPues… / Bueno…nadenkenOm uitleg vragen¿Qué significa…?woord onbekendSynoniem gevenmuy grande (= enorme)woord te moeilijk
Afb. 2Bij elke hapering hoort een vast redmiddel en een Spaanse zin die je kant-en-klaar kunt leren.

Kernpunten

Ook in een gesprek loop je geregeld tegen een woord aan dat je niet kent of even kwijt bent — dat overkomt iedere taalleerder. Compenserende spreekstrategieën, ook wel redmiddelen, zijn de manieren waarop je zo'n gat overbrugt zonder dat het gesprek stilvalt of je in het Nederlands schiet. Belangrijk is waar dit thuishoort: spreken en gesprekken voeren worden bij het schoolexamen (SE) getoetst, niet op het centraal examen, dat voor Spaans alleen leesvaardigheid meet. Je oefent deze strategieën dus voor de mondelinge SE-toetsen, waar verstaanbaarheid en doorpraten zwaarder wegen dan foutloos Spaans. De tabel onderaan deze sectie zet de belangrijkste redmiddelen op een rij, telkens met een vaste Spaanse uitdrukking en de situatie waarin je hem inzet.
Het krachtigste redmiddel is omschrijven (parafraseren): ken je een woord niet, dan leg je met andere woorden uit wat je bedoelt. De handigste vaste opening is ‘Es una cosa que se usa para…' (het is een ding dat je gebruikt om te…), gevolgd door waar het voorwerp voor dient. Weet je het woord ‘el sacacorchos' (kurkentrekker) niet, dan zeg je ‘Es una cosa que se usa para abrir botellas de vino' (een ding om wijnflessen mee te openen), en je gesprekspartner begrijpt je meteen. Je kunt ook beschrijven hoe iets eruitziet of waarvan het is gemaakt: ‘Es pequeño y es de metal' (het is klein en het is van metaal). Wie durft te omschrijven, hoeft een gesprek nooit te staken alleen omdat één woord ontbreekt.
Net zo belangrijk is dat je durft te zeggen dat je iets niet verstaat of niet kent, want ook dat houdt het gesprek op de rails. Versta je iets niet, dan vraag je beleefd om herhaling met ‘¿Puede repetir, por favor?' (kunt u dat herhalen?) of ‘¿Puede hablar más despacio?' (kunt u langzamer praten?). Ken je een woord niet dat de ander gebruikt, dan vraag je om uitleg met ‘¿Qué significa…?' (wat betekent…?), en wil je zelf een Nederlands begrip in het Spaans uitdrukken, dan helpt ‘¿Cómo se dice … en español?' (hoe zeg je … in het Spaans?). Dit zijn geen tekenen van zwakte; ze laten juist zien dat je de draad wilt vasthouden. Let op de aanspreekvorm: tegen een onbekende of de examinator gebruik je de beleefde ‘usted'-vorm — vandaar ‘¿Puede…?' en niet het vertrouwelijke ‘¿Puedes…?'.
Soms heb je alleen even een seconde nodig om je zin te bedenken, en daarvoor heeft het Spaans handige vulwoorden (‘muletillas'). Met ‘pues…' (nou…), ‘bueno…' (goed…, nou…) en ‘a ver…' (eens kijken…) vul je de stilte terwijl je nadenkt, net zoals wij ‘eh' of ‘nou ja' zeggen. Wil je jezelf verbeteren of iets anders formuleren, dan gebruik je ‘es decir…' (dat wil zeggen…) of ‘o sea…' (ik bedoel…). Deze woorden betekenen weinig, maar ze geven je lucht en houden de beurt bij jou, zodat de ander niet meteen het woord overneemt. Gebruik ze met mate — als opvulling tussendoor, niet als elk tweede woord — dan klink je natuurlijker en koop je net genoeg tijd om verder te kunnen.
Naast omschrijven, vragen en tijd winnen heb je nog twee snelle redmiddelen achter de hand. Je kunt een synoniem of een eenvoudiger woord geven: kom je niet op ‘enorme' (enorm), zeg dan gewoon ‘muy grande' (heel groot); of je geeft een voorbeeld in plaats van het abstracte woord. En je mag gerust een gebaar maken om je woorden te ondersteunen — wijzen, iets uitbeelden — want communicatie is meer dan alleen taal. Het beste werkt dit alles als een vaste reflex: loop je vast, win dan eerst even tijd met ‘pues…', omschrijf vervolgens wat je bedoelt, en ga daarna gewoon door met je verhaal. Oefen die keten een paar keer hardop, zodat je hem tijdens de SE-toets automatisch toepast in plaats van in paniek te zwijgen of in het Nederlands te vallen.
Uitgewerkt voorbeeld

Een onbekend woord omschrijven

Je bent het Spaanse woord voor paraplu (‘el paraguas') kwijt. Houd het gesprek gaande: win eerst tijd met een vulwoord en omschrijf daarna in het Spaans wat je bedoelt.

  1. 01Stap 1 — Win tijd met een vulwoord

    Begin niet met een stilte, maar koop een seconde met ‘Pues…' of ‘A ver…'. Zo houd je de beurt bij jezelf terwijl je een omschrijving bedenkt.

  2. 02Stap 2 — Kies de omschrijvingsformule

    Gebruik de vaste opening ‘Es una cosa que se usa para…' (het is een ding dat je gebruikt om te…). Daarna noem je waar het voorwerp voor dient of wanneer je het gebruikt.

  3. 03Stap 3 — Beschrijf de functie

    Een paraplu gebruik je als het regent. In het Spaans: ‘Es una cosa que se usa cuando llueve, para no mojarse' (een ding dat je gebruikt als het regent, om niet nat te worden).

Resultaat: Een goede oplossing is: ‘Pues… es una cosa que se usa cuando llueve, para no mojarse.' Je wint eerst tijd met ‘Pues…' en omschrijft daarna met ‘Es una cosa que se usa para…' precies waar een paraplu voor dient — zo blijft het gesprek lopen, ook al ken je het woord ‘paraguas' niet.

Eindexamen-focus

  • Op het mondelinge schoolexamen (SE) wordt gelet op je redmiddelen: kun je een onbekend woord omschrijven met ‘Es una cosa que se usa para…' in plaats van stil te vallen of in het Nederlands te schieten? Het centraal examen toetst dit niet — dat meet alleen leesvaardigheid.
  • Je moet kunnen reageren als je iets niet verstaat of niet kent, met vaste zinnen als ‘¿Puede repetir, por favor?' en ‘¿Qué significa…?', en daarbij de beleefde ‘usted'-vorm gebruiken.

Veelgemaakte fouten

  • In het Nederlands schieten zodra je een woord niet weet; omschrijf het in plaats daarvan in het Spaans met ‘Es una cosa que se usa para…', zodat het gesprek Spaanstalig blijft.
  • Zwijgen wanneer je iets niet verstaat. Vraag in plaats daarvan om herhaling of uitleg met ‘¿Puede repetir?' of ‘¿Qué significa…?' — dat houdt het gesprek aan de gang.

Actieve herhaling

Je voert een Spaans gesprekje en wilt het woord ‘el paraguas' (paraplu) gebruiken, maar je bent het even kwijt. Win eerst tijd met een vulwoord en omschrijf daarna in het Spaans wat je bedoelt, zodat je gesprekspartner toch begrijpt welk voorwerp je bedoelt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Spaans (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 03

Strategisch omgaan met het examen#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Strategie per examensituatie

Strategie per examensituatieTabel met 2 kolommen en 5 rijen, Gegevens: Situatie · Strategie; Tijd raakt op · Eerst zekere vragen; Vastgelopen vraag · Markeer, ga door; Twijfel bij meerkeuze · Kies, nooit blanco; Open vraag · Baseer op de tekst; Regelnummer in vraag · Lees juist die regelsSITUATIESTRATEGIETijd raakt opEerst zekere vragenVastgelopen vraagMarkeer, ga doorTwijfel bij meerkeuzeKies, nooit blancoOpen vraagBaseer op de tekstRegelnummer in vraagLees juist die regels
Afb. 3Vijf veelvoorkomende examensituaties en wat je dan doet — tijd verdelen, doorgaan, alles invullen en op de tekst steunen.

Kernpunten

Naast het ontsleutelen van woorden vraagt het examen zelf om een strategie, want op het centraal examen Spaans lees je onder tijdsdruk meerdere teksten met de bijbehorende vragen. Goed tijdbeheer begint met overzicht: kijk bij de start hoeveel teksten en vragen er zijn en verdeel je tijd globaal, zodat je niet aan de eerste tekst blijft plakken en de laatste niet afkrijgt. Werk daarbij van zeker naar onzeker: beantwoord eerst de vragen waarvan je het antwoord snel ziet, en bewaar de lastige voor later. Zo verzamel je eerst alle punten die je zeker kunt halen, in plaats van kostbare minuten te verspillen aan één moeilijke vraag. De tabel onderaan deze sectie vat de belangrijkste examensituaties samen met de strategie die erbij hoort.
Loop je vast op een vraag, blijf er dan niet eindeloos op zitten. Markeer de vraag, sla hem over en ga door met de rest; vaak komt het antwoord vanzelf als je verder in de tekst leest of als je er met een frisse blik op terugkomt. Eén lastige vraag mag nooit zoveel tijd opslokken dat je drie makkelijke vragen verderop niet meer haalt — die makkelijke vragen leveren evenveel punten op. Houd dus het tempo erin en keer aan het eind terug naar de gemarkeerde vragen. Zo houd je de regie over je examen, in plaats van dat één vraag de regie over jou neemt.
Een ijzeren regel op het centraal examen is: laat nooit een vraag blanco. Een leeg antwoord levert gegarandeerd nul punten op, terwijl een ingevuld antwoord altijd een kans maakt — zeker bij meerkeuzevragen, waar je met een beredeneerde keuze tussen de overgebleven opties een reële kans hebt. Ook bij een open vraag is een onvolledig of onzeker antwoord beter dan niets: een deel van de gevraagde informatie kan al een (deel)punt opleveren. Controleer daarom vóór het inleveren of je echt bij elke vraag iets hebt ingevuld. Twijfel je tussen twee meerkeuzeopties, kies dan de optie die het best aansluit bij wat je in de tekst hebt gelezen, en laat het vakje nooit leeg.
De belangrijkste inhoudelijke regel is dat je je antwoord baseert op de tekst, en niet op je eigen voorkennis of mening. Het examen toetst of je begrijpt wat er in de Spaanse tekst staat, niet wat jij zelf over het onderwerp denkt of vindt. Het kan zijn dat een tekst een standpunt verkondigt waar je het niet mee eens bent, of een feit noemt dat afwijkt van wat jij dacht te weten; toch is en blijft het juiste antwoord wat de tekst zegt. Een veelgemaakte fout is een meerkeuzeoptie kiezen die op zichzelf waar is, maar die niet in de tekst staat — zo'n optie is een valstrik. Vraag jezelf bij elk antwoord af: kan ik dit letterlijk terugvinden in of afleiden uit de tekst?
Tot slot: gebruik de tekstverwijzing die in de vraag zelf staat. Veel examenvragen verwijzen naar een regelnummer („regel 12”), een alinea („alinea 3”) of een woord uit de tekst, en die verwijzing vertelt je precies waar je het antwoord moet zoeken. Spring dan direct naar dat tekstgedeelte en lees de aangewezen regels nauwkeurig, in plaats van de hele tekst opnieuw door te nemen. Let bij een vraag naar een verwijswoord (‘¿A qué se refiere…?', naar wie of wat verwijst…?) of naar het verband tussen alinea's goed op de aangegeven plek, want het antwoord staat vrijwel altijd vlak vóór of na de genoemde regel. Wie de regelverwijzing serieus gebruikt, vindt het antwoord sneller en vergist zich minder vaak in de juiste passage.
Uitgewerkt voorbeeld

Strategisch door het leesexamen

Je hebt nog twintig minuten en acht vragen over, waaronder één heel moeilijke open vraag. Bepaal je aanpak zodat je zo veel mogelijk punten haalt en niets blanco laat.

  1. 01Stap 1 — Verdeel je tijd en doe het zekere eerst

    Met acht vragen in twintig minuten heb je ruwweg twee à drie minuten per vraag. Scan eerst welke vragen je snel kunt beantwoorden en doe die meteen, zodat je de zekere punten binnenhaalt voordat de tijd krap wordt.

  2. 02Stap 2 — Parkeer de moeilijke vraag

    Sla de heel moeilijke open vraag voorlopig over en markeer hem. Verspil er nu geen tien minuten aan; kom terug zodra de rest klaar is, vaak met een beter idee.

  3. 03Stap 3 — Baseer je antwoord op de tekst

    Beantwoord elke vraag met behulp van de tekstverwijzing: spring naar de aangewezen regels en kies of citeer wat de tekst daar zegt, niet wat je zelf denkt. Twijfel je bij een meerkeuzevraag, kies dan de optie die het best bij de tekst past.

  4. 04Stap 4 — Vul alles in

    Controleer vóór het inleveren of er geen vraag leeg is. Ook bij de moeilijke vraag schrijf je een beredeneerd antwoord op grond van de tekst — een (deel)antwoord kan punten opleveren, een leeg vakje nooit.

Resultaat: Je verdeelt je tijd, haalt eerst de zekere punten binnen, parkeert de moeilijke vraag en komt er later op terug, baseert elk antwoord op de aangewezen regels in de tekst, en levert in met élke vraag ingevuld — zo verlies je geen punten aan tijdnood of aan een leeg antwoord.

Eindexamen-focus

  • Het centraal examen Spaans (leesvaardigheid) staat onder tijdsdruk; verdeel je tijd over alle teksten, doe eerst de zekere vragen en laat nooit een vraag blanco — een leeg antwoord levert gegarandeerd nul punten op.
  • Elk antwoord moet steunen op de tekst, niet op je eigen voorkennis of mening; een meerkeuzeoptie die op zichzelf waar is maar niet in de tekst staat, is een valstrik.

Veelgemaakte fouten

  • Te lang blijven hangen op één moeilijke vraag, waardoor je makkelijke punten verderop niet meer haalt; markeer de vraag, ga door en kom er later op terug.
  • Een antwoord kiezen op grond van je eigen kennis of mening in plaats van de tekst; controleer altijd of je het antwoord letterlijk kunt terugvinden in of afleiden uit de aangewezen regels.

Actieve herhaling

Tijdens het CE Spaans heb je nog twintig minuten en zeven onbeantwoorde vragen, waarvan er één erg moeilijk is en twee meerkeuzevragen waarbij je tussen twee opties twijfelt. Beschrijf hoe je je tijd verdeelt, wat je met de moeilijke vraag doet en hoe je bij de twijfelvragen tot een keuze komt zonder iets blanco te laten.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Spaans (HAVO) (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01Compenserende strategieën bij het lezen○
    • 02Compenserende strategieën bij spreken en gesprekken◐
    • 03Strategisch omgaan met het examen◐

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Communicatieve en leesstrategieën

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~18
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma Spaans (HAVO)

Vorig onderwerp

Leesvaardigheid (tekstbegrip)

Volgend onderwerp

Woordenschat en thematische taal

EuraStudy·Samenvattingen T·02·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.